ID.nl logo
Refurbished iPhone kopen: goed idee?
© Reshift Digital
Huis

Refurbished iPhone kopen: goed idee?

Een refurbished smartphone houdt in dat het gebruikte toestel door een bedrijf is nagekeken en indien nodig opgeknapt, waarna hij klaar is voor een nieuwe eigenaar. Vooral iPhones zijn op dit vlak in trek. Maar is dat een goed idee, een refurbished iPhone kopen? We nemen de proef op de som.

Vooropgesteld: ‘refurbished’ (iPhone) is geen beschermde naam. Elke webwinkel kan zeggen dat hij refurbished toestellen verkoopt. Sommige Marktplaats-verkopers duiden hun gebruikte iPhone ook als refurbished aan. Dat is misleidend, want een échte refurbished iPhone is door een professionele partij op allerlei punten gecontroleerd en komt met een niet-goed-geld-terug-zekerheid en technische garantie. Om die redenen prefereren wij een refurbished iPhone van een (web)winkel boven de blauwe ogen van een Marktplaats-verkoper.

Er zijn in Nederland verschillende aanbieders van refurbished iPhones. Een handvol bekende verkopers gebruikt het onafhankelijke Keurmerk Refurbished dat staat voor de kwaliteit van de aanbieder, de smartphone en zekerheid van twee jaar garantie.

Swappie

Swappie is (nog?) niet bij dit keurmerk aangesloten, maar hanteert vergelijkbare voorwaarden, dus inclusief twee jaar garantie op elke verkochte iPhone. We testen op uitnodiging van Swappie een refurbished iPhone 11 om de kwaliteit te checken en een vergelijking te maken met een nieuwe iPhone 11.

Die twee jaar garantie valt direct op, want die krijg je ook op een nieuwe iPhone. Swappie verkoopt via zijn websites iPhones in alle kleuren en opslagconfiguraties. Interessant zijn de keuzes met betrekking tot de staat van het toestel: Redelijk, Heel goed en Als nieuw. In alle condities moet de iPhone als nieuw werken, zegt Swappie.

Een model in redelijke staat bevat duidelijke gebruikerssporen als deuken en diepe krassen. Betaal je – in het geval van de iPhone 11 – twee tientjes meer, dan krijg je een toestel met ‘krasjes, deukjes of andere markeringen’. Nog eens zeventig euro meer levert je een iPhone op die ‘lichte gebruikerssporen zoals kleine krasjes, maar geen opvallende markeringen’ bevat. Wij kozen laatstgenoemde conditie, en inderdaad: de knalrode iPhone is op een nauwelijks zichtbaar krasje op het scherm na als nieuw.

Een tip: standaard zit de originele accu in de iPhone, die mogelijk al vaak opgeladen is en daarom slijtage vertoont. Swappie garandeert dat zo’n accu nog minimaal tachtig procent van de originele capaciteit heeft, maar voor twintig euro meer heb je een iPhone met een nieuwe accu. Wij vinden dat een slimme investering, zeker als je jaren met het toestel wil doen.

©PXimport

Technisch getest

Een verkoper van refurbished iPhones kan de gebruikte toestellen op verschillende manieren inkopen. Alle ingekochte modellen worden uitgebreid getest voordat ze de verkoop ingaan, zodat de verkoper achter de kwaliteit staat. Vandaar de twee jaar garantie. In het geval van Swappie zegt het bedrijf elke iPhone bij binnenkomst op 52 technische punten te testen.

Opmerkelijk: op de website kunnen wij niet vinden wát Swappie dan allemaal test. Sommige concurrenten noemen alle punten wel bij naam. Onder de streep maakt het weinig uit, want je mag ervan uitgaan dat alle belangrijke zaken getest zijn en anders heb je veertien dagen niet-goed-geld-terug en twee jaar technische garantie.

De ‘als nieuwe’ iPhone 11 die wij voor dit artikel getest hebben, werkt volledig naar behoren en voelt inderdaad als nieuw aan. Wel een aandachtspunt: op de website staat redelijk verborgen dat de smartphone niet meer gegarandeerd water- en stofdicht is. Swappie heeft het toestel namelijk uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. In het doosje van de iPhone zit geen adapter, maar wel een lightning-kabel om de accu op te laden.

Milieu

Er zijn twee belangrijke redenen om een refurbished iPhone te verkiezen boven een nieuwe iPhone. Allereerst de prijs: een gereviseerd model is tientallen tot honderden euro’s goedkoper. Hier komen we aan het einde van dit artikel op terug.

De tweede reden is dat een refurbished iPhone beter voor het milieu is. Een bestaande iPhone krijgt immers een nieuw leven, in plaats van dat jij een splinternieuwe smartphone koopt. Hoe meer mensen gebruikte smartphones kopen, hoe minder nieuwe er geproduceerd hoeven te worden. Dat scheelt grondstoffen en CO2-uitstoot. Swappie besteedt – logischerwijs – veel aandacht aan beide pluspunten van een refurbished toestel.

©PXimport

Softwareondersteuning

Een belangrijk aandachtspunt bij een refurbished iPhone is de softwareondersteuning. Apple levert al zijn iPhones met iOS-software en garandeert vijf tot zes jaar updates per model. De updateperiode geldt vanaf de lanceerdatum van de iPhone en dus niet vanaf het moment waarop jij de smartphone koopt. De iPhone 11 die wij getest hebben, is in september 2019 op de markt gebracht. Hij is dus bijna drie jaar oud, oftewel op de helft van zijn updatebeleid.

Zoek je een smartphone waar je nog een paar jaar mee kunt doen, dan is een model in de iPhone 11-serie dus een prima keuze. Een oudere telefoon als de iPhone 8 of iPhone X – allebei uit 2017 – raden we niet meer aan omdat de softwareondersteuning waarschijnlijk dit jaar of volgend jaar eindigt. Met een nieuwer (en duurder) model als een iPhone 12 (uit 2020) kun je juist nog jaren vooruit.

Conclusie

De refurbished iPhone 11 van Swappie laat een goede indruk achter omdat hij er – zoals beloofd – als nieuw uitziet, naar behoren werkt en met twee jaar garantie komt. De door ons geteste iPhone 11 benadert dan ook een nieuw exemplaar, helemaal als je twintig euro meer betaalt voor een nieuwe accu.

Het voornaamste aandachtspunt dat wij kunnen bedenken bij deze refurbished iPhone is de verkoopprijs. De verkoopprijs van de door ons geteste uitvoering was 429 euro, of 449 euro met een nieuwe accu. Een daadwerkelijk nieuwe iPhone 11 (rood, 64 GB geheugen) vind je bij bekende (web)winkels vanaf 529 euro. Als we Apples – excuses appels – met appels vergelijken, komen we dus op een prijsverschil van tachtig euro. 

Aan jou de vraag of je dat verschil samen met een refurbished iPhone in je zak steekt of liever iets meer uitgeeft aan een écht nieuwe iPhone die bijvoorbeeld wél water- en stofdicht is.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.