ID.nl logo
iPad (2019) – weinig vernieuwing, wel goed(koop)
© Reshift Digital
Huis

iPad (2019) – weinig vernieuwing, wel goed(koop)

Met 389 euro is de iPad (2019) de goedkoopste iPad die je kan kopen. Doe je daar goed aan of ben je beter af met een duurdere tablet? We zoeken het uit in deze iPad 2019 review.

Apple presenteerde en lanceerde de iPad (2019) in september voor 389 euro. Voor dat geld krijg je de wifi-versie met 32GB opslaggeheugen. Het 128GB-model kost 489 euro. Een 32GB 4G-versie gaat voor 529 euro over de toonbank, de 128GB-uitvoering is nog eens honderd euro duurder. Apple stuurde ons dat laatste model op met twee los verkrijgbare accessoires, het Smart Keyboard (179 euro) en de eerste generatie Apple Pencil (99 euro).

Het 32GB wifi-model van vorig jaar, de iPad (2018), kwam uit voor 359 euro en is inmiddels te koop vanaf 329 euro. In deze review nemen we het 2019-model onder de loep en vergelijken we hem onder andere met zijn voorganger.

©PXimport

Vertrouwd maar ouderwets ontwerp

Leg de iPad 2019 naast die uit 2018 en er valt eigenlijk maar één ding op: het formaat. Het 2019-model is met zijn 10,2-inch scherm groter dan de 9,7-inch versie van vorig jaar. De extra schermruimte is fijn als je de tablet gebruikt, maar maakt hem ook iets groter en veertien gram zwaarder. In alle andere opzichten is de buitenkant van de nieuwste iPad hetzelfde als zijn voorganger. De randen rond het scherm zijn groot, in de onderste rand zit een prima vingerafdrukscanner en voor- en achterop zitten redelijke camera’s. De tablet heeft nog steeds een lightning-poort en geen usb-c zoals de iPad Pro. Onderop zitten nog steeds aardig klinkende stereospeakers en op de bovenkant vind je de 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting. De metalen behuizing is goed afgewerkt en voelt stevig aan. Oftewel, de iPad (2019) is een typische iPad. Daar is niets mis mee, maar het ontwerp oogt inmiddels wel gedateerd, zeker in vergelijking met andere tablets.

©PXimport

Scherm is niet verbeterd

Storender is dat het grotere beeldscherm niet verbeterd is ten opzichte van de (goedkopere) iPad (2018). Het display oogt scherp genoeg (2160 x 1620 pixels), maar de maximale helderheid is met 500 cd/m2 nog steeds vrij laag. Het scherm is daarom moeilijker af te lezen in feller (zon)licht. Bovendien is het display weer niet gelamineerd, waardoor je merkt dat er een luchtlaag tussen de aanraakgevoelige laag en het daadwerkelijke scherm zit. Het scherm trekt veel vingerafdrukken aan en mist een antireflectielaag, waardoor het beeld meer spiegelt. In tegenstelling tot de iPad (2018) kan het 2019-model niet de volledige sRGB-standaard weergeven. Dit heeft invloed op de kleurweergave, al is die nog steeds goed genoeg. ProMotion en TrueTone, twee fijne schermtechnologieën van duurdere iPads, zijn begrijpelijk niet aanwezig op de iPad (2019). Al met al is het scherm prima, maar duidelijk een onderdeel waar Apple op bezuinigd heeft. Wie een beter beeldscherm wil, kan de iPad Air (3de generatie) van 525 euro kopen.

©PXimport

Smart Keyboard

In navolging van de iPad Pro-serie en iPad Air (3de generatie) heeft de iPad (2019) een Smart Connector-aansluiting gekregen. Deze zit op de linkerzijkant en is bedoeld om Apple’s eigen Smart Keyboard aan te sluiten. Het toetsenbord kost 179 euro en werkt ook met de iPad Air (3de generatie) omdat de tablets dezelfde afmetingen hebben.

De accessoire zit via een kleine magneetsluiting aan de tablet vast. Dat is bij normaal gebruik prima, maar als je wat kracht zet laat de hoes snel los. Dichtgevouwen beschermt de toetsenbordhoes bovendien alleen het scherm van de iPad. De rest van de behuizing is dus kwetsbaar voor kras- en valschade. Wel fijn is dat het scherm automatisch uitgaat als je de hoes dichtklapt, en weer aan springt als je de hoes uitvouwt. Ook handig is dat het toetsenbord stroom krijgt via de Smart Connector. De accu hoef je dus nooit op te laden.

©PXimport

Bij het typen staat de iPad via een magneetsluiting schuin omhoog tegen het toetsenbord. De kijkhoek is prettig en het toetsenbord tikt beter dan ik vooraf dacht. De toetsen hebben redelijk wat travel; je kan ze dus redelijk ver indrukken. Het toetsenbord veert wel wat op en neer tijdens het typen en als je langere nagels hebt, krassen ze over de toetsen. Opvallend genoeg heeft het toetsenbord naast een volwaardige cijferrij geen extra functietoetsen. Een aantal concurrerende toetsenbordhoezen (voor andere iPads) hebben wel zulke toetsen, waardoor je direct zaken als de schermhelderheid, het volume en de zoekfunctie kan regelen. Apple’s Smart Keyboard mist ook achtergrondverlichting. De toetsen zijn daarom nauwelijks zichtbaar in een donkere ruimte.

Ik vind het Smart Keyboard aardig wat nadelen hebben en snap daarom de hoge prijs van 179 euro niet. Concurrerende toetsenbordhoezen van bijvoorbeeld Logitech hebben een betere prijs-kwaliteitsverhouding.

©PXimport

Apple Pencil

Net als de iPad (2018) werkt de 2019-versie iPad met de los verkrijgbare, eerste generatie Apple Pencil uit 2015. Deze styluspen kost 99 euro is ook compatibel met de duurdere iPad Air (3de generatie). De tweede generatie Pencil werkt alleen met de iPad Pro.

Met de drukgevoelige, bluetooth-pen kan je nauwkeurig en met een kleine invoervertraging tekenen en schrijven in allerlei creativiteit- en productiviteitsapps van onder andere Apple, Adobe en Microsoft. Dat werkt goed, maar minder dan de tweede generatie Pencil met de iPad Pro. Houd er ook rekening mee dat je de styluspen niet aan de iPad (of het Smart Keyboard) kan bevestigen. Je moet hem los meenemen of een hoes met opbergfunctie kopen.

De accu van de Pencil gaat ongeveer elf uur mee en dat is lekker lang. Je laadt de styluspen op door het dopje achterop te verwijderen en hem in de lightning-poort van de iPad te stoppen. Dat klinkt handig maar is het niet. Je kan de tablet praktisch niet gebruiken en moet oppassen dat de pen niet beschadigt of breekt. Gelukkig zit er in het doosje van de Pencil ook een lightning-verloopstukje dat je op de achterkant van de pen klikt. Zo kan je de accu opladen via een reguliere lightning-kabel en dat duurt slechts een half uur.

©PXimport

Hardware

Niet alleen het ontwerp van de iPad (2019) doet veel denken aan zijn voorganger. De specificaties komen ook bekend voor. De tablet heeft dezelfde A10 Fusion-processor en de accucapaciteit is met 8827 mAh ook identiek. Dat laatste is bijzonder omdat het scherm gegroeid is van 9,7 naar 10,2 inch maar Apple dezelfde accuduur van tien uur claimt. Verspreid over twee dagen kon ik de iPad (2019) ongeveer 8,5 uur gebruiken voordat hij leeg was. Net als zijn voorganger komt de tablet met een vrij langzame 10W-lader die zo’n vier uur nodig heeft om de batterij op te laden. Dat gaat zoals eerder gezegd nog steeds via de bekende lightning-aansluiting. Het instapmodel heeft bovendien nog steeds 32GB opslagruimte dat je niet kan uitbreiden. Er is ook een duurder 128GB-model te koop. Beide versies zijn ook als wifi+4G-versie verkrijgbaar.

©PXimport

Is er überhaupt iets anders? Ja, ontdekte iFixit na het openschroeven van de iPad. Het nieuwe model heeft 3GB werkgeheugen, tegenover 2GB in het 2018-model. Het extra werkgeheugen moet de prestaties ten goede komen, vooral bij het wisselen tussen recente gebruikte apps en games. Ik heb geen directe vergelijking kunnen maken met de iPad van vorig jaar, maar de 2019-uitvoering draait vlot. Apps starten snel op, webpagina’s laden zonder noemenswaardige vertraging en je kan vlug schakelen tussen recente apps en games. Zware games draaien minder soepel, hierbij merk je dat de iPad (2019) minder krachtig is dan duurdere modellen.

iPad OS

In september bracht Apple iPadOS 13 uit, de nieuwste softwareversie voor zijn tablets. De iPad (2018) heeft iPadOS ontvangen via een update, de 2019-versie komt standaard met iPadOS. In principe krijgt hij een jaar langer softwareondersteuning dan het 2018-model.

iPadOS is gebaseerd op iOS 13 – van de iPhone – en geoptimaliseerd voor het grotere scherm en optionele toetsenbord van de iPad. Wie bekend is met iOS, kan na vijf minuten wennen uit de voeten met iPadOS 13. Is de iPad (2019) je eerste (Apple) tablet dan heb je misschien een half uur nodig. De software is namelijk erg gebruiksvriendelijk, biedt genoeg mogelijkheden en in de App Store staan alle apps en games die je nodig hebt. Lees hier alles over iPadOS. Een punt dat mij persoonlijk stoort is dat Apple tientallen eigen apps op de iPad zet die niet iedereen gebruikt. Sommige apps nemen bovendien veel ruimte in. Denk aan GarageBand (1,71GB), iMovie (700MB) en Keynote (600MB). Gelukkig kan je deze apps indien gewenst verwijderen via de instellingen van de tablet.

©PXimport

Gratis Apple TV+

Een leuke extra is dat je bij aanschaf van de iPad (2019) een jaar gratis toegang krijgt tot Apple TV+. Deze videostreamingdienst is vanaf 1 november beschikbaar en kost normaliter 4,99 euro per maand. Overigens krijg je ook een jaarabonnement cadeau bij aanschaf van een willekeurige andere iPad, iPhone, iPod Touch, Apple TV of Mac.

Conclusie: iPad 2019 kopen?

De Apple iPad (2019) heeft een degelijk ontwerp, prima scherm, goede accuduur en vlotte hardware. Met iPadOS ben je bovendien verzekerd van fijne software en jarenlange updates. Aan deze iPad kun je je geen buil vallen. Toch hadden we stiekem meer verwacht van de tablet. Hij is tientallen euro’s duurder dan zijn voorganger, maar biedt nauwelijks verbeteringen. Iets meer werkgeheugen, ondersteuning voor een toetsenbord en een iets groter scherm, dan heb je het wel. De schermkwaliteit is helaas niet verbeterd, het ontwerp is niet vernieuwd en de bekende A10-processor is inmiddels drie jaar oud. Bovendien heeft het instapmodel – ondanks de prijsstijging – nog steeds slechts 32GB opslagruimte.

De iPad Air (3de generatie) heeft een nieuwere processor, twee keer zoveel opslaggeheugen en een beter scherm. De verbeteringen zie je terug in de prijs: de iPad (2019) is er vanaf 389 euro, terwijl de goedkoopste iPad Air (3de generatie) voor 549 euro van eigenaar wisselt. Met oog op het scherm en de toekomst zou ik persoonlijk doorsparen voor de Air. Wil je dat niet, dan is het goed om te weten dat de iPad (2019) een betaalbare en ‘gewoon goede’ tablet is.

Goed
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 389,- **Kleuren** zilver, grijs, goud **Scherm** 10,2 inch LCD (2160x1620) **Processor** 2,34 GHz hexacore (Apple A10) **Werkgeheugen** 3GB **Opslag** 32GB of 128GB **Accu** 8827 mAh **Camera** 8 megapixel **Afmetingen** 25 x 17,4 x 0,75 cm **Gewicht** 483 (wifi-versie) of 493 (4G-versie) gram **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/ipad-10.2/)

Plus- en minpunten
  • Degelijke behuizing
  • Vlotte hardware
  • Lange accuduur
  • iPad OS en updatebeleid
  • Verouderd ontwerp met lightning-poort
  • Schermkwaliteit niet verbeterd
  • Instapmodel heeft weinig opslagruimte
  • Accu opladen duurt lang
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.