ID.nl logo
BYOD tackelen met desktopvirtualisatie
© Reshift Digital
Huis

BYOD tackelen met desktopvirtualisatie

Wat interessant is aan de BYOD-beweging is dat het veel meer de gang naar thin-client oplossingen stimuleert dan dat de thin-client beweging zelf ooit kon bewerkstelligen. Dit komt omdat de grote verscheidenheid aan apparaten (onder aanvoering van Apple) het onmogelijk maken ieder individueel apparaat an sich te ondersteunen.

Het resultaat is dat IT-afdelingen op een agressieve manier alternatieven onderzoeker die gebruikers het gebruiksgemak van hun iPhone, iPad of Android-apparaat gunnen zonder dat ze daarvoor concessies op gebied van support hoeven doen. De meest gebruikte oplossingen bevinden zich in de hoeken van virtuele desktopinfrastructuur (VDI) en desktopvirtualisatie.

Veel leveranciers lieten op VMworld 2012 hiervoor mogelijkheden zien. Dit zijn de visies van Dell en het partnerschap tussen Cisco en EMC.

Cisco/EMC: focus op zo min mogelijk vertraging

De samenwerking tussen Cisco, EMC en VMware die bekend staat als de Virtual Computing Enviroment (VCE) is een van de meest interessante initiatieven in de markt omdat het sterke technologie met een unieke partnersamenstelling combineert.

VCE werd opgetuigd om de voordelen van een groot bedrijf als IBM of HP te hebben zonder de beperkingen, interne conflicten en bureaucratie die bij zo’n grote parapluorganisatie komen kijken. De meeste partnerschappen zijn niets meer dan uitingen richting de pers waar je al snel niets meer van hoort. Het VCE-partnerschap is werkelijk anders aangezien het zelfs een eigen CEO heeft.

Deze relatie werd gelegd om een unieke VDI-oplossing te maken waarin EMC geoptimaliseerde storageproducten levert en die koppelt aan de geoptimaliseerde servers van Cisco. Laatstgenoemde schoof later aan, maar neemt bruikbare bagage als communicatieleverancier mee. In tegenstelling tot de meeste servers, die zich richten op ruwe prestaties, zijn de servers van Cisco geoptimaliseerd voor een minimale latency. Dit is cruciaal voor de doelstellingenen van het VCE-platform op gebied van unified communications (UC).

Het feit wil ook dat virtuele desktops lage latency nodig hebben. In dit geval is het nodig om aan de verwachtingen van gebruikers te kunnen voldoen. Het resultaat is een bijna perfecte mix van storage en servers, mogelijk gemaakt door een uniek partnerschap. Ik heb zowel met EMC als Cisco gesproken over deze VDI-oplossing. De video ervan kun je hier bekijken. Ik ben van mening dat dit product goed zou kunnen passen binnen de BYOD-trend.

Dell: leverancier van het gehele ecosysteem

Waar EMC het tegenwoordig moet hebben van partnerschappen, gaat Dell voor de meer traditionele end-to-end aanpak en kiest het voor acquisities. Omdat Dell een fabrikant van computers is, weet het dat het tekortkomt met zijn thin-client oplossingen, net zoals de oude Sun Ray 1, achterblijft wat betreft grafische prestaties.

Dell heeft zijn strategie door de acquisitie van Perot Systems verder uitgebreid met diensten die met name zijn gericht op het gebruik van thin-clients voor callcenters, gedeelde werkplekken en gebruik door klanten omdat het hele pakket is ontworpen met de bekende fixed-client architectuur in het achterhoofd.

Het resultaat is een gelagerde oplossing die dankzij de overname van Wyse Technology zero-clients biedt. Deze zero-clients draaien in tegenstelling tot thin-clients geen native code en verkrijgen hun grafische mogelijkheden via een NVIDIA-chip in de server. Dell heeft verder zijn focus verlegd richting het MKB, waar grotere bedrijven eerder moeite mee hadden. Dat Dell zich met een integrale oplossing bemoeit en het MKB meer aandacht geeft, brengt voordelen met zich mee.

Voeg deze oplossing toe aan de traditionele productlijnen van pc’s die Dell heeft – het bedrijf maakt zich op voor de komst van Windows 8 – en je weet dat Dell veel te bieden heeft. Het biedt nu wel de grafische prestaties die bedrijven die een overstap naar gevirtualiseerde desktops overwegen willen hebben. Het ondersteunen van Apple-producten is waarschijnlijk niet van grote invloed, aangezien Apple en Dell concurrenten zijn, dus Dell zal ook waarschijnlijk zijn Windows 8-tablets tegenover iPads positioneren als het om aanbevolen implementaties gaat.

Verschil en overlap

Beide strategieën kennen hun sterke en zwakke punten. De EMC/Cisco-aanpak werkt waarschijnlijk beter voor grotere bedrijven en bedrijven met een grote verscheidenheid aan apparaten; voornamelijk iPads. Aan de andere kant is Dell in de positie om het beter te doen op de MKB-markt en in omgevingen waarin gehamerd wordt op standaardisatie van thin-cliets, vooral rond het Windows-platform. Dell heeft met zijn Windows 8-skills een grote troef in handen. Toch overlappen de oplossingen elkaar. Zo biedt Dell ook ondersteuning voor iPads en werkt de oplossing van EMC/Cisco ook prima samen met traditionele pc’s.

Als je op zoek bent naar een oplossing voor desktopvirtualisatie zijn beide producten het overwegen waard. Ze zijn beiden relatief volwassen en verschillend genoeg om aan jouw unieke behoeften te voldoen.

Wat ik met name interessant vind is dat Apple de motor is achter een desktopvirtualisatietrend waarin het zelf geen oplossingen biedt. Dat is toch enigszins ironisch te noemen.

▼ Volgende artikel
Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?
© Golib Tolibov
Huis

Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?

Providers verleiden je graag met pakketten van 1 Gbit/s of meer, maar de meeste huishoudens benutten die bandbreedte zelden volledig. Of je nu streamt in 4K, fanatiek gamet of veel thuiswerkt, de juiste snelheid kiezen kan je flink wat geld besparen. We leggen uit hoeveel Mbit/s daadwerkelijk vereist is voor een stabiele verbinding zonder onnodige kosten.

Om te bepalen wat je nodig hebt, moet je eerst weten wat je verbruikt. Internetsnelheid wordt uitgedrukt in megabit per seconde, oftewel Mbit/s. Voor simpel surfgedrag, zoals het lezen van nieuwswebsites of het versturen van e-mails, heb je nauwelijks bandbreedte nodig. Vaak is 10 tot 20 Mbit/s in combinatie met een fatsoenlijke router al ruim voldoende. De echte belasting ontstaat pas bij het streamen van video. Diensten als Netflix of Disney+ geven duidelijke richtlijnen: voor een film in Full HD heb je ongeveer 5 Mbit/s nodig, maar wil je in de hoogste 4K-kwaliteit kijken, dan loopt dat al snel op naar 25 Mbit/s per stream. Als je in je eentje woont en vooral streamt, is een instapabonnement van 50 tot 100 Mbit/s dus vaak al meer dan genoeg.

De impact van meerdere gebruikers

De rekensom verandert zodra er meerdere mensen tegelijkertijd van het netwerk gebruikmaken. Je moet de internetverbinding zien als een digitale waterleiding: als iedereen tegelijk de kraan openzet, neemt de druk af. In een gezinssituatie waar de één een film in 4K kijkt, de ander een groot spelbestand downloadt en een derde persoon aan het videobellen is, telt het verbruik al snel op. Voor een gemiddeld gezin van vier personen wordt een snelheid tussen de 100 en 200 Mbit/s aangeraden. Hiermee voorkom je de gevreesde buffer-cirkels tijdens het filmkijken en zorg je dat downloads op de achtergrond de rest van het verkeer niet platleggen.

©Pixel-Shot

Uploadsnelheid bij thuiswerken

Veel consumenten staren zich blind op de downloadsnelheid, oftewel hoe snel je gegevens binnenhaalt. Maar sinds het massale thuiswerken is de uploadsnelheid minstens zo belangrijk geworden. Die bepaalt immers hoe snel jij gegevens naar het internet kan versturen. Tijdens een videogesprek via Teams of Zoom moet jouw beeld en geluid helder bij de collega's aankomen.

Bij traditionele kabelverbindingen is de uploadsnelheid vaak een fractie van de downloadsnelheid. Glasvezel biedt hier een groot voordeel omdat de upload- en downloadsnelheid daar meestal gelijk zijn (symmetrisch). Als je vaak grote bestanden naar de cloud stuurt of veel videobelt, is een abonnement met een hogere uploadsnelheid geen overbodige luxe.

Populaire merken voor netwerkapparatuur

Bij de zoektocht naar betere routers of mesh-systemen om je internetsnelheid optimaal te benutten, kom je al snel een aantal bekende namen tegen. TP-Link is momenteel een van de grootste spelers en biedt met de Deco-reeks toegankelijke oplossingen voor betere wifi-dekking in het hele huis. Netgear is een andere zwaargewicht die met hun Nighthawk-routers en Orbi-systemen vaak de bovenkant van de markt bedient voor veeleisende gebruikers. Voor consumenten die zweren bij stabiliteit en uitgebreide functies is het Duitse AVM, de maker van de iconische FRITZ!Box, al jaren een vaste waarde. Ook ASUS timmert hard aan de weg met krachtige routers die specifiek gericht zijn op gamers en gebruikers die maximale controle over hun netwerkinstellingen wensen.

Gigabit-internet vaak overkill

Providers adverteren steeds vaker met snelheden van 1000 Mbit/s (1 Gbit/s) of hoger. Hoewel dat indrukwekkend klinkt, is het voor de gemiddelde consument vaak overkill. Je merkt dat verschil eigenlijk alleen als je zeer regelmatig gigantische bestanden downloadt, zoals updates voor moderne games die soms wel 100 GB groot zijn. Met een gigabit-verbinding is zo'n update in enkele minuten binnen, terwijl je met een 100Mbit/s-verbinding wat langer moet wachten. Voor dagelijks gebruik, inclusief streamen en surfen, merk je in de praktijk weinig verschil tussen 200 Mbit/s en 1000 Mbit/s, omdat de servers van websites en streamingdiensten de snelheid vaak zelf beperken.

Wifi als vertragende factor

Besef tot slot dat de snelheid die je bij je provider inkoopt niet altijd de snelheid is die je op je apparaat haalt. Vaak ligt een trage verbinding niet aan het abonnement, maar aan de wifi-dekking in huis. Een duur abonnement van 1 Gbit/s lost een slecht wifi-signaal op zolder niet op. Voordat je je abonnement upgradet omdat het internet traag aanvoelt, is het verstandig om eerst te controleren of je router op een goede plek staat of dat je wellicht een mesh-netwerk nodig hebt om het signaal te verbeteren. In veel gevallen is investeren in betere wifi-apparatuur effectiever dan betalen voor een hogere snelheid die je draadloos toch niet kunt benutten.

▼ Volgende artikel
Document beschermen in Word: zo voeg je een watermerk toe
© ID.nl
Huis

Document beschermen in Word: zo voeg je een watermerk toe

Je document is af, maar je wilt duidelijk maken dat het vertrouwelijk is of dat het een conceptversie betreft of enkel intern mag worden gedeeld. Dat kan eenvoudig met een watermerk. Zo geef je het bestand niet alleen een professionele uitstraling, maar ook een duidelijke bescherming.

Dit gaan we doen

In dit artikel laten we zien hoe je in Word een watermerk toevoegt. Eerst plaatsen we een watermerk op één specifieke pagina, daarna op alle pagina's tegelijk. Tot slot leggen we uit hoe je een afbeelding gebruikt als watermerk en hoe je zorgt dat de tekst goed leesbaar blijft.

Lees ook: Meer dan alleen Word: verborgen parels in Microsoft 365

Stap 1: Op één pagina

Word biedt uitgebreide mogelijkheden om een watermerk toe te voegen. Je kunt niet alleen het lettertype en de stijl aanpassen, maar ook de lay-out naar wens instellen. Net als kop- en voetteksten verschijnt een watermerk standaard op alle pagina's van een document, behalve op de omslagpagina. Wil je een watermerk slechts op één pagina plaatsen? Klik dan op de gewenste plek in het document. Ga vervolgens in het lintmenu naar het tabblad Ontwerpen en kies in de sectie Pagina-achtergrond de knop Watermerk. Via het pijltje eronder krijg je verschillende lay-outs te zien. Klik met de rechtermuisknop op de gewenste optie en selecteer Invoegen op huidige documentpositie. Het watermerk verschijnt direct in zachtgrijs onder de tekst. Omdat het in een tekstvak staat, kun je het eenvoudig bewerken. Pas de tekst aan, wijzig het lettertype en geef het de gewenste stijl, net zoals bij ieder ander tekstvak.

Het watermerk wordt als een tekstvak onder de inhoud geplaatst.

Stap 2: Op alle pagina's

Wil je een watermerk op alle pagina's van het Word-document? Ga dan naar Ontwerpen / Watermerk / Aangepast watermerk. Er verschijnt een venster met de titel Afgedrukt watermerk. Kies daar de optie Tekstwatermerk (standaard staat Geen watermerk geselecteerd). Vul de gewenste tekst in en bepaal het lettertype en de grootte. Met de optie Semitransparant maak je het watermerk subtieler. Tot slot kies je voor een horizontale of diagonale weergave, klik je op Toepassen en bevestig je met OK.

Gebruik de functie Afgedrukt watermerk om het watermerk op alle pagina's te plaatsen.

Stap 3: Afbeeldingswatermerk

In hetzelfde venster kun je ook een afbeeldingswatermerk toevoegen. Vink hiervoor de optie Afbeelding als watermerk aan en klik op Afbeelding selecteren. Je kiest vervolgens een grafisch bestand op de harde schijf of op OneDrive. Ook is het mogelijk om via Bing online naar een afbeelding te zoeken. In dit voorbeeld kiezen we een afbeelding van de harde schijf. Laat de instelling Schaal bij voorkeur op Automatisch staan, zodat de grootte van het watermerk zich aanpast aan de bladspiegel. Met de optie Wassen maak je de afbeelding lichter, zodat de tekst goed leesbaar blijft.

De optie Wassen maakt de gekozen afbeelding lichter.