ID.nl logo
10 gratis en open source securitytools
© Reshift Digital
Huis

10 gratis en open source securitytools

Goede beveiligingssoftware hoeft niet per se van een commercieel bedrijf te komen. Sterker nog, enkele van de beste beveiligingsproducten zijn zelfs open source.

Open source hoeft niet altijd gratis te zijn, maar dankzij hardwerkende open source-ontwikkelaars is veel van deze software dat wel. Waarom zou je geld uitgeven als er een gratis alternatief is? Als je een applicatie goed kunt gebruiken, mag je altijd nog geld doneren aan de ontwikkelaar.

De lage kosten zijn niet eens de belangrijkste overweging om je te verdiepen in open software. De beste beveiligingsproducten van dit moment zijn open source, bijvoorbeeld OpenSSH, OpenSSL, GnuPG en de firewall iptables.

De meeste commercieel verkrijgbare pakkatten zijn er alleen voor Windows (en soms ook voor de Mac). Hun open source alternatieven zijn er voor Mac, Linux, Unix en vele andere platforms. In deze lijst komen enkele goede open source-apps langs om gegevens te beveiligen, te redden en te back-uppen, en om mobiele apparaten te beschermen.

Grondig wissen met Darik's Boot and Nuke

Computers mogen het pand nooit verlaten zonder dat de harde schijf grondig is gewist. Darik's Boot and Nuke is een opstartprogramma die je als iso downloadt om op een opslagmedium te zetten of om via PXE via het netwerk te starten.

DBAN heeft dus geen OS nodig om de schijf te wissen en werkt met IDE-, SCSI- en SATA-disks op systemen met x86- of PowerPC-architectuur. Je kunt natuurlijk kiezen welke schijven van het systeem er precies gewist moeten worden of om het hele systeem te schrappen.

Repareren met PhotoRec en TestDisk

Als je iets hebt gewist wat bewaard had moeten blijven, is de eerste stap altijd om niet in paniek te raken. Een verwijderd bestand blijft immers gewoon op de schijf staan, maar de plek waar het staat wordt nu gezien als vrije ruimte. Zolang er niets over deze ruimte is geschreven, is het bestand terug te halen. (Tenzij je een programma als DBAN hebt gedraaid die de data voorgoed vernietigt.)

PhotoRec haalt allerlei bestanden terug; niet alleen foto's. TestDisk van dezelfde ontwikkelaars is een prachtige bijbehorend programma dat partitietabellen repareert. Beide applicaties werken met alle grote besturingssystemen en bestandsindelingen, en zijn voorzien van uitstekende documentatie.

Deze software is beschikbaar voor bijna ieder besturingssysteem (Mac, Lunux, Windows, BSD en andere Unixes) maar de beste manier om het programma te draaien is via een bootmedium. TestDisk en PhotoRec worden meegeleverd bij een flink aantal Linux recovery-distributies, zoals GParted en Knoppix. Mijn favoriete is System Rescue op een usb-stick omdat het ook snel is op een verouderd systeem. De herstelde bestanden kopieer ik meteen naar een externe opslagbron of andere partitie op dezelfde schijf om de geredde bitjes zo min mogelijk te verstoren.

Volgende pagina: recovery, clonen, versleutelen en beveiligings-apps voor mobiele apparaten.

Falende schijven redden met ddrescue

Het eerste wat je doet als een opslagmedium beschadigd raakt, is kopiëren wat je kunt voordat het station volledig onderuit gaat. De reparatieslag kun je vervolgens op de kopie uitvoeren zonder dat je meer schade aanricht bij het origineel. GNU ddrescue is de perfecte tool voor deze klus.

Omdat ddrescue geen kopie maakt op bestandsniveau maar op de sectoren van de disk (blockniveau) maakt het niet uit welk besturingssysteem of bestandsindeling er wordt gebruikt.

Het programma werkt snel omdat het alleen onbeschadige blocks kopieert en automatisch slechte secoren overslaat, zodat je er niet bij hoeft te blijven zitten. Het opslagapparaat waar je heen kopieert moet 50 procent meer ruimte hebben dan het origineel. Ik raad aan om System Rescue te gebruiken want hier zit ddrescue al bij inbegrepen.

Disks clonen met Clonezilla

Wat als je het hele OS inclusief data wilt clonen om naar een harde schijf te kopiëren of een back-up te maken? Kijk eens naar het prachtige Clonezilla dat niet alleen de coolste naam heeft maar ook grote kloonkrachten heeft. Er zijn twee versies: Clonezilla Live en Clonezilla SE.

Live is specifiek bedoeld voor herstel en maakt images van losse systemen en het draait via een bootable usb-stick of cd/dvd. Clonezilla SE maakt images van meerdere PC's tegelijk en draait op het netwerk. Beide programma's werken op blockniveau van x86- en x86-64-systemen en kopiëren daarmee iedere OS en bestandssysteem.

Versleutelen met TrueCrypt

TrueCrypt is een van de populairste multi-platform versleutelingsapplicaties en dat heeft gegronde redenen: het programma is makkelijk te gebruiken en erg sterk. Het draait op Mac, Linux en Windows. TrueCrypt versleutelt partities, hele opslagmedia en maakt verborgen systeemvolumes aan.

Maak een versleutelde schijf aan en bestanden die je erop plaatst worden automatisch versleuteld terwijl je werkt. Alleen bij het mounten van een schijf moet je een wachtwoord invoeren. Versleutelde bronnen zijn te delen via een netwerk. Er is ook een portable modus waarmee het programma te draaien is via verwisselbare media zonder dat het op het hostsysteem hoeft te worden geïnstalleerd.

Houd er natuurlijk rekening mee dat geen enkele bestandsversleutelingssoftware bestendig is tegen malware en loggers die zijn geïnstalleerd voordat de software is geïnstalleerd. Als je liever individuele bestanden versleutelt zonder hele schijven te versleutelen, probeer dan AES Crypt. Dit programma heeft een mooie interface voor Mac en Windows en een terminal voor Linux.

Op de volgende pagina kijken we naar geweldige open source-apps om mobiele apparaten te beveiligen.

Master Password (iOS)

Master Password voor iOS is een stateless wachtwoordbeheerder. Het programma bewaart wachtwoorden niet op het toestel of in de cloud. Vanuit een masterwachtwoord creëert de app aparte sleutels voor elke site. Als je de iPhone kwijtraakt, genereert de app vanuit het hoofdwachtwoord opnieuw dezelfde codes voor de opgegeven sites.

ChatSecure (iOS)

ChatSecure versleutelt gegevens van platforms die de chatprotocollen ]XMPP of Oscar gebruiken. Chats via Google Talk, Jabber en iChat zijn daarmee te versleutelen. De broncode van de app staat op Github.

AppBrain Advertentie Detector (Android)

De AppBrain Advertentie Detector van de Nederlandse ontwikkelaar Swiss Codemonkeys doet meer dan alleen spammende apps herkennen. De app bekijkt ook de machtigingen van programma's en schaalt zo in hoe (on)veilig ze zijn. Op deze manier herken je als gebruiker een potentieel schadelijke app zonder dat je steeds de machtigingen hoeft door te spitten. Een overvloed aan machtigingen is een veiligheidsrisico, dus zelfs goedbedoelende apps worden op de risicolijst gezet.

The Guardian Project (Android)

De ontwikkelaars van The Guardian Project hebben als doel activisten te beschermen die gevaar lopen omdat ze informatie delen. De open source-software die uit het project voortvloeit is uiteraard ook geschikt voor mensen die zich zorgen maken over hun privacy online.

De app Orbot zorgt ervoor dat Android gebruik kan maken van het Tor-netwerk dat bestaat uit een hoop proxy's om webverkeer te anonimiseren. De browser Orweb maakt vervolgens gebruik van Orbot om censurerende webblokkades te omzeilen en je privacy te beschermen. Ook wordt er geen geschiedenis bijgehouden van je activiteiten.

Gibberbot is een chatdienst die Tor gebruikt. ObscuraCam is een handige app om de anonimiteit van mensen op afbeeldingen te garanderen door gezichten op foto's te wissen. De software zit nog in de alfafase, maar je kunt eraan bijdragen door het te helpen testen.

Droidwall (Android)

Droidwall is een grafische interface voor de firewall iptables die al jaren een boegbeeld is van de Linux-kernel. Via de app bepaal je zelf welke applicaties en diensten de internetverbinding mogen gebruiken. Droidwall vereist dat het toestel geroot is. Ik vind het overigens belachelijk dat je zelf geen roottoegang hebt tot je eigen computers, maar zo is het leven tegenwoordig.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.