ID.nl logo
Wanneer krijgen we snel 5G-internet?
Huis

Wanneer krijgen we snel 5G-internet?

Hoewel je 5G mobiel internet kunt krijgen van providers, laat de snelheidswinst nog behoorlijk te wensen over. Dit komt omdat 5G meer in zijn mars heeft dan nu aangeboden wordt. Wanneer krijgen we snel 5G in Nederland?

Al zo’n twee jaar is 5G in Nederland verkrijgbaar bij alle providers voor een meerprijs ten opzichte van het reguliere 4G. Maar in die twee jaar heeft 5G zich nog niet écht bewezen. De datasnelheden zijn wat hoger, maar de ervaring is meer een 4G+-beleving in plaats van de revolutionaire snelheidsverbetering waar providers, netwerkapparatuurmakers en smartphonefabrikanten ons al jaren warm voor proberen te maken.

©PXimport

5G wordt overal aangeprezen, maar een groot verschil maakt het vooralsnog niet.

4G+

De term 4G+ halen we niet zomaar aan in bovenstaande alinea. Dat is precies hoe Nick Read, de CEO van Vodafone (niet te verwarren met het Nederlandse VodafoneZiggo) het huidige 5G omschreef. Dat is niet zo gek ook, en je daar hoef je niet technisch onderlegd voor te zijn. Als we kijken naar de bandfrequenties waarop huidige Nederlandse providers 5G aanbieden, dan ligt deze behoorlijk in het spectrum van 4G. Op dit moment gebruikt 4G de frequentiebanden 800, 1.800 en 2.600 MHz om te werken. De frequenties die 5G  momenteel gebruiken, zijn 700, 1.400 en 2.100 MHz.

Hierdoor lijkt 5G niet alleen een 4G+-ervaring, het is het ook. Dankzij optimalisaties is er echter zeker wel een verschil in snelheid, bereik en het aantal apparaten dat met dezelfde mobiel internet-mast verbonden zijn.

De banden die het verschil gaan maken voor 5G liggen in een heel ander spectrum: 3,5 GHz (3500 GHz) en 26 GHz (26.000 MHz). Op deze frequenties zullen veel apparaten gelijktijdig kunnen verbinden en enorme internetsnelheden behaald worden. Zelfs veel 5G-smartphones ondersteunen dit al. Er zijn echter redenen waarom providers nog geen écht snel 5G-internet kunnen bieden via deze frequenties. Deze problemen zorgen er zelfs voor dat we in Nederland achter liggen op andere landen, niet alleen Europese landen.

Waarom 5G nog niet snel is

Het probleem is eenvoudig. De oplossing niet. De 3,5 GHz-frequentieband wordt namelijk al gebruikt. In het Friese Burum staan grote schotels die de band al lange tijd gebruiken voor allerhande zaken. De AIVD en MIVD onderscheppen er radioverkeer mee, maar ook het bedrijf Inmarsat heeft de frequentie nodig om het scheepvaartverkeer noodoproepen te kunnen laten doen. Laatstgenoemde stapte met succes naar de rechter om de frequentie te kunnen blijven gebruiken en de Nederlandse staat te dwingen met een oplossing te komen voordat ze de 5G-frequentie aan providers kunnen aanbieden.

Omdat er internationale regels zijn afgesproken rondom de beschikbaarheid van noodoproepen stelt de rechter dat de 3,5 GHz-frequentie Inmarsat niet zomaar afgepakt mag worden. Het ziet er naar uit dat zowel Inmarsat als de geheime diensten moeten uitwijken. Inmarsat gaat waarschijnlijk vanaf 1 januari 2024 in Griekenland te werk.

Dat houdt in dat de band vanaf 2024 in gebruik genomen kan worden. De veiling van de frequenties aan providers vindt waarschijnlijk eind 2023 plaats. De rechterlijke uitspraak heeft gezorgd voor twee jaar vertraging bovenop de vertraging die de situatie al met zich meebracht. In 2024 kunnen providers in Nederland waarschijnlijk 5G aanbieden dat wél het verschil maakt. Daarna kan het worden uitgebreid met de 26 GHz-band.

Vanaf 2024 kunnen we 5G verwachten dat wél een groot verschil maakt ten opzichte van 4G.

-

5G is belangrijk

Daarmee loopt Nederland als het aankomt op 5G achter op andere landen. Mogelijk laat het je op dit moment koud, 4G-snelheden volstaan eigenlijk op dit moment prima. Het is echter wel degelijk problematisch. Veel nieuwe internetdiensten en ontwikkelingen (zoals zelfrijdende auto’s) zullen straks leunen op de hogere snelheden van mobiel internet. Ook voor het bedrijfsleven en start-ups is 5G erg belangrijk.

▼ Volgende artikel
Veilig gevoel: nieuwe Aankomstmeldingen van Snapchat sturen een seintje als je veilig bent aangekomen
© guteksk7 - stock.adobe.com
Huis

Veilig gevoel: nieuwe Aankomstmeldingen van Snapchat sturen een seintje als je veilig bent aangekomen

Het is vandaag Safer Internet Day en Snapchat grijpt dat moment aan om de veiligheidsopties in Snap Kaart uit te breiden. Met Aankomstmeldingen kun je automatisch een vriend laten weten dat je veilig ergens bent aangekomen, zonder dat je zelf nog een bericht hoeft te sturen. De functie bouwt voort op 'Veilig thuis', dat eerder vooral was bedoeld als seintje bij thuiskomst.

Zo werkte 'Veilig thuis' tot nu toe

Je kon in een chat of via het profiel van een vriend in Snap Kaart onder 'Aankomstmeldingen' de optie 'Mijn huis' inschakelen. Zodra je thuiskwam, kreeg die vriend een pushmelding en een melding in Chat. Je kon daarbij kiezen of de melding 'Eenmalig' was (die instelling verloopt na 24 uur) of 'Elke keer'.

©Snapchat

Dit verandert er met Aankomstmeldingen

Je kunt dezelfde meldingen nu ook instellen voor andere plekken dan thuis, zoals de sportschool, school of een hotel. In de Nederlandse Snapchat-app voeg je onder 'Aankomstmeldingen' een locatie toe via het profiel van een vriend of direct vanuit een chat. Je beweegt de kaart, kiest 'Locatie instellen' en zet de schakelaar daarna aan. Ook hier kun je kiezen tussen 'Eenmalig' en 'Elke keer'. Snapchat laat je desgewenst een naam en emoji aan een plek geven. Je kunt maximaal tien plekken opslaan; die lijst is voor al je vrienden hetzelfde, terwijl jij per vriend bepaalt wie meldingen krijgt. Ben je veilig op de plek van bestemming, dan krijgen je vrienden automatisch een pushmelding en een melding in Chat.

Voor Aankomstmeldingen geldt volgens Snapchat wel een belangrijke voorwaarde: je locatie-instellingen op je telefoon moeten op "Altijd" staan. Dat betekent dat je op de kaart zichtbaar kunt zijn voor vrienden die jouw locatie mogen zien, tenzij je Onzichtbare modus gebruikt.

▼ Volgende artikel
Hoe vaak moet je een wasbaar dekbed wassen?
© ID.nl
Huis

Hoe vaak moet je een wasbaar dekbed wassen?

Een wasbaar dekbed klinkt ideaal: nooit meer worstelen met een overtrek, gewoon alles in één keer in de wasmachine. Maar hoe vaak moet dat eigenlijk gebeuren? Elke week, of is dat overdreven? Het antwoord hangt af van een aantal factoren. In dit artikel lees je er meer over.

Lees ook: Wasbaar dekbed: handig of juist niet?

Bij een traditioneel dekbed vangt de losse hoes het meeste zweet en andere viezigheid op, maar bij een wasbaar dekbed vormt de buitenlaag (de tijk) samen met de vulling één geheel. Daardoor kan vuil dat normaal in de overtrek blijft sneller in het dekbed zelf trekken, wat regelmatig wassen extra belangrijk maakt.

Tegelijk is dat precies waarom zo’n dekbed in de praktijk vaak juist hygiënischer is: je doet telkens het hele dekbed, inclusief vulling, in de was. Heb je een traditioneel dekbed met een aparte hoes, dan was je die dekbedhoes waarschijnlijk eens per week of twee weken. Het dekbed zelf was je waarschijnlijk een stuk minder vaak. Dus per saldo is een dekbed zonder overtrek dus hygiënischer. Mits je het dus regelmatig wast…

Hoe vaak is regelmatig wassen?

Voor de meeste mensen volstaat het om dit dekbed eens in de één à twee weken in de wasmachine te stoppen. Slaap je in je eentje en zweet je weinig, dan kun je die twee weken aanhouden. Heb je het snel warm, deel je het bed met iemand (of een huisdier) of heb je last van allergieën, dan is wekelijks wassen beter. Zo blijft niet alleen de buitenkant schoon, maar ook de binnenkant van het dekbed.

Het is wel belangrijk dat je dat wassen op de juiste manier doet. Wasbare dekbedden kunnen best wat hebben, maar te veel draaien in de trommel kan de vezels beschadigen. Gebruik daarom een mild vloeibaar wasmiddel en sla de wasverzachter over. Zorg ook dat het dekbed genoeg ruimte heeft in de machine. Wanneer je echt moet proppen om hem erin te krijgen, schuurt de stof tegen de trommelwand en slijt het sneller.

©ID.nl

Wanneer moet je een dekbed zonder losse hoes vaker wassen?

Soms is een extra wasbeurt nodig. Ben je ziek geweest of heb je koorts gehad? Na ziekte of koorts is het verstandig het dekbed meteen te wassen op minimaal 40 graden. Kijk op het etiket om te zien of je misschien zelfs op 60 graden kunt wassen. Eet je weleens in bed en mors je koffie, thee of iets anders? Of heb je een bloedneus of een wondje? Ook dan is een extra wasbeurt geen overbodige luxe. Tot slot is het voor jezelf prettig om het dekbed in de zomer echt minimaal 1x per week te wassen. Je zweet dan nu eenmaal meer, en de nachten kunnen broeierig zijn.

Waarom je beter geen wasverzachter kunt gebruiken

De vulling van de meeste moderne wasbare dekbedden bestaat uit gesiliconiseerde holle vezels. Deze vezels hebben van nature een gladde siliconenlaag waardoor ze soepel langs elkaar heen glijden. Dit zorgt voor de luchtigheid van het dekbed. Wasverzachter brengt een wasachtig, vettig laagje aan op deze vezels. In plaats van dat de vezels langs elkaar glijden, worden ze juist een beetje plakkerig. Zodra de vezels aan elkaar kleven, verdwijnt de lucht tussen de vezels en daarmee ook de veerkracht en de warmte-isolatie van het dekbed. Het voelt dus klonterig aan. Ook verstopt de vette laag van de wasverzachter de holle ruimtes in en tussen de vezels. Hierdoor kan het dekbed minder goed vocht en warmte reguleren. Je dekbed ademt daardoor minder goed.

Wasbaar dekbed drogen

Wil je een traditioneel dekbed drogen, dan duurt dat vaak uren. Maar omdat de vulling van wasbare dekbedden bestaat uit synthetische holle vezels, is de droogtijd een stuk korter. Kijk wel goed op het wasetiket hoe heet de droger mag staan; je kunt een iets langer programma kiezen op een lagere temperatuur dan een superkort programma dat eigenlijk te heet staat. Dat is voor een synthetische vulling niet goed.

Wasbaar dekbed? 1x per week of twee weken in de was!

Zoals je ziet valt het onderhoud eigenlijk reuze mee. Door een wasbaar dekbed wekelijks of om de week te wassen en goed te laten drogen, blijft je bed schoon en fris. Vaker is alleen in een enkel uitzonderingsgeval nodig. Al met al is het dus niet zo veel werk als je misschien denkt!