ID.nl logo
Let op deze 5 dingen als je een elektrische deken gebruikt
© Alina_Stor - stock.adobe.com
Huis

Let op deze 5 dingen als je een elektrische deken gebruikt

Op koude dagen is er niets lekkerder dan jezelf op te krullen onder een warme elektrische deken. Maar pas op: het gebruik van een elektrische deken is niet zonder risico's. We geven je een aantal tips om brand en kortsluiting te voorkomen.

Elektrische dekens mogen dan wel heerlijk warm en zacht zijn, maar ze zijn niet altijd onschuldig. Zo kan er bij verkeerd gebruik kortsluiting en zelfs brand op de loer liggen. Maar hoe gebruik je een elektrische deken dan wél veilig? Dit artikel geeft 5 handige tips. 1. Niet opvouwen maar oprollen 2. Gebruik de timer 3. Verwijder de stekker uit het stopcontact 4. Vervang de deken op tijd 5. Plaats een rookmelder

Lees ook: ❄️ Koud hè? Zo vind je jouw perfecte elektrische deken

Als je denkt dat brand en kortsluiting door elektrische dekens een zeldzaamheid zijn, heb je het helaas mis. Zo'n tien keer per jaar ontstaat er brand door een elektrische deken die te warm wordt. En nog veel vaker zorgen elektrische dekens voor kortsluiting in huis. Zelfs als je een hoogwaardige deken van een betrouwbaar merk in huis haalt, kunnen dit soort ongelukken gebeuren. Iedere deken kan na verloop van tijd immers gaan slijten, en ook de elektrische bedrading kan om allerlei redenen kapotgaan. Wil je dus zo lang én veilig mogelijk genieten van je elektrische deken, houd dan de volgende tips in het achterhoofd.

🚩 Let op: er is een verschil tussen elektrische bovendekens en onderdekens. Een bovendeken gebruik je bijvoorbeeld op de bank om jezelf warm te houden. Een onderdeken leg je op je bed om je matras voor te verwarmen. Voor beide soorten elektrische dekens gelden andere veiligheidsadviezen.

Tip 1: Niet opvouwen maar oprollen

Veel mensen vouwen hun elektrische bovendeken na gebruik op, maar volgens de brandweer is het veiliger om de deken op te rollen. Door de deken op te vouwen, kunnen er namelijk knikken in de elektrische bedrading ontstaan, wat kan leiden tot kortsluiting. Ook de manier waarop je je elektrische deken opbergt is belangrijk. Dat wil zeggen: niet in een ruimte met een hoge luchtvochtigheid, niet in de buurt van vloeistoffen (pas dus op met glazen water naast de bank) én niet onder zware objecten, want ook die kunnen de bedrading in de deken beschadigen.

Voor een elektrische onderdeken, ofwel een deken die je op je matras legt, geldt dat je hem na het slapen weer zo glad mogelijk over je bed legt - dus zonder vouwen of opgepropte delen. Anders kan de warmte zich ophopen en wordt de deken bij het volgende gebruik mogelijk te heet. Berg je je onderdeken na ieder gebruik op? Ook dan geldt het advies om de deken op te rollen in plaats van te vouwen (lees hierboven) om de bedrading intact te houden.

Tip 2: Gebruik de timer

De meeste elektrische dekens (zowel onder- als bovendekens) hebben een automatische uitschakelfunctie om oververhitting te voorkomen. Bij sommige modellen houdt dat in dat de deken zich áltijd na een specifiek aantal uur (bijvoorbeeld twee of drie) uitschakelt, maar bij andere modellen is het de bedoeling dat je de timer zelf op een gewenst aantal minuten of uren instelt. Geldt dat laatste ook voor jouw deken, maak er dan een gewoonte van om de timerfunctie bij ieder gebruik in te schakelen, ook als je denkt dat dit niet per se nodig is. Hoe vaak gebeurt het niet dat je van de bank afspringt om 'even' de afwas te gaan doen, en vervolgens verzeild raakt in allerlei andere klusjes die nog op je to do-list stonden? Vergeet je daarna ook nog de deken uit te schakelen voordat je naar bed gaat, dan kan dat vervelende gevolgen hebben. Neem dus altijd het zekere voor het onzekere en gebruik de timer.

©Mariana Rusanovschi

Tip 3: Verwijder de stekker uit het stopcontact

Ook als jouw elektrische deken zich na verloop van tijd vanzelf uitschakelt, is het slim om de deken helemaal uit het stopcontact te halen als je hem niet gebruikt. Zolang de stekker in het stopcontact zit, bestaat er namelijk nog steeds een klein risico op oververhitting of kortsluiting. Dit is ook een stuk veiliger mocht de deken in contact komen met water of andere vloeistoffen. Heb je een elektrische onderdeken? Haal deze dan standaard uit het stopcontact wanneer je 's ochtends je bed opmaakt. Gebruik je een bovendeken op de bank, dan kun je door de dag heen even checken of de deken is losgekoppeld van het stopcontact.

Tip 4: Vervang je deken op tijd

Elektrische dekens gaan gemiddeld zo'n zeven jaar mee, maar dat geldt alleen als ze in de tussentijd niet beschadigd raken. Helaas zijn er veel manieren waarop een elektrische deken toch vroegtijdig schade kan oplopen, bijvoorbeeld als er vloeistoffen overheen worden gemorst, huisdieren aan de deken kauwen of krabben of als de deken niet juist wordt opgeborgen. Om er zeker van te zijn dat jouw elektrische deken nog helemaal naar behoren werkt en er geen scheuren of gaten in de stof zitten, is het belangrijk dat je de deken regelmatig even controleert. Ook als een elektrische deken de hele zomer opgevouwen in de kast heeft gelegen, kan het zijn dat de bedrading is beschadigd en dat de deken het niet meer goed doet. Zet je een elektrische deken na lange tijd weer aan, blijf er dan altijd even bij staan. Mocht het toch misgaan, dan ben je er in elk geval op tijd bij.

Tip 5: Plaats een rookmelder

Nog een tip van de brandweer: plaats een rookmelder in de ruimte(s) waarin je je elektrische deken gebruikt. Vooral in de slaapkamer is dit verstandig, zodat je bij rook of brand op tijd wordt gewekt. Met die gedachte in het achterhoofd zul je vast ook een stuk lekkerder slapen.


Ook lekker:

Voetenwarmers!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.