ID.nl logo
❄️ Koud hè? Zo vind je jouw perfecte elektrische deken
© Tatyana Gladskih - stock.adobe.c
Huis

❄️ Koud hè? Zo vind je jouw perfecte elektrische deken

In de koude wintermaanden is wat extra warmte in huis geen overbodige luxe. Steeds meer mensen kiezen daarom voor een elektrische deken: zo blijf je niet alleen heerlijk warm, maar bespaar je ook op stookkosten. Hoe je een elektrische deken kiest die bij je past, lees je hier.

⏱ In het kort:

Elektrische dekens zijn tegenwoordig mateloos populair, en met het ruime aanbod kan het lastig zijn om de juiste keuze te maken. Daarnaast heb je misschien speciale wensen voor je elektrische deken, afhankelijk van wáár je hem gebruikt, met wie je hem eventueel gebruikt en hoeveel warmte je nodig hebt. In dit artikel helpen we je aan de beste elektrische deken voor jou, rekening houdend met:

  • • De soort deken (onderdeken of bovendeken)
  • • Het formaat dat bij je bed of lichaam past
  • • Het aantal warmtestanden
  • • De veiligheid van de deken
  • • Hoe makkelijk je de deken wast

Lees ook: 10 tips om warm te blijven zonder te stoken

Soort deken

Er zijn twee soorten elektrische dekens: onderdekens en bovendekens. Een onderdeken verwarmt je bed, een bovendeken is ideaal voor op de bank. Lig je dus elke avond te klappertanden in bed, dan is een onderdeken voor jou waarschijnlijk de beste keuze. Vind je het lekker om 's avonds onder een (warm!) kleedje op de bank te kruipen én wil je misschien je stookkosten wat omlaag brengen, dan kies je voor een bovendeken.

Een onderdeken plaats je tussen je matras (of topper) en hoeslaken, zodat de deken het bed van onderaf verwarmt. Je kunt een onderdeken aanzetten op het moment dat je in bed stapt, maar vaker worden onderdekens met behulp van een timer ingeschakeld vóór het liggen, zodat het bed al heerlijk warm is. Vaak regelt een timer ook dat de deken zichzelf na een uur (of twee) vanzelf uitschakelt, zodat er tijdens het slapen geen veiligheidsrisico's ontstaan.

©Leonid Iastremskyi

In tegenstelling tot een elektrische onderdeken leg je een elektrische bovendeken (zoals de naam al zegt) bovenop je, bijvoorbeeld als je op de bank of je favoriete stoel zit. Je herkent deze dekens aan hun extra zachte materiaal, zoals fleece of microvezel. Een bovendeken zet je pas aan op het moment dat je eronder gaat zitten of liggen. Net als onderdekens schakelen de meeste bovendekens zichzelf na verloop van tijd vanzelf uit. Je kunt een bovendeken natuurlijk ook mee naar bed nemen voor wat extra warmte, dus eigenlijk zijn deze dekens multifunctioneel!

Formaat

Zowel onder- als bovendekens zijn verkrijgbaar in verschillende afmetingen. Bedenk dus van tevoren goed hoe groot je je elektrische deken wenst. Onderdekens komen qua breedte overeen met de standaardafmetingen van matrassen: een eenpersoons-onderdeken is meestal 80 centimeter breed, een tweepersoons-onderdeken 140 centimeter. In de lengte zijn ze doorgaans iets korter dan een matras, omdat ze alleen het lichaam hoeven te verwarmen. Handig: veel tweepersoons-onderdekens beschikken over twee schakelaars waarmee je de temperaturen van beide helften apart van elkaar kunt instellen. Scheelt weer geruzie met je partner.

Bovendekens zijn er in compacte, middelgrote en extra grote varianten. Compacte bovendekens hebben een afmeting van (rond de) 100 x 70 centimeter en zijn bedoeld om alleen je schoot of bovenlichaam mee te verwarmen. Middelgrote dekens gaan richting de 150 x 70 centimeter en zijn perfect om je hele lichaam in tewikkelen. Kruip je het liefst samen met je partner onder een kleed? Ga dan voor een extra grote variant van bijvoorbeeld 180 x 130 centimeter.

Warmtestanden

Aan een elektrische deken wil je geen honderden euro's uitgeven, en dat hoeft natuurlijk ook niet. Maar gris ook niet de eerste de beste deken uit de schappen. Sommige elektrische dekens (en dan met name de goedkopere) beschikken namelijk maar over één warmtestand, en de kans is groot dat jij die stand nét te warm of juist te koud vindt. Ook als je de deken op verschillende plekken in huis gaat gebruiken – misschien is je slaapkamer een stuk frisser dan je woonkamer – is het fijn als je de temperatuur van je elektrische deken naar wens kunt instellen. De meeste standaardmodellen hebben vier tot zes warmtestanden, maar er zijn ook dekens met meer dan zeven warmtestanden. Sommige elektrische onderdekens beschikken zelfs over verschillende warmtezones voor schouders, rug en voeten – extra fijn als je snel koude voeten hebt!

Veiligheid

Comfortabel onder (of op) een elektrische deken liggen gaat alleen als je weet dat de deken honderd procent veilig is. Kies voor je eigen gemoedsrust dus voor een deken van een betrouwbaar merk; daarmee weet je zeker dat je een veilig product in huis haalt. Let er ook op dat de deken een automatische uitschakelfunctie én een oververhittingsbeveiliging heeft, zodat-ie nooit te heet wordt. Vermijd het kopen van een tweedehandsdeken, omdat een versleten of beschadigd deken vatbaarder is voor brand en kortsluiting.

©Mariana Rusanovschi

Wasbaarheid

Ook het gemak waarmee een elektrische deken gewassen kan worden, is voor veel mensen belangrijk. Vooral als je kleine kinderen hebt die maar al te graag onder de warme deken kruipen, is de kans op morsen of andere ongelukjes groot. En als je een onderdeken op je bed hebt liggen, wil je die natuurlijk ook regelmatig kunnen opfrissen. Gelukkig kunnen de meeste elektrische dekens na het verwijderen van de elektrische bediening gewoon op 30 graden in de wasmachine worden gewassen. Check wel altijd goed de instructies, want dit geldt niet voor iedere elektrische deken. Elektrische dekens kunnen meestal niet in de droger.

Hoe zuinig is een elektrische deken?

Kun je nauwelijks meer onder je elektrische deken vandaan komen en begin je je zorgen te maken over je energierekening? Nergens voor nodig: een elektrische deken kost namelijk niet meer dan een paar cent per avond. Ja, je leest het goed! Gemiddeld verbruikt een elektrische deken zo'n 50 watt per uur (0,05 kWh), wat met een stroomprijs van € 0,40 neerkomt op twee cent. Lig je dus drie uur onder je heerlijke warme deken, dan ben zo'n zes cent kwijt. Ter vergelijking: een paar uur de verwarming aan kost je al snel twee euro. Als je daadwerkelijk wilt besparen met je elektrische deken is het natuurlijk wel slim om de verwarming lager of helemaal uit te zetten, anders schiet je er alsnog weinig mee op.

P.S. Elektrische kussens zijn er ook!

Op zoek naar een warmtekussen?
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.