ID.nl logo
Review Dreame H15 Pro – Innovatie op detailniveau
© Wesley Akkerman
Huis

Review Dreame H15 Pro – Innovatie op detailniveau

In een aantal opzichten voelt de Dreame H15 Pro vooral als een alternatief voor zijn voorganger, de H14 Pro. De nieuwe dweilstofzuiger heeft gelukkig wel wat innovaties meegekregen, maar levert helaas tegelijkertijd in op de ervaring. In deze review lees je daar meer over.

Uitstekend
Conclusie

Dreame levert opnieuw een robotstofzuiger waar we enthousiast over zijn. De nieuwe wisser voorkomt gedoe en het verbeterde zelfreinigingssysteem maakt onderhoud makkelijker. Maar niet alle veranderingen die de fabrikant heeft doorgevoerd vallen bij ons in de smaak. Neem bijvoorbeeld de schoonwatertank. Waar die bij eerdere modellen nog aan de steel zat, heeft Dreame hem nu op de kop van de stofzuiger geplaatst. Hierdoor kun je soms wat water knoeien als je hem bijvult. Dit model werkt vooral goed op houten en laminaatvloeren. De wisser, die ook als schraper dient, houdt de borstel schoon en voorkomt dat er na het dweilen te veel water achterblijft op de vloer. Heb je al een H14 Pro? Dan is overstappen niet nodig. De verbeteringen zijn klein vergeleken met de sprong van H13 Pro naar H14 Pro.

Plus- en minpunten
  • Soepel en behendig
  • Gaat ook onder de bank
  • Krachtiger dan de H14 Pro
  • Bijna geen omkijken naar
  • Installatie zo gepiept
  • Veel beter dweilresultaat dan de H14 Pro
  • Koppeling met app
  • Muren worden niet nat
  • Robotarm en wisser
  • Plat en rechtop
  • Oppassen met draden op de vloer
  • Dreame stuurt aan op gebruik van eigen schoonmaakmiddel
  • Dezelfde opvangbak voor stof en vies water
  • Geen tapijtherkenning
  • Waterbak op de kop

Het gebeurt overal in de techindustrie: fabrikanten brengen jaarlijks een of twee nieuwe modellen uit binnen een serie, terwijl de verschillen steeds kleiner worden. Daardoor voelen die nieuwkomers minder als opvolgers en meer als varianten op wat er al is. Die trend zie je bij smartphones, televisies, handhelds en oordoppen – en dus ook bij stofzuigers.

Nieuwe modellen pakken dingen vaak nét iets anders aan en kunnen unieke eigenschappen hebben, maar de vraag is of die echt iets toevoegen. De Dreame H15 Pro is daar een perfect voorbeeld van. Over zijn voorganger, de Dreame H14 Pro, waren we eind 2024 behoorlijk positief, al had de dweilstofzuiger ook minpunten. Een beperkte accuduur, oppassen met kabels en stekkers (om te voorkomen dat ze opgezogen worden), geen tapijtherkenning en een opvangbak waarin zowel vuil als vies water worden opgevangen. Pakt de Dreame H15 Pro deze dingen anders aan?

©Wesley Akkerman

Dezelfde nadelen

We vallen met de deur in huis: nee, bij de nieuwste Dreame-dweilstofzuiger plaatsen we weer precies dezelfde kanttekeningen. Dat betekent dus dat je moet uitkijken met draden (en andere objecten op de vloer), aangezien die met een zuigkracht van 21.000 Pa moeiteloos opgezogen worden. Voor al het vuil op de grond doet hij prima zijn werk, maar een herkenningssysteem zoals bij robotmodellen zou een mooie toevoeging zijn. Sommige robotzuigers stoppen namelijk automatisch met zuigen als er iets klem zit.

Nu is dat laatste – toegegeven – minder van belang bij de Dreame H15 Pro. Dit is immers een apparaat dat je zelf gebruikt. Je bent er dus altijd bij als het misgaat, terwijl een robotstofzuiger vaak autonoom door het huis rolt wanneer je niet thuis bent. Maar voor de onoplettende momenten zou zo'n herkenningssysteem wel fijn zijn. Hetzelfde geldt voor tapijtherkenning. Net zoals het fijn zou zijn als Dreame een robotarm zou implementeren die de dweilborstel omhoog tilt op het moment dat je een tapijt bereikt. Nu moet je óf het kleed omzeilen óf het met een andere stofzuiger schoonmaken.

©Wesley Akkerman

Nuttige opties

Over een robotarm gesproken: die zit wél in de Dreame H15 Pro. Dit is een nieuw onderdeel van de dweilstofzuiger. Dankzij de arm is het mogelijk dichter bij de randen van de muur te dweilen dan met vergelijkbare apparaten (inclusief zijn voorganger). Zodra de Pro bij een muur komt, gaat er voorop een schuifje omlaag en beweegt de roller zich dichter naar de muur. Daardoor weet je zeker dat je niet ondertussen per ongeluk de muur nat maakt: het schuifje vangt namelijk alle spetters op. Een klein detail, maar ontzettend nuttig.

Dat extra schuifje heeft nog een ander voordeel. Wanneer je de Dreame H15 Pro tijdens het dweilen naar achteren trekt, komt het omlaag en wordt het vuil van de borstel geschraapt. Ook voorkomt het schuifje dan dat de borstel te nat wordt. Bij voorgaande modellen kon het nog wel eens gebeuren dat er na het dweilen een zichtbaar laagje water op de vloer achterblijft, maar dat is bij deze variant stukken minder. Je maakt nog steeds op hetzelfde hoge niveau schoon, zonder last te hebben van een te vochtige vloer na afloop.

©Wesley Akkerman

Zelfschoonmaak op 100 graden

Daarnaast heeft het basisstation een flinke upgrade gekregen. Dit is de plek waar je de Dreame H15 Pro oplaadt en schoonmaakt. Bij voorgaande en vergelijkbare dweilstofzuigers gebeurt dat schoonmaken vaak met water van veertig tot zestig graden Celcius, maar voor dit model heeft Dreame het aantal graden verhoogd naar honderd. Daardoor weet je echt zeker dat alle vuil verdwijnt en dat je geen last hebt van nare geurtjes. Het schoonmaakproces duurt daarnaast aanzienlijk korter. Na een half uur is de roller schoon en droog en klaar voor de volgende ronde.

We hebben daarnaast gemerkt dat we weinig tot geen tijd kwijt zijn aan het onderhoud. Vanwege de extra wisser voorop is de roller nooit te nat wanneer deze op de basis landt. Dat oplaadstation vergt daardoor minder aandacht, omdat het nooit echt vochtig is. Het enige waar je rekening mee moet houden, is dat de opvangbak zowel vies water als stof opvangt. Daardoor kan het legen van de bak, ondanks de aanwezige afscheiding tussen de compartimenten, toch een beetje een kliederboel worden. Verder moet je hem af en toe even afstoffen, maar dat is eigenlijk alles wat je moet doen.

©Wesley Akkerman

Opvallende verandering

Een andere opvallende aanpassing is de verplaatsing van de schoonwatertank. Voorheen zat die op de steel, maar nu vind je hem op de kop. Dat heeft als voordeel dat de Dreame H15 Pro minder zwaar aanvoelt dan zijn voorganger. Maar hier kleven ook twee nadelen aan. Zo kun je nu niet meer gebruikmaken van het slimme doseersysteem voor het (van Dreame afkomstige) schoonmaakmiddel. Zowel het water als het middel gaan direct in de kop, waardoor je misschien meer vloerreiniger zult gebruiken dan voorheen. Je moet immers zelf doseren.

Deze manier van water en middel bijvullen geeft een hogere kans op lekkage. Niet wanneer de waterbak op de kop geklikt zit – maar meer de momenten van de kraan naar de dweilstofzuiger. Dat ligt natuurlijk aan de gebruiker, maar het heeft desondanks effect op de algemene ervaring. Bij voorgaande Dreame H-modellen hadden we dit probleem niet, omdat de schoonwatertank rechterop staat. De horizontale kopaccessoire kan eerder lekken, omdat je die niet stabiel kunt neerleggen op het aanrecht. Ook het aandraaien van het dopje kan lekkage veroorzaken.

©Wesley Akkerman

Schoonmaakmiddel Dreame gebruiken? Gebruik je het schoonmaakmiddel van de fabrikant zelf of koop je iets in de supermarkt (waardoor je vaak goedkoper uit bent)? Dreame zegt daarover zelf: "De schoonmaakoplossing van Dreame heeft extensieve interne tests ondergaan. Daardoor garandeert het merk dat het schoonmaakmiddel geen risico vormt voor gebruik in combinatie met zijn stofzuigers. Je hoeft je daardoor geen zorgen te maken over corrosie of andere potentiële schade. Wanneer je middelen van andere merken gebruikt, dan loop je die garantie mis." Het is dus als consument een afweging die je zelf moet maken.

Muggenziften

Het is een beetje muggenziften, dat geven we ruimschoots toe. Maar het apparaat kost 699 euro. Dan wil je niets met lekkende onderdelen te maken hebben. Plus: voorgaande modellen hebben hier geen last van, dus het is een aanpassing die de ervaring niet per se verbetert. Bovendien is de waterbak nu kleiner dan voorheen. Hoewel het om slechts 100 ml minder gaat, merkten we geen verschil in de gebruiksduur. Sterker nog, de accuduur is iets verbeterd – al hangt dat volledig af van de stand die je gebruikt.

Daar waar we een paar maanden geleden nog iets meer dan dertig procent van de accu nodig hadden voor het schoonmaken van de complete woning, is dat nu rond de twintig procent. Dat is een merkbare vooruitgang. Net als vorig jaar beschikt de Dreame H15 Pro over vier standen, en met de stille modus houd je het tot zestig minuten vol. Dat is twintig minuten langer dan bij de H14 Pro. Of het ook voor jouw woning genoeg is, kun je zelf uitrekenen. De H15 Pro moet op een volle accu een omgeving van vierhonderd vierkante meter kunnen schoonmaken.

©Wesley Akkerman

Lijkt – gelukkig – veel op zijn voorganger

Tot slot heeft de Dreame H15 Pro veel functies behouden waarover we al enthousiast waren bij de H14 Pro. Zo kun je ook dit model platleggen en bijvoorbeeld onder kastjes, tafels, banken of stoelen schoonmaken (hoewel hij door de nieuwe kop niet overal meer onder past). Daarnaast is het apparaat nog even behendig als altijd. Het rijdt soepel over de vloer en je kunt het met één hand bedienen (ondanks de bijna zes kilo aan gewicht, daar merk je vrijwel niets van).

De Dreame H15 Pro ondersteunt daarnaast de Dreame-app, net als zijn voorganger. Zo kun je de zelfschoonmaaktaak op afstand inschakelen en krijg je te zien hoe het ervoor staat met verschillende sensoren en onderdelen (en kun je zien wanneer je ze moet schoonmaken of vervangen). Je kunt bovendien zien hoe lang de zelfreiniging nog duurt, het gedrag van de robotarm per stand aanpassen en de stille modus vervangen door de aangepaste modus. Dan kun je zelf bepalen hoeveel water de Dreame H15 Pro moet gebruiken.

Dreame H15 Pro kopen?

Dreame levert opnieuw een robotstofzuiger waar we enthousiast over zijn. De nieuwe wisser voorkomt gedoe en het verbeterde zelfreinigingssysteem maakt onderhoud makkelijker. Maar niet alle veranderingen die de fabrikant heeft doorgevoerd vallen bij ons in de smaak. Neem bijvoorbeeld de schoonwatertank. Waar die bij eerdere modellen nog aan de steel zat, heeft Dreame hem nu op de kop van de stofzuiger geplaatst. Hierdoor kun je soms wat water knoeien als je hem bijvult.

Dit model werkt vooral goed op houten en laminaatvloeren. De wisser, die ook als schraper dient, houdt de borstel schoon en voorkomt dat er na het dweilen te veel water achterblijft op de vloer. Heb je al een H14 Pro? Dan is overstappen niet nodig. De verbeteringen zijn klein vergeleken met de sprong van H13 Pro naar H14 Pro.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.