ID.nl logo
Overstappen op Linux - Deel 3: Aan de slag met Linux Mint
© PXimport
Huis

Overstappen op Linux - Deel 3: Aan de slag met Linux Mint

In het vorige deel van onze reeks installeerde je Linux Mint 17.3 op je computer. Deze keer ga je aan de slag met je Linux-systeem. We maken je wegwijs in Linux Mint en tonen de verschillen met Windows. We laten je zien wat je allemaal kunt instellen en we besteden ook aandacht aan de beveiliging.

Tip 01: Programma's starten

We hebben het in vorig artikel al even gedaan om je hardware aan de praat te krijgen, maar nu gaan we er wat dieper op in: programma's starten. De desktopomgeving Cinnamon heeft onderaan een paneel met van links naar rechts: het hoofdmenu, snelkoppelingen naar veel gebruikte programma's, de taakbalk met miniaturen voor geopende vensters en het systeemvak met notificatie-icoontjes. Lees ook: Overstappen op Linux - Deel 2: Linux Mint installeren.

Klik je linksonder op het menu-icoontje of het woord Menu, dan ontvouwt zich het hoofdmenu. Standaard staan alle toepassingen geselecteerd en krijg je in de rechterkolom van het menu alle beschikbare toepassingen alfabetisch in een lijst. Selecteer je daarentegen een categorie onder Alle toepassingen, dan krijg je alleen de programma's in die categorie te zien, wat overzichtelijker is. Je kunt ook in het zoekveld beginnen te typen. Een klik op een icoontje start het programma. Rechtsklik je op een icoontje, dan krijg je eronder de mogelijkheid om het icoontje aan de snelkoppelingen in het paneel toe te voegen, op het bureaublad te plaatsen, aan de favorieten in de linkerkolom van het hoofdmenu toe te voegen of om de software te verwijderen. Onder de favorieten staan knopjes om het scherm te vergrendelen met je wachtwoord, af te melden en de computer uit te schakelen.

©PXimport

Tip 02: Vensters beheren

Zodra je een programma hebt gestart, opent dat één of meerdere vensters. Elk venster heeft bovenaan een titelbalk met helemaal rechts drie knopjes: met het minteken minimaliseer je het venster, met het plusteken maximaliseer je het venster of herstel je het tot zijn normale grootte en met het kruisje sluit je het venster en - in het geval dat het om het hoofdvenster gaat - ook het programma. Een venster dat niet is gemaximaliseerd, geef je een willekeurige grootte door de randen te verslepen. Het venster laat zich bovendien verplaatsen als je de titelbalk versleept.

Elk geopend venster krijgt een miniatuur in de taakbalk waarmee je het venster naar de voorgrond brengt. Heb je veel vensters open, dan wordt het wat onoverzichtelijk. Rechtsklik dan op de titelbalk van een venster, kies Naar ander werkblad verplaatsen en dan een van de andere werkbladen. Met de toetsencombinatie Alt+Ctrl+pijltje rechts ga je naar het volgende werkblad en met Alt+Ctrl+pijltje links keer je terug naar het vorige. Overigens kan een venster ook op alle werkbladen tegelijk zichtbaar zijn. Rechtsklik daarvoor op de titelbalk en vink Op alle werkbladen zichtbaar aan. Een andere optie is Altijd bovenop, waardoor het venster altijd boven de andere vensters zichtbaar blijft, ook als die andere vensters geselecteerd zijn.

©PXimport

Tip 03: Notificatie-icoon

Het systeemvak met notificatie-icoontjes herbergt in weinig ruimte heel wat functionaliteit. Op elk icoontje kun je klikken om meer informatie te tonen of rechtsklikken om in te stellen welke informatie je te zien krijgt. Zo krijg je met een klik op het icoontje van de persoon snelle toegang tot de systeeminstellingen en enkele handige acties: het beeldscherm vergrendelen, van gebruiker wisselen, afmelden en de computer uitschakelen.

Met het bluetooth-icoontje stel je de zichtbaarheid van je computer via bluetooth in, koppel je nieuwe bluetooth-apparaten en verzend en ontvang je bestanden. Met het netwerkicoontje verbind je met bekabelde, draadloze en mobiele netwerken en open je de netwerkinstellingen. Het batterij-icoontje toont je hoelang je batterij nog meegaat en geeft je toegang tot het energiebeheer. Het icoontje van een schild toont een groen vinkje als je systeem up-to-date is en een i in het blauw als er updates beschikbaar zijn. Klik je op de datum en tijd, dan krijg je een kalender te zien. En achter het icoontje van de twee overlappende vensters schuilt een lijst van alle geopende vensters op alle werkbladen. Met een klik op een venster breng je het naar de voorgrond op het bijbehorende werkblad.

©PXimport

Tip 04: Bestanden

Klik je bij de snelkoppelingen of in de favorieten van het hoofdmenu op het groene icoontje van de map of dubbelklik je op het bureaublad op Persoonlijke map, dan start het programma Nemo. Dit is te vergelijken met Verkenner in Windows. Het opent je persoonlijke map, met daarin mappen zoals Afbeeldingen, Bureaublad, Documenten, Downloads, Muziek en Video's. Dubbelklik op een map om de inhoud te bekijken of op een bestand om het met zijn standaardprogramma te openen. Rechtsklik je op een map of bestand, dan krijg je nog andere mogelijkheden, waaronder een submenu Openen met om een bestand in andere toepassingen dan de standaardtoepassing te openen. Dit werkt dus hetzelfde als in Windows.

Klik je in de zijbalk van Nemo links op Bestandssysteem, dan krijg je de hele inhoud van je Linux-bestandssysteem te zien. Daar ga je normaal niet veel mee te maken krijgen, maar om je een idee te geven: in home vind je voor elke gebruiker zijn persoonlijke die als naam de gebruikersnaam heeft, in etc vind je configuratiebestanden en in tmp tijdelijke bestanden. De zijbalk toont ook andere partities (bijvoorbeeld je Linux-partitie) en usb-sticks en cd-roms. Heb je een apparaat aangekoppeld, klik dan eerst op het eject-icoontje erbij in de zijbalk voor je het afkoppelt.

©PXimport

Mappen in Linux

Linux heeft een andere naamgeving voor mappen dan Windows. Terwijl Windows de backslash () gebruikt om namen van mappen en bestanden in padnamen te scheiden, werkt Linux daarvoor met de voorwaartse slash (/). Maar dat is niet het enige verschil. Windows kent het concept van schijfletters, zoals C:, D: enzovoort. Linux kent dat concept niet. Alle partities worden aangekoppeld onder één hoofdmap, die door een enkele slash wordt aangeduid. De inhoud van een cd-rom of dvd komt dan onder /cdrom, terwijl usb-apparaten elk een map onder /media krijgen. De inhoud van je hoofdpartitie (in Linux-termen de root-partitie) komt rechtstreeks onder / te staan. Zo staan programma's onder andere in /usr/bin, bibliotheken die door meerdere programma's worden gedeeld (te vergelijken met de dll's onder Windows) in /usr/lib, configuratiebestanden in /etc en andere bestanden in /usr/share.

©PXimport

Tip 05: Systeeminstellingen

Het programma Systeeminstellingen voegt allerlei instellingen samen, te vergelijken met het Configuratiescherm in Windows. Wil je je Linux-systeem naar je hand zetten, dan bekijk je het best alle onderdelen van dit programma eens. We zullen ze hier niet allemaal doornemen, maar beperken ons tot de basis.

De instellingen zijn onderverdeeld in vier categorieën. Onder Uiterlijk vind je instellingen waarmee je het uiterlijk van Cinnamon aanpast. Onder Voorkeuren pas je het gedrag van Cinnamon aan, zoals voor meldingen, vensters en werkbladen en extensies. Onder Apparatuur staan alle instellingen die te maken hebben met je printer, beeldscherm, geluid, bluetooth, energiebeheer, netwerken, toetsenbord en muis enzovoort. Onder Beheer staan tot slot enkele basisinstellingen zoals voor het aanmeldvenster, firewall, gebruikers en groepen, pakketbronnen en het stuurprogrammabeheer. Overigens vind je in het hoofdmenu onder de categorie Voorkeuren naast bovenstaande onderdelen ook nog een aantal andere programma's voor instellingen, zoals Schijven, Uw bestanden delen, Wachtwoorden en sleutels en Werkomgeving delen.

©PXimport

Tip 06: Gebruikers

Door gebruikersaccounts aan te maken, heeft elke gebruiker zijn eigen persoonlijke map waarin hij zijn bestanden opslaat. Ook kan ieder dan zelf het gedrag en uiterlijk van Cinnamon aan zijn smaak aanpassen. Open daarvoor in de Systeeminstellingen het onderdeel Gebruikers en groepen. Je ziet daar één gebruiker staan, degene die we tijdens de installatie van Linux Mint hebben aangemaakt.

Als type staat er voor die gebruiker Beheerder, wat betekent dat je software mag installeren en updaten en systeembrede instellingen mag aanpassen. Een nieuwe gebruiker aanmaken gaat met een druk op de knop Toevoegen linksonder. Het gebruikerstype laat je het best op Standaard staan, zodat de gebruiker geen beheertaken kan uitvoeren. Voer een volledige naam en korte gebruikersnaam in en druk op Toevoegen. Als je de gebruiker een wachtwoord wilt geven, klik dan op Geen wachtwoord ingesteld. Door nu in het hoofdmenu op het knopje Afmelden te klikken, kun je naar de desktop van de andere gebruiker overschakelen. Een klik op Gebruiker wisselen laat je huidige gebruiker daarnaast ingelogd, terwijl een klik op Afmelden eerst je huidige sessie afsluit voor je in het aanmeldvenster de nieuwe gebruiker kunt selecteren. De nieuwe gebruiker kan zijn wachtwoord daarna veranderen in het onderdeel Accountdetails van de Systeeminstellingen.

©PXimport

Tip 07: Firewall

Linux Mint komt standaard met een firewall, maar die is uitgeschakeld. Als je computer op een vertrouwd netwerk zoals thuis is aangesloten, is de firewall in principe niet nodig, want je computer is toch niet rechtstreeks via internet bereikbaar omdat er een router tussen zit en de andere apparaten op je netwerk normaal te vertrouwen zijn. Maar dat is anders als je weleens met een openbaar wifi-netwerk verbindt of een ander netwerk dat je zelf niet helemaal onder controle hebt. Installeer eerst het programma gufw (zie daarvoor het artikel over software onder Linux Mint).

Open dan het onderdeel Firewall in de Systeeminstellingen en verander het profiel van Thuis in Openbaar. Inkomend netwerkverkeer, behalve enkele uitzonderingen, wordt dan verworpen en uitgaand netwerkverkeer is dan toegestaan. Verzeker je ervan dat de Status Aan is. Als je terug op je vertrouwde netwerk bent, verander je het profiel terug naar Thuis. Wil je extra veiligheid, werk dan altijd met het profiel Openbaar. Regels toevoegen kan overigens eenvoudig door op het plusteken te klikken. Kies de toepassing uit de lijst die je netwerktoegang wil geven en klik daarna op Toevoegen.

Veiligheidstips

Voor Linux gelden zo goed als dezelfde veiligheidsrichtlijnen als voor Windows. Installeer updates voor je besturingssysteem en software zodra die beschikbaar zijn (zie daarvoor het artikel over software onder Linux Mint). Installeer alleen programma's uit een betrouwbare bron en beperk je bij voorkeur tot de standaard pakketbronnen van Linux Mint. Beveilig je draadloze netwerk en wees voorzichtig met openbare draadloze netwerken. Surf niet naar schimmige websites en gebruik altijd https als je online gevoelige informatie invult. Een virusscanner op Linux draaien is niet nodig omdat de kans klein is dat je slachtoffer van een Linux-virus wordt, maar doe het gerust als je wilt vermijden dat je zonder dat je het weet Windows-virussen verspreidt. Dit alles is samen te vatten in één zin: gebruik te allen tijde je gezond verstand.

©PXimport

Klaar voor de volgende stap? In het vierde en laatste deel gaan we software installeren en beheren.

▼ Volgende artikel
Broodroosters anno nu: veel meer dan een paar sneetjes toast
© Lightfield Studios - stock.adobe.com
Huis

Broodroosters anno nu: veel meer dan een paar sneetjes toast

Of je nu trek hebt in toast met avocado en een gepocheerd eitje of in een klassieke tosti met ham en kaas: met het moderne broodrooster kan het allemaal. Benieuwd wat broodroosters anno nu zo bijzonder maakt? We vertellen je er alles over.

In het kort: Moderne broodroosters zijn echte alleskunners: naast het roosteren van brood gebruik je ze ook voor het maken van tosti's, het opwarmen van croissants en het ontdooien van bevroren brood. En ze kunnen vaak nog veel meer dan dat. In dit artikel lees je wat moderne broodroosters allemaal kunnen en in welk opzicht ze verschillen van de meer traditionele modellen.

Lees ook: 🥪 Gezonde tosti's om de hele middag op door te gaan

'Ouderwetse' broodroosters doen precies wat ze moeten doen. Je doet er één of twee sneetjes brood in, wacht een paar minuten en plop: daar heb je je perfect gebruinde en knapperige toast. Deze modellen zijn dankzij hun eenvoudige werking nog altijd bij veel mensen in trek, maar er er is ook steeds meer vraag naar modellen die meer kunnen dan alleen brood roosteren. Van het maken van tosti's tot het roosteren van bagels en croissants: met de nieuwste modellen heb je je tosti-ijzer of oven haast niet meer nodig! Veel modellen zijn daarnaast voorzien van allerlei handige extra's, zoals een ontdooifunctie en speciale sleuven voor extra groot of klein brood. En dan hebben we het nog niet eens over de vele bruiningsstanden op moderne broodroosters.

Bruiningsstanden 

Traditionele broodroosters zitten vaak lekker simpel in elkaar, met een draaiknop die je keuze biedt uit drie tot hoogstens vijf standen. Maar het beperkte aantal opties op deze modellen heeft wel als nadeel dat je niet altijd evenveel controle hebt over hoe bruin je sneetjes brood worden. Moderne broodroosters beschikken vaak over veel meer bruiningsstanden, gemiddeld tussen de zes en negen. De lagere standen zijn ideaal voor het licht roosteren van dun of oud brood, terwijl de hogere standen perfect zijn om brood donkerbruin te krijgen of om zwaarder brood zoals volkoren of roggebrood te roosteren. Sommige modellen hebben zelfs slimme sensoren die de dikte van het brood detecteren en op basis daarvan de roostertijd aanpassen. Handig! 

Ontdooifunctie

Brood ontdooien kan best een gedoe zijn. Op het aanrecht duurt het lang, voor gelijkmatig ontdooien in de oven moet je maar net de juiste instellingen weten en in de magnetron wordt bevroren brood snel slap. In een broodrooster met ontdooifunctie wordt het een stuk eenvoudiger. Het enige wat je hoeft te doen, is de bevroren sneetjes brood in het rooster te plaatsen en de ontdooistand te selecteren. Het broodrooster past vervolgens automatisch de tijd en temperatuur aan, zodat je brood gelijkmatig ontdooit zonder dat het verbrandt. Deze functie werkt ook goed voor bevroren croissants of andere kleine broodjes.

©Goffkein - stock.adobe.com

Hoeveelheid sleuven

Voor grotere gezinnen is een broodrooster met maar twee sleuven niet altijd handig. Zeker als jullie gezellig samen aan tafel willen eten, is het niet ideaal om steeds op je beurt te moeten wachten. Gelukkig zijn broodroosters er tegenwoordig in allerlei soorten en maten, met bijvoorbeeld ruimte voor vier sneetjes brood of speciale sleuven voor extra lang brood (denk aan zuurdesem of stokbrood) of breed brood (zelf gesneden brood of croissants en bagels). Sommige modellen beschikken over sleuven met liftfunctie voor kleine sneetjes brood, zodat je je handen niet hoeft te branden. Er zijn ook modellen met een enkele brede sleuf waarin je meerdere sneetjes brood naast elkaar plaatst. 

Extra functies

Naast de ontdooistand hebben moderne broodroosters vaak nog veel meer handige functies. Zoals een opwarmstand die brood alleen opwarmt zonder het te roosteren: handig voor overgebleven croissants of andere afgebakken broodjes. Of een sneltoastfunctie, die brood snel en efficiënt roostert als je haast hebt. Een warmhoudrooster komt mooi van pas als je veel sneetjes brood achter elkaar wilt roosteren: deze houdt je brood tot wel vijftien minuten warm. 

Ook voor tosti's en bagels hebben moderne broodroosters vaak speciale standen. De tosti-stand zorgt ervoor dat het brood langzaam wordt verhit zodat ondertussen de kaas kan smelten. Eventuele meegeleverde tostiklemmen voorkomen dat het een knoeiboel wordt in je broodrooster. De bagelstand is speciaal ontworpen om bagels perfect te roosteren, met een zachte buitenkant en een krokante binnenkant. 

©morkovkapiy - stock.adobe.com

Design

Als je ook de uitstraling van je broodrooster belangrijk vindt, bieden moderne broodroosters je meer dan genoeg keus. Broodroosters anno nu zijn namelijk allang niet meer alleen maar basic zwart of zilver. Steeds meer fabrikanten bieden modellen in stijlvolle kleuren, zoals zachtroze, mintgroen of lichtblauw. Of wat dacht je van een opvallend retromodel in felrood? Gerenommeerde merken als Russell Hobbs, KitchenAid en Smeg verkopen verschillende kwalitatieve broodroosters in een origineel design. Misschien geef je niks om design en ga je liever voor functionaliteit. In dat geval is een broodrooster met transparante zijkanten misschien wat voor jou: hiermee hou je tijdens het roosteren precies bij hoe bruin je sneetjes kleuren.

▼ Volgende artikel
Zo bespaar je flink met groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin*
© encierro - stock.adobe.com
Huis

Zo bespaar je flink met groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin*

Groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin kunnen een flinke besparing opleveren. Zeker als je kiest voor soorten die in de winkel duur zijn, weinig verzorging vragen en jaar na jaar opnieuw groeien. Je hoeft er geen groene vingers voor te hebben en ook geen grote tuin. In dit artikel lees je welke planten slim zijn om te kweken, hoe je begint en waar je op moet letten om zoveel mogelijk uit je oogst te halen.

* Of van je eigen balkon natuurlijk

In dit artikel lees je: • Waarom zelf kweken geld bespaartWelke groenten je makkelijk zelf kweekt, ook in pottenWelke fruitplanten jarenlang opbrengst gevenOf je beter kruiden kunt kopen of zelf zaaienWelke kruiden goed groeien in pottenWanneer je het beste kunt zaaien of plantenHoe je je oogst beschermt tegen slakken, rupsen en vogelsWaarom avocado's kweken in Nederland nauwelijks zin heeftHoe je eenvoudig begint, ook zonder moestuin

Lees ook: Ingemaakt! 4 manieren om zelf thuis voedsel te conserveren

Waarom zelf kweken loont

In de supermarkt kunnen verse bessen, kruiden en biologische groenten behoorlijk aantikken. Een klein bosje rozemarijn kost al snel meer dan een euro, terwijl een rozemarijnplantje je jarenlang voorziet als je 'm goed behandelt. Ook courgettes, cherrytomaatjes en paprika's zijn flink aan de prijs, terwijl je ze zelf makkelijk kweekt, zelfs in een pot.

Daarnaast scheelt het in verpakkingsmateriaal, voorkom je verspilling en smaakt alles verser dan vers. Zelfs op een balkon of klein terras kun je met een paar bakken al behoorlijk wat opbrengen.

Groenten: veel opbrengst, dus dat bespaart geld!

Voor deze groenten heb je weinig ruimte of moeite nodig, terwijl ze wel een goede opbrengst geven.

1. Courgette

Courgette groeit snel, vraagt weinig aandacht en geeft veel vruchten. Eén plant kan je wekenlang oogst opleveren. Toegegeven, in de zomermaanden zijn ze best betaalbaar in de winkel. Maar juist door de grote opbrengst kun je er makkelijk ook iemand anders blij mee maken en je kunt ze inmaken voor de winter.

  • Zaaien: april binnen, mei buiten

  • Zon: veel zon

  • Grond: luchtige, voedzame grond

  • Let op: geef genoeg water, vooral bij warm weer

  • Oogsten: juli t/m september; regelmatig plukken stimuleert nieuwe groei

2. Cherrytomaten

Perfect voor op het balkon. In pot of in de volle grond.

  • Zaaien: maart binnen, uitplanten in mei

  • Zon: volle zon, uit de wind

  • Grond: goed doorlatend en rijk aan voeding

  • Let op: bind ze op en haal regelmatig dieven (zijscheuten) weg

  • Oogsten: juli t/m september; regelmatig plukken stimuleert nieuwe groei

3. Prei

Prei is populair en veelzijdig. Je kunt het hele jaar door zaaien, afhankelijk van de soort (zomer- of winterprei).

  • Zaaien: februari tot juni

  • Zon: zon of halfschaduw

  • Grond: losse, voedzame grond

  • Let op: plant jonge prei diep, dat zorgt voor lange witte stelen

  • Oogsten: juli t/m september; regelmatig plukken stimuleert nieuwe groei

4. Paprika

Paprika's doen het goed in een pot op een zonnig balkon of in een kas. Ze vragen iets meer aandacht, maar zijn het waard.

  • Zaaien: februari binnen

  • Zon: veel zon, liefst beschut

  • Grond: voedselrijke potgrond

  • Let op: paprika's houden van warmte – een kas of warm hoekje helpt enorm

  • Oogsten: augustus t/m oktober; zodra paprika's volledig gekleurd zijn oogsten

5. Rucola

Korte groeicyclus, dus je kunt meerdere keren per seizoen zaaien.

  • Zaaien: maart tot september

  • Zon: liefst halfschaduw, anders wordt het snel bitter

  • Grond: normale tuingrond, niet te droog

  • Let op: jonge rucola is het lekkerst – wacht niet te lang met oogsten

  • Oogsten: mei tot oktober; al 4-6 weken na zaaien

©Brent Hofacker

Fruit: planten voor jarenlange opbrengst

Met fruitstruiken of -bomen leg je de basis voor een structurele besparing. Na het eerste jaar begint de oogst, en die wordt vaak elk jaar groter.

1. Blauwe bes

Duur in de winkel, maar als struik jarenlang opbrengst.

  • Planten: november tot maart

  • Zon: volle zon

  • Grond: zure grond (meng turf door de aarde)

  • Let op: geef bij droogte water met regenwater (geen kalkrijk kraanwater)

  • Oogsten: juli t/m september; vruchten regelmatig plukken als ze volledig blauw zijn

2. Framboos

Geeft snel oogst, kan ook in grote pot op balkon.

  • Planten: najaar of vroeg voorjaar

  • Zon: liefst veel zon

  • Grond: goed doorlatend, voedzaam

  • Let op: snoei oude takken na de oogst voor meer vruchtvorming

  • Oogsten: juni t/m oktober; afhankelijk van ras, pluk zodra rijp

3. Aardbeien

Makkelijk, ook in hangpotten.

  • Planten: maart of augustus

  • Zon: volle zon

  • Grond: luchtige aarde, niet te nat

  • Let op: verjong elk jaar door nieuwe stekken te planten

  • Oogsten: juni t/m september; direct oogsten zodra ze volledig rood zijn

4. Vijg (in pot)

Zelfs op een balkon kun je een vijgenboom houden.

  • Planten: voorjaar

  • Zon: volle zon, beschut plekje

  • Grond: voedzame, goed doorlatende grond

  • Let op: bescherm bij strenge vorst

  • Oogsten: augustus t/m oktober; vijgen oogsten als ze zacht en volledig gekleurd zijn

©Valery Sheiko | draw05 - stock.adobe.com

Kruiden: kopen of zaaien?


Kopen: sneller en makkelijker

Bij kruiden als rozemarijn, tijm, munt en bieslook is een plantje van het tuincentrum of zelfs de supermarkt vaak de handigste optie.

  • Je hebt direct een oogstbare plant

  • Je ziet meteen of de plant gezond is

  • Je bespaart tijd, want kiemen duurt bij sommige soorten weken

  • Vooral houtige kruiden (rozemarijn, tijm) groeien langzaam uit zaad

Belangrijk is wel dat je supermarktplantjes niet als wegwerpkruid gebruikt. Verpot ze in voedzame aarde, geef ze licht, en knip regelmatig bij. Zo gaan ze makkelijk maanden (soms jaren) mee.

Zaaien: zinvol bij snelle groeiers

Kruiden als basilicum, koriander, dille en peterselie kun je prima zaaien, vooral als je ze in grotere hoeveelheden gebruikt.

  • Goedkoop: één zakje zaad geeft veel planten

  • Leuk om te doen in de lente

  • Je kunt steeds nieuwe rondes opkweken

Maar ook hier geldt: zaaien vraagt aandacht. Je hebt een warme, lichte plek nodig en moet zorgen dat de kiemplantjes niet uitdrogen of omvallen.

Kruiden: altijd vers binnen handbereik

Verse kruiden zijn duur, terwijl een plantje vaak jarenlang meegaat. Deze soorten zijn eenvoudig in onderhoud en groeien goed in potten.

1. Rozemarijn

  • Zon: volle zon

  • Grond: droge, arme grond

  • Let op: geef weinig water, winterhard tot -10 °C, snoei regelmatig takjes om groei compact te houden

  • Oogsten: het hele jaar

2. Tijm

  • Zon: veel zon

  • Grond: doorlatend, kalkrijk

  • Let op: snoei regelmatig voor compacte groei, regelmatig toppen

  • Oogsten: hele jaar door

3. Munt

  • Zon: halfschaduw of zon

  • Grond: vochtig, niet te droog

  • Let op: woekert, dus altijd in pot houden

  • Oogsten: maart t/m november; jonge blaadjes smaken het beste

4. Bieslook

  • Zon: halfschaduw tot zon

  • Grond: voedzaam, vochtig

  • Let op: bloeit in zomer, maar dan kun je nog steeds de stengels oogsten

  • Oogsten: maart t/m oktober; knip regelmatig voor verse aanwas

©stockcreations

Wanneer zaaien of planten?

GewasBinnen zaaienBuiten zaaienPlantenOogsten vanaf
Courgetteaprilmeimeijuli–sept
Cherrytomaatmaartmeimeijuli–sept
Preifebruari–maartapril–juni-juli–dec
Paprikafebruari–maartmeimeijuli–sept
Rucola-maart–sept-april–okt
Blauwe bes--nov–maartjuli–aug
Framboos--okt–mrtjuni–aug
Aardbei--maart/augjuni–juli
Vijg--voorjaaraug–okt
Rozemarijn-maart–julimaart–meihet hele jaar
Tijm-maart–julimaart–meihet hele jaar
Munt-maart–julimaart–meihet hele jaar
Bieslook-maart–julimaart–meihet hele jaar
Basilicummaart–meimei–juli-juni–sept
Koriandermaart–aprilapril–juni-mei–aug
Dillemaart–aprilapril–juni-mei–aug
Peterseliefebruari–aprilmaart–juli-mei–okt

Wat te doen tegen slakken, rupsen en vogels?

Zodra het groen gaat groeien, ontdekken ook dieren je tuin. Met deze tips houd je de schade beperkt:

Slakken:

  • Leg koperen munten rond potten of bedden

  • Zet schuilplaatsen zoals omgekeerde bloempotten om ze weg te vangen

  • Kies planten die slakken minder lekker vinden (zoals rozemarijn of tijm)

  • Zet een schoteltje met bier neer

Rupsen:

  • Controleer planten regelmatig op eitjes (onder bladeren)

  • Plant afrikaantjes of dille tussen je groenten – die trekken natuurlijke vijanden aan

  • Gebruik fijnmazig net als je veel last hebt

Vogels:

  • Span vogelnetten over bessenstruiken

  • Hang oude cd's of glimmend lint op om ze af te schrikken

  • Zet een nep-roofvogel in de buurt van je fruit

©APISIT Wilaijit

Kun je zelf avocado's kweken? Hoewel avocado's duur zijn in de winkel, is het niet realistisch om ze zelf te kweken met het idee dat je er ooit van zult oogsten. Je kunt de pit laten kiemen – bijvoorbeeld in een glas water of direct in potgrond – en daar groeit met wat geduld een mooie plant uit. Maar een echte avocado-oogst? Die blijft in Nederland vrijwel altijd uit. De boom heeft jaren nodig om vrucht te dragen, meestal tussen de zeven en tien jaar, en stelt hoge eisen aan temperatuur en licht. Buiten overleeft hij onze winters niet. Zelfs in een kas is het lastig om genoeg warmte en luchtvochtigheid te bieden. Daarbij komt dat veel soorten alleen vruchten dragen als er een tweede, genetisch afwijkende boom in de buurt staat voor kruisbestuiving. Leuk dus als groene kamerplant, maar niet als serieuze manier om geld te besparen op avocado's.

Begin klein, groei vanzelf

Je hoeft niet meteen een hele moestuin aan te leggen. Begin met drie bakken op je balkon of een paar vaste planten in een zonnig hoekje. Kies soorten die je vaak gebruikt en die je veel geld schelen in de winkel. Na een eerste jaar weet je wat werkt en kun je stap voor stap uitbreiden.

 

Moestuinzaden?

Heel veel keus