ID.nl logo
Huis

CMS kiezen: Waar kun je zoal op letten?

WordPress, Joomla en Drupal gaan al heel lang mee, maar de sleet zit er wel een beetje in. Er zijn tegenwoordig veel moderne alternatieven, gebouwd met de laatste technologieën. Wil je een eigen site opzetten en ga je daarvoor een cms kiezen, waar kun je dan zoal op letten? We zetten wat tips uiteen.

Een content management systeem (cms) helpt je om snel een website op te zetten en de structuur en inhoud daarvan te beheren. WordPress is veruit het bekendste en populairste systeem, maar heeft niet bij iedereen de beste reputatie. Zo verdient de codebase niet de schoonheidsprijs, hoewel een eindgebruiker daar niet veel last van heeft.

Ook wordt het systeem soms onderuit gehaald door slecht geschreven thema’s en plug-ins. En door zijn populariteit is het een populair doelwit onder hackers. Je moet dus zowel het platform als de plug-ins goed onderhouden. De aanpassingen in versie 5.0 vallen ook niet bij iedereen in de smaak.

De opvallendste verandering in WordPress 5.0 is de compleet andere editor die de naam Gutenberg draagt. Hiermee kun je ‘blokken’ content toevoegen waar nu vaak shortcodes, page builders of widgets voor nodig zijn. De oude editor heet nu Classic Editor en kun je gelukkig voorlopig ook nog gebruiken. Er is namelijk enorm veel kritiek op de nieuwe editor, al zijn er ook positieve geluiden.

Vooral de gebruiksvriendelijkheid wordt als zwaar onder de maat ervaren, vergeleken met de vertrouwde Word-achtige classic editor.

©PXimport

Van alle websites die met een cms worden beheerd gebruikt volgens W3Techs zo’n 60 procent WordPress! Joomla en Drupal volgen met 5,5 en 3,6 procent op bescheiden afstand. Alle andere cms’en hebben een aandeel van minder dan 0,1 procent.

Dat neemt niet weg dat de nieuwe pakketten die de afgelopen jaren het licht zagen erg interessant zijn. Qua architectuur en veiligheid zijn ze een stuk moderner en ze hoeven niet compatibel te blijven met talloze oudere versies, zoals bij WordPress het geval is.

Framework als basis

Aan de basis van cms’en ligt een programmeertaal als php, python, perl, ruby, go of javascript (node.js) of – steeds vaker – een framework voor zo’n programmeertaal. Door zo’n framework profiteren ze meteen van een groot aantal standaardcomponenten en een goede structuur. Zo hoeven ze het wiel niet opnieuw uit te vinden.

Bij php is dat framework bijvoorbeeld Symfony (onder andere Drupal, Joomla, Bolt, Grav en Pagekit gebruiken dat) of Laravel (October CMS en PyroCMS). Je kunt ook zelf een framework voor je website of toepassing gebruiken maar daar is veel programmeerervaring en tijd voor nodig. Een cms is een veel snellere start. En als er een degelijk framework achter zit kun je daar evengoed op verder bouwen.

Vrijwel alle hostingproviders bieden hosting op basis van php aan omdat het door veel software waaronder WordPress, Joomla en Drupal wordt gebruikt. Het is wel fijn als php 7.2 wordt ondersteund, of op zijn minst 7.0 of 7.1, want de snelheidswinst is aanzienlijk. Veel cms’en kunnen daarmee vanaf zo’n anderhalf tot wel drie keer meer verzoeken (transacties) per seconde verwerken in vergelijking met php 5.6. Er kunnen extra php-modules nodig zijn, zoals pdo, curl, gd, xml en zip, maar die zal een provider op verzoek wellicht toevoegen.

Voor cms’en die geen php gebruiken, maar bijvoorbeeld python (django CMS), ruby (Jekyll), go (Hugo) of node.js (Ghost), wordt het vinden van geschikte hosting uitdagender. Zo kun je voor node.js-hosting in Nederland maar bij enkele partijen terecht, waaronder bHosted (vanaf 12 euro per jaar). Soms zul je verder moeten kijken dan traditionele hostingpartijen. Zo breng je bij Digital Ocean binnen 55 seconden en vanaf 5 dollar per maand een server met Ghost in de lucht. Het makkelijkst is een dedicated server of vps onder eigen beheer, dan kun je alle kanten op.

©PXimport

Databases, thema's en templates

Traditioneel gebruiken cms’en, waaronder WordPress, Joomla en Drupal, MySQL als database of de evenknie MariaDB. Bij de alternatieven is dat soms ook sqlite of PostgreSQL. Er zijn er ook die gewoon een structuur van losse bestanden (flat-file cms genoemd) gebruiken en helemaal geen database nodig hebben. Dat heeft het voordeel dat je met een Git-repository kunt werken.

En dan zijn er ook nog cms’en zoals Jekyll en Hugo, die een geheel statische site genereren die uit losse html-bestanden bestaat. Die kennen natuurlijk wel enkele beperkingen, maar de meeste zijn goed te omzeilen. Wil je bijvoorbeeld een commentaarveld dan kun je dat met Disqus toevoegen. En voor zoekfunctionaliteit kun je Google Aangepast zoeken gebruiken.

Om de artikelen die je met het cms beheert uiteindelijk in je website vorm te geven heb je natuurlijk een ontwerp nodig. Zo’n ontwerp is meer dan alleen de visuals. Het bestaat uit een geheel van html-code, stylesheets, scripts en afbeeldingen en wordt doorgaans een thema genoemd. Bijna elk cms biedt kant-en-klare – soms gratis – thema’s voor een snelle start, maar je kunt ook je eigen thema maken of aanpassen.

Vroeger waren websites en cms’en veel simpeler en werden er eenvoudige templates gebruikt als basis. Tegenwoordig wordt de term template gebruikt voor een enkel (soms zelfs virtueel) structuurgevend bestand dat onderdeel uitmaakt van de cms-core, van een plug-in, of van een thema. Een thema kan bestaan uit honderden of zelfs duizenden losse bestanden, waaronder dus templates.

Wil je de templates aanpassen dan moet je je verdiepen in de bijbehorende templatetaal. Zo’n templatetaal bestaat meestal uit html, programmeercode en specifieke tags en variabelen. Die van WordPress is vastgelegd in de WordPress Codex. Andere bekende voorbeelden zijn Twig (Drupal, Bolt en October CMS) en Handlebars (Ghost).

▼ Volgende artikel
It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game
Huis

It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game

Hazelight Studios, de ontwikkelaar van de succesvolle coöperatieve games It Takes Two en Split Fiction, heeft een nieuwe game in ontwikkeling en is op dit moment bezig met de opnames ervoor.

Enige tijd geleden gaf regisseur Josef Fares al aan dat er een nieuwe game in ontwikkeling was bij de studio, maar nu heeft hij op social media een foto geplaatst waarop Fares te zien is met drie acteurs in motion capturing-pakken. Daarmee wordt dus duidelijk gemaakt dat de opnames voor de game in ieder geval al in volle gang zijn.

Overigens is de identiteit van de acteurs niet bekend. Fares houdt zijn arm voor de gezichten van de acteurs. Mogelijk zijn het dus bekende acteurs en wil hij dat nog verhullen, al is dat speculatie. Over speculatie gesproken: het feit dat er drie acteurs te zien zijn, doet sommige fans vermoeden dat de nieuwe game van Hazelight mogelijk met drie spelers tegelijk te spelen valt in plaats van twee, maar ook dat is nog alles behalve bevestigd.

View post on X

Over de games van Hazelight Studios

Hazelight Studios is gespecialiseerd in het creëren van games die coöperatief doorlopen moeten worden. No Way Out, It Takes Two en Split Fiction vergen allen twee spelers. Daarbij draait het om samenwerken, wat hun games een populaire bezigheid maakt voor gamende koppels en vrienden.

It Takes Two bleek een grote hit voor de studio. In het spel spreekt een dochter van een ruziënd stel een vloek over het tweetal uit, waardoor ze minuscuul worden. Ze zullen moeten leren communiceren en samenwerken om zich uit deze hachelijke situatie te redden, terwijl ze als kleine poppen door een uitvergrote versie van hun huis en tuin reizen.

Na het succes van It Takes Two bracht Hazelight het conceptueel vergelijkbare Split Fiction uit. Die game draait om twee schrijvers, Mio en Zoe, die worden ingehuurd om verhalen te creëren voor een technologie die deze verhalen levensecht kan simuleren. De vrouwen worden door het bedrijf achter de technologie echter gevangen in een simulatie, en in de game wordt er constant tussen de twee verhalen van Mio en Zoe geschakeld. Dat levert zowel fantasievolle als futuristische settings op.

Zowel It Takes Two als Split Fiction komen met een Friend Pass. Dat houdt in dat maar één speler de game hoeft te kopen, en de tweede speler gratis online mee kan spelen. De games zijn ook via splitscreen samen op de bank speelbaar.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Apple is nu de volledige eigenaar van hitserie Severance
Huis

Apple is nu de volledige eigenaar van hitserie Severance

Apple heeft de volledige rechten op de Apple TV-serie Severance overgenomen, en gaat de serie voortaan binnenshuis produceren.

De eerste twee seizoenen van Severance staan al op Apple TV, maar de serie werd geproduceerd door Fifth Season. Apple Studios was alleen de distributeur. Daar is nu verandering gekomen: Apple heeft iets minder dan 70 miljoen dollar betaald voor de volledige rechten op de serie.

Dat betekent dat het bedrijf de productie van de serie voortaan ook zelf gaat doen, al zal Fifth Season wel als executive producer aangesteld blijven. Ook showrunner Dan Erickson en uitvoerden producent Ben Stiller (die we natuurlijk ook kunnen van vele comedyfilms) blijven hun rollen bekleden, dus aan de kwaliteit van de serie verandert als het goed is niets.

Watch on YouTube

Financiële stabiliteit

Volgens Deadline zou de overname mogelijk gedaan zijn om de productie van de show financieel stabiel te houden. In het tweede seizoen waren de productiekosten naar het schijnt zo'n 20 miljoen dollar per aflevering, en Apple kan door zijn formaat dit beter dragen.

Het plan is dat Severance in totaal vier seizoenen krijgt - al worden een vijfde seizoen en een spin-off ook niet uitgesloten. De opnames van het langverwachte derde seizoen moet aankomende zomer starten. De makers van de serie willen eerst de scripts zover mogelijk afkrijgen, zodat ze bij schrijfwerk van de laatste afleveringen van het seizoen nog relatief goedkoop terug kunnen gaan naar scripts van eerdere afleveringen om wijzigingen aan te brengen waar nodig.

Watch on YouTube

Over Severance

De Apple TV-serie Severance draait om Mark S., die een opmerkelijke kantoorbaan bij het bedrijf Lumon Industries heeft: zodra hij op kantoor komt, weet hij niets van zijn leven buiten kantoor. Wanneer hij klaar is en weer naar huis gaat, weet hij niets van zijn werk. Dat komt door een speciale procedure waardoor de herinneringen van de werkplek in het privéleven gescheiden worden.

Dit concept is de voedingsbodem voor een ingewikkelde en verrassende serie waarin Mark samen met zijn collega's langzaam maar zeker probeert te achterhalen hoe de vork precies in de steel steekt bij Lumon. Zoals gezegd zijn er inmiddels twee seizoenen uitgekomen, die beiden op streamingdienst Apple TV te zien zijn.