ID.nl logo
3 mythes rond pc-optimalisatie
© Reshift Digital
Huis

3 mythes rond pc-optimalisatie

In de tijd waarin je Windows 2000-pc meer dan vijf minuten nodig had om een bureaublad te laten zien, kon pc-optimalisatiesoftware daar vaak wel een minuut of meer afsnoepen. Maar werken de oude methodes op de prestaties van de huidige pc's? Kortom: is pc-optimalisatie nog wel nuttig?

Voor een paar tientjes of zelfs gratis een vier keer zo snelle pc! De makers van hulpprogramma's voor systeemoptimalisatie beloven zonder uitzondering gouden bergen en alleen maar voordelen wanneer je hun software gebruikt. Er was inderdaad een tijd dat dergelijke programma's ook echt nodig waren om Windows langere tijd probleemloos te kunnen gebruiken. Een nieuwe versie van PC Tools, Norton Utilities of QEMM386 was een moment waar iedere pc-gebruiker met smart op zat te wachten; eindelijk konden er nog meer problemen van Windows opgelost worden.

Lange tijd had Microsoft ook onvoldoende oog voor problemen, en werd het aan de gebruiker overgelaten om de problemen op te lossen, of niet. Maar die tijd lijkt voorbij, Windows lost de problemen nu zelf wel op. De snelheid van Windows na een jaar intensief gebruik, is niet heel veel lager dan aan het begin. In elk geval niet wanneer je de services die Microsoft aan Windows heeft toegevoegd om het systeem op snelheid te houden, gewoon hun werk laat doen. De noodzaak hier aparte tools voor te installeren lijkt daarmee overbodig. Of zou er nog wel voordeel in een apart programma voor defragmentatie of geheugenbeheer zitten?

©PXimport

De programma's voor systeemoptimalisatie beloven vaak heel veel betere prestaties.

Het Windows-register

Het register is een bekende zwakke plek van Windows. In het register bewaren het besturingssysteem en alle programma's die je installeert, informatie over hun configuratie. Het register is een hiërarchische database, dus met een opbouw die doet denken aan een mappenstructuur. In elke map kan een stuk configuratie-informatie zitten (een sleutel) maar ook een aantal submappen met submappen en submappen tot je uiteindelijk pas veel dieper bij een sleutel komt. Start de register-editor (met het commando regedit) en je ziet dit ook direct terug.

Zoek je met F3 en herhaal je de zoekopdracht, dan merk je ook dat configuratiegegevens voor een bepaald programma of een hardwarecomponent op heel veel verschillende plekken in het register voorkomen.

Dat het register geldt als een zwakke plek, komt voor een belangrijk deel doordat het bij dagelijks gebruik eigenlijk alleen maar groeit en nooit kleiner wordt. Er wordt vooral informatie aan toegevoegd en eigenlijk nooit opgeruimd. Wanneer je een programma installeert en meteen weer verwijdert, blijven er vele MB's aan daarna nutteloze gegevens en instellingen in het Windows-register achter. Het register groeit hierdoor tot wel 500 MB of meer en bevat dan heel veel nutteloze informatie. Maar is dat ook erg? Wel volgens de leveranciers van register-cleaners. Programma's om het register op te schonen en te ontdoen van de overbodige gegevens zijn erg populair en zowel betaald als gratis te krijgen. Register-cleaners claimen de computer sneller te maken door 'registerfouten' te verwijderen en zo crashes te voorkomen. Ook speuren ze verweesde instellingen op die zijn achtergebleven toen de bijbehorende software werd verwijderd. Tot slot claimen register-cleaners 'corrupte en beschadigde' gegevens te verwijderen. "Het effect van het opschonen van het register is een kleiner register. Het register wordt met Windows geladen en de grootte van het register heeft dus direct invloed op de systeemprestaties. Daarnaast kunnen fouten uit het register gehaald worden. In dat geval maakt het opschonen van het register de pc stabieler" aldus de TechSupport van WiseCleaner.

©PXimport

Ashampoo Registry Cleaner is een van hulpprogramma's om het register op te schonen.

Ecosystem Team

Dat Windows steeds beter voor zichzelf zorgt en vaak al met nieuwe technieken overweg kan voor ze ook maar echt in de winkel liggen, is te danken aan het Windows PC Ecosystem Team. Dit team is opgezet binnen Microsoft nadat Windows Vista direct al bij de introductie grote problemen had met videodrivers van NVIDIA en diverse hardware van HP. Beide problemen waren wel bekend tijdens de ontwikkeling van Vista, maar hadden nooit de aandacht gekregen die ze verdienden. Niemand binnen Microsoft had zich er echt voor ingezet ze op te lossen.

Het Windows PC Ecosystem Team bestaat uit een aantal Windows-engineers die heel nauw samenwerken met de hardwarefabrikanten. Zij zorgen ervoor dat elke nieuwe chip, elk nieuw aanraakscherm, elk nieuw opslagmedium en elke nieuwe hardware-standaard, wordt vertaald naar een aanpassing van een driver. Plus, wanneer er een echte aanpassing in Windows nodig is, zetten ze deze op de roadmap van de Windows-ontwikkelaars.

©PXimport

Bij wijzigingen in het Windows-register waarschuwt Microsoft dat deze het systeem ook instabiel kunnen maken.

Vervuiling?

We testen verschillende register-cleaners. De populairste is ongetwijfeld het gratis CCleaner, maar ook minder bekende en betaalde versies zoals Ashampoo Registry Cleaner, Wise Registry Cleaner en de opruimfunctie voor het Windows-register in Norton Utilities laten we draaien. Dat de scanresultaten grotendeels gelijk zijn, bewijst dat vervuiling van het register voorkomt en de definities die daarvoor gelden ook ongeveer gelijk zijn. Minder duidelijk wordt echter wat het verwijderen van de fouten vervolgens oplevert - behalve het gevoel goed werk te hebben verricht. Hoe erg is het als er koppelingen in het register staan naar helpbestanden die er niet zijn, als je alle hulp met computer en software wel via Google zoekt? Hoe erg is het als er een bestandsformaat niet aan een bepaald programma gekoppeld is zolang alle bestandsformaten die je wel gebruikt, dat wel zijn? Lastig is bovendien dat de programma's ook niet helpen te begrijpen wat deze fouten betekenen of wat de impact ervan is. Een paar honderd of zelfs duizend gevonden fouten, maakt het praktisch onmogelijk er zelf ook maar kritisch naar te kijken. Er is geen andere optie dan alles door de register-cleaner ongezien te laten verwijderen, wat meteen ook het meest risicovol is om te doen.

Vervuiling in het Windows-register is niet te voorkomen. De impact van de fouten is in de praktijk echter zo gering dat het misschien maar beter is ze niet op te schonen. Je voorkomt dat er echt iets mis gaat en bespaart tijd en moeite. Merkbare snelheidswinst zul je alleen boeken wanneer de computer maar net aan de specificaties van Windows voldoet. Upgraden met een SSD en meer geheugen zijn het echte medicijn voor zo'n pc, het register opschonen is slechts symptoombestrijding.

©PXimport

Als alles 'hoge prioriteit' heeft, heeft uiteindelijk niets meer hoge prioriteit.

©PXimport

De gratis CCleaner doet niet onder voor de betaalde register-vegers.

Is er nog toekomst voor het Windows-register?

Ook komende versies van Windows zullen nog een Windows-register kennen. Wel zal de rol in Windows 10 opnieuw kleiner worden. De apps binnen Windows gebruiken het register bijvoorbeeld niet. Alle code van een app zit in een soort container inclusief eventuele configuratiegegevens. Daar komt bij dat Microsoft met Windows 10 een echt nieuwe kernel (kern van een besturingssysteem) introduceert die een samenvoeging is van de kernel voor Windows Phone en die van Windows 8. Deze moet op elk apparaat gebruikt kunnen worden, dus behalve computer en smartphone ook op tablets, Xbox en apparaten als de Raspberry Pi.

Fragmentatie

Fragmentatie treedt op als bestanden worden opgeslagen op een harde schijf. Het staat eigenlijk voor de versnippering van de gegevensopslag en die zorgt voor vertraging. Heeft de computer een bestand nodig, dan verplaatst de kop van de harde schijf zich over de ronddraaiende schijf waarop de gegevens staan. In de optimale situatie staan de gegevens als één lange streep op de schijf. In de praktijk is dat vaak niet zo en moet de kop van de harde schijf om een bestand te lezen een aantal sprongen maken naar de plekken op de schijf waar telkens een deel van de gegevens staat. Dit is het gevolg van de manier waarop het bestandssysteem een schijf indeelt en elk vakje met gegevens adresseert. Bij langer gebruik neemt de mate van fragmentatie toe en kost het lezen en schrijven van gegevens steeds meer tijd. De pc wordt dan trager. Dit geldt overigens alleen voor de traditionele harde schijf, zie het kader 'SSD defragmenteren?'. Het defragmenteren van een SSD is zelfs schakelijk.

Defragmenteren is de oplossing voor fragmentatie. Bij defragmentatie worden de blokjes met gegevens opnieuw gerangschikt op de harde schijf zodat in het optimale geval om een bestand te lezen, telkens maar één beweging van de kop nodig is. De harde schijf is het langzaamste onderdeel van een computer, de impact van defragmentatie op de systeemprestaties daardoor groot.

Het goede nieuws is echter dat Windows het (opnieuw) inmiddels zelf regelt! Met XP introduceerde Microsoft een defragmentatiefunctie in de consumentenversie van Windows, maar die moest nog apart gestart worden. Dat gaf ruimte aan de makers van defragmentatiesoftware om het defragmenteren volledig te automatiseren. Destijds hadden deze programma's dus wel bestaansrecht. Maar sinds Windows Vista defragmenteert Windows de harde schijven automatisch op een moment dat de pc niet gebruikt wordt. Je hoeft er niets voor te doen om de computer op snelheid te houden en merkt er ook nog eens niets van ... allemaal standaardfunctionaliteit van Windows.

©PXimport

De defragmentatie van Windows doet stil en zonder ommezien uitstekend werk.

SSD defragmenteren?

Hoewel een SSD en een klassieke HDD dezelfde functie vervullen en Windows er ook nauwelijks onderscheid tussen maakt, is de interne werking van deze twee totaal verschillend. Bij de SSD ontbreken bewegende delen en is de toegangstijd tot de data overal hetzelfde, ongeacht op welke plek en in welke geheugenchip die gegevens staan. Is defragmentatie bij een harde schijf noodzakelijk, bij een SSD kan het schadelijk zijn! Windows 7 en 8 beschikken over voldoende kennis om een SSD te herkennen en de instellingen erop aan te passen.

©PXimport

Magisch defragmenteren

Er zijn nog wel aparte programma's voor defragmentatie. Magical Defrag van Ashampoo biedt net als de defragmentatie in Norton Utilities nog maar weinig extra's als het gaat om de defragmentatie zelf. De uitzondering is O&O Defrag dat heel veel inzicht geeft in de fragmentatie en meerdere manieren biedt om te defragmenteren. Je kunt daarmee de systeempartitie volgens een andere systematiek defragmenteren dan een datapartitie, de eerste bijvoorbeeld gesorteerd op bestandsnaam, de tweede op datum van de laatste gebruik. Heel mooi, maar merkbaar sneller wordt de pc er niet van. De standaard defragmentatie van Windows is - zo lijkt het - goed genoeg en werkt helemaal automatisch. De SSD heeft de betekenis van defragmentatie verder beperkt, hetzelfde geldt voor de nieuwste harde schijven die veel sneller zijn en ook vaak cachegeheugen gebruiken om data sneller te kunnen leveren. Het is dus niet nodig om nog tijd en geld te besteden aan het oplossen van een probleem dat in huidige Windows-versies vanzelf wordt opgelost.

©PXimport

O&O Defrag 18 komt met heel veel opties en mogelijkheden maar doet uiteindelijk toch maar alleen defragmentatie.

©PXimport

Om te bewijzen dat defragmentatie winst oplevert, biedt O&O gratis een programma dat de mogelijke winst door defragmentatie berekent.

Een schone installatie

Als niets meer werkte en ook de tooltjes Windows niet meer konden fixen, dan was een schone installatie lange tijd het enige antwoord. De harde schijf formatteren en helemaal opnieuw beginnen. Menno Schoone begon er in een periode van ernstige ziekte een website over die nog altijd bestaat en zeer succesvol is. Met een knipoog naar zijn achternaam gaf Menno onder het motto "Een Schoone PC is een optimale PC" op zijn site tips voor het snel opnieuw inrichten van Windows. Gedwongen door de verbeteringen in Windows heeft hij inmiddels de koers van zijn site aangepast. "De hardware is zo snel geworden dat de tijd die het kost om Windows te optimaliseren, niet meer opweegt tegen de daaruit voortvloeiende prestatiewinst. Windows kan nu vrijwel out-of-the-box gebruikt worden, zelf sleutelen onder de motorkap is daarom zelden zinvol", aldus Menno. "Ik heb de focus verlegd van de techneut naar de gebruiker. Het gaat niet meer om het installeren of optimaliseren van Windows maar om het verhogen van computerkennis en vaardigheden."

Als het gaat om tooltjes is Menno helder: "Ik heb gemerkt dat al die clean- en systeemtools voor meer problemen zorgen dan ze problemen oplossen. De enige waar ik nog een beetje vertrouwen in heb is CCleaner, maar dan alleen voor privacy en dan alleen om het hoogstnoodzakelijke te verwijderen. Zelf gebruik ik hem niet en hij staat ook niet op mijn website vermeld."

©PXimport

Door de veranderingen in Windows is de website van Menno Schoone nu een heel andere site dan in het XP-tijdperk.

Geheugenoptimalisatie

Van de drie optimalisatieprogramma's zijn de geheugenmanagers het meest achterhaald door de tijd en de ontwikkelingen in Windows. Tools om het geheugen van Windows te beheren, claimen geheugen vrij te maken. Dat klinkt goed maar is het niet. Je koopt geen duur geheugen om het niet te gebruiken. Moderne besturingssystemen gebruiken juist al het geheugen dat er is. Deze ontwikkeling is voor Windows begonnen bij NT4. Elk stukje RAM-geheugen wordt gebruikt en dat kan heel veel zijn.

Zeker de 64bit-versie van Windows kan heel veel geheugen adresseren en gebruikt het ook echt. Applicaties worden geladen, data worden in cache geplaatst. En daarbij wordt ook virtueel geheugen gebruikt, waarbij een stukje opslagruimte als tijdelijk werkgeheugen wordt ingezet, zelfs als het eigenlijk niet nodig is. Dit wordt allemaal gedaan om op het moment dat het wél nodig is, niet nog allerlei tijdrovende en dus vertragende acties te hoeven uitvoeren. Windows is hier zo goed in geworden dat het best een uitdaging is een 64bit-computer op de knieën te krijgen door alleen maar programma's te starten.

Als een geheugenmanager echt in staat zou zijn om de manier waarop Windows met het geheugen omgaat te veranderen, dan zou dat de computer onherroepelijk trager maken en vermoedelijk ook instabieler. Gelukkig kunnen geheugenmanagers dat helemaal niet. Net als alle andere programma's, kan een geheugenmanager namelijk alleen in 'user mode' van Windows zijn acties uitvoeren en daar zijn de mogelijkheden maar zeer beperkt.

Hoe werken deze programma's dan? Als Windows start, wordt eerst de opstartcode geladen en daarna de kernel. Op dit moment wordt ook het geheugen ingedeeld. Een geheugenmanager kan pas hierna actief worden. Doorgaans forceren deze programma's applicaties meer gegevens naar het virtueel geheugen te schrijven dan Windows zelf nodig vindt, of ze claimen juist zelf heel veel geheugen om zo Windows te dwingen andere applicaties gegevens naar het virtueel geheugen te schrijven. Daarna laat de geheugenmanager het geheugen snel los en creëert het zo 'vrij geheugen', dat echter al snel weer door Windows zal worden weggeven voor echt nuttig gebruik. De TechSupport van WiseCleaner laat ons weten: "Wise Memory Optimizer kan geheugen vrijmaken en vrijgeven aan nuttige applicaties dat door inactieve processen wordt gebruikt. Maar de belangrijkste en unieke mogelijkheid is dat het programma het geheugen kan defragmenteren. Het voegt alle kleine ongebruikte geheugenblokjes samen tot een groter geheugenblok dat weer in zijn geheel gebruikt kan worden".

Liever msconfig

Geheugenmanagers zijn totale onzin en eerder schadelijk voor de pc dan dat ze goeddoen. Prik geheugen bij, stap van een 32bit-versie van Windows over naar 64 bit, en schakel programma's die onnodig met Windows opstarten uit in msconfig of via het Taakbeheer. Al het overige geheugenbeheer kun je beter aan Windows over laten. Dat is wel zo veilig en zeker beter!

©PXimport

Geheugenbeheer in Windows is sinds NT4 zoveel beter geworden.

Expert-modus

Wat doen computerexperts zelf om hun computer top fit te houden? Lars van Beek is Technisch Product Manager Windows bij Microsoft Nederland en verantwoordelijk voor Windows Vista, 7 en 8 in Nederland. Van Beek is nauw betrokken bij de productontwikkeling van Windows en bekend met de interne werking van Windows. "Op mijn werk installeer ik wekelijks nieuwe versies van Windows 10. Dat scheelt natuurlijk ook. Maar de pc's thuis draaien al jaren prima en zonder extra tooltjes. Ik vertrouw op de automatische defragmentatie en daarnaast controleer ik in Taakbeheer wat er allemaal start. Daarnaast check ik de prestaties en processen in Taakbeheer, daar loop ik ook wel eens doorheen."

Joris Peterse is redacteur bij Computer!Totaal en heeft een haat-liefde-verhouding met Windows. "Zo min mogelijk installeren. Ik zorg ook dat alles dat ik geïnstalleerd heb niet met Windows meestart, dus ik loop regelmatig msconfig door. Wanneer ik iets nodig heb, start ik het zelf, evenals een virusscan. Verder zorg ik dat mijn (vrij kleine) SSD altijd ruimte heeft. Ik installeer alles op de grotere harde schijf behalve Windows, drivers en zoiets als Firefox."

Conclusie

De tijd van de betaalde programma's voor systeemoptimalisatie is voorbij of nadert zijn einde. Windows is steeds beter in staat zijn eigen onderhoud te doen en doet dat ook echt goed. Het aantal situaties waarin nog een apart programma nodig is om ontbrekend onderhoud van Windows uit te voeren of beter uit te voeren, is zeer beperkt. Een grote of langdurige impact op de prestaties moet je er dan ook niet van verwachten. Goede hardware en upgraden naar een SSD en meer geheugen zijn betere maar ook duurdere oplossingen voor problemen met een trage computer. Even geen geld en een te trage pc? Kies dan voor een Windows-herinstallatie.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.