ID.nl logo
Tien tips voor het perfecte zelfportret
© Reshift Digital
Huis

Tien tips voor het perfecte zelfportret

Staat jouw hoofd ook altijd maar half op de foto als je een selfie neemt? Of ben je standaard over- of juist onderbelicht? Dan kun je wel wat selfie tips gebruiken. Tenslotte kunnen de smartphone van vandaag de dag enigszins wedijveren met professionele camera’s. De perfecte selfie ligt dus binnen handbereik met deze tien selfie tips.

1 Zoek het natuurlijke licht op

Natuurlijk licht is altijd mooier op een foto dan je flits of het licht van een lamp. Om dus een echt mooi resultaat te krijgen, moet je dit natuurlijke licht opzoeken door bijvoorbeeld bij een raam te gaan staan. Wist je trouwens dat bewolkte dagen de beste dagen zijn om foto’s te maken? Fel zonlicht kan op foto’s namelijk voor donkere schaduwen en harde lijnen zorgen. Voor het maken van selfies kun je hier natuurlijk mee spelen maar als je een object zou willen fotograferen, is een harde schaduw onwenselijk.

2 Veeg je lens schoon

Als je wil dat je foto mooi scherp is, zonder gekke vlekken of vegen, dan moet je je lens schoonhouden. Een schone lens zorgt namelijk voor kraakheldere en goed gefocuste foto’s. Microvezeldoekjes die soms als brilpoetsdoekjes worden verkocht, lenen zich erg goed voor het schoonmaken van je lens.

3 Gebruik je timer

De selfie waarbij je je smartphone op een armlengte afstand houdt, is natuurlijk bij iedereen bekend. Het levert echter niet altijd de mooiste foto’s op. Maak daarom gebruik van de timer op je telefoon zodat je meer dan alleen je hoofd en nek op de foto kan zetten. Bij veel telefoons kun je handgebaren instellen voor bepaalde acties. Je kunt dus zelf een timer instellen of kijken of er een handgebaar beschikbaar is dat je in kunt stellen om je timer te activeren.

©CIDimport

4 Perfectioneer je pose

Een goede houding is het halve werk van een geslaagde selfie. Kijk daarom welke hoek het beste voor jou werkt. Over het algemeen geld dat foto’s die van onderaf worden genomen, je gezicht dikker maken of je lichaam kleiner. Let er ook op dat je geen lichaamsdelen tegen elkaar aandrukt maar deze iets van elkaar afhoudt. Ook beweging doet het goed op foto’s. Doe bijvoorbeeld alsof je loopt en loop heel langzaam richting de camera. Of begin met lachen om een echte oprechte lach op te wekken. Kun je wat inspiratie of tips gebruiken? Op Youtube en sociale media zijn er talloze video’s te vinden van fotografen die uitleggen hoe je het beste kunt poseren. Zoek hiervoor op ‘how to pose’ of ‘posing tips’. Het is misschien niet comfortabel, maar het levert wél een goede foto op.

5 Wees creatief

Wil je een unieke foto maken? Dan zijn er eindeloze mogelijkheden om je selfie een creatief randje te geven. Maak bijvoorbeeld gebruik van wat props zoals planten, boeken of iets anders dat er uitspringt op de foto. Ook in je houding kun je veel creativiteit leggen. Een foto voor een witte muur terwijl jij in het midden van het beeld staat met je armen langs je lijf, is weinig uitdagend. Probeer eens wat nieuws, trek een gekke bek of ga op een andere manier zitten. Of zoek bijvoorbeeld een interessante locatie op om aan de slag te gaan. Jouw fantasie is grenzeloos dus maak er gebruik van!

©CIDimport

6 Gebruik hulpmiddelen

Statieven en selfiesticks kunnen écht heel handig zijn om net dat beetje extra afstand op je foto te creëren. Schaam je dus niet wanneer je je selfiestick op vakantie uit je tas haalt. Het ding heeft tenslotte niet alleen een goede foto als voordeel, je hoeft ook geen andere mensen te vragen een foto van je te maken én je houdt zelf de regie. Daarnaast werkt een statief ook goed als je thuis foto’s wil maken. Zet het statief met je telefoon bijvoorbeeld op een tafel met een stapel boeken om een betere hoek voor je foto te maken. Bewerkingssoftware telt overigens ook als een hulpmiddel dat je niet links moet laten liggen. Door het bewerken van je foto en het spelen met de kleuren en het licht, kun je je plaatje tot leven wekken.

©CIDimport

7 Zet je grid/raster aan

Om een esthetisch mooie foto te maken, is het zowel bij selfies als bij gewone foto’s belangrijk dat het beeld dat je schiet in balans is. Het aanzetten van je grid/raster helpt hierbij. Hiermee kun je namelijk zien waar op de grid/op de foto je object of persoon staat en zodoende kun je de gouden regel van drie toepassen. Deze compositieregel van derden zorgt ervoor dat de foto automatisch als een sterker geheel overkomt.

8 Gebruik de camera aan de achterkant

Het is natuurlijk een stuk overzichtelijker om de camera aan de voorkant van je telefoon te gebruiken wanneer je selfies schiet. Zo kun je jezelf tenslotte steeds zien en je houding aanpassen. Deze camera is echter altijd van mindere kwaliteit dan de camera aan de achterkant van je telefoon. Wil je dus voor perfectie gaan? Zet dan je telefoon in een statief, gebruik de timer en wissel naar de camera op de achterkant van je telefoon.

©CIDimport

9 Focus

Hoewel de meeste telefoons een autofocus modus hebben, kun je je toestel ook een handje helpen. Tik bij het maken van een foto altijd op je scherm op het object waarop je wil focussen. Dat geldt ook voor het maken van een selfie. Ga maar eens bij een raam staan en kijk wat het verschil is als je wel en niet op je gezicht tikt voordat je een foto maakt. Tip: tik ook eens op het lichtste deel van je gezicht waar het (zon)licht op valt. Hiermee kun je spelen met licht en schaduw en creëer je een interessant effect.

10 Vraag iemand anders om hulp

Goed, als je deze tip opvolgt, is het officieel geen selfie meer maar een portret. Desalniettemin kan het erg helpen om iemand anders om hulp te vragen. Zeker wanneer deze persoon ervan houdt om foto’s te maken en hier goed zicht op heeft. Deze persoon kan je ook aanwijzingen geven over wat mooi staat of hoe je je gezicht of lichaam moet draaien voor het beste resultaat. Daarnaast kan het een leuke oefening voor jullie beiden zijn en kunnen jullie afwisselen.

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.