ID.nl logo
Huis

De vele servertoepassingen van Bitnami

Voor zowat alle mogelijke servertoepassingen bestaan kant-en-klare oplossingen bij een of andere aanbieder. Een interessant alternatief is om deze te draaien op een eigen toestel of op een gehoste server. In dit artikel stellen we je enkele toepassingen van Bitnami voor.

Waarom zou je kiezen voor Bitnami? Omdat er nogal wat nadelen kleven aan de makkelijkere alternatieven. Na een korte proefperiode moet je in de meeste gevallen immers betalen. Je hebt bovendien erg weinig zeggenschap over de configuratie of de werking van zo’n applicatie. En dan is er nog de prangende vraag hoe gewetensvol de aanbieders met je privacygevoelige data omspringen.

Daarom kijken we naar Bitnami, waarmee veel mogelijk is. Van een snelle demo in je browser over een (gratis testopstelling op een) gehoste server in de cloud, tot je hoogsteigen server. Het grootste probleem zal vooral een luxeprobleem zijn, want Bitnami biedt keuze uit meer dan 150 webapplicaties.

Stacks

Alles begint met een bezoek aan Bitnami.com, waar je door een indrukwekkend overzicht van alle ondersteunde pakketten wordt verwelkomd, door Bitnami ‘stacks’ genoemd. Gelukkig vind je aan de linkerzijde een handige rubricering. Open je hier bijvoorbeeld e-Commerce, dan krijgt je namen te zien als Magento, PrestaShop en OpenCart, en in de rubriek CMS vind je pakketten als Drupal, Joomla!, WordPress (en nog een 25-tal andere).

Zodra je de gewenste stack in het vizier hebt klik je die aan. Wijzelf nemen DokuWiki (in de rubriek Wiki) als voorbeeld, maar deze keuze is voor jou niet eens zo belangrijk. Als het goed is verschijnt een scherm met enkele gebruikersrecensies en een reeks kleurrijke knoppen. Met deze laatste bepaal je hoe je de stack gaat opzetten: als een snelle demo in je browser, op een gehoste server, als een lokale installatie of in een zogenoemde ‘container’. Op de laatste na komen ze allemaal aan bod in dit artikel.

©PXimport

Browserdemo

Laten we met de eenvoudigste en snelste modus beginnen. Druk alvast op de knop Demo in browser. Je dient je wel eerst even bij Bitnami aan te melden. Dat kan met een afzonderlijk account maar je kunt je onder meer ook via Google+ of Facebook registreren. Meteen erna verschijnt het bericht dat je server wordt klaargezet. Instructies om de server te benaderen worden doorgaans al na enkele minuten naar je mailbox gestuurd.

Tegelijk duikt de knop Go To Application op je scherm op, evenals de standaardgebruikersnaam en het bijhorende wachtwoord voor je server; normaliter is dat user en bitnami. Houd er wel rekening mee dat deze serveromgeving slechts één uur actief blijft. Je doet er dus verstandig aan de serverdemo te activeren op het moment dat je er ook een uur de tijd voor hebt.

Een browserdemo is een handige manier om snel even kennis te maken met de beoogde server, maar als je er aan denkt om die serverapplicatie echt te gaan gebruiken dan kun je uiteraard beter kiezen voor een meer solide oplossing. Ben je niet meteen te vinden voor een lokale installatie, dan kun je overwegen om je server bij een specifieke aanbieder in de cloud te laten hosten.

Bitnami maakt ook deze oplossing laagdrempelig: je kunt niet alleen uit diverse cloudaanbieders kiezen – waaronder het grote trio Amazon Web Services, Google Cloud Platform en Microsoft Azure – je kunt bij zo’n aanbieder bovendien tot tien demoservers activeren die je elk één uur gratis mag proberen.

Aanbieder kiezen

Druk op de pagina van de gewenste serverapplicatie op de knop Launch in the cloud en kies de gewenste aanbieder (wij kozen voor Google Cloud Platform).

Er verschijnen nu een reeks instelbare opties voor de virtuele server, maar die komen pas beschikbaar wanneer je voor de betaalde versies gaat. Daar heb je ook echter ook een cloud-account voor nodig – aan te vragen via de link op de webpagina. Je kunt dan onder meer aangeven welk opslagtype je wilt (ssd of harde schijf), hoeveel opslagruimte je nodig hebt, hoe de prestaties van de server zelf moeten zijn (processorkernen, geheugen, enzovoort). Je ziet dan ook hoeveel je keuzes je ongeveer zullen kosten op maandbasis.

Wij gaan hier echter voor de gratis demo en dus klik je op Demo in Browser (10 launches left). Bevestig met Launch Demo. Je gratis demo wordt nu op de gevraagde server voorbereid. De voortgang kun je bovenaan de webpagina volgen. Enkele minuten later kun je al aan de slag via de knoppen Go to application en Go to administration. De nodige aanmeldgegevens verneem je in het vak Credentials (of via e-mail).

©PXimport

Lokale installatie

Wil je het helemaal gratis houden en houd je het liefst zoveel mogelijk in eigen beheer, dan klik je op de webpagina van de serverapplicatie de knop Local install aan. In de meeste gevallen zijn er downloads voor drie platformen beschikbaar: Windows, MacOs en Linux. In dit artikel gaan we met het installatiepakket voor Windows aan de slag. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand om het te installeren. In principe mag je de standaardinstellingen ongemoeid laten. Kies wel een login-id met een gebruikersnaam en een stevig wachtwoord. Laat het vinkje weg bij Launch […] in the cloud with Bitnami en start de lokale installatie met Next.

Zonder dat je het goed beseft wordt niet alleen de serverapplicatie geïnstalleerd maar ook alle servercomponenten die de applicatie nodig heeft. In de meeste gevallen betekent dit dat een complete WAMP-installatie wordt uitgevoerd: zowel Apache, Mysql als php belanden op je schijf. De installatie van een webserver verklaart meteen waarom je firewall aan de alarmbel trekt en je vraagt of er een netwerkverbinding mag worden opgezet. Die mag je uiteraard groen licht geven.

Je bent nu klaar om de applicatie te starten. Die vind je in het Windows-startmenu onder de naam Bitnami DokuWiki Stack Manager Tool. In principe hoef je niet meer te doen dan op het tabblad Welcome de knop Go to Application in te drukken, maar voor alle zekerheid open je hier eerst even het tabblad Manage Servers. Je ziet hier welke componenten geïnstalleerd en actief zijn, zoals de Apache Web Server.

Normaliter hoef je hier niets te wijzigen, maar mocht je bijvoorbeeld al een andere server draaien hebben en weigert Apache dienst, druk dan op de knop Configure en probeer het nogmaals door het poortnummer te wijzigen. Standaard is dat poort 80 maar je kunt het bijvoorbeeld met poortnummer 8080 proberen. Bevestig met OK. Wanneer je vervolgens Go to Application aanklikt, merk je dat je browser wordt gestart met als adres http://localhost (of http://localhost:<poortnummer> indien je niet poort 80 had ingesteld).

Beheren

Standaard beland je als gewone gebruiker in de webapplicatie, maar aangezien je die wilt beheren dien je je af en toe ook als administrator aan te melden. Hoe je dat precies doet hangt ook wel af van de webapplicatie, maar meestal vind je ergens een knop of link waarmee je als administrator kunt inloggen.

Bij DokuWiki bijvoorbeeld vind je rechts bovenaan Log in, waar je je met je eerder opgegeven account-id aanmeldt. Na een succesvolle aanmelding krijg je bovenaan Admin te zien en dat is de toegangspoort tot de beheermodule.

Klik hier op Configuration Settings, zodat je onder meer de titel van je wiki kunt wijzigen of de Interface language op nl kunt instellen. Je vindt hier vele tientallen instelbare opties. Bevestig je aanpassingen door helemaal onderaan op Save te drukken. Je keert terug naar je beginpagina door het DokuWiki-pictogram (linksboven) aan te klikken.

Er zijn tot slot nog heel wat andere zaken die je vanuit de beheermodule kunt regelen, zoals het Gebruikersbeheer, Toegangsrechten, Template stijl-instellingen en allerlei Uitbreidingen.

©PXimport

Port forwarding en dynamische dns

In principe kun je je lokaal geïnstalleerde serverapplicatie meteen vanuit je gehele thuisnetwerk bereiken, op voorwaarde natuurlijk dat er nergens een firewall in de weg zit. Het volstaat in een browser het interne ip-adres van de machine in te vullen waarop je serverapplicatie draait. De kans is echter groot dat je pc’s zich achter een (nat-)router bevinden en dat maakt het meteen een stuk lastiger om je serverapplicatie ook van buitenaf te bereiken.

Je kunt dan wel het externe ip-adres van je router invullen in een browser, wanneer je met een pc vanaf je eigen netwerk surft), maar de router moet natuurlijk wel weten welke server je precies wilt bereiken. Dat kan door op je router ‘port forwarding’ in te schakelen naar die machine. Uiteraard moet je dan wel de juiste poort doorlussen (standaard poort 80, tenzij je dat hebt aangepast). Raadpleeg desnoods https://portforward.com/router.htm om ook voor jouw router uit te vissen hoe je dat precies aanpakt.

Er kan echter een bijkomende hindernis opduiken, namelijk wanneer je internetprovider je (router) een dynamisch ip-adres toekent. Beter dan voortdurend zelf het actuele adres te moeten opvragen kun je een dynamisch dns-service inzetten zoals het gratis No-IP. Deze service zorgt ervoor dat je router bereikbaar wordt onder een hostnaam als mijndokuwiki.ddns.net.

Een lokaal te installeren tooltje bewaakt op de achtergrond het achterliggende, dynamische ip-adres en zodra je provider dat wijzigt, geeft de tool het nieuwe adres aan de NoIP-dienst door. Wellicht zit zo’n dynamische dns-functie overigens al in je router ingebouwd.

▼ Volgende artikel
Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8
© monticellllo
Huis

Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8

De opensource kantoorsuite LibreOffice blaast 40 kaarsjes uit en viert dat met een sprong voorwaarts. Welke vernieuwingen vallen ons op in de recente versie en hoe maken ze de onderlinge samenwerking tussen gebruikers makkelijker?

LibreOffice kent een lange geschiedenis in verschillende vormen die teruggaat tot 1985. Toen verscheen het eerste programma onder de naam StarWriter. Vijftien jaar later belandde de suite bij de open-sourcegemeenschap en werd ondergebracht bij The Document Foundation, die het pakket de naam gaf waaronder we het nu kennen. Het is sindsdien uitgegroeid tot een volwaardig, gratis alternatief voor Microsoft Office. Ook de nieuwste versie blijft trouw aan de klassieke reeks toepassingen, al zijn die verder verfijnd en nauwer met elkaar geïntegreerd. LibreOffice 25.8 is beschikbaar op www.libreoffice.org/download.

De suite bestaat uit zes kernprogramma’s. Writer voor tekstverwerking, Calc als spreadsheet-programma, Impress is presentatiesoftware vergelijkbaar met PowerPoint, Draw is een vectorgebaseerde tekenapplicatie, Base gebruik je voor databases en ten slotte is er de formule-editor Math. Naast deze zes is er nog de component Chart om grafieken te maken binnen Calc, Writer en Impress. Bovendien heeft LibreOffice een bibliotheek met extra functies, sjablonen en steeds vaker ook AI-tools. Op de mogelijkheden van die kernprogramma’s zijn we al dieper ingegaan in een eerder artikel Aan de slag met LibreOffice. Hier bespreken we wat nieuw is en onderzoeken we de mogelijkheden van onderling samenwerken.

Aanpasbare interface

Wanneer je voor het eerst een applicatie opent, toont LibreOffice hoe je de interface kunt aanpassen. Wil je de standaardwerkbalk of wil je tabbladen? Daarnaast kun je kiezen voor een enkelvoudige werkbalk, voor compacte tabbladen, voor de zijbalk en meer. Telkens beslis je of je de gekozen interface alleen op het huidige programma wilt toepassen of op alle programma’s van LibreOffice.

De werkomgeving met tabbladen lijkt het meest op wat we van Microsoft Office gewend zijn.

Uiterlijk aanpassen

Met Extra / Opties / LibreOffice zet je de weergave van LibreOffice op licht, donker of de systeeminstelling. In hetzelfde venster bepaal je de kleuren waarmee spelfouten, tabelgrenzen, niet-afdrukbare tekens in Writer, de documentachtergrond en alle speciale markeeritems worden weergegeven. Door op het pictogram van het puzzelstukje te klikken bij Uiterlijk / LibreOffice-thema kom je bij de thema’s voor deze suite. Als je op de knop Internetpagina klikt, zie je telkens hoe ieder thema in de verschillende basisprogramma’s van LibreOffice eruitziet. Daarbij lees je welke versie van LibreOffice vereist is om het gekozen thema toe te passen. Gebruik de knop Installeren om het gekozen thema binnen te halen. Na een klik op OK past LibreOffice het thema onmiddellijk toe.

Daarnaast ondersteunen Writer, Calc en Impress ook kleurenschema’s voor specifieke documenten. Nadat je een van de drie applicaties hebt geopend, ga je naar Opmaak / Thema. Kies een van de bestaande thema’s uit Rainbow, Beach, Sunset … Je kunt via de knop Toevoegen ook zelf een thema samenstellen. Bevestig met de knop Toepassen. Alle elementen die met stijlen en thema-kleuren werken (koppen, tabellen, grafieken et cetera) worden meteen aangepast.

Met een thema pas je in één keer het volledige uiterlijk van de LibreOffice-applicatie aan.

Wijzigingen tonen

Een eerste opvallende vernieuwing is de manier waarop je tijdens het samenwerken veel duidelijker zicht krijgt op de voorgestelde wijzigingen. Activeer dit via Bewerken / Wijzigingen / Wijzigingen bijhouden of met de sneltoets Ctrl+Shift+C. Vanaf dat moment markeert Writer automatisch alles wat je typt, verplaatst of aanpast.

Met Bewerken / Wijzigingen / Tonen
maak je de aanpassingen zichtbaar. Toevoegingen verschijnen onderstreept of in kleur, verwijderingen worden doorgestreept en opmaakwijzigingen krijgen een ballon of markering in de kantlijn.

De voorgestelde wijzigingen worden zichtbaar.

Wijzigingen beheren

In het venster Wijzigingen beheren (Alt+7) zie je in één oogopslag alle voorgestelde aanpassingen. Klik je in de lijst op een item, dan wordt de bijbehorende wijziging meteen in de tekst gemarkeerd. En omgekeerd: selecteer je een wijziging in de tekst, dan springt Writer automatisch naar de juiste entry in de lijst. Dat was vroeger veel minder overzichtelijk, waardoor correcties in lange documenten lastig te volgen waren.

Nu kun je niet alleen sneller door honderden wijzigingen bladeren, maar ook instellen hoe elk type wijziging wordt weergegeven, van kleur tot markering. Met de knoppen Accepteren en Verwerpen beslis je per wijziging of je alles in één keer verwerkt. Bovendien kun je de lijst filteren op auteur en/of tijdstip, wat vooral bij samenwerking met meerdere gebruikers tijd bespaart.

Je kunt de wijzigingen filteren op auteur en op datum.

Commentaren geïntegreerd in Navigator

Commentaren zijn in de nieuwe versie beter geïntegreerd in de Navigator, waardoor je ze als overzichtslijst kunt gebruiken. Open het zijpaneel Navigator met F5 of via het kompas-pictogram in de zijbalk. Vanuit dit venster navigeer je met één klik naar koppen, afbeeldingen, secties en tabellen. Voeg je in de tekst een commentaar toe via rechtermuisknop en de optie Notitie toevoegen of de sneltoets Ctrl+Alt+C, dan verschijnt deze niet alleen in de tekst, maar ook in de Navigator. Klik je daar op een commentaar, dan springt Writer meteen naar de juiste plaats in het document.

In het panel Navigator vind je alle opmerkingen.

Extern opslaan

Onder het menu Bestand vind je ook de optie Extern opslaan. Hiermee sla je een bestand op een andere locatie op dan je eigen computer. Dit kan bijvoorbeeld een netwerkschijf of gedeelde map zijn, via WebDAV, FTP, SSH of een andere netwerkverbinding, of in een cloudomgeving zoals Nextcloud, Google Drive of OneDrive.

Het voordeel is dat het document direct op een plek staat waar anderen toegang toe hebben, of waar je er zelf vanaf meerdere apparaten bij kunt. Om een externe opslaglocatie in te stellen, klik je bij Extern opslaan op Service beheren. Daarna selecteer je de gewenste online dienst en vul je de gebruikersnaam en het wachtwoord in.

Je kunt verschillende externe bestandsservices aanspreken.

Multi opslaan als

Aanvullend kun je de mogelijkheden van LibreOffice uitbreiden door middel van extensies. Bijvoorbeeld met MultiFormatSave sla je hetzelfde document meteen in meerdere indelingen tegelijk op. Deze extensie ondersteunt het OpenDocument-formaat, het Microsoft Office-formaat en tegelijk de pdf-indeling. Handig bij samenwerking met mensen die Microsoft Office gebruiken, zodat iedereen toch over een kopie beschikt waarmee hij of zij kan werken. Daarnaast is er de extensie MultiFormatSave-Draw die hetzelfde doet voor illustraties. Hiermee bewaar je dezelfde afbeelding tegelijk in het odf-, png-, svg- en pdf-formaat.

Eerst moet je de extensie installeren via het menu Extra / Extensies. Daar klik je linksonder op de knop Haal meer extensies online. Dan kom je in een store om extensies te zoeken en te downloaden. Wanneer de download binnen is, dubbelklik je op het bestand multiformatsave-v1-5-6.oxt in de map Downloads. Er verschijnt een waarschuwing die aangeeft dat je op het punt staat om een extensie te installeren voor LibreOffice. Klik op OK. Daarna moet je LibreOffice opnieuw opstarten. Vanaf nu heb je in het menu Bestand een nieuwe functie: Multi Opslaan als. Als je die functie aanspreekt, krijg je een pop-up waar je verschillende indelingen kunt selecteren. Via Extra / Extensie kun je achteraf ook extensies verwijderen.

Plaats vinkjes bij de verschillende bestandsindelingen die LibreOffice simultaan moet opslaan.

AI-afbeeldingsgenerator

Een nieuwe interessante extensie is Stable Diffusion for LibreOffice. Hiermee kun je via prompts AI-gegenereerde afbeeldingen rechtstreeks toevoegen dankzij de gratis AI Horde backend. Je hebt hiervoor geen account of abonnement nodig, maar wel een internetverbinding. Bovendien krijg je het beste resultaat met Engelse prompts. Dit is een interessante manier om op een eenvoudige manier visuals toe te voegen. Ga naar Extra / Extensies / Haal meer extensies online en gebruik de zoekmachine om Stable Diffusion for LibreOffice te downloaden. De extensie gebruikt een cluster van Stable Diffusion-servers die door vrijwilligers wordt onderhouden, de zogenaamde AIHorde.

Zodra de extensie is geïnstalleerd, kies je Invoegen / Image from text. Dan opent zich de pop-up Stable Horde for LibreOffice waar je de prompt typt. Daarbij geef je zowel de hoogte als de breedte in van de illustratie die je nodig hebt en je klikt op de knop Process. Even later staat de illustratie in het tekstdocument of in de presentatie. Na de installatie vind je de knop naar deze extensie in Writer, Draw en Impress.

Onder de afbeelding komt ook de prompt die je hebt ingegeven.

Echte open standaarden

Wat LibreOffice uniek maakt, is dat het volledig inzet op open standaardformaten die door iedereen gebruikt en geïmplementeerd kunnen worden. Voor elk type document is er een open formaat: odt voor tekstdocumenten, ods voor spreadsheets en odp voor presentaties. Deze formaten zijn vastgelegd door de internationale standaardisatieorganisatie OASIS en officieel erkend door ISO/IEC. Dat betekent dat ze vrij beschikbaar zijn, zonder dat er een bedrijf de spelregels bepaalt.

Daarnaast kan LibreOffice ook werken met de Microsoft Office-formaten zoals docx, xlsx en pptx. Het kan bestanden in die formaten zowel openen als opslaan, zodat uitwisseling met gebruikers van Microsoft Office vlot verloopt. Het belangrijkste voordeel van de open formaten is dat de documenten in LibreOffice er hetzelfde uitzien wanneer je ze opnieuw opent, of wanneer iemand anders ze opent in een toepassing die deze standaard ondersteunt. Je verliest geen opmaak, inhoud of metadata.

Bij de Microsoft-formaten ligt dat genuanceerder. De typische Microsoft-indelingen zoals docx, xlsx en pptx bevatten vaak functies of elementen die alleen door Microsoft Office volledig worden ondersteund. Dit is deels een bewuste strategie. Microsoft hanteert zijn eigen implementatie en voegt soms afwijkingen toe, waardoor bestanden niet altijd 100 procent identiek openen buiten het eigen ecosysteem. Daardoor wordt het overstappen naar alternatieve software bemoeilijkt.

LibreOffice ondersteunt echte open standaarden.

Documenten schoon opslaan

Alle applicaties zijn bovendien in staat om documenten te creëren die de privacy van de gebruiker respecteren. Bij het opslaan kun je namelijk aangeven of je het bestand zonder persoonlijke metadata wilt bewaren, zoals de auteur of de tijdstempels. Dit kan belangrijk zijn als je documenten deelt in een professionele of juridische context. Terwijl het bestand geopend is, ga je naar het menu Bestand / Eigenschappen. Dan kies je het tabblad Algemeen. Je zult zien dat hierbij je naam als auteur al ingevuld is en ook de wijzigingsdatum, de totale bewerkingstijd enzovoort …

Klik op de knop Eigenschappen terugzetten. Hiermee wis je auteur, wijzigingsdatum, bewerkingstijd en woordentelling. Sla het bestand dan opnieuw op. Wil je het programma instellen zodat je de metadata altijd wist bij het opslaan, zodat je dit niet kunt vergeten? Ga naar Extra / Opties. Kies links in de lijst LibreOffice / Beveiligen. In de groep Beveiligingsopties en waarschuwingen klik je op de knop Opties. Daarna vink je de optie aan: Persoonlijke informatie verwijderen bij het opslaan. Bevestig met OK. Vanaf nu worden alle documenten automatisch schoon opgeslagen.

Het is mogelijk om de metadata in LibreOffice te verwijderen.

Samenwerken

Er zijn drie manieren om samen te werken met LibreOffice. De eerste is de klassieke aanpak. Je werkt alleen op je eigen computer en deelt het bestand via e-mail of usb. Andere gebruikers kunnen het document vervolgens aanpassen en opmerkingen toevoegen. Alle wijzigingen zie je overzichtelijk terug in het venster Wijzigingen beheren. De tweede manier is het gebruik van een gedeelde map in de cloud. Iedereen met toegang kan het bestand bewerken, zij het niet tegelijkertijd. Dankzij kleurmarkeringen blijft zichtbaar wie welke aanpassing heeft gedaan. De derde optie is de online variant van LibreOffice. Daarmee werk je in realtime samen aan hetzelfde document. Het grote voordeel is de simultane bewerking, maar het nadeel is dat de installatie en configuratie van deze oplossing wat complexer is.

Zo versleutelen we het bestand op Dropbox, de ander moet dan het wachtwoord kennen.

Online versie

De oplossing om online de opensource tekstverwerker, spreadsheet- of presentatie-applicatie te gebruiken, is een combinatie van een online platform en een online toepassing. LibreOffice 25.8 heeft de mogelijkheden om met anderen samen te werken uitgebreid door koppelingen met cloudoplossingen zoals Nextcloud. De bijbehorende online toepassing heet Collabora Online. Het gaat om een webgebaseerde Office-omgeving op basis van LibreOffice die zich integreert met cloudplatformen zoals Nextcloud. Hiermee kunnen teams, onderzoekers en scholieren in realtime veilig samenwerken, zonder afhankelijk te zijn van commerciële clouddiensten zoals Google of Microsoft. Bovendien is de privacy beter gewaarborgd.

Om te starten heb je een Nextcloud- of ownCloud-account nodig. Wij vonden Nextcloud het meest gebruiksvriendelijk, omdat deze Collabora al standaard aanbiedt. Nextcloud heeft clients voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android (https://nextcloud.com/install). De laatste versie (31.0.8) verscheen op 14 augustus 2025. Wil je geen tijd besteden aan installatie en onderhoud, dan kun je kiezen voor een beheerde Nextcloud-hostingdienst. Er zijn verschillende aanbieders en de prijzen variëren volgens opslagcapaciteit. Je kunt er ook voor kiezen om op een eigen server Collabora CODE te installeren (Collabora Online Development Edition, een gratis community-versie), maar dat is meer iets voor specialisten.

Maak eerst een account aan bij Nextcloud.

Compatibel met de courante Office-indelingen

Met Collabora Online krijg je een webversie van LibreOffice, volledig opensource en privacy-vriendelijk. Op https://collaboraonline.com kun je een gratis demo uitproberen. Je vult je naam, e-mailadres en herkomst van je aanvraag in, waarna je een e-mail ontvangt met een link, login en wachtwoord. Vervolgens kom je in een omgeving waar je tekstverwerkingsdocumenten, spreadsheets en presentaties kunt openen. Het gaat om een set online documenten in de odt-, docx-, pdf-, pptx-, xlsx-, odg-, doc- en ods-indeling. Met een dubbelklik opent Collabora Online het bestand rechtstreeks in de browser, zonder dat je iets hoeft te installeren.

Je ziet in Nextcloud welke bestanden je in Collabora kunt openen.

Alle bewerkingen in de browser

Wanneer een document geopend is, herken je meteen de vertrouwde LibreOffice-modules. De interface van Collabora Online is niet 100 procent identiek aan de desktopversie van LibreOffice, maar de functies en compatibiliteit zijn zeer vergelijkbaar. De interface past zich aan de taalinstellingen van je systeem aan (in ons geval Nederlands). Je kunt elk bestand bewerken en opslaan in verschillende formaten. Zo kun je een geopende odp-presentatie bewaren als odf-presentatie, PowerPoint-bestand (.pptx) of PowerPoint 2003-presentatie (.ppt). Een tekstdocument in odt-formaat kun je opslaan als rtf, Word (.docx) of Word 2003-document (.doc). Ook exporteren naar pdf of epub is mogelijk. Alles gebeurt volledig in de internetbrowser, zonder dat je een lokale toepassing nodig hebt. Bovendien ben je niet beperkt tot de demo-bestanden: je kunt zelf ook eigen bestanden uploaden, bewerken en opslaan in deze indelingen.

De interface van Collabora Online werkt ook in het Nederlands.

Delen

In Nextcloud klik je op de Deel-knop en voeg je een gebruiker of groep toe. Je kunt zelfs een openbare link aanmaken. Daarbij bepaal je of de ander het document alleen mag lezen of ook mag bewerken. Vanaf dat moment kunnen meerdere mensen tegelijk in hetzelfde document werken. Elke auteur krijgt een eigen kleur voor de cursor en de selecties en alle wijzigingen verschijnen direct op het scherm. Net als in de desktopversie kun je opmerkingen toevoegen en wijzigingen bijhouden. Ondertussen kun je chatten en altijd teruggaan naar eerdere versies.

Je kunt het document delen met een of meer personen en je kunt een openbare link creëren.
▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames