ID.nl logo
Raspberry Pi 400 review - Pc verstopt in toetsenbord
© Reshift Digital
Huis

Raspberry Pi 400 review - Pc verstopt in toetsenbord

De Raspberry Pi 400 is een minicomputer verstopt in een toetsenbord, waardoor je niet langer een losse kast op je bureau hoeft neer te zetten. Daarmee is een nieuwe Raspberry Pi voor het eerst meer dan een simpele hobbycomputer. Hoe dat in de praktijk bevalt, lees je in deze Raspberry Pi 400 review.

De Britse Raspberry Pi Foundation is al jarenlang een lievelingetje van veel nerds. Het bedrijf produceert kleine alles-in-één-printplaatjes, die je alleen nog in een behuizing hoeft te stoppen om er een computer van te maken. Een computer van zo’n klein formaat, dat je hem overal in kunt stoppen voor allerlei hobbyprojecten.

Daarmee diende de Raspberry Pi Foundation jarenlang een zeer specifieke doelgroep. Want hoewel het apparaat ideaal bleek voor hobbyisten, waren zij ook de enigen die ermee uit de voeten konden. Niet iedereen voelt zich comfortabel met zo’n losse printplaat waar je zelf iets van moet maken. Daarnaast was het aan de koper om vanaf een andere computer een besturingssysteem op een micro-sd-kaart te zetten voordat hij überhaupt ingeschakeld kon worden.

De Raspberry Pi Foundation maakt het gebruik nu nog laagdrempeliger met zijn nieuwe Raspberry Pi 400. Een feitelijk doodsimpel product: dit is de Raspberry Pi 4, maar dan geïntegreerd in een toetsenbord. Een ontwerp waar computers in de tijd van de Commodore 64 vaak voor kozen, maar die in de afgelopen jaren eigenlijk nog maar amper voorbij kwam.

Hiermee verkoopt het bedrijf een volledig geassembleerde computer die je alleen nog maar op een tv of monitor hoeft aan te sluiten. De Pi 400 is een verrassend gebruiksvriendelijk product, dat zelfs met een vooraf geïnstalleerd besturingssysteem op de micro-sd-kaart wordt geleverd. Na het aansluiten van de kabels start het apparaat automatisch op en krijg je in Raspberry Pi OS een paar korte vragen om de taal en je wifi-netwerk in te stellen. Daarna is hij te gebruiken zoals iedere andere gangbare computer.

De toetsen zelf

Het toetsenbord van de Pi 400 is ongeveer wat je zou verwachten. Aan de binnenkant zitten simpele membraanknoppen zoals je ook vindt in het gemiddelde goedkope toetsenbord. Bij knopindrukken is een subtiele klik te voelen met daarachter een klein, metalig tikgeluid. Het werkt allemaal prima en naar behoren, al zullen sommige toetsenbordstrijders hun mechanische knoppen wellicht missen.

De Raspberry Foundation heeft een klein beetje ruimte tussen iedere knop vrijgehouden, zodat je vingers comfortabel verspreid boven het raster kunnen hangen. Daarnaast is de Windows-knop vervangen met een Raspberry-toets, die bijvoorbeeld het startmenu in Raspberry Pi OS snel kan openen.

Rechtsboven van het toetsenbord zitten drie lampjes. De linker twee laten zien of Caps Lock en Num Lock zijn geactiveerd, terwijl de derde groen oplicht zodra de Pi opstart. Dit lampje knippert bij forse processortaken. Handig, maar in eerste instantie een beetje spannend: door het power-teken erboven lijkt het alsof de Pi op het punt staat om uit te vallen.

©PXimport

Aansluitingen en gpio-poorten

De achterkant van de Pi 400 zit bomvol aansluitingen. Van de drie usb-poorten werken er twee met usb 3.0, wat bij onze tests snel genoeg was om gigabytes aan data in een paar seconden over te zetten. De ethernetpoort heeft een snelheid van 1 Gbit/s en is daarmee even snel als de meeste volwaardige pc’s met een netwerkaansluiting. Het maakt de Pi 400 ook een goede kandidaat voor bijvoorbeeld een nas: sluit twee usb3.0-schijven en een ethernetkabel aan en klaar. Niet zo geavanceerd als bijvoorbeeld een Synology-nas, maar toch.

Achterop zitten ook twee micro-hdmi-aansluitingen. Eén kabel is door de Raspberry Foundation meegeleverd, wie twee monitoren wil aansluiten moet een extra kabel bijbestellen. Beide poorten ondersteunen een hogere 4K-resolutie, maar bij onze tests kwam dat niet helemaal goed uit de verf.

Hoewel één van de aansluitingen prima in 4K beelden liet zien, bleef de ander op 1080p hangen. Jammer, maar misschien is dat maar beter ook. Laptops met veel hogere specificaties hebben al moeite met twee 4K-schermen tegelijk, dus het is vermoedelijk ook te veel gevraagd van de Pi 400.

Het apparaat gebruikt usb-c als stroomtoevoer. Een grote vooruitgang ten opzichte van de Pi 3 en een stap richting een toekomst waarin we nog maar één type stroomsnoer nodig hebben. Al is het te adviseren de bijgeleverde adapter te gebruiken of een Pi-specifieke te kopen. Bij tests met smartphone-laders had de Pi 400 al snel een stroomtekort waardoor hij langzamer liep en bovenin beeld een waarschuwing toonde.

©PXimport

Misschien wel de interessantste aansluiting zijn de gpio-poorten. Achterop zitten veertig kleine pinnetjes, die gebruikt kunnen worden voor allerlei hobbyprojecten. Eerdere Pi’s hebben diezelfde aansluitingen, die bijvoorbeeld werden gebruikt om knoppen voor arcadekasten of speciale aan-uitschakelaars te verbinden. Het maakt van de Pi 400 wederom een goede optie voor allerlei bouwprojecten, ondanks zijn wat consumentvriendelijkere verpakking.

Hoewel die gpio-poorten veel mogelijkheden met zich meebrengen, ben je op dit moment nog op jezelf aangewezen voor interessante toepassingen. Voor eerdere Pi’s zijn inmiddels allerlei accessoires te koop die met de gpio-pinnen verbinden, maar deze zijn grotendeels afhankelijk van het handzame ontwerp van die computers. De Pi 400 heeft een heel andere vormfactor, waardoor veel van die vooraf gemaakte toevoegingen nog niet werken. Vermoedelijk verschijnen op termijn wel steeds meer extraatjes die met speciale kabels op de gpio-header aan te sluiten zijn.

©PXimport

Raspberry Pi 400 specificaties

De specificaties van de Raspberry Pi 400 zijn vergelijkbaar met de Pi 4 die eerder verscheen. De Broadcom-processor heeft een iets ander serienummer eindigend met C0T in plaats van B0T, maar dit lijken nog min of meer dezelfde vier processorkernen die we in het vorige model zagen. 

De kloksnelheid ligt met 1,8 GHz per kern wel wat hoger, maar dat is vermoedelijk te danken aan de ingebouwde heatsink. Over nagenoeg de gehele printplaat bevindt zich een gigantische metalen plaat, die helpt om warmte uit de chip te absorberen. Dit houdt de temperatuur tijdens berekeningen laag, waardoor hij in de software overgeklokt kan worden voor betere prestaties.

De Pi 400 is beperkt tot 4 GB intern geheugen. Voor een computer van dit formaat en met deze prijs ruim voldoende, maar het is jammer dat de Raspberry Foundation niet de optie biedt om een model met 8 GB geheugen te kopen voor een iets hoger bedrag. Dat doet het bedrijf immers wel bij de gewone Raspberry Pi 4 die uit nagenoeg dezelfde hardware bestaat.

Desalniettemin maakt deze hardware van de Pi 400 een beest van een computer(tje) in zijn prijsklasse. Toegegeven, dat is ook een wat bescheiden competitiepoule om je in te bevinden: er zijn weinig computerfabrikanten die zich richten op een markt van tegen de 100 euro. 

De dichtstbijzijnde concurrenten zijn de goedkoopste Chromebooks, die vaak alsnog twee keer zoveel kosten. En deze laptops hebben in veel gevallen minder werkgeheugen en dualcore-processoren in plaats van quadcore. En dan zijn die Chromebooks nog op Intel-chips gebaseerd, terwijl de Pi 400 een energiezuinigere ARM-processor bevat.

©PXimport

Het zijn specificaties die de Pi 400 een prima werkpaard maken. We schrijven deze review op een Pi 400 met naast de tekstverwerker een stuk of tien browsertabbladen open, zonder dat het apparaat begint te stotteren of andere problemen ondervindt. YouTube-video’s spelen zonder al te veel gedoe af en apps worden ook snel geladen. Uiteraard is de ervaring niet zo razendsnel en vloeiend als op een desktop-pc van 800 euro, maar dat mag je ook niet verwachten op een apparaat in deze prijsklasse. Feit blijft: we zijn blij verrast met hoe vloeiend de ervaring is op een computertje die je voor slechts 90 euro kunt aanschaffen.

En dan hebben we het alleen nog maar gehad over de ‘gewone’ computerervaring. De Pi 400 is door zijn open Linux-karakter een buitengewoon soepel apparaat, waar je door de gebruikte micro-sd-kaarten doodsimpel verschillende besturingssystemen op kunt installeren. Je zou in feite een kaartje per bewoner kunnen maken, waarbij ieder zijn of haar favoriete besturingssysteem en daarop gedownloade bestanden heeft staan. Wie klaar is met werken, zet dan de Pi 400 uit en bergt het kaartje weer op.

Kies je besturingssysteem

Het aanbod qua besturingssystemen is bovendien enorm. De Pi-community heeft inmiddels tientallen varianten van Linux aangepast voor de computer, waarvan velen ook al werken op de Pi 400. Je kunt zweren bij het vooraf geïnstalleerde Raspberry Pi OS, of bijvoorbeeld ApplePiOS installeren om een Mac-ervaring te simuleren. Ben je vooral van plan te gamen, dan heb je met Retropie een besturingssysteem dat speciaal hierop is afgestemd. Ideaal om al die oude Commodore 64-spellen op te emuleren.

Wie een ander besturingssysteem wil installeren, is wel genoodzaakt er een tweede computer bij te pakken. Dit kan namelijk alleen door de software op specifieke manieren op een micro-sd-kaart te installeren, wat niet zomaar vanaf de Pi 400 kan: de enige kaartlezer op het apparaat wordt immers gebruikt om het apparaat draaiende te houden. En daarbij komt meteen ook weer de wat hobbyachtige kant van de Raspberry Pi om de hoek kijken. Het maken van een correcte micro-sd-kaart en instellen van je besturingssysteem kan in sommige gevallen enig geduld en veel kennis vereisen, wat je niet zomaar aan iedereen kunt overlaten.

Laptop zonder scherm

©PXimport

Het toetsenbordontwerp maakt van de Pi 400 een handzame computer die je overal mee naar toe kunt nemen. Hij past in je tas en kan met behulp van twee kabels worden aangesloten zolang je een scherm tot je beschikking hebt. Omdat het apparaat gebruikmaakt van statisch geheugen in plaats van bijvoorbeeld een harde schijf, is de kans op schade bij een valpartij ook niet heel erg groot. Eigenlijk is het een moderne laptop, maar dan zonder het ingebouwde scherm.

Wel maakt het apparaat een beetje een rommel van je bureau. Omdat alle poorten achterop zitten, moeten namelijk ook alle kabels daar naartoe worden geleid. Dat zijn in elk geval de stroomtoevoer en een hdmi-kabel, maar ook de kabel van je muis en andere accessoires loopt naar de achterkant van je bureau. Het vergelijk is misschien niet helemaal eerlijk, maar dat oogt minder elegant dan bij veel laptops, die door de komst van thunderbolt alles kunnen doen met één usb-c-kabeltje.

Conclusie

Wat kabelrommel zijn echter details in de marge waar velen die deze review lezen hun hand ook niet voor omdraaien. De basis van de Pi 400 staat als een huis: het is een prima computer voor alledaagse bezigheden, die zowaar gebruiksvriendelijk is voor zelfs de wat minder technisch aangelegde gebruikers. Met een lage prijs waardoor nagenoeg iedereen kan overwegen om er eentje in huis te halen.

De Pi 400 is een computer die zich niet alleen meer op de fanatieke hobbyist richt. Dit apparaat is reuze interessant voor iedereen die naast een smartphone ook weer een simpele computer in huis wil hebben, maar niet meteen honderden euro’s wil investeren. Het is ook een buitengewoon goede optie voor bijvoorbeeld het onderwijs, dat op het moment leunt op Chromebooks en iPads. Die werden lang gezien als goedkope optie, maar zijn inmiddels premium-apparaten vergeleken met de scherp geprijsde Pi 400.

De krachtige hardware, lage prijs en het toegankelijke ontwerp geven de Pi 400 de middelen om de wereld te veroveren. Of dat ook gaat lukken, hangt helemaal af van de marketingafdeling achter het tot nu toe kleine, Britse bedrijfje dat hem produceert.

Fantastisch
Plus- en minpunten
  • Goede hardware voor zijn prijs
  • Een Pi zonder gehobby
  • Veel opties qua besturingssystemen
  • Ander OS installeren nog complex
  • Kabelwirwar op je bureau
▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.