ID.nl logo
Raspberry Pi 400 review - Pc verstopt in toetsenbord
© Reshift Digital
Huis

Raspberry Pi 400 review - Pc verstopt in toetsenbord

De Raspberry Pi 400 is een minicomputer verstopt in een toetsenbord, waardoor je niet langer een losse kast op je bureau hoeft neer te zetten. Daarmee is een nieuwe Raspberry Pi voor het eerst meer dan een simpele hobbycomputer. Hoe dat in de praktijk bevalt, lees je in deze Raspberry Pi 400 review.

De Britse Raspberry Pi Foundation is al jarenlang een lievelingetje van veel nerds. Het bedrijf produceert kleine alles-in-één-printplaatjes, die je alleen nog in een behuizing hoeft te stoppen om er een computer van te maken. Een computer van zo’n klein formaat, dat je hem overal in kunt stoppen voor allerlei hobbyprojecten.

Daarmee diende de Raspberry Pi Foundation jarenlang een zeer specifieke doelgroep. Want hoewel het apparaat ideaal bleek voor hobbyisten, waren zij ook de enigen die ermee uit de voeten konden. Niet iedereen voelt zich comfortabel met zo’n losse printplaat waar je zelf iets van moet maken. Daarnaast was het aan de koper om vanaf een andere computer een besturingssysteem op een micro-sd-kaart te zetten voordat hij überhaupt ingeschakeld kon worden.

De Raspberry Pi Foundation maakt het gebruik nu nog laagdrempeliger met zijn nieuwe Raspberry Pi 400. Een feitelijk doodsimpel product: dit is de Raspberry Pi 4, maar dan geïntegreerd in een toetsenbord. Een ontwerp waar computers in de tijd van de Commodore 64 vaak voor kozen, maar die in de afgelopen jaren eigenlijk nog maar amper voorbij kwam.

Hiermee verkoopt het bedrijf een volledig geassembleerde computer die je alleen nog maar op een tv of monitor hoeft aan te sluiten. De Pi 400 is een verrassend gebruiksvriendelijk product, dat zelfs met een vooraf geïnstalleerd besturingssysteem op de micro-sd-kaart wordt geleverd. Na het aansluiten van de kabels start het apparaat automatisch op en krijg je in Raspberry Pi OS een paar korte vragen om de taal en je wifi-netwerk in te stellen. Daarna is hij te gebruiken zoals iedere andere gangbare computer.

De toetsen zelf

Het toetsenbord van de Pi 400 is ongeveer wat je zou verwachten. Aan de binnenkant zitten simpele membraanknoppen zoals je ook vindt in het gemiddelde goedkope toetsenbord. Bij knopindrukken is een subtiele klik te voelen met daarachter een klein, metalig tikgeluid. Het werkt allemaal prima en naar behoren, al zullen sommige toetsenbordstrijders hun mechanische knoppen wellicht missen.

De Raspberry Foundation heeft een klein beetje ruimte tussen iedere knop vrijgehouden, zodat je vingers comfortabel verspreid boven het raster kunnen hangen. Daarnaast is de Windows-knop vervangen met een Raspberry-toets, die bijvoorbeeld het startmenu in Raspberry Pi OS snel kan openen.

Rechtsboven van het toetsenbord zitten drie lampjes. De linker twee laten zien of Caps Lock en Num Lock zijn geactiveerd, terwijl de derde groen oplicht zodra de Pi opstart. Dit lampje knippert bij forse processortaken. Handig, maar in eerste instantie een beetje spannend: door het power-teken erboven lijkt het alsof de Pi op het punt staat om uit te vallen.

©PXimport

Aansluitingen en gpio-poorten

De achterkant van de Pi 400 zit bomvol aansluitingen. Van de drie usb-poorten werken er twee met usb 3.0, wat bij onze tests snel genoeg was om gigabytes aan data in een paar seconden over te zetten. De ethernetpoort heeft een snelheid van 1 Gbit/s en is daarmee even snel als de meeste volwaardige pc’s met een netwerkaansluiting. Het maakt de Pi 400 ook een goede kandidaat voor bijvoorbeeld een nas: sluit twee usb3.0-schijven en een ethernetkabel aan en klaar. Niet zo geavanceerd als bijvoorbeeld een Synology-nas, maar toch.

Achterop zitten ook twee micro-hdmi-aansluitingen. Eén kabel is door de Raspberry Foundation meegeleverd, wie twee monitoren wil aansluiten moet een extra kabel bijbestellen. Beide poorten ondersteunen een hogere 4K-resolutie, maar bij onze tests kwam dat niet helemaal goed uit de verf.

Hoewel één van de aansluitingen prima in 4K beelden liet zien, bleef de ander op 1080p hangen. Jammer, maar misschien is dat maar beter ook. Laptops met veel hogere specificaties hebben al moeite met twee 4K-schermen tegelijk, dus het is vermoedelijk ook te veel gevraagd van de Pi 400.

Het apparaat gebruikt usb-c als stroomtoevoer. Een grote vooruitgang ten opzichte van de Pi 3 en een stap richting een toekomst waarin we nog maar één type stroomsnoer nodig hebben. Al is het te adviseren de bijgeleverde adapter te gebruiken of een Pi-specifieke te kopen. Bij tests met smartphone-laders had de Pi 400 al snel een stroomtekort waardoor hij langzamer liep en bovenin beeld een waarschuwing toonde.

©PXimport

Misschien wel de interessantste aansluiting zijn de gpio-poorten. Achterop zitten veertig kleine pinnetjes, die gebruikt kunnen worden voor allerlei hobbyprojecten. Eerdere Pi’s hebben diezelfde aansluitingen, die bijvoorbeeld werden gebruikt om knoppen voor arcadekasten of speciale aan-uitschakelaars te verbinden. Het maakt van de Pi 400 wederom een goede optie voor allerlei bouwprojecten, ondanks zijn wat consumentvriendelijkere verpakking.

Hoewel die gpio-poorten veel mogelijkheden met zich meebrengen, ben je op dit moment nog op jezelf aangewezen voor interessante toepassingen. Voor eerdere Pi’s zijn inmiddels allerlei accessoires te koop die met de gpio-pinnen verbinden, maar deze zijn grotendeels afhankelijk van het handzame ontwerp van die computers. De Pi 400 heeft een heel andere vormfactor, waardoor veel van die vooraf gemaakte toevoegingen nog niet werken. Vermoedelijk verschijnen op termijn wel steeds meer extraatjes die met speciale kabels op de gpio-header aan te sluiten zijn.

©PXimport

Raspberry Pi 400 specificaties

De specificaties van de Raspberry Pi 400 zijn vergelijkbaar met de Pi 4 die eerder verscheen. De Broadcom-processor heeft een iets ander serienummer eindigend met C0T in plaats van B0T, maar dit lijken nog min of meer dezelfde vier processorkernen die we in het vorige model zagen. 

De kloksnelheid ligt met 1,8 GHz per kern wel wat hoger, maar dat is vermoedelijk te danken aan de ingebouwde heatsink. Over nagenoeg de gehele printplaat bevindt zich een gigantische metalen plaat, die helpt om warmte uit de chip te absorberen. Dit houdt de temperatuur tijdens berekeningen laag, waardoor hij in de software overgeklokt kan worden voor betere prestaties.

De Pi 400 is beperkt tot 4 GB intern geheugen. Voor een computer van dit formaat en met deze prijs ruim voldoende, maar het is jammer dat de Raspberry Foundation niet de optie biedt om een model met 8 GB geheugen te kopen voor een iets hoger bedrag. Dat doet het bedrijf immers wel bij de gewone Raspberry Pi 4 die uit nagenoeg dezelfde hardware bestaat.

Desalniettemin maakt deze hardware van de Pi 400 een beest van een computer(tje) in zijn prijsklasse. Toegegeven, dat is ook een wat bescheiden competitiepoule om je in te bevinden: er zijn weinig computerfabrikanten die zich richten op een markt van tegen de 100 euro. 

De dichtstbijzijnde concurrenten zijn de goedkoopste Chromebooks, die vaak alsnog twee keer zoveel kosten. En deze laptops hebben in veel gevallen minder werkgeheugen en dualcore-processoren in plaats van quadcore. En dan zijn die Chromebooks nog op Intel-chips gebaseerd, terwijl de Pi 400 een energiezuinigere ARM-processor bevat.

©PXimport

Het zijn specificaties die de Pi 400 een prima werkpaard maken. We schrijven deze review op een Pi 400 met naast de tekstverwerker een stuk of tien browsertabbladen open, zonder dat het apparaat begint te stotteren of andere problemen ondervindt. YouTube-video’s spelen zonder al te veel gedoe af en apps worden ook snel geladen. Uiteraard is de ervaring niet zo razendsnel en vloeiend als op een desktop-pc van 800 euro, maar dat mag je ook niet verwachten op een apparaat in deze prijsklasse. Feit blijft: we zijn blij verrast met hoe vloeiend de ervaring is op een computertje die je voor slechts 90 euro kunt aanschaffen.

En dan hebben we het alleen nog maar gehad over de ‘gewone’ computerervaring. De Pi 400 is door zijn open Linux-karakter een buitengewoon soepel apparaat, waar je door de gebruikte micro-sd-kaarten doodsimpel verschillende besturingssystemen op kunt installeren. Je zou in feite een kaartje per bewoner kunnen maken, waarbij ieder zijn of haar favoriete besturingssysteem en daarop gedownloade bestanden heeft staan. Wie klaar is met werken, zet dan de Pi 400 uit en bergt het kaartje weer op.

Kies je besturingssysteem

Het aanbod qua besturingssystemen is bovendien enorm. De Pi-community heeft inmiddels tientallen varianten van Linux aangepast voor de computer, waarvan velen ook al werken op de Pi 400. Je kunt zweren bij het vooraf geïnstalleerde Raspberry Pi OS, of bijvoorbeeld ApplePiOS installeren om een Mac-ervaring te simuleren. Ben je vooral van plan te gamen, dan heb je met Retropie een besturingssysteem dat speciaal hierop is afgestemd. Ideaal om al die oude Commodore 64-spellen op te emuleren.

Wie een ander besturingssysteem wil installeren, is wel genoodzaakt er een tweede computer bij te pakken. Dit kan namelijk alleen door de software op specifieke manieren op een micro-sd-kaart te installeren, wat niet zomaar vanaf de Pi 400 kan: de enige kaartlezer op het apparaat wordt immers gebruikt om het apparaat draaiende te houden. En daarbij komt meteen ook weer de wat hobbyachtige kant van de Raspberry Pi om de hoek kijken. Het maken van een correcte micro-sd-kaart en instellen van je besturingssysteem kan in sommige gevallen enig geduld en veel kennis vereisen, wat je niet zomaar aan iedereen kunt overlaten.

Laptop zonder scherm

©PXimport

Het toetsenbordontwerp maakt van de Pi 400 een handzame computer die je overal mee naar toe kunt nemen. Hij past in je tas en kan met behulp van twee kabels worden aangesloten zolang je een scherm tot je beschikking hebt. Omdat het apparaat gebruikmaakt van statisch geheugen in plaats van bijvoorbeeld een harde schijf, is de kans op schade bij een valpartij ook niet heel erg groot. Eigenlijk is het een moderne laptop, maar dan zonder het ingebouwde scherm.

Wel maakt het apparaat een beetje een rommel van je bureau. Omdat alle poorten achterop zitten, moeten namelijk ook alle kabels daar naartoe worden geleid. Dat zijn in elk geval de stroomtoevoer en een hdmi-kabel, maar ook de kabel van je muis en andere accessoires loopt naar de achterkant van je bureau. Het vergelijk is misschien niet helemaal eerlijk, maar dat oogt minder elegant dan bij veel laptops, die door de komst van thunderbolt alles kunnen doen met één usb-c-kabeltje.

Conclusie

Wat kabelrommel zijn echter details in de marge waar velen die deze review lezen hun hand ook niet voor omdraaien. De basis van de Pi 400 staat als een huis: het is een prima computer voor alledaagse bezigheden, die zowaar gebruiksvriendelijk is voor zelfs de wat minder technisch aangelegde gebruikers. Met een lage prijs waardoor nagenoeg iedereen kan overwegen om er eentje in huis te halen.

De Pi 400 is een computer die zich niet alleen meer op de fanatieke hobbyist richt. Dit apparaat is reuze interessant voor iedereen die naast een smartphone ook weer een simpele computer in huis wil hebben, maar niet meteen honderden euro’s wil investeren. Het is ook een buitengewoon goede optie voor bijvoorbeeld het onderwijs, dat op het moment leunt op Chromebooks en iPads. Die werden lang gezien als goedkope optie, maar zijn inmiddels premium-apparaten vergeleken met de scherp geprijsde Pi 400.

De krachtige hardware, lage prijs en het toegankelijke ontwerp geven de Pi 400 de middelen om de wereld te veroveren. Of dat ook gaat lukken, hangt helemaal af van de marketingafdeling achter het tot nu toe kleine, Britse bedrijfje dat hem produceert.

Fantastisch
Plus- en minpunten
  • Goede hardware voor zijn prijs
  • Een Pi zonder gehobby
  • Veel opties qua besturingssystemen
  • Ander OS installeren nog complex
  • Kabelwirwar op je bureau
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.