ID.nl logo
Raspberry Pi 400 review - Pc verstopt in toetsenbord
© Reshift Digital
Huis

Raspberry Pi 400 review - Pc verstopt in toetsenbord

De Raspberry Pi 400 is een minicomputer verstopt in een toetsenbord, waardoor je niet langer een losse kast op je bureau hoeft neer te zetten. Daarmee is een nieuwe Raspberry Pi voor het eerst meer dan een simpele hobbycomputer. Hoe dat in de praktijk bevalt, lees je in deze Raspberry Pi 400 review.

De Britse Raspberry Pi Foundation is al jarenlang een lievelingetje van veel nerds. Het bedrijf produceert kleine alles-in-één-printplaatjes, die je alleen nog in een behuizing hoeft te stoppen om er een computer van te maken. Een computer van zo’n klein formaat, dat je hem overal in kunt stoppen voor allerlei hobbyprojecten.

Daarmee diende de Raspberry Pi Foundation jarenlang een zeer specifieke doelgroep. Want hoewel het apparaat ideaal bleek voor hobbyisten, waren zij ook de enigen die ermee uit de voeten konden. Niet iedereen voelt zich comfortabel met zo’n losse printplaat waar je zelf iets van moet maken. Daarnaast was het aan de koper om vanaf een andere computer een besturingssysteem op een micro-sd-kaart te zetten voordat hij überhaupt ingeschakeld kon worden.

De Raspberry Pi Foundation maakt het gebruik nu nog laagdrempeliger met zijn nieuwe Raspberry Pi 400. Een feitelijk doodsimpel product: dit is de Raspberry Pi 4, maar dan geïntegreerd in een toetsenbord. Een ontwerp waar computers in de tijd van de Commodore 64 vaak voor kozen, maar die in de afgelopen jaren eigenlijk nog maar amper voorbij kwam.

Hiermee verkoopt het bedrijf een volledig geassembleerde computer die je alleen nog maar op een tv of monitor hoeft aan te sluiten. De Pi 400 is een verrassend gebruiksvriendelijk product, dat zelfs met een vooraf geïnstalleerd besturingssysteem op de micro-sd-kaart wordt geleverd. Na het aansluiten van de kabels start het apparaat automatisch op en krijg je in Raspberry Pi OS een paar korte vragen om de taal en je wifi-netwerk in te stellen. Daarna is hij te gebruiken zoals iedere andere gangbare computer.

De toetsen zelf

Het toetsenbord van de Pi 400 is ongeveer wat je zou verwachten. Aan de binnenkant zitten simpele membraanknoppen zoals je ook vindt in het gemiddelde goedkope toetsenbord. Bij knopindrukken is een subtiele klik te voelen met daarachter een klein, metalig tikgeluid. Het werkt allemaal prima en naar behoren, al zullen sommige toetsenbordstrijders hun mechanische knoppen wellicht missen.

De Raspberry Foundation heeft een klein beetje ruimte tussen iedere knop vrijgehouden, zodat je vingers comfortabel verspreid boven het raster kunnen hangen. Daarnaast is de Windows-knop vervangen met een Raspberry-toets, die bijvoorbeeld het startmenu in Raspberry Pi OS snel kan openen.

Rechtsboven van het toetsenbord zitten drie lampjes. De linker twee laten zien of Caps Lock en Num Lock zijn geactiveerd, terwijl de derde groen oplicht zodra de Pi opstart. Dit lampje knippert bij forse processortaken. Handig, maar in eerste instantie een beetje spannend: door het power-teken erboven lijkt het alsof de Pi op het punt staat om uit te vallen.

©PXimport

Aansluitingen en gpio-poorten

De achterkant van de Pi 400 zit bomvol aansluitingen. Van de drie usb-poorten werken er twee met usb 3.0, wat bij onze tests snel genoeg was om gigabytes aan data in een paar seconden over te zetten. De ethernetpoort heeft een snelheid van 1 Gbit/s en is daarmee even snel als de meeste volwaardige pc’s met een netwerkaansluiting. Het maakt de Pi 400 ook een goede kandidaat voor bijvoorbeeld een nas: sluit twee usb3.0-schijven en een ethernetkabel aan en klaar. Niet zo geavanceerd als bijvoorbeeld een Synology-nas, maar toch.

Achterop zitten ook twee micro-hdmi-aansluitingen. Eén kabel is door de Raspberry Foundation meegeleverd, wie twee monitoren wil aansluiten moet een extra kabel bijbestellen. Beide poorten ondersteunen een hogere 4K-resolutie, maar bij onze tests kwam dat niet helemaal goed uit de verf.

Hoewel één van de aansluitingen prima in 4K beelden liet zien, bleef de ander op 1080p hangen. Jammer, maar misschien is dat maar beter ook. Laptops met veel hogere specificaties hebben al moeite met twee 4K-schermen tegelijk, dus het is vermoedelijk ook te veel gevraagd van de Pi 400.

Het apparaat gebruikt usb-c als stroomtoevoer. Een grote vooruitgang ten opzichte van de Pi 3 en een stap richting een toekomst waarin we nog maar één type stroomsnoer nodig hebben. Al is het te adviseren de bijgeleverde adapter te gebruiken of een Pi-specifieke te kopen. Bij tests met smartphone-laders had de Pi 400 al snel een stroomtekort waardoor hij langzamer liep en bovenin beeld een waarschuwing toonde.

©PXimport

Misschien wel de interessantste aansluiting zijn de gpio-poorten. Achterop zitten veertig kleine pinnetjes, die gebruikt kunnen worden voor allerlei hobbyprojecten. Eerdere Pi’s hebben diezelfde aansluitingen, die bijvoorbeeld werden gebruikt om knoppen voor arcadekasten of speciale aan-uitschakelaars te verbinden. Het maakt van de Pi 400 wederom een goede optie voor allerlei bouwprojecten, ondanks zijn wat consumentvriendelijkere verpakking.

Hoewel die gpio-poorten veel mogelijkheden met zich meebrengen, ben je op dit moment nog op jezelf aangewezen voor interessante toepassingen. Voor eerdere Pi’s zijn inmiddels allerlei accessoires te koop die met de gpio-pinnen verbinden, maar deze zijn grotendeels afhankelijk van het handzame ontwerp van die computers. De Pi 400 heeft een heel andere vormfactor, waardoor veel van die vooraf gemaakte toevoegingen nog niet werken. Vermoedelijk verschijnen op termijn wel steeds meer extraatjes die met speciale kabels op de gpio-header aan te sluiten zijn.

©PXimport

Raspberry Pi 400 specificaties

De specificaties van de Raspberry Pi 400 zijn vergelijkbaar met de Pi 4 die eerder verscheen. De Broadcom-processor heeft een iets ander serienummer eindigend met C0T in plaats van B0T, maar dit lijken nog min of meer dezelfde vier processorkernen die we in het vorige model zagen. 

De kloksnelheid ligt met 1,8 GHz per kern wel wat hoger, maar dat is vermoedelijk te danken aan de ingebouwde heatsink. Over nagenoeg de gehele printplaat bevindt zich een gigantische metalen plaat, die helpt om warmte uit de chip te absorberen. Dit houdt de temperatuur tijdens berekeningen laag, waardoor hij in de software overgeklokt kan worden voor betere prestaties.

De Pi 400 is beperkt tot 4 GB intern geheugen. Voor een computer van dit formaat en met deze prijs ruim voldoende, maar het is jammer dat de Raspberry Foundation niet de optie biedt om een model met 8 GB geheugen te kopen voor een iets hoger bedrag. Dat doet het bedrijf immers wel bij de gewone Raspberry Pi 4 die uit nagenoeg dezelfde hardware bestaat.

Desalniettemin maakt deze hardware van de Pi 400 een beest van een computer(tje) in zijn prijsklasse. Toegegeven, dat is ook een wat bescheiden competitiepoule om je in te bevinden: er zijn weinig computerfabrikanten die zich richten op een markt van tegen de 100 euro. 

De dichtstbijzijnde concurrenten zijn de goedkoopste Chromebooks, die vaak alsnog twee keer zoveel kosten. En deze laptops hebben in veel gevallen minder werkgeheugen en dualcore-processoren in plaats van quadcore. En dan zijn die Chromebooks nog op Intel-chips gebaseerd, terwijl de Pi 400 een energiezuinigere ARM-processor bevat.

©PXimport

Het zijn specificaties die de Pi 400 een prima werkpaard maken. We schrijven deze review op een Pi 400 met naast de tekstverwerker een stuk of tien browsertabbladen open, zonder dat het apparaat begint te stotteren of andere problemen ondervindt. YouTube-video’s spelen zonder al te veel gedoe af en apps worden ook snel geladen. Uiteraard is de ervaring niet zo razendsnel en vloeiend als op een desktop-pc van 800 euro, maar dat mag je ook niet verwachten op een apparaat in deze prijsklasse. Feit blijft: we zijn blij verrast met hoe vloeiend de ervaring is op een computertje die je voor slechts 90 euro kunt aanschaffen.

En dan hebben we het alleen nog maar gehad over de ‘gewone’ computerervaring. De Pi 400 is door zijn open Linux-karakter een buitengewoon soepel apparaat, waar je door de gebruikte micro-sd-kaarten doodsimpel verschillende besturingssystemen op kunt installeren. Je zou in feite een kaartje per bewoner kunnen maken, waarbij ieder zijn of haar favoriete besturingssysteem en daarop gedownloade bestanden heeft staan. Wie klaar is met werken, zet dan de Pi 400 uit en bergt het kaartje weer op.

Kies je besturingssysteem

Het aanbod qua besturingssystemen is bovendien enorm. De Pi-community heeft inmiddels tientallen varianten van Linux aangepast voor de computer, waarvan velen ook al werken op de Pi 400. Je kunt zweren bij het vooraf geïnstalleerde Raspberry Pi OS, of bijvoorbeeld ApplePiOS installeren om een Mac-ervaring te simuleren. Ben je vooral van plan te gamen, dan heb je met Retropie een besturingssysteem dat speciaal hierop is afgestemd. Ideaal om al die oude Commodore 64-spellen op te emuleren.

Wie een ander besturingssysteem wil installeren, is wel genoodzaakt er een tweede computer bij te pakken. Dit kan namelijk alleen door de software op specifieke manieren op een micro-sd-kaart te installeren, wat niet zomaar vanaf de Pi 400 kan: de enige kaartlezer op het apparaat wordt immers gebruikt om het apparaat draaiende te houden. En daarbij komt meteen ook weer de wat hobbyachtige kant van de Raspberry Pi om de hoek kijken. Het maken van een correcte micro-sd-kaart en instellen van je besturingssysteem kan in sommige gevallen enig geduld en veel kennis vereisen, wat je niet zomaar aan iedereen kunt overlaten.

Laptop zonder scherm

©PXimport

Het toetsenbordontwerp maakt van de Pi 400 een handzame computer die je overal mee naar toe kunt nemen. Hij past in je tas en kan met behulp van twee kabels worden aangesloten zolang je een scherm tot je beschikking hebt. Omdat het apparaat gebruikmaakt van statisch geheugen in plaats van bijvoorbeeld een harde schijf, is de kans op schade bij een valpartij ook niet heel erg groot. Eigenlijk is het een moderne laptop, maar dan zonder het ingebouwde scherm.

Wel maakt het apparaat een beetje een rommel van je bureau. Omdat alle poorten achterop zitten, moeten namelijk ook alle kabels daar naartoe worden geleid. Dat zijn in elk geval de stroomtoevoer en een hdmi-kabel, maar ook de kabel van je muis en andere accessoires loopt naar de achterkant van je bureau. Het vergelijk is misschien niet helemaal eerlijk, maar dat oogt minder elegant dan bij veel laptops, die door de komst van thunderbolt alles kunnen doen met één usb-c-kabeltje.

Conclusie

Wat kabelrommel zijn echter details in de marge waar velen die deze review lezen hun hand ook niet voor omdraaien. De basis van de Pi 400 staat als een huis: het is een prima computer voor alledaagse bezigheden, die zowaar gebruiksvriendelijk is voor zelfs de wat minder technisch aangelegde gebruikers. Met een lage prijs waardoor nagenoeg iedereen kan overwegen om er eentje in huis te halen.

De Pi 400 is een computer die zich niet alleen meer op de fanatieke hobbyist richt. Dit apparaat is reuze interessant voor iedereen die naast een smartphone ook weer een simpele computer in huis wil hebben, maar niet meteen honderden euro’s wil investeren. Het is ook een buitengewoon goede optie voor bijvoorbeeld het onderwijs, dat op het moment leunt op Chromebooks en iPads. Die werden lang gezien als goedkope optie, maar zijn inmiddels premium-apparaten vergeleken met de scherp geprijsde Pi 400.

De krachtige hardware, lage prijs en het toegankelijke ontwerp geven de Pi 400 de middelen om de wereld te veroveren. Of dat ook gaat lukken, hangt helemaal af van de marketingafdeling achter het tot nu toe kleine, Britse bedrijfje dat hem produceert.

Fantastisch
Plus- en minpunten
  • Goede hardware voor zijn prijs
  • Een Pi zonder gehobby
  • Veel opties qua besturingssystemen
  • Ander OS installeren nog complex
  • Kabelwirwar op je bureau
▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.