ID.nl logo
RetroPie installeren op Raspberry Pi: Bouw je eigen retro-spelcomputer
© PXimport
Huis

RetroPie installeren op Raspberry Pi: Bouw je eigen retro-spelcomputer

De gameshistorie is rijk en om al die spellen te blijven beleven, hoef je echt niet elke console op je tv aangesloten te houden. We gaan RetroPie installeren op een Raspberry Pi zodat we onze favoriete retrogames altijd bij de hand hebben. Ook staan we stil bij de hardware die je precies nodig hebt.

De Raspberry Pi is een fantastisch computertje en dankzij de enorme gemeenschap die rond dit minuscule moederbordje is ontstaan, kun je er de creatiefste dingen mee maken. Met de komst van de verhoudingsgewijs bloedsnelle Raspberry Pi 4 zijn die mogelijkheden alleen maar verder uitgebreid. Een bijzonder aardige toepassing heet RetroPie: dat is een pakket met emulators voor andere systemen, in dit geval gamecomputers.

Zo’n emulator bootst met software de hardware van een andere computer na, zoals de Super Nintendo, de Playstation, ZX Spectrum of zelfs arcadehalmachines. Je kunt er software van vroeger mee openen en zo dus games van héél lang geleden opnieuw beleven. 

Wil je weer eens een ouderwets potje Pac-Man spelen met de originele versie van dit spel? Of Donkey Kong over het scherm zien stuiteren? Verbaas je over het pixelfeest dat Afterburner in de arcadehal eigenlijk was of wat trakteer je huisgenoten op een ouderwets robbertje vechten met Tekken 3. Dat kan allemaal met je Raspberry Pi, want RetroPie draait hier geweldig op.

RetroPie systeemeisen en benodigdheden

RetroPie bestaat al een paar jaar, je kunt dus in principe ook de wat oudere Raspberry Pi 3 gebruiken. Maar de Raspberry Pi 4 is veel sneller en daarom ook beter geschikt om er een RetroPie-machine mee te bouwen: de framerates zijn hoger en de laadtijden korter.

Welke versie je ook kiest: neem er eentje met 2 GB geheugen. Eén gigabyte is wat aan de krappe kant, met twee heb je meestal meer dan genoeg. Meer mag natuurlijk, maar daar zul je voor deze toepassingen geen voordeel aan hebben. RetroPie heeft op zijn minst één usb-gamecontroller nodig. Je kunt probleemloos een controller van een Playstation of Xbox gebruiken als je die hebt liggen.

Voor de behuizing gebruiken wij een Retroflag NESPi-behuizing, maar alleen omdat het er leuk uitziet: dit is namelijk een exacte kopie van de behuizing van het oorspronkelijke Nintendo Entertainment System (NES). Extra voordeel daarvan is dat er een aan-uitknop en een resetknop op zit waarmee je Pi zich als een echte gameconsole gaat gedragen. 

Maar voor het functioneren van RetroPie maakt het niets uit. Heb je een andere behuizing? Ook prima. Voor het functioneren van RetroPie en je gameplezier maakt het helemaal niets uit welke je kiest. Het boodschappenlijstje ziet er verder als volgt uit:

Benodigdheden

  • Raspberry Pi 4 2 GB (€ 39,95)
  • Raspberry Pi 4 usb-c-voeding (€ 9,95)
  • Micro-HDMI-naar-HDMI-kabel 1 meter (€ 6,95)
  • SNES-type usb-gamecontroller (€ 8,95)
  • 64 GB microSD-kaart (€ 15,-) Totale kosten: ca. € 81,- Optioneel
  • Retroflag NESPi 4 Case (€ 39,95)
  • Tweedehands SATA-ssd (ca. € 20,-) De meeste producten zijn in de bekende Nederlandse Raspberry Pi-winkels zoals Kiwi Electronics, RaspberryStore en SOS Solutions te krijgen. Heb je geduld, dan zou je de Retroflag NESPi 4 Case, kabels, controllers en voeding ook via AliExpress kunnen kopen.

©PXimport

Raspberry Pi voorbereiden op RetroPie

De installatie van het besturingssysteem Raspberry Pi OS op een microSD-kaart doe je met de gratis tool Raspberry Pi Imager die je vanaf de website van de Raspberry Pi Foundation kunt downloaden.

Start Raspberry Pi Imager na het installeren en gebruik de knoppen in beeld om het gewenste besturingssysteem te kiezen en de locatie van de microSD-kaart aan te geven. Ben je zeker dat alles goed staat? Druk op Write, waarna de software het juiste image downloadt en de microSD-kaart flasht. Dat duurt met een beetje rappe internetverbinding een paar minuten.

We raden je aan om een microSD-kaartje van minimaal 16 GB te gebruiken. Maar in verband met de opslag van game-ROM’s, ‘wear leveling’ en de duurzaamheid van je kaartje, geldt hoe groter hoe beter. Dus gelijk 64 GB of groter is nog beter, voor de kosten hoef je het niet laten. Zie ook het kader ‘Slijtage SD-kaart voorkomen’.

Schuif daarna de microSD-kaart in je Pi, koppel het computertje met de HDMI-kabel aan je televisie of monitor, prik een usb-toetsenbord in een van de poorten en zet het hem aan. De Pi start meteen op en al spoedig zie je de prompt op het scherm. Standaard is de gebruikersnaam pi en het wachtwoord raspberry. Het systeem zal je na het inloggen aanraden om het wachtwoord te veranderen in iets beters.

Gebruik je een flinke televisie dan zijn de letters in beeld heel klein. Wil je niet zitten turen, veranderen dit met het commando:

sudo setfont /usr/share/consolefonts/Lat15-TerminusBold32x16.psf.gz

Activeer de wifi-verbinding door je netwerkgegevens in te voeren in het bestand wpa_supplicant.conf. Dat doe je met het commando:

sudo nano /etc/wpa_supplicant/wpa_supplicant.conf

Voeg daar het volgende blok aan toe:

network={ ssid="jouw_netwerk" psk="jouw_wachtwoord" country="NL" }

Met daarin natuurlijk de details van jouw wifi-netwerk. Herstart nu de wifi-verbinding met:

sudo wpa_cli -i wlan0 reconfigure

Controleer daarna of je een ip-adres hebt gekregen en de draadloze interface inderdaad draait met het commando:

ifconfig wlan0

Als alles goed is, zie je achter het woord inet het ip-adres dat je Pi van de DHCP-server in je router heeft gekregen. Nu je systeem draait, is het verstandig om de software helemaal bij te werken, dat doe je door achtereenvolgens deze commando’s in te tikken:

sudo apt update sudo apt full-upgrade

Duik ook even de opties in het Raspberry-configuratiescherm in om te zien of er nog iets tussen zit wat je wilt wijzigen, dat doe je met het commando:

sudo raspi-config

Werk eerst dit gereedschap bij met de optie Update en check daarna in ieder geval de systeemtijd met de optie Localisation options. En als je toch bezig bent: zet het geluid op het HDMI-kanaal, als je tenminste het geluid van je nieuwe gamecomputer uit de televisie wilt laten komen. Selecteer System options / Audio. Activeer daar de optie HDMI en sluit raspi-config af.

RetroPie installeren

Nu je basissysteem draait, kun je RetroPie gaan installeren. Als je de gamecontroller(s) nog niet in de usb-poorten van je Pi had gestoken, doe dat dan nu. Download en installeer de RetroPie-software met de volgende commando’s:

git clone --depth=1 https://github.com/RetroPie/RetroPie-Setup.git cd RetroPie-Setup chmod +x retropie_setup.sh sudo ./retropie_setup.sh

Het hoofdprogramma van RetroPie heet EmulationStation, deze kun je na de installatie opstarten met het commando: 

emulationstation

Het scherm van EmulationStation zal je televisie vullen en vraagt je daarna de knoppen van je controllers te configureren. Kijk goed wat het programma van je vraagt en waar jouw voorkeuren liggen. Je wijst een knop toe aan een functie door deze een halve seconde ingedrukt te houden waarna het programma doorspringt naar de volgende knop. 

Heb je een bepaalde knop niet op je controller, druk dan een willekeurige knop twee seconden in, waarna het programma verder springt. Geen zorgen als het niet in één keer goed gaat, je kunt altijd opnieuw beginnen.

©PXimport

Vanaf dit moment kun je EmulationStation met je controller bedienen. Nu wordt het tijd om de installatie af te ronden. Stop EmulationStation via de Select-knop van je controller en kies voor Quit, waarna je weer bij de Linux-prompt van je Pi belandt. 

Nu je weet dat het programma goed werkt, kun je instellen dat deze bij de start van je Pi ook direct opstart om je Pi in een echte gamecomputer te veranderen. Dat doe je door nog een keer het volgende commando uit te voeren (aangenomen dat je je nog steeds in /home/pi/RetroPie bevindt):

sudo ./retropie_setup.sh

Je ziet dan het inmiddels bekende blauwe menu, navigeer naar de optie Configuration / Tools / autostart. Kijk even de opties na, maar doorgaans is het vrij eenvoudig: selecteer Start Emulationstation at boot en je bent klaar.

Herstart je Pi met: 

sudo reboot

als het allemaal goed is gegaan, zal je machine herstarten in Emulationstation. Het HDMI-geluid kun je vanuit deze interface nog niet direct testen, maar daar gaan we wat aan doen door games te installeren.

ROM's downloaden en installeren

Games kun je downloaden als een zogenoemde ROM. Dat is een image van het spel zoals dat in de originele arcademachine, of op de cartridge of cd-rom van (vul maar in) Nintendo/Playstation/Mega Drive aanwezig was. Er is wel een probleem: in vrijwel alle gevallen gaat het om auteursrechtelijk beschermd materiaal. Ieder spel is immers de vrucht van een creatief team en de oudste games die je kunt downloaden zijn afkomstig uit de vroege jaren tachtig. Dat is veertig jaar geleden en de auteursrechten zijn nog lang niet verjaard. Eigenlijk is iedere download van zo’n ROM een illegale download.

Als je via een zoekmachine zoekt naar bijvoorbeeld ROM MAME, dan vind je heel veel websites waar je dergelijke ROM’s kunt downloaden. (Overigens staat MAME voor Multiple Arcade Machine Emulator, het is de belangrijkste emulator die in RetroPie op de achtergrond meedraait.) De meeste sites zijn helemaal open, niks via torrents of het dark web. Blijkbaar wordt er weinig tegen deze sites opgetreden, hoewel Nintendo nog wel eens actie wil ondernemen.

Wellicht staan sommige van de oorspronkelijke makers dergelijk gebruik oogluikend toe en vinden ze het misschien wel mooi dat hun bijna antieke games op deze manier nog voortleven. De retro-gamecommunity is heel groot en zul je vrijwel alles vinden wat je zoekt. Of je deze bestanden daadwerkelijk downloadt, is dus je eigen morele afweging. Het is op z’n best een grijs gebied.

©PXimport

Als je besluit om zo’n ROM te zoeken en te downloaden, dan is het installeren daarvan best eenvoudig. Sluit EmulationStation af of open een ssh-verbinding naar je Pi. In de directory van RetroPie vind je de directory roms – in ons geval is dat in /home/pi/RetroPie/roms, omdat we het RetroPie-setup script vanuit de pi-homedirectory hebben uitgevoerd. 

Als je de lijst bekijkt, zie je daar directory’s met alle gamemachines die door RetroPie worden ondersteund. Een gedownloade ROM voor MAME zit in een zip-bestand die je zonder wijzigingen in de map mame-libretto kunt plaatsen. Misschien is het aardig als je ook wat ROM’s voor andere systemen download en in de juiste mappen plaatst. Je zou de ROM’s rechtstreeks met je Pi kunnen downloaden of je verplaatst ze van je gewone pc naar de Pi met een usb-stick of via het netwerk.

Staan de ROM’s in de juiste directory’s? Start EmulationStation opnieuw, de software detecteert de ROM’s en laat nu de bijbehorende emulators op het scherm zien. Het enige wat je hoeft te doen, is met je controller door de lijsten op je scherm te gaan en ze te selecteren om ze te starten. Veel speelplezier gewenst!

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: