ID.nl logo
Philips 346P1CRH review - Widescreen met KVM-switch
© Reshift Digital
Huis

Philips 346P1CRH review - Widescreen met KVM-switch

De Philips 346P1CRH is een ultrabrede gebogen monitor met 21:9-beeldverhouding en 3.440 x 1.440 pixels resolutie. Meerdere A4-documenten naast elkaar bekijken is dus geen probleem. Dankzij de geïntegreerde kvm-schakelaar bedien je met één toetsenbord en muis twee computers tegelijk. Maar hoe goed functioneert dat? Lees het in dezePhilips 346P1CRH review.

De Philips 346P1CRH, gefabriceerd door MMD, heeft een beelddiagonaal van 34 inch (88,36 cm). Deze licht gebogen monitor neemt veel ruimte in beslag op je bureau, vooral in de breedte (81 cm), want het scherm zelf is maar 37 cm hoog. Die ultrabrede, vrij smal ogende 21:9-beeldverhouding is dezelfde als die van een Cinemascope-bioscoopscherm. Philips bracht eerder al televisies uit met deze beeldverhouding, maar ook als computerscherm heeft deze aspectratio voordelen. Je gebruikt probleemloos meerdere applicaties naast elkaar: het scherm biedt ruimte aan drie A4-vensters naast elkaar, en dan nog is er ruimte voor enkele kleinere vensters.

Een meeslepende game-ervaring is er op voorwaarde dat de aangesloten computer krachtig genoeg is om zoveel pixels zonder haperingen te verwerken. En omdat het scherm niet al te hoog is kun je het zelfs 180 graden zwenken op zijn stevige, ergonomische draaivoet. Als je veel design-toepassingen gebruikt, kan de horizontale oriëntatie in sommige gebruiksscenario’s interessant zijn. De Compact Ergo Base-voet is trouwens 180 millimeter in hoogte verstelbaar en kantelbaar tussen -5 en +25 graden. Een ergonomische kijkpositie is met dit scherm dus onder alle omstandigheden gewaarborgd.

Schermspecificaties en energiebesparing

Vloeiende game-acties zijn gegarandeerd op voorwaarde dat je een AMD Radeon-videokaart met adaptieve synchronisatietechnologie gebruikt. De responstijd (4 ms van grijs naar grijs) van het va-lcd-paneel is laag genoeg voor een vlotte game-ervaring. Wel is de verversingsfrequentie beperkt tot 100 Hz, en niet 144 Hz zoals verstokte gamers wellicht wensen. De contrastverhouding (verschil tussen licht en donker) van het paneel is zeer goed, terwijl de kijkhoek met 178° verticaal en horizontaal afdoende is, iets wat soms een probleem kan zijn bij va-lcd’s.

Deze monitor is trouwens DisplayHDR400-gecertificeerd, zodat ook de kleurweergave uitstekend is – zeker in combinatie met een compatibele videokaart. Hdr werkt overigens alleen over de hdmi2.0- en displayport1.4-aansluitingen (met hdcp 2.2), en niet als je de usb-poort (usb-c 3.2 gen 2; 10 Gbit/s) ook voor video gebruikt.

©PXimport

Alle gebruikelijke snufjes van Philips-schermen zijn bij deze ultrabrede monitor aanwezig. Zo is er de (uitschakelbare) PowerSensor die via infrarode signalen detecteert of er een gebruiker aanwezig is. Zodra je van je werkplek wegloopt, verlaagt de schermhelderheid, wat de energiekosten tot wel 70 procent drukt. Het verlengt tevens de levensduur van het lcd-paneel. Het gemiddeld verbruik is overigens 33 watt, wat nog eens daalt tot 0,5 watt in de standby-modus. Achteraan is er een extra stroomknop om het scherm volledig uit te schakelen zodat het niets verbruikt.

Andere snufjes die je via het osd-menu regelt zijn de Laagblauw-modus, die blauw licht met korte golflengte vermindert; de trillingsvrije technologie, die de schermhelderheid reguleert zodat de led-achtergrondverlichting minder trilt, iets waarvoor sommige gebruikers meer gevoelig zijn dan andere; en de SmartImage-beeldverbeteringen met een achttal presets, van lezen tot video. Maar je kunt alle beeldinstellingen ook volledig manueel regelen.

Privacy-camera en kvm-schakelaar

De full hd-pop-upcamera en microfoon bovenaan in de schermrand schakelt pas in wanneer je hem opent. Die camera heeft twee infraroodsensoren; je kunt dus de Windows Hello-gezichtsherkenning gebruiken om veilig in te loggen. Die functioneert echter alleen als je de Windows 10-drivers installeert, te vinden op de support-website. Zonder die drivers werkt de webcam wel met alle chat- en videoapplicaties, maar de Hello-authenticatie is niet beschikbaar.

Je kunt twee computers tegelijk aansluiten op de Philips 346P1CRH en die bedienen met één toetsenbord en muis. De geïntegreerde usb-c-hub (3.2 gen 2) heeft alle nodige aansluitingen om dat mogelijk te maken. Usb-muis en -toetsenbord koppel je aan één of meer van de vier usb-downstreampoorten (een draadloze usb-adapter werkt overigens perfect). Eén laptop of pc koppel je aan de usb-c poort, de andere aan de usb-b-upstreampoort.

©PXimport

Bij ons testexemplaar ontbrak overigens de benodigde usb-b-kabel met aan de andere kant zowel een type-c- als type-a-poort, die er volgens de website van Philips normaal wel wordt bijgeleverd. Maar je kunt natuurlijk elke usb-b-kabel gebruiken, zolang die maar minimaal gecertificeerd is voor usb 3.1 gen 1. De monitor heeft zelf een gigabit-ethernetpoort (met een Realtek-chipset), dus als je het netwerk op de monitor aansluit, zal de kvm-functie de netwerkverbinding naar beide pc’s via usb doorlussen.

Een druk op de voorziene tiptoets op de rechteronderrand van de monitor volstaat om te wisselen tussen de aangesloten computers. Je kunt het beeld van beide computers ook tegelijk op het scherm bekijken: naast elkaar via de pbp-functie of in elke willekeurige vensterconfiguratie met de pip-functie.

Een aandachtspunt: de kvm-schakelaar en de usb-hub functioneren niet betrouwbaar wanneer het scherm de usb-hub in de slaapmodus zet. Dat gebeurt automatisch volgens een schema dat je zelf niet kunt regelen. Je moet de usb-slaapmodus uitschakelen, maar in tegenstelling tot wat je logischerwijs misschien zou denken dien je dan in het osd-menu de ‘USB standby modus’ op ‘Aan’ te zetten, en niet op ‘Uit’. Dat is overigens een eigenaardigheidje in het osd-menu van alle recente Philips-monitoren.

Conclusie

De Philips 346P1CRH ultrabrede gebogen lcd-monitor met snelle usb-c-hub neemt veel ruimte in beslag op een werkplek, maar het panoramische beeld biedt ruim plaats aan meerdere vensters. De beeldkwaliteit is goed, de ergonomische voet zorgt voor een perfecte plaatsing en met de ingebouwde kvm-schakelaar kun je gelijktijdig twee computers met één console gebruiken. De privacy- en stroombesparingsfuncties zijn een bijkomend pluspunt.

Uitstekend
Plus- en minpunten
  • Beeldkwaliteit
  • Ergonomie
  • Kvm-schakelaar
  • Usb-b c/a y-kabel voor kvm niet altijd meegeleverd
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.