ID.nl logo
De beste monitoren voor ieder doel en elk budget
© Reshift Digital
Huis

De beste monitoren voor ieder doel en elk budget

De zoektocht naar de beste monitor is voor iedereen anders. Kantoorwerk, gamen of videobewerking vragen allemaal om andere specificaties. In dit artikel geven we enkele algemene tips om op te letten wanneer je een beeldscherm kopen wilt en stellen we tien monitoren nader aan je voor.

In het algemeen kun je zeggen dat gamers op zoek zijn naar een snelle verversing van het beeld en een lage responstijd. Beeldbewerkers (video of foto) willen graag een scherm dat kleuren natuurgetrouw weergeeft. Een monitor voor kantoor moet een hoog contrast hebben en bij voorkeur een blauwlichtfilter. Bedenk van tevoren dus waar je een monitor (het meeste) voor gebruiken gaat.

Schermen komen in verschillende resoluties. De meest voorkomende van klein naar groot zijn Full HD (1920 × 1080 pixels), GHD (2560 × 1440 pixels), WQHD (3440 × 1440 pixels) en Ultrawide (5120 × 1440). Maar resolutie is niet alles. Een full-hd-scherm in een 24inch-monitor (beelddiagonaal 60 centimeter) is scherper dan in een 27inch-scherm. Dat heeft te maken met de pixeldichtheid, uitgedrukt in pixels per inch of ppi. Een goed scherm heeft rond de 110 ppi (en niet minder dan 90).

Pc-monitoren hebben verschillende soorten schermen. Tn is een snel scherm, maar heeft te lijden onder slechte kijkhoeken en matige kleuren. Ips zit in het midden met goede kleuren, redelijk contrast en de beste kijkhoek. Va is het traagste scherm, maar met superieure zwartwaardes en contrast. Inmiddels zien we ook langzaam maar zeker dat oledschermen hun intrede doen.

Voor gamers zijn zoals gezegd verversingssnelheid (de refresh rate) en responstijd van belang. De verversingssnelheid is het aantal keer dat het scherm ververst per seconde. Hoe hoger het getal (uitgedrukt in hertz of Hz), hoe vloeiender de actie. Voor gewoon gebruik is 60 Hz prima, gamers willen al gauw het dubbele. Responstijd is hoe snel een monitor een individuele pixel van zwart naar wit kan veranderen (of van grijs naar een andere tint grijs). De snelste schermen halen 0,5 milliseconde.

Met die kennis op zak zoomen we even in op tien monitoren die samen voor elk wat wils bieden in verschillende prijsklassen. We beginnen met gaming-schermen, daarna monitoren voor kantoorwerkzaamheden en algemeen gebruik, en tot slot een mooi scherm voor beeldbewerkers.

Razer Raptor 27

©PXimport

Alles aan deze monitor schreeuwt games, van de strakke matzwarte behuizing tot het randje ledlichten op de voorkant van de voet. De Razer Raptor 27 maakt geen geheim van de ambitie om de beste gamemonitor te zijn. Het WQHD-scherm (2560 × 1440 pixels) heeft een snelle 144Hz-verversingssnelheid en een responstijd van 1 milliseconde. Dat moet zelfs de fanatiekste gamer geruststellen, maar dan moet hij wel zo’n 700 euro neertellen. 

De Raptor ondersteunt zowel Nvidia G-Sync als AMD FreeSync om screen tearing te voorkomen. Om dit goed te laten werken, is het wel zaak dat het aantal frames per seconde van een game niet de verversingssnelheid van 144 Hz overschrijdt. Aanbevolen wordt om de hoeveelheid fps vast te zetten op 143 en dat is ruim voldoende (als je pc dat überhaupt aankan). 

Het scherm heeft een stijlvolle voet met geïntegreerde ledverlichting en handige gootjes achterop om kabels ongezien weg te werken. Het scherm kan in een hoek van 90 graden platgelegd worden om al die kabels makkelijk in te pluggen, zoals een DisplayPort 1.4, HDMI 2.0 of usb-c.

Acer Predator XB253Q GW

©PXimport

Er zijn gamemonitoren met veel hogere resoluties dan deze Acer Predator met 1920 × 1080 pixels. Maar in de wereld van e-sports gaat het niet zozeer om hoge resoluties, maar om snelheid. En dat is precies wat deze pittig geprijsde 25inch-monitor (onlangs gelanceerd voor 449 euro) in overvloed heeft.

Het beeld wordt maar liefst 280 keer per seconde ververst, wat een enorme invloed heeft op hoe je een actievolle game beleeft. Ook de responstijd van onder de 0,5 milliseconde helpt met het totale plaatje van een razendsnelle bak. Spelers van competitieve shooters of racegames waarbij elk moment telt, moeten dus eens serieus kijken naar deze Predator. Het scherm ondersteunt FreeSync en G-Sync en de DisplayPort-aansluiting (versie 1.4) is daarbij onontbeerlijk. 

Zoals gebruikelijk bij een (e-sports-)gamemonitor is de RGB-verlichting als een strip in de onderste schermrand geplaatst. Er zijn negen speciale effecten beschikbaar, waarbij het licht reageert op de maat van muziek of meekleurt met de actie op het scherm. De voet met een zwart metalen driepoot laat de gebruiker het scherm naar hartenlust draaien en kantelen. Geen excuses meer voor zwakke prestaties op het virtuele slagveld!

LG 27GN950-B

©PXimport

4K wordt langzaam maar zeker de standaardresolutie voor televisies in de huiskamer, maar op het gebied van pc-monitoren verloopt de evolutie niet zo snel. Je moet namelijk een forse videokaart in je bak hebben snorren om de grote hoeveel pixels op het scherm (3840 × 2160 pixels = 8,3 miljoen pixels) minstens 60 keer per seconde (en het liefst vaker) te verversen. 

Daarmee begeven we ons op het terrein van de serieuze en kapitaalkrachtige gamer die gaat voor het snelste, beste en duurste. Dan zal het prijskaartje van 850 euro voor dit 4K-ips-paneel met HDR600-certificering en AMD FreeSync Premium Pro en G-Sync- compatibiliteit geen bezwaar zijn. Opmerkelijk voor een 4K-scherm is de hoge verversingssnelheid van 160 Hz, dat zie je nog niet vaak, ook omdat de vorige generatie videokaarten dat gewoon niet aankon. 

Bijna verplicht bij een gamemonitor heeft LG ook hier aan de achterkant wat RGB-lampen oplichten, al blijft het nog redelijk bescheiden. Wat jammer is aan deze monitor is dat hij wel DisplayPort 1.4 heeft, maar geen HDMI 2.1 (wel twee HDMI2.0-poorten). Daarmee zet dit scherm zichzelf buitenspel als monitor voor de next-gen-consoles. 

Samsung Odyssey G9

©PXimport

Voor de verwende gamer met een dikke portemonnee is deze futuristisch ogende Odyssey G9 een absolute must have. Het scherm is een echte eyecatcher in de wereld van gamemonitoren die normaal wordt gedomineerd door zwart plastic en schreeuwerige ledstrips. Alles aan deze 1499 euro kostende monitor ademt stijl en klasse. 

Met zijn witte, glimmende afwerking lijkt de Odyssey weggelopen uit het decor van een sf-film. De cirkel met licht aan de achterkant (wie kijkt er ooit naar de achterzijde van zijn scherm?) met de naam Infinity Core versterkt dat concept. Het scherm heeft een opvallend scherpe kromming van 1000R. Het qledbeeld heeft een resolutie is 5120 × 1440 pixels en is gecertificeerd voor HDR1000 en HDR+. Het beeld ververst in 240 Hz, de responstijd is 1 milliseconde en Nvidia’s G-Sync wordt ondersteund. 

Een serieuze gamemonitor dus. Maar er kan ook heus op gewerkt worden. Zo kun je beelden uit twee verschillende bronnen tegelijkertijd op het scherm weergegeven. En je kunt zelf bepalen waar je de schermen (en hoeveel) je wilt tonen. Maar dat zijn alleen maar extra argumenten om de aanschaf van deze pracht te rechtvaardigen.

Philips 499P9H/00

©PXimport

Deze ultrawide-monitor van 49 inch (124 centimeter beelddiagonaal!) van Philips is een aanwinst voor elk zichzelf respecterend kantoor. Het is misschien even slikken als de doos met ruim een meter beeldscherm binnenkomt, maar nadat je je bureau hebt opgeruimd ben je klaar voor de ultieme werkopstelling. Voor net onder 900 euro krijg je dit gebogen scherm met een resolutie van 5120 × 1440 pixels. Dat is alsof je twee WQHD-schermen (2560 × 1440 pixels) naast elkaar zet. 

De Philips monitor heeft een 32:9-beeldverhouding (tweemaal de standaard van 16:9) en dat is indrukwekkend, maar eenmaal aan het werk deel je het scherm op in meerdere werkvakken en voelt het als een efficiënte werkoplossing. Het beeldscherm heeft ook een ingebouwd usb-c-basisstation met stroomvoorziening, waardoor een laptop en alle randapparatuur makkelijk kunnen worden ingeplugd, en een enkele kabel de hele boel verbindt. 

Een handige pop-upcamera bovenop kan worden weggewerkt als je niet gebruikt, wat natuurlijk helpt bij de bescherming van je privacy. Dit is vooral een multitaskend werkpaard, maar er kan ook (licht) op gegamed worden. Film kijken behoort verder tot de mogelijkheden (het scherm is HDR400-gecertificeerd).

AOC CU34P2A

©PXimport

Minder extravagant en groot dan de andere besproken schermen, maar met een verkoopprijs van rond de 480 euro ook veel vriendelijker geprijsd. De AOC CU34P2A is met een beelddiagonaal van 34 inch (86 centimeter) een breed scherm, maar niet zo ultrawide als sommige andere. Door de resolutie van 3440 × 1440 pixels is het een wat vreemde eend in de bijt. WQHD noemen ze het, Wide Quad High Definition. 

Wat het oplevert aan de thuisgebruiker is een heerlijk breed werkblad met een beeldverhouding van 21:9, waar meerdere pagina’s volledig naast elkaar te bewerken zijn, of een Excel-sheet lekker breeduit getrokken kan worden. Ook voor taken als beeld- en of fotobewerking is dit licht gebogen scherm uitermate geschikt. Genoeg ruimte om alle schermen open te hebben bij een programma als Adobe Premiere. 

En als de werkdag er dan op zit, zijn de ogen dankzij de blauwlichtfilter (die volgens de fabrikant de kleuren niet aantast) nog fris genoeg voor een game- of filmavondje. Dankzij het brede scherm is filmkijken overigens een genot, want films worden over het algemeen in dezelfde 21:9-verhouding opgenomen.

BenQ GW2780

©PXimport

Niet iedereen is op zoek naar het mooiste, snelste en beste. Soms heb je gewoon een degelijk scherm nodig voor alledaags gebruik. Voor 178 euro heb je dit heel behoorlijke 27inch-scherm van BenQ. De GL2780 is een Full-HD-ips-paneel met 16,7 miljoen kleuren en een verversingssnelheid van 75 Hz. Niks mis mee dus. De Taiwanese fabrikant gooit er ook nog hun eigen eye-care-technologie tegenaan, zodat na een dagje kantoorwerk je ogen ook nog een paar uurtjes kunnen gamen. 

Het scherm is voorzien van flikkeringsreductie en blauwlichtfiltering, en doet slimme dingen met de helderheid naar gelang de lichtomstandigheden in de kamer. Dit alles is gecertificeerd door TÜV Rheinland, specialist op het gebied van technische- en veiligheidscertificeringen. 

Met dunne schermranden en een verrassend stijlvolle voet heeft deze monitor verre van een budgetuitstraling. Dat je de kabels achterin ook nog eens onzichtbaar kunt wegwerken maakt het plaatje af. Een goede keuze voor de nieuwe thuiswerker.

Lenovo ThinkVision M14

©PXimport

Een goede oplossing voor de gedwongen thuiswerker zonder eigen kantoorruimte is dit draagbare scherm van Lenovo. De ThinkVision M14 is een 14inch-scherm dat iets meer dan een pond weegt en nog geen halve centimeter dik is. Het is dus lichtgewicht en ongeveer even groot als een gemiddelde laptop. Hij kost rond de 250 euro. Daarmee is het dus een ideale tool om elke ruimte in een oogwenk om te toveren tot een efficiënte werkplek. 

Het scherm zit vast aan een basis waarin aan weerskanten een usb-c-aansluiting zit voor beeld en stroom. Zo kan een laptop het beeldscherm voorzien van stroom, maar kan het scherm ook de laptop opladen als hij aan de netstroom is gekoppeld. Voorwaarde is wel dat de laptop (tablet of smartphone kan ook) is voorzien van een usb-c-aansluiting die DisplayPort 1.2 Alt Mode en Power Delivery 2.0 ondersteunt. 

Er is ook een touchscreen-versie van dit scherm voor 379 euro. Dat is iets zwaarder, maar nog steeds prima draagbaar. Bedien het scherm met je vingers of de speciale pen voor preciezere controle.

ViewSonic TD2455

©PXimport

We spenderen dagelijks heel veel tijd aan het kijken naar het beeldscherm van onze smartphones. We bedienen de schermpjes bijna gedachteloos met onze vingers, want touchscreens zijn zo intuïtief dat zelfs heel jonge kinderen al snel weten wat ze moeten doen om Peppa Pig te kijken. Waarom zijn er dan niet meer pc-monitoren te gebruiken als touchscreen? 

ViewSonic dacht precies hetzelfde en heeft met de TD2455 een handig scherm uitgebracht dat het gebruiksgemak van een smartphone combineert met het kijkcomfort van een grote monitor. Dit Full-HD-ips-paneel van 24 inch is niet heel groot, maar wel veelzijdig. Bedien het scherm met je vingers of de meegeleverde stylus die gemakkelijk opbergt op de magnetische voet. Het is dus heel makkelijk om aantekeningen te maken of aanwijzingen te geven bij een presentatie. 

Je kunt vier van dit soort schermen in serie schakelen aan je pc of drie aan een laptop. De stand heeft een dubbel scharnier, zodat je het scherm ook plat kunt leggen om er makkelijk op te tekenen of schrijven. Voor rond de 400 euro is hij van jou.

ASUS PA32UCX-PK

©PXimport

Voor serieuze contentmakers, zoals film- en videomakers en editors, zowel professioneel als prosumer, is een serieuze monitor onontbeerlijk. Deze ASUS ProArt Display is een absolute koning op het gebied van beeldbewerking en kleurechtheid. Voor 3.999 euro koop je niet zomaar een 32inch-4K-monitor. Het is een 10bit-ips-paneel met een piek-helderheid van 1200 nits en ondersteuning voor meerdere HDR-formaten. 

De verlichting door minileds maakt maar liefst in 1152 zones lokale dimregeling mogelijk, waardoor het contrast hoog is en de kleuren natuurgetrouw. Voor de liefhebbers: de PA32UCX-PK ondersteunt 99% DCI-P3, 99,5% Adobe RGB-, 100% sRGB-, 100% Rec.709- en 89 procent Rec.2020-kleurruimtes, voor videobewerking en post-productie. 

Zoals te verwachten heeft de monitor een hele reeks aan aansluitmogelijkheden en kunnen gebruikers content van meerdere bronnen tegelijk bekijken. Zo kun je dus beeld met elk een ander kleurenprofiel naast elkaar zetten. Die profielen worden overigens opgeslagen op het scherm zelf, zodat ongeacht de input de kleuren te vertrouwen zijn. De multifunctionele voet laat het scherm in vele posities manoeuvreren, tot zelfs helemaal in portretmodus.

Conclusie

Laat een monitor niet het sluitstuk van je begroting zijn als je gaat upgraden. Je spendeert uiteindelijk een aanzienlijke hoeveelheid tijd van de dag (van je leven?) aan het kijken naar het scherm. Bedenk dus van tevoren goed wat belangrijk voor je is. 

Heeft het scherm puur een kantoorfunctie? Kies een helder scherm met bescherming voor je ogen. Ben je gek op gamen? Kijk dan juist naar een flink scherm met een hoge resolutie en snelle verversingssnelheden. Laat je niet verblinden door die veelkleurige RGB-strips, dat is alleen maar afleiding. Ben je een video- of fotobewerker? Investeer dan in een scherm dat de kleuren op orde heeft.

Veel waarschijnlijker is het dat je van al die dingen wel iets doet en dat je op zoek moet gaan naar een goede, betaalbare alleskunner. Zoals altijd, doe je research, kijk en vergelijk en scoor jouw favoriete scherm! Onze collega's van Kieskeurig.nl helpen hierbij. Vind in hun prijsoverzicht de beste monitoren voor de laagste prijzen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.