ID.nl logo
De beste monitoren voor ieder doel en elk budget
© Reshift Digital
Huis

De beste monitoren voor ieder doel en elk budget

De zoektocht naar de beste monitor is voor iedereen anders. Kantoorwerk, gamen of videobewerking vragen allemaal om andere specificaties. In dit artikel geven we enkele algemene tips om op te letten wanneer je een beeldscherm kopen wilt en stellen we tien monitoren nader aan je voor.

In het algemeen kun je zeggen dat gamers op zoek zijn naar een snelle verversing van het beeld en een lage responstijd. Beeldbewerkers (video of foto) willen graag een scherm dat kleuren natuurgetrouw weergeeft. Een monitor voor kantoor moet een hoog contrast hebben en bij voorkeur een blauwlichtfilter. Bedenk van tevoren dus waar je een monitor (het meeste) voor gebruiken gaat.

Schermen komen in verschillende resoluties. De meest voorkomende van klein naar groot zijn Full HD (1920 × 1080 pixels), GHD (2560 × 1440 pixels), WQHD (3440 × 1440 pixels) en Ultrawide (5120 × 1440). Maar resolutie is niet alles. Een full-hd-scherm in een 24inch-monitor (beelddiagonaal 60 centimeter) is scherper dan in een 27inch-scherm. Dat heeft te maken met de pixeldichtheid, uitgedrukt in pixels per inch of ppi. Een goed scherm heeft rond de 110 ppi (en niet minder dan 90).

Pc-monitoren hebben verschillende soorten schermen. Tn is een snel scherm, maar heeft te lijden onder slechte kijkhoeken en matige kleuren. Ips zit in het midden met goede kleuren, redelijk contrast en de beste kijkhoek. Va is het traagste scherm, maar met superieure zwartwaardes en contrast. Inmiddels zien we ook langzaam maar zeker dat oledschermen hun intrede doen.

Voor gamers zijn zoals gezegd verversingssnelheid (de refresh rate) en responstijd van belang. De verversingssnelheid is het aantal keer dat het scherm ververst per seconde. Hoe hoger het getal (uitgedrukt in hertz of Hz), hoe vloeiender de actie. Voor gewoon gebruik is 60 Hz prima, gamers willen al gauw het dubbele. Responstijd is hoe snel een monitor een individuele pixel van zwart naar wit kan veranderen (of van grijs naar een andere tint grijs). De snelste schermen halen 0,5 milliseconde.

Met die kennis op zak zoomen we even in op tien monitoren die samen voor elk wat wils bieden in verschillende prijsklassen. We beginnen met gaming-schermen, daarna monitoren voor kantoorwerkzaamheden en algemeen gebruik, en tot slot een mooi scherm voor beeldbewerkers.

Razer Raptor 27

©PXimport

Alles aan deze monitor schreeuwt games, van de strakke matzwarte behuizing tot het randje ledlichten op de voorkant van de voet. De Razer Raptor 27 maakt geen geheim van de ambitie om de beste gamemonitor te zijn. Het WQHD-scherm (2560 × 1440 pixels) heeft een snelle 144Hz-verversingssnelheid en een responstijd van 1 milliseconde. Dat moet zelfs de fanatiekste gamer geruststellen, maar dan moet hij wel zo’n 700 euro neertellen. 

De Raptor ondersteunt zowel Nvidia G-Sync als AMD FreeSync om screen tearing te voorkomen. Om dit goed te laten werken, is het wel zaak dat het aantal frames per seconde van een game niet de verversingssnelheid van 144 Hz overschrijdt. Aanbevolen wordt om de hoeveelheid fps vast te zetten op 143 en dat is ruim voldoende (als je pc dat überhaupt aankan). 

Het scherm heeft een stijlvolle voet met geïntegreerde ledverlichting en handige gootjes achterop om kabels ongezien weg te werken. Het scherm kan in een hoek van 90 graden platgelegd worden om al die kabels makkelijk in te pluggen, zoals een DisplayPort 1.4, HDMI 2.0 of usb-c.

Acer Predator XB253Q GW

©PXimport

Er zijn gamemonitoren met veel hogere resoluties dan deze Acer Predator met 1920 × 1080 pixels. Maar in de wereld van e-sports gaat het niet zozeer om hoge resoluties, maar om snelheid. En dat is precies wat deze pittig geprijsde 25inch-monitor (onlangs gelanceerd voor 449 euro) in overvloed heeft.

Het beeld wordt maar liefst 280 keer per seconde ververst, wat een enorme invloed heeft op hoe je een actievolle game beleeft. Ook de responstijd van onder de 0,5 milliseconde helpt met het totale plaatje van een razendsnelle bak. Spelers van competitieve shooters of racegames waarbij elk moment telt, moeten dus eens serieus kijken naar deze Predator. Het scherm ondersteunt FreeSync en G-Sync en de DisplayPort-aansluiting (versie 1.4) is daarbij onontbeerlijk. 

Zoals gebruikelijk bij een (e-sports-)gamemonitor is de RGB-verlichting als een strip in de onderste schermrand geplaatst. Er zijn negen speciale effecten beschikbaar, waarbij het licht reageert op de maat van muziek of meekleurt met de actie op het scherm. De voet met een zwart metalen driepoot laat de gebruiker het scherm naar hartenlust draaien en kantelen. Geen excuses meer voor zwakke prestaties op het virtuele slagveld!

LG 27GN950-B

©PXimport

4K wordt langzaam maar zeker de standaardresolutie voor televisies in de huiskamer, maar op het gebied van pc-monitoren verloopt de evolutie niet zo snel. Je moet namelijk een forse videokaart in je bak hebben snorren om de grote hoeveel pixels op het scherm (3840 × 2160 pixels = 8,3 miljoen pixels) minstens 60 keer per seconde (en het liefst vaker) te verversen. 

Daarmee begeven we ons op het terrein van de serieuze en kapitaalkrachtige gamer die gaat voor het snelste, beste en duurste. Dan zal het prijskaartje van 850 euro voor dit 4K-ips-paneel met HDR600-certificering en AMD FreeSync Premium Pro en G-Sync- compatibiliteit geen bezwaar zijn. Opmerkelijk voor een 4K-scherm is de hoge verversingssnelheid van 160 Hz, dat zie je nog niet vaak, ook omdat de vorige generatie videokaarten dat gewoon niet aankon. 

Bijna verplicht bij een gamemonitor heeft LG ook hier aan de achterkant wat RGB-lampen oplichten, al blijft het nog redelijk bescheiden. Wat jammer is aan deze monitor is dat hij wel DisplayPort 1.4 heeft, maar geen HDMI 2.1 (wel twee HDMI2.0-poorten). Daarmee zet dit scherm zichzelf buitenspel als monitor voor de next-gen-consoles. 

Samsung Odyssey G9

©PXimport

Voor de verwende gamer met een dikke portemonnee is deze futuristisch ogende Odyssey G9 een absolute must have. Het scherm is een echte eyecatcher in de wereld van gamemonitoren die normaal wordt gedomineerd door zwart plastic en schreeuwerige ledstrips. Alles aan deze 1499 euro kostende monitor ademt stijl en klasse. 

Met zijn witte, glimmende afwerking lijkt de Odyssey weggelopen uit het decor van een sf-film. De cirkel met licht aan de achterkant (wie kijkt er ooit naar de achterzijde van zijn scherm?) met de naam Infinity Core versterkt dat concept. Het scherm heeft een opvallend scherpe kromming van 1000R. Het qledbeeld heeft een resolutie is 5120 × 1440 pixels en is gecertificeerd voor HDR1000 en HDR+. Het beeld ververst in 240 Hz, de responstijd is 1 milliseconde en Nvidia’s G-Sync wordt ondersteund. 

Een serieuze gamemonitor dus. Maar er kan ook heus op gewerkt worden. Zo kun je beelden uit twee verschillende bronnen tegelijkertijd op het scherm weergegeven. En je kunt zelf bepalen waar je de schermen (en hoeveel) je wilt tonen. Maar dat zijn alleen maar extra argumenten om de aanschaf van deze pracht te rechtvaardigen.

Philips 499P9H/00

©PXimport

Deze ultrawide-monitor van 49 inch (124 centimeter beelddiagonaal!) van Philips is een aanwinst voor elk zichzelf respecterend kantoor. Het is misschien even slikken als de doos met ruim een meter beeldscherm binnenkomt, maar nadat je je bureau hebt opgeruimd ben je klaar voor de ultieme werkopstelling. Voor net onder 900 euro krijg je dit gebogen scherm met een resolutie van 5120 × 1440 pixels. Dat is alsof je twee WQHD-schermen (2560 × 1440 pixels) naast elkaar zet. 

De Philips monitor heeft een 32:9-beeldverhouding (tweemaal de standaard van 16:9) en dat is indrukwekkend, maar eenmaal aan het werk deel je het scherm op in meerdere werkvakken en voelt het als een efficiënte werkoplossing. Het beeldscherm heeft ook een ingebouwd usb-c-basisstation met stroomvoorziening, waardoor een laptop en alle randapparatuur makkelijk kunnen worden ingeplugd, en een enkele kabel de hele boel verbindt. 

Een handige pop-upcamera bovenop kan worden weggewerkt als je niet gebruikt, wat natuurlijk helpt bij de bescherming van je privacy. Dit is vooral een multitaskend werkpaard, maar er kan ook (licht) op gegamed worden. Film kijken behoort verder tot de mogelijkheden (het scherm is HDR400-gecertificeerd).

AOC CU34P2A

©PXimport

Minder extravagant en groot dan de andere besproken schermen, maar met een verkoopprijs van rond de 480 euro ook veel vriendelijker geprijsd. De AOC CU34P2A is met een beelddiagonaal van 34 inch (86 centimeter) een breed scherm, maar niet zo ultrawide als sommige andere. Door de resolutie van 3440 × 1440 pixels is het een wat vreemde eend in de bijt. WQHD noemen ze het, Wide Quad High Definition. 

Wat het oplevert aan de thuisgebruiker is een heerlijk breed werkblad met een beeldverhouding van 21:9, waar meerdere pagina’s volledig naast elkaar te bewerken zijn, of een Excel-sheet lekker breeduit getrokken kan worden. Ook voor taken als beeld- en of fotobewerking is dit licht gebogen scherm uitermate geschikt. Genoeg ruimte om alle schermen open te hebben bij een programma als Adobe Premiere. 

En als de werkdag er dan op zit, zijn de ogen dankzij de blauwlichtfilter (die volgens de fabrikant de kleuren niet aantast) nog fris genoeg voor een game- of filmavondje. Dankzij het brede scherm is filmkijken overigens een genot, want films worden over het algemeen in dezelfde 21:9-verhouding opgenomen.

BenQ GW2780

©PXimport

Niet iedereen is op zoek naar het mooiste, snelste en beste. Soms heb je gewoon een degelijk scherm nodig voor alledaags gebruik. Voor 178 euro heb je dit heel behoorlijke 27inch-scherm van BenQ. De GL2780 is een Full-HD-ips-paneel met 16,7 miljoen kleuren en een verversingssnelheid van 75 Hz. Niks mis mee dus. De Taiwanese fabrikant gooit er ook nog hun eigen eye-care-technologie tegenaan, zodat na een dagje kantoorwerk je ogen ook nog een paar uurtjes kunnen gamen. 

Het scherm is voorzien van flikkeringsreductie en blauwlichtfiltering, en doet slimme dingen met de helderheid naar gelang de lichtomstandigheden in de kamer. Dit alles is gecertificeerd door TÜV Rheinland, specialist op het gebied van technische- en veiligheidscertificeringen. 

Met dunne schermranden en een verrassend stijlvolle voet heeft deze monitor verre van een budgetuitstraling. Dat je de kabels achterin ook nog eens onzichtbaar kunt wegwerken maakt het plaatje af. Een goede keuze voor de nieuwe thuiswerker.

Lenovo ThinkVision M14

©PXimport

Een goede oplossing voor de gedwongen thuiswerker zonder eigen kantoorruimte is dit draagbare scherm van Lenovo. De ThinkVision M14 is een 14inch-scherm dat iets meer dan een pond weegt en nog geen halve centimeter dik is. Het is dus lichtgewicht en ongeveer even groot als een gemiddelde laptop. Hij kost rond de 250 euro. Daarmee is het dus een ideale tool om elke ruimte in een oogwenk om te toveren tot een efficiënte werkplek. 

Het scherm zit vast aan een basis waarin aan weerskanten een usb-c-aansluiting zit voor beeld en stroom. Zo kan een laptop het beeldscherm voorzien van stroom, maar kan het scherm ook de laptop opladen als hij aan de netstroom is gekoppeld. Voorwaarde is wel dat de laptop (tablet of smartphone kan ook) is voorzien van een usb-c-aansluiting die DisplayPort 1.2 Alt Mode en Power Delivery 2.0 ondersteunt. 

Er is ook een touchscreen-versie van dit scherm voor 379 euro. Dat is iets zwaarder, maar nog steeds prima draagbaar. Bedien het scherm met je vingers of de speciale pen voor preciezere controle.

ViewSonic TD2455

©PXimport

We spenderen dagelijks heel veel tijd aan het kijken naar het beeldscherm van onze smartphones. We bedienen de schermpjes bijna gedachteloos met onze vingers, want touchscreens zijn zo intuïtief dat zelfs heel jonge kinderen al snel weten wat ze moeten doen om Peppa Pig te kijken. Waarom zijn er dan niet meer pc-monitoren te gebruiken als touchscreen? 

ViewSonic dacht precies hetzelfde en heeft met de TD2455 een handig scherm uitgebracht dat het gebruiksgemak van een smartphone combineert met het kijkcomfort van een grote monitor. Dit Full-HD-ips-paneel van 24 inch is niet heel groot, maar wel veelzijdig. Bedien het scherm met je vingers of de meegeleverde stylus die gemakkelijk opbergt op de magnetische voet. Het is dus heel makkelijk om aantekeningen te maken of aanwijzingen te geven bij een presentatie. 

Je kunt vier van dit soort schermen in serie schakelen aan je pc of drie aan een laptop. De stand heeft een dubbel scharnier, zodat je het scherm ook plat kunt leggen om er makkelijk op te tekenen of schrijven. Voor rond de 400 euro is hij van jou.

ASUS PA32UCX-PK

©PXimport

Voor serieuze contentmakers, zoals film- en videomakers en editors, zowel professioneel als prosumer, is een serieuze monitor onontbeerlijk. Deze ASUS ProArt Display is een absolute koning op het gebied van beeldbewerking en kleurechtheid. Voor 3.999 euro koop je niet zomaar een 32inch-4K-monitor. Het is een 10bit-ips-paneel met een piek-helderheid van 1200 nits en ondersteuning voor meerdere HDR-formaten. 

De verlichting door minileds maakt maar liefst in 1152 zones lokale dimregeling mogelijk, waardoor het contrast hoog is en de kleuren natuurgetrouw. Voor de liefhebbers: de PA32UCX-PK ondersteunt 99% DCI-P3, 99,5% Adobe RGB-, 100% sRGB-, 100% Rec.709- en 89 procent Rec.2020-kleurruimtes, voor videobewerking en post-productie. 

Zoals te verwachten heeft de monitor een hele reeks aan aansluitmogelijkheden en kunnen gebruikers content van meerdere bronnen tegelijk bekijken. Zo kun je dus beeld met elk een ander kleurenprofiel naast elkaar zetten. Die profielen worden overigens opgeslagen op het scherm zelf, zodat ongeacht de input de kleuren te vertrouwen zijn. De multifunctionele voet laat het scherm in vele posities manoeuvreren, tot zelfs helemaal in portretmodus.

Conclusie

Laat een monitor niet het sluitstuk van je begroting zijn als je gaat upgraden. Je spendeert uiteindelijk een aanzienlijke hoeveelheid tijd van de dag (van je leven?) aan het kijken naar het scherm. Bedenk dus van tevoren goed wat belangrijk voor je is. 

Heeft het scherm puur een kantoorfunctie? Kies een helder scherm met bescherming voor je ogen. Ben je gek op gamen? Kijk dan juist naar een flink scherm met een hoge resolutie en snelle verversingssnelheden. Laat je niet verblinden door die veelkleurige RGB-strips, dat is alleen maar afleiding. Ben je een video- of fotobewerker? Investeer dan in een scherm dat de kleuren op orde heeft.

Veel waarschijnlijker is het dat je van al die dingen wel iets doet en dat je op zoek moet gaan naar een goede, betaalbare alleskunner. Zoals altijd, doe je research, kijk en vergelijk en scoor jouw favoriete scherm! Onze collega's van Kieskeurig.nl helpen hierbij. Vind in hun prijsoverzicht de beste monitoren voor de laagste prijzen.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.