Gisteren verscheen het 'Jaarboek ICT en Samenleving: Gewoon Digitaal'. Daarin staan de bevindingen van een aantal wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar de gevolgen van internet voor de samenleving. Hieronder vindt u een aantal van de conclusies.Het aandeel van de Nederlandse bevolking dat thuis toegang heeft tot internet steeg van 16% in 1998 naar 78% in 2005. Naast meer mensen met toegang is de omvang van het gebruik toegenomen. Tussen 2000 en 2005 nam de gemiddelde tijdsbesteding aan internet in de vrije tijd toe van gemiddeld 0,5 naar 2,5 uur per week. Naast de meer traditionele rol van informatieconsument worden burgers bovendien steeds meer informatieproducent (via weblogs e.d.)

Ouderen en internet
In 2005 was, zoals gezegd, 78% van de bevolking met internet verbonden. Het aantal aansluitingen in de groep 55-64 jarigen ligt iets lager op 72%, de 65-74 jarigen volgen op grotere afstand (44%) en 75-plussers zijn nog weer minder online (17%). Ook onder deze groepen is de verspreiding langzaam maar zeker toegenomen. In 2000 was namelijk 44% van de bevolking op internet aangesloten (55-64 jarigen: 31%; 65-74 jarigen 12% en 75-plussers 4%). Veel ouderen vinden zichzelf te oud om te leren omgaan met ict. Ook veel ouderen geven aan dat de computer en internet te moeilijk zijn, of ze zien het voordeel of nut er niet van in. Ook financiële of fysieke beperkingen zoals een slecht zicht vormen voor sommige ouderen een belemmering. De veelvuldige verwijzingen naar internet in het dagelijks leven zijn soms een stimulans om internet uit te proberen, maar bij anderen werkt dit juist averechts.

Internet als informatiebron
Steeds meer Nederlanders gebruiken internet om zich te informeren over uiteenlopende onderwerpen. In 2005 gebruikte 38% van de Nederlanders internet voor vele verschillende onderwerpen. Vijf jaar eerder was dat nog 23%. In 2005 was de televisie nog steeds veruit favoriet (92%) en ook het dagblad blijft populair (77%). Internet is na radio (47%) al wel teletekst (23%) en de opiniebladen (15%) voorbij gestreefd als informatiebron.