ID.nl logo
De beste Linux-distributies
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste Linux-distributies

Er bestaan duizenden Linux-distributies, elk met hun eigen kenmerken. Omdat je ze natuurlijk niet allemaal zelf gaat uitproberen om te ervaren welke jij het prettigst vindt werken, hebben we de belangrijkste distributies kort en bondig voor je op een rijtje gezet. Dat maakt het kiezen al heel wat eenvoudiger! Of je nu een distributie zoekt voor een oude pc, een om te internetbankieren of iets voor multimedia, er is voor ieder wat wils.

Een Linux-distributie of ‘distro’ is een besturingssysteem zoals Windows. Maar anders dan bij Windows worden de verschillende componenten van het besturingssysteem door verschillende groepen ontwikkeld. Een distro is dus een integratie van al die componenten tot één samenhangend geheel. En doordat er heel veel manieren zijn om die componenten te integreren, bestaan er zo enorm veel Linux-distributies.

Ubuntu is de bekendste, maar inmiddels niet meer populairste, Linux-distributie.

-

Ubuntu

Ubuntu is de bekendste naam onder de Linux-distributies en nog altijd dé referentie, ook al is het volgens DistroWatch al lang niet meer de populairste distro. Ubuntu is heel gebruiksvriendelijk voor beginners, en leveranciers van commerciële software bieden hun Linux-versie doorgaans eerst aan voor Ubuntu. Je kunt zelfs laptops kopen waarop Ubuntu voorgeïnstalleerd is, onder andere bij Dell.

©PXimport

Fedora

Wellicht is Fedora de meest innovatieve Linux-distributie voor algemeen gebruik. Vooral ideaal als je graag als eerste de nieuwigheden in de Linux-wereld wilt uitproberen. Het is ook de distro waarmee Linus Torvalds werkt, de maker van de Linux-kernel. Dit is geen distro voor wie nog maar net met Linux begonnen is. Je krijgt immers wel toegang tot krachtige mogelijkheden, maar je zult ook op de blaren moeten zitten als het misloopt en het zelf moeten oplossen.

©PXimport

openSUSE

Een redelijk vooruitstrevende distro, vooral op het gebied van systeembeheer, is openSUSE. Zo kun je met het bestandssysteem Btrfs en de snapshot-tool Snapper eenvoudig tot op het niveau van een bestand snapshots maken en terugzetten. En met de krachtige beheertool YaST (Yet another Setup Tool) kun je vrijwel alles op je systeem configureren, zowel op een grafische manier als op de opdrachtregel. De standaardinterface KDE Plasma is ook volledig naar je hand te zetten.

©PXimport

Arch Linux

Arch Linux is een lichtgewicht en flexibele distro die het KISS-principe (keep it simple, stupid) volgt. Na de installatie heb je een minimalistische werkomgeving zonder tierlantijntjes. Zelfs een grafische omgeving ontbreekt: je kiest zelf welke pakketten je installeert voor je grafische omgeving. Met Arch Linux kun je dus je eigen distributie op maat creëren. Een mooi neveneffect is dat je daardoor enorm veel over Linux leert.

©PXimport

Ubuntu-afgeleiden

Er bestaan nog talloze afgeleiden van Ubuntu, elk met hun eigen focus. Zo is Bodhi Linux ideaal om een oudere pc een tweede leven te geven, maar ondanks die focus ziet de distro er toch best knap uit. En elementary OS heeft een look die zo van macOS afgekeken lijkt. Een andere populaire Ubuntu-afgeleide is Linux Mint. En ook Ubuntu zelf heeft allerlei ‘flavours’ met een andere grafische omgeving.

Debian

Ubuntu is zelf afgeleid van Debian, voluit Debian GNU/Linux. Hoewel het niet zo populair is als Ubuntu, kun je Debian prima op je pc draaien. Het probleem is alleen dat Debian er langer over doet om nieuwe releases uit te brengen (ongeveer elke twee jaar in plaats van elk half jaar), waardoor je heel wat oudere software hebt. Op servers is dat niet zo’n probleem, en Debian is dan ook ideaal om op een Linux-server te draaien.

Tails

Wil je zo anoniem mogelijk op internet surfen? Dan is er geen betere Linux-distro te vinden dan Tails (The Amnesic Incognito Live System). Je installeert het op een usb-stick en start daarvan op voor een anonieme sessie. Nadat je de pc uitgeschakeld hebt, blijft er geen spoor van je sessie achter op de pc. Al het internetverkeer wordt via het anonimiteitsnetwerk Tor omgeleid en de Tor Browser neemt de nodige maatregelen om je privacy te beschermen.

Qubes OS

Met zijn slagzin ‘a reasonably secure operating system’ is Qubes OS veel te bescheiden. Het is een van de veiligste besturingssystemen die je kunt draaien, omdat het toelaat om je programma’s in verschillende ‘domeinen’ op te splitsen. Elk domein draait volledig transparant in een afzonderlijke virtuele machine en heeft geen toegang tot de andere domeinen. Je kunt zelfs Windows in een domein draaien. Elk programma krijgt rond het venster een gekleurde rand die specifiek is per domein.

LibreELEC

LibreELEC (de ELEC staat voor Libre Embedded Linux Entertainment Center) is geoptimaliseerd voor de mediacentersoftware Kodi. De distro start heel snel op en toont dan onmiddellijk de interface van Kodi. Ideaal om op een Raspberry Pi te installeren die je op je tv-scherm aansluit. Met de juiste Kodi add-ons kun je zelfs video’s van Netflix en Amazon streamen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.