ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 echt goede qled-tv’s
© Reshift Digital
Huis

Waar voor je geld: 5 echt goede qled-tv’s

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Op zoek naar een nieuwe televisie met een kristalhelder qled-paneel? Vandaag hebben we vijf interessante modellen gespot met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

Samsung QE50QN93BATXXN

Smart-tv’s met een qledscherm hebben een hoge helderheid en een groot kleurbereik. Samsung voorzag deze fraaie 50inch-televisie van een recent Neo-qledpaneel met goede contrastwaarden. Hierdoor ogen zowel lichte als donkere scènes erg realistisch. Dankzij een resolutie van 3840 × 2160 pixels en een verversingssnelheid van maximaal 144 hertz profiteren kijkers van een hoge beeldkwaliteit. Naast dit 50inch-model kun je deze televisie overigens ook in diverse andere schermdiagonalen aanschaffen, namelijk 43 inch, 55 inch, 65 inch en 75 inch.

Een opvallende eigenschap is de aanwezigheid van een matte coating. Hierdoor ervaar je in een kamer met veel omgevingslicht minder reflecties. Voor het gebruik van video-apps koppel je deze smart-tv aan wifi of ethernet. Open vervolgens de Smart Hub en installeer bekende diensten als Netflix, Amazon Prime Video, Videoland en Disney+. Verder kun je via vier HDMI-poorten diverse externe videobronnen aansluiten.

TCL 55C745

Hoewel TCL nog maar enkele jaren in Nederland actief is, heeft het bedrijf al een knappe reputatie opgebouwd. Wereldwijd behoort het Chinese concern al langer tot de bekendere televisiemerken. Met name de betaalbare qledtelevisies springen in het oog, zoals deze onlangs uitgebrachte TCL 55C745. Het hoogwaardige 55inch-paneel heeft flinterdunne schermranden en ondersteunt een respectabele resolutie van 3840 × 2160 pixels. Voor gamers is de maximale verversingssnelheid van 144 hertz een pluspunt, want games verschijnen hierdoor vloeiend in beeld. Overigens is deze smart-tv ook in een grotere 65 inch-uitvoering te koop.

Voor het gebruik van apps leunt de televisie op het bekende Google TV-smartplatform. Duik in de Play Store en installeer al je favoriete streamingdiensten. Ligt de afstandsbediening niet binnen handbereik? Bedien de 55C745 dan met je stem, want er is ondersteuning voor Google Assistent ingebakken. Een andere bijzondere eigenschap is de aanwezigheid van Dolby Vision IQ. Dit HDR-formaat kiest op basis van het omgevingslicht automatisch de beste beeldinstellingen. De televisie bevat hiervoor een lichtsensor.

Hisense 65A79KQ

De recent verschenen Hisense 65A79KQ is een relatief goedkope qled-tv met een groot 65inch-scherm. Vind je dat te groot, dan kun je ook een kleiner formaat overwegen. Kies in dat geval voor 43 inch, 50 inch of 55 inch. Ondanks de lage aanschafprijs liegen de specificaties er niet om. Zo open je vanuit het VIDAA-smartplatform elke bekende video-app, waarna je kijkt naar haarscherpe 4K-beelden. Je kunt onder meer de Nederlandse diensten NLZiet, KIJK, Videoland en NPO Start installeren. Vanzelfsprekend zijn ook alle internationale diensten vertegenwoordigd, waaronder Netflix, Amazon Prime Video en Disney+.

Naast een hoge beeldkwaliteit heeft Hisense ook aandacht voor goed geluid. Deze televisie ondersteunt namelijk het populaire Dolby Atmos-formaat. Hierdoor hoor je geluidseffecten van series en films om je heen. Dankzij integratie van Apple AirPlay 2 kun je eventueel rechtstreeks media vanaf een iPhone of iPad afspelen. Toon op die manier je dierbare herinneringen op het grote scherm. Tot slot telt de achterzijde drie HDMI-poorten, zodat je bijvoorbeeld een tv-decoder, een mediaspeler én een spelcomputer kunt aansluiten.

Samsung 65QN85C

De Samsung 65QN85C bevat een recent Neo-qledpaneel met een hoge detaillering. Deze smart-tv toont zowel tijdens lichte als donkere scènes natuurgetrouwe kleuren. De beelden bootsen de werkelijkheid dan ook perfect na. Onder leiding van het Tizen-smartplatform zijn alle gangbare video-apps beschikbaar. Start simpelweg een HBO Max- of Disney+-stream in 4K-kwaliteit. Handig is dat de 65QN85C de helderheid en kleurenweergave automatisch afstemt op de zonsopkomst- en -ondergang. Gebruik zo op elk moment van de dag de beste beeldinstellingen.

Verder is de ondersteuning voor het populaire Dolby Atmos-formaat een pluspunt. Hierbij zijn diverse speakers naar boven, zijwaarts en naar voren gericht, zodat je tijdens Netflix- en Amazon Prime Video-streams een ruimtelijker geluid ervaart. Daarnaast volgt het geluid de actiebeelden op het scherm. Dankzij de aanwezigheid van vier HDMI 2.1-poorten vormt deze smart-tv een goede match met next-gen spelcomputers. Je ervaart namelijk soepele gameplay op een indrukwekkende resolutie van 3840 × 2160 pixels. Naast de hier besproken 65inch-uitvoering is deze televisie ook met een schermdiagonaal van 55 inch verkrijgbaar.

Hisense 50E77HQ

Deze televisie van Hisense geldt als een koopje. Je vindt namelijk niet zo gauw een qled-tv van 50 inch in deze prijsklasse. Het Chinese elektronicamerk produceert betaalbaardere alternatieven voor duurdere qled-tv’s van Samsung. Dit exemplaar ondersteunt een resolutie van 3840 × 2160 pixels en een verversingssnelheid van 60 hertz. Voor het gebruik van streamingdiensten is de ondersteuning van de formaten HDR10+ en Dolby Vision gunstig. Films en series hebben hierdoor een rijkere kleurenweergave.

Hisense-televisies zijn voorzien van het overzichtelijke VIDAA-smartplatform. Hiervoor zijn verschillende apps van populaire streamingdiensten beschikbaar. Je kunt natuurlijk ook eigen videobronnen aansluiten. Hiervoor staan er drie HDMI- en twee usb-poorten paraat. Voor het koppelen van oudere apparatuur bevat dit model ook nog een optische uitgang en composietaansluiting. Zoek je een kwalitatieve smart-tv voor gebruik in een bescheiden woon- of slaapkamer? Schaf dan tegen een aantrekkelijk tarief de kleinere 43 inch-uitvoering aan.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.