ID.nl logo
Review Philips 65PUS8909/12 – Strijdvaardig, maar is dat voldoende?
Huis

Review Philips 65PUS8909/12 – Strijdvaardig, maar is dat voldoende?

Philips gooit al enkele jaren hoge ogen met ‘The One’ serie die voor een mooie prijs alle belangrijkste features wil aanbieden. De 65PUS8909 is de nieuwste versie, met een nieuw smart tv-systeem en nieuwe afstandsbediening. Maar kan The One de strijd nog aan in dit segment?

Goed
Conclusie

De Philips 65PUS8909 is naar onze mening wat stil blijven staan, terwijl concurrenten die hard inzetten op het segment waarin deze televisie valt juist grote stappen aan het maken zijn. Van deze familie-tv geniet je het best bij wat omgevingslicht en met heldere content, waarbij de impact van het matige contrast dan minder opvalt. De HDR-prestaties zijn nét voldoende, vooral dankzij Dolby Vision. Het 144Hz-paneel levert goede bewegingsscherpte, prima voor sport en gamers. Die laatste groep krijgt bovendien vier HDMI 2.1-poorten tot zijn beschikking. De afstandsbediening kan beter; dat bewijst de versie die bij de hogere modellen zit. De keuze voor Titan OS kunnen we nog niet met volle overtuiging beoordelen, maar de eerste tekenen zijn gunstig. Het is snel en bevat al een deel van de lokale apps. Met komende software-updates verdwijnen hopelijk de kleine kinderziektes. Wel vinden we de prijs van deze televisie te hoog. Concurrenten zoals TCL en Hisense leveren in deze categorie meer waarde.

Plus- en minpunten
  • Mooi design
  • Driezijdig Ambilight
  • Degelijke kijkhoek
  • Goede bewegingsscherpte
  • Beperkt contrast en helderheid
  • Lichte uniformiteitsproblemen
  • Titan OS nog niet volwassen

PHILIPS 65PUS8909/12

  • Adviesprijs: 1.399 euro
  • Wat: Ultra HD 4K 144 Hz Direct LED LCD-tv
  • Schermformaat: 65 inch (164 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (4x v2.1 48 Gbps, ARC/eARC, ALLM, 4K144, VRR (AMD FreeSync), 2x USB, 1x optisch digitaal uit, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, 1x Ethernet, WiFi 5, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, Dolby Vision, HDR10+, Dolby Atmos, DTS:X, Titan OS, DTS Play-Fi, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot, 7e Gen P5 Perfect Picture Engine, driezijdige Ambilight
  • Afmetingen: 1451 x 905 x 313 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 26,9 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 85 (E) / HDR 235 watt (G)

Nu vrijwel elke tv kan uitpakken met een bijna randloos scherm is het geen gemakkelijke taak om in de middenklasse nog een opvallend design te presenteren. Maar gewoon een mooi ontwerp is gelukkig geen enkel probleem. Deze Philips is echter vrij neutraal in antracietgrijs. Prettig vinden we dat hij op een draaivoet staat.

©TP Vision

Een eerste troef voor deze tv vinden we bij de aansluitingen. Hij biedt namelijk viermaal HDMI 2.1 met 48Gbps bandbreedte en dat is iets dat Philips tot nu toe nog niet heeft laten zien. Dankzij de extra poorten kun je nu moeiteloos meer dan één dergelijke bron aansluiten en eventueel ook een soundbar. De HDMI-poorten ondersteunen ALLM, 4K120 en zelfs 4K144 en VRR (HDMI VRR, AMD FreeSync Premium). De input-lag is uitstekend: 14,9ms in 4K60 en 6,5 ms in 2K120. Maar voordat je begint te gamen, duik je beter eerst nog even in de instellingen en schakel je de poorten van je game-bron naar ‘Optimal Auto Game 144Hz Pro’ om alle game-eigenschappen te activeren.

Titan OS: het nieuwe smart-tv-systeem

Philips stapt bij deze televisie af van Google TV en heeft gekozen voor Titan OS voor een deel van de nieuwe line-up. Titan OS is een in Europa ontwikkeld systeem en biedt een slank en vlot werkend systeem waarin gebruiksvriendelijkheid voorop staat. Wat gebruiksgemak betreft zijn we in ieder geval erg tevreden over de snelheid waarmee je door de schermen navigeert. Ook de lay-out is prima en het Home-scherm lijkt veel op dat van Google TV. Het app-aanbod bevat de belangrijkste internationale diensten, met uitzondering van Apple TV. Lokaal zien we zowel voor Nederland als België al een deel van apps op het scherm staan. In Nederland vinden we Viaplay, NL Ziet, Pathé Thuis en Videoland, in België zijn VTM Go en Streamz beschikbaar.

©ID.nl | Eric Beeckmans

Titan OS ondersteunt ook Google Cast (voorheen bekend als Chromecast), maar geen Airplay2. Daarnaast biedt het FAST-kanalen (Free Ad-Supported Streaming), die geïntegreerd zijn in de klassieke elektronische programmagids van de tv-tuner. Ze bieden extra content, maar de meerwaarde lijkt ons voorlopig beperkt. Titan OS wil ook inzetten op een goede zoekfunctie, maar ook daar was zo te zien nog wat werk aan. Je kunt weliswaar per categorie zoeken, maar de resultaten waren nog beperkt.  Titan OS garandeert wel verdere software-updates, dus er komen nog verbeteringen aan.

©ID.nl | Eric Beeckmans

De afstandsbediening oogt modern, en heeft een paar unieke eigenschappen. Zo lichten er cijfers op onder de d-pad als je de cijfer-toets (centraal tussen geluid- en kanaaltoetsen) indrukt. Dat maakt de afstandsbediening compact, maar tegelijkertijd biedt hij dus toch nummertoetsen. We waren minder tevreden over het gevoel dat de toetsen gaven. Een toets indrukken voelt zacht en onduidelijk aan. En zeker op de d-pad kan dat tot foute toetsaanslagen leiden.

©ID.nl | Eric Beeckmans

Ambilight mag niet ontbreken 

Op deze Philips-tv zorgt een driezijdig Ambilight voor sfeervolle en vooral kleurrijke omkadering van de tv. Als je voluit van Ambilight wilt genieten, zorg dan voor voldoende vrije ruimte rond de tv. Je kunt het licht aanpassen voor de kleur van achterliggende muur, en Ambilight biedt veel verschillende functies. De belangrijkste is het tv-beeld omzetten in kleuren die verschijnen op de muur. Maar je kunt Ambilight ook laten werken op geluid, je kunt het gebruiken als sfeerlicht, of ermee wakker worden of gaan slapen. Ambilight Aurora is een screensaver en sfeerlicht tegelijkertijd.

©TP Vision

 Philips P5-beeldverwerking

De nieuwe chipset die voor de extra HDMI 2.1-poorten zorgt, is ook de nieuwe basis voor de Philips P5-beeldverwerking. Geen revolutionaire technieken – die zijn uiteraard voorbehouden aan de topmodellen – maar erg solide prestaties met sterke punten die Philips over de jaren verzameld heeft. Een uitstekende deinterlacing van 1080i-content zoals die van een tv settop-box en slimme upscaling die detail een kleine boost kan geven.

©TP Vision

Samen met goede ruisonderdrukking levert dat ook voor oudere bronnen zoals dvd mooie resultaten op. Philips heeft wel nog wat werk om blokvorming efficiënter te verwijderen. Die beeldfout wordt veroorzaakt door sterke videocompressie, en de processor kan dat kennelijk niet goed mee verwerken. De bewegingsscherpte van dit 120Hz-paneel is goed, het kan zelfs 144Hz gaan, en dat is interessant voor games. Dat maakt het prima voor sport, waar de bal netjes afgelijnd blijft en geen lastige sleepsporen maakt wanneer hij over het scherm zoeft. De motion interpolation van Philips scoort al geruime tijd erg goed. Het algoritme grijpt snel en adequaat in om schokken te vermijden wanneer de camera snel beweegt. Op lage-resolutiebronnen zoals dvd veroorzaakte dat wel iets meer beeldartefacten dan gewenst.

Levert hij genoeg contrast?

Philips positioneert The One als een toestel dat een breed scala kijkers moet bekoren en in typische woonkameromstandigheden zijn werk moet doen. Het ADS-type paneel (een variant van IPS), zorgt bijvoorbeeld voor een redelijk goede kijkhoek voor helderheid, contrast en kleur. Maar bij donkere beelden heeft het wat last van een waas die het contrast hindert. Het ANSI-contrast is goed: het haalt ongeveer 1.750:1, en met globale dimming kan dat klimmen naar iets meer dan 3.000:1 – zij het dan wel in iets makkelijkere testen.

We hadden graag gezien dat Philips ook in The One voor lokale dimming had gekozen, dat kan een wezenlijk beter resultaat leveren. Ook de uniformiteit scoorde niet fantastisch. Die is oké in heldere beelden, maar in donkere beelden zie je de achtergrondverlichting duidelijk hier en daar doorschijnen, vooral aan de rand. Jammer, want in de donkere balken boven en onder een filmbeeld is dat goed zichtbaar. Dit soort fout varieert echter van toestel tot toestel. De SDR-beelden in de Film-beeldmode zijn prima, met nauwkeurige kleurweergave, maar je kunt ze verbeteren door de ‘Dynamische contrastverbetering’ te activeren, en eventueel de gamma-waarde naar twee op te trekken. Beide ingrepen verbeteren het contrast, waardoor het beeld wat meer diepte en detail krijgt. 

Nét geslaagd voor HDR

Een moderne tv moet ook in staat zijn om goed HDR weer te geven. Daarvoor zijn een aantal factoren belangrijk, zoals contrast, helderheid, kleurbereik en tonemapping. Met een gemeten piekhelderheid (in HDR Film beeldmode) van ongeveer 430 nits zowel op kleine stukken van het scherm als op het volledig scherm is de PUS8909 iets te zuinig met licht. Vermoedelijk is meer licht, gecombineerd met het matige contrast en global dimming niet gewenst, dat begrijpen we. Maar toch is dat een bescheiden resultaat. Het kleurbereik is wel goed: dat haalt 92% P3. De meeste HDR-beelden zien er goed uit, tenminste zolang ze niet te donker zijn, en zolang ze niet te helder gemastered zijn.

In het eerste geval merk je dat er veel zwartnuances verdwijnen, en dat het matige contrast het beeld parten speelt. Wanneer de beelden te helder gemastered zijn, maakt de tonemapping kleuren te helder, die verliezen dan aan intensiteit. Het beeld wordt daardoor ook vlakker. Philips heeft The One gelukkig wel ondersteuning voor HDR10+ en Dolby Vision gegeven. Vooral het populaire Dolby Vision kan dankzij de dynamische metadata veel meer mooie resultaten neerzetten.

©TP Vision

Voldoende audiovermogen

Net als vorig jaar is The One uitgerust met viermaal 10W vermogen, en ondersteuning voor Dolby Atmos en DTS:X. Daarmee kan het toestel behoorlijk wat volume produceren met een toereikende bas-ondersteuning en hoorbaar surround-effect. Alleen wanneer je het volume echt hoog zet, gaat de klank wat de mist in. En uiteraard kun je zonder upfiring luidsprekers geen echte Dolby Atmos of DTS:X hoogte-effecten realiseren. Het resultaat volstaat voor doorsnee gebruik. Wie van krachtige muziek en film/game-soundracks houdt, kiest beter een goede soundbar.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Conclusie

De Philips 65PUS8909 is naar onze mening wat stil blijven staan, terwijl concurrenten die hard inzetten op het segment waarin deze televisie valt juist grote stappen aan het maken zijn. Van deze familie-tv geniet je het best bij wat omgevingslicht en met heldere content, waarbij de impact van het matige contrast dan minder opvalt. De HDR-prestaties zijn nét voldoende, vooral dankzij Dolby Vision. Het 144Hz-paneel levert goede bewegingsscherpte, prima voor sport en gamers. Die laatste groep krijgt bovendien vier HDMI 2.1-poorten tot zijn beschikking. De afstandsbediening kan beter; dat bewijst de versie die bij de hogere modellen zit. De keuze voor Titan OS kunnen we nog niet met volle overtuiging beoordelen, maar de eerste tekenen zijn gunstig. Het is snel en bevat al een deel van de lokale apps. Met komende software-updates verdwijnen hopelijk de kleine kinderziektes. Wel vinden we de prijs van deze televisie te hoog. Concurrenten zoals TCL en Hisense leveren in deze categorie meer waarde.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos