ID.nl logo
Zo vind je de beste printer
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo vind je de beste printer

Het zoeken naar een nieuwe printer is altijd even een karwei. Wil je een inkjetprinter of laserprinter? Moet het apparaat kunnen scannen en dubbelzijdig kunnen afdrukken? Heb je alleen zwart-witprintjes nodig of wil je ook eens een foto kunnen printen? Wij proberen je keuze een stuk makkelijker te maken met dit artikel.

Naast concrete vragen over welke functies een printer moet hebben, komen er ook lastigere vraagstukken bij de aanschaf van een printer kijken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de onderhoudskosten en de prijs per pagina. Want als fabrikanten van printers ergens goed in zijn, dan is het wel het zo onduidelijk mogelijk maken van de kosten na aanschaf. Maar laten we bij het begin beginnen.

Inkjet of laser?

De belangrijkste en dus eerste vraag die je jezelf moet stellen bij aanschaf van een printer: inkjet of laser? Een inkjetprinter is goedkoper in aanschaf en heb je al vanaf een paar tientjes. De HP Officejet Pro 6230 kost bijvoorbeeld maar 50 euro en wordt geleverd met vier cartridges waar je alvast een aantal afdrukken mee kunt maken. Het grote nadeel van een inkjetprinter is echter dat de kosten ná aanschaf een stuk hoger zijn: je moet constant investeren in nieuwe cartridges en fabrikanten doen er alles aan om het gebruik van namaak-cartridges te ontmoedigen. Sommige namaak-cartridges worden niet herkend of bieden een veel slechtere printkwaliteit dan originele cartridges. Laserprinters zijn duurder in aanschaf maar de kosten per pagina zijn een stuk lager. Dit komt omdat één toner-cassette van een laserprinter makkelijk duizenden pagina’s kan printen. Wil je kleur kunnen printen met een laserprinter, dan heb je net als bij een inkjetprinter vier cartridges of cassettes nodig. Een toner-cassette bevat poeder in plaats van vloeibare inkt van een inkjet-cartridge. Afdrukken van een laserprinter hoeven dan ook niet te drogen. Een bekend nadeel van een inkjetprinter is ook dat de inkt op den duur uitdroogt. Dat gebeurt nog sneller als je printer bijvoorbeeld vol in de zon staat. Een nadeel van een laserprinter is dat je af en toe de drum-eenheid moet kopen.

©PXimport

Zwart-wit of kleur?

De volgende vraag is of je kleur of alleen zwart-wit wilt kunnen printen. Vanwege de aanschafprijs zijn laserprinters voor thuisgebruik eigenlijk alleen zinvol als je tevreden bent met alleen zwart-wit. Een kleuren-laserprinter is uiteraard mogelijk, maar weet wel dat je zo’n 200 euro kwijt bent voor de printer en je gemakkelijk 60 tot 80 euro voor één toner-cassette uitgeeft. Bij zowel een kleuren-laserprinter als een kleuren-inkjetprinter heb je te maken met vier verschillende cassettes of toners. Dit wordt aangegeven als CMYK, oftewel Cyaan, Magenta, Yellow (geel) en Key Plate (zwart). Bij inkjetprinters koop je vaak een complete set CMYK-cartridges voor een paar tientjes, sommige fabrikanten hebben de CMY-kleuren in één cartridge gecombineerd. Bij laserprinters is het normaal om losse toner-cassettes te kopen, gecombineerde CMY-toners zijn zeldzaam.

©PXimport

Twee is goedkoper dan één

Als je vrijwel alleen zwart-wit wilt printen en af en toe eens een kleurenfoto of document wilt kunnen afdrukken, is het misschien een beter idee om twee printers aan te schaffen: een zwart-wit-laserprinter voor de dagelijkse printjes en een simpele kleuren-inkjetprinter zonder al teveel toeters en bellen voor de incidentele kleurenfoto.

Functies

Een printer moet natuurlijk goed kunnen printen, logisch. Maar veel printers kunnen nog veel meer. Zodra een printer ook kan scannen, kopiëren of faxen kan versturen, heb je het over een all-in-one-printer. Je herkent een multifunctionele printer meteen omdat het apparaat een klep heeft die een glazen plaat herbergt. De plaat wordt gebruikt om documenten van onderen te kopiëren of te scannen. Een all-in-one-printer kan zowel als inkjet- of als laserprinter uitgevoerd zijn. Scans kunnen in de meeste gevallen meteen op je computer worden opgeslagen, via een bekabelde verbinding of draadloos via wifi. Sommige all-in-one-printers kunnen ook gebruikt worden als fax. Een fax wordt in Nederland eigenlijk alleen nog voor zakelijke correspondentie gebruikt, je hebt hiervoor een telefoonaansluiting nodig. In de meeste gevallen sluit je de printer met een kabel aan op je modem. In de meeste gevallen is het aan te raden om voor een all-in-one-printer te kiezen, deze modellen zijn vaak helemaal niet veel duurder dan een simpele printer. De Epson Expression Home XP-442 inkjet all-in-one printer heb je bijvoorbeeld al voor slechts 50 euro.

©PXimport

ADF

Sommige all-in-one-printers zijn met een ADF (Automatic Document Feeder) uitgerust, dit is een klep boven de glasplaat waar je meerdere vellen papier op elkaar kunt stapelen. Een ADF is handig als je meerdere vellen papier wilt kopiëren of scannen, zonder dat je steeds de klep hoeft te openen om het nieuwe vel papier op de glasplaat te leggen.

©PXimport

Connectiviteit

Alle printers kun je met een computer verbinden via een usb-kabel. Als je desktop-pc en printer zich in dezelfde ruimte bevinden, is dit de goedkoopste en meest efficiënte oplossing. Heb je een laptop en wil je draadloos kunnen printen, dan ontkom je eigenlijk niet aan een printer met wifi. Met een omweg kan het zonder ook, zie kader ‘Draadloos met je bekabelde printer’. Gelukkig hebben de meeste nieuwe modellen standaard wifi aan boord en hoeft een wifi-printer echt niet duur meer te zijn. Wil je vanaf je smartphone kunnen printen, dan moet je even kijken of de printer de protocollen AirPrint (voor iPhone en iPad) en Google Cloud Print (Android) ondersteunt. Met die laatste techniek kun je zelfs vanaf een andere locatie iets op je printer afdrukken. Sommige printers hebben ook de mogelijkheid om direct vanaf een geheugenkaartje te printen. Deze optie vind je vooral terug op inkjetprinters.

©PXimport

Draadloos met je bekabelde printer

Heb je een printer met enkel een usb-aansluiting? Niet getreurd, er zijn oplossingen om toch draadloos te kunnen printen. Op sommige routers kun je een usb-printer aansluiten en vanaf elk apparaat draadloos printen. Een alternatief is een tweedehands Apple AirPort Express. Sluit je usb-printer erop aan en print draadloos vanaf je laptop of desktopcomputer. Een laatste alternatief is de printer via usb aansluiten op een computer die daar in de buurt staat, en via het thuisnetwerk afdrukken. Dan moet dus wel die computer aan staan om te kunnen printen.

Foto’s printen

Wil je foto’s kunnen afdrukken, dan kies je het best voor een inkjetprinter. De reden is dat inkjetprinters beter in staat zijn om afdrukken te maken die op klassieke ontwikkelde foto’s lijken. Een kleuren-laserprinter kan ook prima documenten in kleur printen, maar de kleuren die je met een inkjetprinter print, zijn vaak een stuk levendiger. Bijkomend voordeel is dat inkjetprinters meestal ook speciale ingebouwde functies hebben voor het afdrukken van foto’s en dat je in de printer meteen fotopapier kunt leggen, vaak ook in kleinere formaten. Er zijn tegenwoordig ook speciale fotoprinters op de markt. Deze kleine apparaatjes kun je meteen voeden met fotopapier en printen binnen een paar seconden een foto direct van je smartphone, tablet of pc via wifi of door een usb-drive of sd-kaartje in de printer te stoppen.

©PXimport

Formaten

Je documenten print je veelal uit in A4-formaat en alle printers die in Nederland verkocht worden, kunnen dit formaat aan. Wil je ook eens iets op een ander din-formaat uitprinten, dan moet je even opletten. Een kleiner formaat zoals A5 is meestal geen probleem, omdat de papierlade van een printer in de meeste gevallen horizontale en verticale schuiven bevatten, zodat je er kleinere formaten passend in kunt leggen. Bij het afdrukken moet je er wel even om denken dat je als papierformaat nu bijvoorbeeld A5 of A6 aangeeft, anders verwacht de printer een A4-papier en dit kan tot vastzittend papier leiden.

Op een groter formaat printen is een ander verhaal. Als je eens een A3-tje wilt printen, heb je een printer nodig die dit formaat aankan. Grote bedrijfsprinters hebben papierlades waar je A3-papier in kunt leggen, en sommige kleinere printers kunnen op A3-formaat afdrukken als ze over een Automatic Document Feeder beschikken. Niet alle printers met een ADF kunnen dit overigens, bekijk altijd de specificaties van de printer om er zeker van te zijn dat de printer op A3 kan printen. Sommige printers kunnen bovendien dubbelzijdig printen, dit gaat vaak wel een stuk langzamer dan een enkelzijdige afdruk.

©PXimport

Nog groter?

Wil je echt op groot formaat printen, dan kan dit alleen met een (semi-)professionele printer. Ga er wel vanuit dat je voor zo’n grootformaat-printer of plotter wel een paar honderd euro kwijt bent. Dat is veel geld, maar wel een stuk goedkoper dan een paar jaar geleden. De HP Designjet T520 is weliswaar prijzig met 1350 euro, maar kan in kleur printen tot A1-formaat.

©PXimport

Prijs per pagina

De aanschafprijs van een printer zegt niets over hoe goedkoop de machine in gebruik is. Vaak worden printers tegen dumpprijzen aangeboden, maar betaal je je vervolgens scheel aan toner-cassettes, inkt- en drum-cartridges. Wil je weten hoeveel geld je echt kwijt bent, dan moet je zeker ook kijken naar de prijs per gedrukte pagina. En dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Geen enkele fabrikant geeft dit betrouwbaar aan, je bent dus afhankelijk van reviews en tests. Je kunt om de zoveel tijd een test van verschillende printers terugvinden in dit magazine of in één van onze zusterbladen en uiteraard kun je recensies lezen op sites als www.kieskeurig.nl. Een ouderwetse Google-zoekopdracht biedt natuurlijk ook uitkomst.

De prijs per pagina kan per machine enorm variëren en hangt er natuurlijk ook vanaf of je originele cartridges of namaak-artikelen in je printer gebruikt. Op Costperpage.nz vind je een overzicht van veel verschillende printers en hun kosten per pagina. De prijzen zijn in Nieuw-Zeelandse Dollars, maar je krijgt een aardig idee welke printers tot de goedkoopste behoren. De goedkoopste laserprinter die je hier vindt, de Kyocera ECOSYS P3055DN, kan voor zo’n halve cent per pagina printen in zwart-wit. De aanschafprijs ligt wel op zo’n 700 euro. Aan de andere kant van het spectrum vind je bijvoorbeeld de inkjetprinter HP DeskJet 3720 voor 65 euro, deze kost per kleurenpagina echter 16 cent en per zwart-witpagina 7,5 cent. Let er bij aanschaf ook even op dat een nieuwe printer uiteraard inclusief cartridges of toners wordt geleverd, maar dat dit in vrijwel alle gevallen om een starter-kit gaat. Met andere woorden: na een paar printjes zal je printer een melding geven dat de inkt-cartridge of toner-cassette bijna leeg is.

©PXimport

Snelheid

Iets wat je wel een stuk beter direct kunt vergelijken, is de snelheid waarmee een printer je plaatjes of documenten af kan drukken. In de meeste gevallen berekent een fabrikant de snelheid op basis van een enkelzijdige afdruk met alleen tekst. Druk je afbeeldingen af, dan kan het printen een stuk langer duren. Er kan bovendien een groot verschil zitten in de snelheid van enkelzijdig en dubbelzijdig afdrukken. Sommige printers draaien het papier na de eerste zijde snel om, andere printers moeten het papier weer helemaal door de machine laten rollen om de andere kant te bedrukken. Op deze laatste manier is het dubbelzijdig afdrukken soms veel langzamer dan twee enkele zijdes na elkaar te drukken. Denk er ook aan dat fabrikanten termen als pages (pagina’s), sides (kantjes) en sheets (vellen) door elkaar gebruiken.

©PXimport

Onderhoud

We hebben het al even genoemd, aan onderhoudskosten ben je sowieso geld kwijt voor cartridges in het geval van een inkjetprinter. Voor een laserprinter moet je af en toe een nieuwe toner-cassette bestellen. Of je gaat voor originele navul-artikelen of kiest voor namaak-producten is je eigen keuze, voor beide opties is wat te zeggen. Als je originele producten kiest, ben je uiteraard een stuk duurder uit, maar de kwaliteit is altijd top en je machine kan er langer van meegaan. Sommige namaak-producten kosten echter een fractie van de prijs van een originele cassette of cartridge en printen toch in een goede kwaliteit.

Zorg in elk geval dat je even goed recensies leest van namaak-producten voordat je er één in je printer steekt. Voor veel printers zijn ook XXL-cartridges of -cassettes beschikbaar. Dit kan soms heel wat geld schelen. Zo kost een Brother TN-2420 cassette voor een laserprinter weliswaar het dubbele van een TN-2410 cassette, maar je kunt er dan ook circa 3000 in plaats van 1200 afdrukken mee maken. Naast een toner-cassette moet je af en toe een nieuwe drum-eenheid kopen voor een laserprinter, ga uit dat je na tienduizend printjes een nieuwe drum-eenheid moet bestellen. Een nieuwe drum-eenheid kost al snel een paar tientjes.

©PXimport

Resolutie

Bij elke printerspecificatie lees je de resolutie van de printer. In hoeverre is dit belangrijk? Als je voornamelijk documenten print en af en toe een foto wilt afdrukken is dit niet heel belangrijk, elke moderne printer biedt voldoende resolutie voor een goede afdruk. Wil je echter in de weer met extreem hoogwaardige fotoafdrukken, dan is het slim om te kijken naar printers die kunnen afdrukken met een resolutie van 1200 dpi (dots per inch) of hoger.

Denk aan het milieu

Ten slotte kun je je afvragen of je überhaupt een printer nodig hebt. Het lijkt een rare uitspraak in een koopgids over printers, maar veel documenten hoef je tegenwoordig niet meer uit te printen. Je belastingaangifte gaat digitaal, het opzeggen van een contract kan in veel gevallen via de mail en een fotoboek kun je ook digitaal op een fotolijstje of tablet bekijken.

Heb je toch een printer nodig maar wil je je steentje bijdragen aan het milieu, zoek dan een printer met goede ecologische functies. Vrijwel elke printer heeft verschillende modi aan boord om energie te sparen door bijvoorbeeld zichzelf uit te schakelen als hij langer dan een minuut niet wordt gebruikt. Een andere ecologische maatregel is om de printkwaliteit aan te passen. Standaard drukt je printer af met veel meer toner of inkt dan wanneer hij in de spaarstand staat. Je bespaart hierdoor op je lopende kosten en dat is niet alleen goed voor het milieu maar ook voor je portemonnee.

En als je cartridges leeg zijn of je oude printer kapot is, gooi ze niet in de prullenbak maar laat ze door de fabrikant recyclen. Ga naar de website van de fabrikant voor meer informatie.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.