Windows Home Server 2011
Het is alweer ruim vier jaar geleden dat de eerste versie van Windows Home Server werd geïntroduceerd: de makers hebben ruim de tijd genomen om een nieuwe versie te maken. Windows Home Server is gebaseerd op Windows Server 2008 R2. Deze serverversie is afgeslankt en aangepast voor thuisgebruik. Windows Home Server 2011 heeft drie doelen. Allereerst kunt u met Windows Home Server de computers in uw thuisnetwerk centraal onderhouden en beheren. Zo worden er back-ups gemaakt van de aangesloten computers, kunt u gegevens terughalen en wordt er gecontroleerd of alle updates zijn toegepast. Dit centraal beheer heeft als groot voordeel dat u niet langer de individuele computers los hoeft te onderhouden; vergelijk het met een bedrijf waarin het beheer en onderhoud ook gecentraliseerd plaatsvindt. Een tweede doel van Windows Home Server is het centraal opslaan van uw bestanden, de gegevens zijn hierdoor niet meer verspreid over de losse computers (met alle risico's van dien). Tot slot biedt Windows Home Server de mogelijkheid om de gegevens van de server en uw individuele computers van buitenaf toegankelijk te maken. Zo kunt u bijvoorbeeld vanaf uw werk de nieuwste vakantiefoto's op uw computer thuis bekijken.
1. Hoe komt u eraan?
Windows Home Server 2011 wordt geleverd in combinatie met nieuwe hardware. In de praktijk schaft u de software dus aan als u een nieuwe thuisserver koopt. Naar verwachting zullen er verschillende fabrikanten systemen met Windows Home Server uitbrengen. Wilt u liever zelf aan de slag met een eigen computer en Windows Home Server 2011? Op internet vindt u verschillende webwinkels waar u een losse licentie van Windows Home Server 2011 kunt aanschaffen.
2. Geen Drive Extender
Windows Home Server 2011 is de tweede uitgave van de Home Server-lijn. Ten opzichte van de eerste uitgave kent versie 2011 een aantal opmerkelijke verschillen. Bij de introductie van Windows Home Server 2011 viel het veel bestaande gebruikers op dat de functionaliteit van Drive Extender is weggevallen. Drive Extender - zoals aanwezig in de eerste versie van Windows Home Server - maakt een kopie van de lokale data op een harde schijf en dupliceert deze gegevens over meerdere schijven. Gegevens werden over meerdere schijven verdeeld, maar aan de gebruiker gepresenteerd alsof ze zich op één schijf bevonden. Groot voordeel van Drive Extender was dat u feitelijk over ongelimiteerde opslagruimte beschikte. Hoe meer ruimte u nodig had, hoe meer schijven aaneengeschakeld konden worden. Met het wegvallen van Drive Extender bent u voortaan gebonden aan de fysieke limiet van de schijf waarop een map zich bevindt. Wilt u meer opslaan dan de ruimte toestaat, dan moet u de map naar een grotere schijf verplaatsen of een tweede map aanmaken. Dat is jammer. U bepaalt nu zelf hoe de opslagruimte wordt verdeeld en op welke schijf de gegevens uiteindelijk worden opgeslagen. Drive Extender zorgde, door de duplicatiemogelijkheid over verschillende schijven, ook voor automatische dataretentie van de door u geselecteerde mappen, zodat data niet verloren gaan als een harde schijf crasht. Wilt u in Home Server 2011 dataretentie als extra veiligheid, dan zult u zelf bijvoorbeeld RAID1 of RAID5 moeten instellen.
3. Back-ups
Een belangrijk aspect van Windows Home Server is de back-upfunctionaliteit. Met Home Server kunt u reservekopieën maken van de individuele werkstations in uw thuisnetwerk. Hierbij wordt een volledige back-up van elke computer gemaakt, waarna er dagelijks wordt bepaald welke veranderingen hebben plaatsgevonden en incrementele back-ups worden gemaakt. Mocht er onverhoopt iets misgaan met een computer, dan kunt u de volledige back-up terugplaatsen. Behalve het terugzetten van volledige back-ups, kunt u individuele bestanden en mappen herstellen. Dit is handig als u per ongeluk een map of bestand hebt verwijderd, of dit beschadigd is geraakt.
U kunt niet alleen een volledige back-up terugplaatsen, maar ook individuele bestanden of mappen.
Oogje in het zeil
Dashboard is het centrale beheervenster van Windows Home Server 2011 en vormt het startpunt voor de taken die u wilt uitvoeren. Handig is dat u via het dashboard in één oogopslag kunt zien of de server naar behoren functioneert. Rechtsboven ziet u drie pictogrammen: voor fouten, waarschuwingen en informatie. Klik op de balk voor een overzicht van de meldingen.
4. Launchpad
Op de clientcomputers die met Windows Home Server zijn verbonden, wordt onder meer Launchpad toegevoegd. Launchpad geeft u toegang tot populaire taken van Windows Home Server. U opent Launchpad via Start / Alle programma's / Windows Home Server 2011 / Windows Home Server 2011 Launchpad. Via het Launchpad hebt u toegang tot back-up, externe webtoegang, gedeelde mappen en het dashboard. Daarnaast worden urgente meldingen getoond via een pictogram rechtsonder in het venster. Wilt u Lauchpad automatisch laden bij de start van Windows? Klik op het pijltje rechtsboven in het venster en kies Instellingen. Zorg ervoor dat de optie Automatisch Launchpad uitvoeren als ik me aanmeld bij Windows is aangevinkt.
Launchpad geeft u toegang tot de belangrijkste onderdelen van Windows Home Server 2011.
5. Meldingsweergave
Gaat er iets mis met uw server? Hiervan wordt melding gemaakt in het venster Meldingsweergave. Aan de linkerzijde van het venster vindt u een overzicht van alle meldingen, bijvoorbeeld dat een update niet is geïnstalleerd. Klik op een melding om de bijbehorende details te tonen. Deze verschijnen rechts. Vervolgens kunt u het probleem oplossen en aangeven wat er moet gebeuren (het dashboard openen, de melding verwijderen of de melding volledig negeren). U kunt de meldingen ook per e-mail laten toesturen. Klik op E-mailkennisgeving voor meldingen instellen (onder in het venster). In het nieuw geopende venster klikt u op Inschakelen, waarna u de e-mailadressen opgeeft waarnaar de melding wordt gestuurd (hebt u meerdere adressen, dan scheidt u deze met een puntkomma).
Belangrijke notificaties worden getoond in het venster Meldingsweergave.
Systeemeisen
Voor de installatie van Windows Home Server 2011 hebt u een computer met een minimaal een 1,4 GHz-processor nodig. Windows Home Server is alleen beschikbaar als 64bit-editie. Hoewel officieel minstens 1 GB intern geheugen wordt aanbevolen, doet u er goed aan de machine met 3 GB RAM of meer uit te rusten. Zorg voor een harde schijf met minimaal 170 GB opslagruimte. Maakt u al gebruik van de eerste versie van Windows Home Server, dan zult u alsnog een schone installatie moeten uitvoeren. Upgraden is niet mogelijk. De clientcomputers moeten zijn uitgerust met Windows XP met Service Pack 3, Windows Vista met Service Pack 2 of Windows 7.
6. Neem de tijd
Het is tijd om met Windows Home Server 2011 aan de slag te gaan. Installeert u de server zelf? Neem hiervoor dan ruim voldoende tijd. De installatie vergt flink meer gebruikersinteractie dan bij een clientbesturingssysteem (zoals Windows 7) en de machine wordt meerdere malen opnieuw opgestart. Ditzelfde geldt voor de installatie van de clientsoftware op de individuele computers binnen uw thuisnetwerk.
7. Het hoofdvenster
De configuratie van Windows Home Server 2011 vindt plaats via het venster Dashboard. U kunt dit venster beschouwen als de centrale locatie van waaruit u de verschillende instellingen kunt aanpassen. Via de sectie Servermappen en harde schijven hebt u toegang tot de opslaglocaties. Dit venster bestaat uit twee tabbladen. Op het eerste tabblad, Servermappen, ziet u welke centrale mappen op de server zijn aangemaakt. U kunt bestaande mappen naar een alternatieve locatie verplaatsen. Dit is handig als u een nieuwe schijf aan de server toevoegt en de bestaande data hiernaar wilt kopiëren. De wizard lijkt dan ook een tegemoetkoming voor het feit dat Drive Extender (waarover u in stap 2 kon lezen) in deze versie het veld heeft moeten ruimen. Selecteer de map en klik op de koppeling De map verplaatsen (rechts in het venster). Een wizard wordt geopend. Met deze wizard verplaatst u niet alleen de inhoud van de bestaande map naar de nieuwe map, maar zorgt u er ook voor dat de netwerkkoppelingen automatisch worden aangepast naar de nieuwe locatie. Wilt u een nieuwe map aanmaken? Klik rechts in het venster op de koppeling Een map toevoegen. De tweede tab, Harde schijven, geeft aan welke fysieke schijven in de machine zijn geïnstalleerd.
In principe werkt u nooit direct op de Home Server zelf: het beheer vindt plaats via het Dashboard waarop u extern inlogt.
Hebt u meer ruimte nodig, dan kunt u de map naar een grotere harde schijf verplaatsen.
8. Clientsoftware installeren
Tijd om de clientsoftware te installeren. Hiermee kan Windows Home Server de status van de aangesloten computer in het oog houden, en kunt u de server op afstand beheren. In tegenstelling tot de eerste versie van Windows Home Server, hebt u hiervoor geen aparte cd meer nodig. Op de clientcomputer opent u de browser en surft u naar de webpagina van Windows Home Server. Het netwerkadres hiervan is als volgt samengesteld: http://SERVERNAAM/connect. Klik hierna op Software voor Windows downloaden. De connectorsoftware is ook beschikbaar voor de Mac. Dan klikt u natuurlijk op Software voor Mac downloaden. De server wordt gezocht. Hierna wordt gecontroleerd of de machine aan de minimumeisen voldoet en wordt gevraagd om het serverwachtwoord. Geef hierna een beschrijving op van de computer die u met de server wilt verbinden (bijvoorbeeld: Huiskamer).
In de wizard wordt gevraagd of u de computer uit de slaapstand- of stand-bymodus wilt halen om back-ups te maken. Het is verstandig om voor de eerste optie te kiezen (Ja, haal de computer uit de slaapstand of stand-bymodus om een back-up te maken). Zo weet u zeker dat er geen reservekopieën worden overgeslagen. De computer wordt hierna geconfigureerd en aan de servergroep toegevoegd.
U hebt geen cd meer nodig, maar kunt de clientsoftware via de browser installeren.
9. Nieuwe gebruikers aanmaken
In het dashboard klikt u op de knop Gebruikers. Hiermee opent u de sectie waarin u nieuwe gebruikers voor Windows Home Server kunt aanmaken. Rechts in het venster kiest u voor Gebruikersaccount toevoegen. Een nieuw venster wordt geopend, waarin u de voor- en achternaam van de gebruiker opgeeft en het wachtwoord instelt. Klik op Volgende en geef aan tot welke mappen de gebruiker toegang heeft. Hierbij bepaalt u ook het niveau: Alleen-lezen of Lezen/schrijven. Klik op Volgende. De wizard vraagt of u externe webtoegang wilt inschakelen voor de account. Handig is dat u daarbij kunt aangeven voor welke mappen dit geldt. Wilt u helemaal geen webtoegang geven, dan kiest u voor Geen externe webtoegang toestaan. Tevreden? Klik op Account maken. De gebruiker wordt toegevoegd.
Wilt u een gebruiker tijdelijk de toegang ontzeggen tot de server, zonder de volledige gebruikersaccount te verwijderen? Open in het dashboard weer de sectie Gebruikers. Klik met de rechtermuisknop op de gebruiker die u tijdelijk wilt uitschakelen. Kies voor Het gebruikersaccount deactiveren. Weer inschakelen? Klik op de account met de rechtermuisknop en kies Het gebruikersaccount activeren. Wilt u de gebruiker wissen, dan kiest u voor de optie Het gebruikersaccount verwijderen.
Maak nieuwe gebruikers aan.
10. Serverback-up instellen
Het is belangrijk dat er back-ups worden gemaakt van de server zelf. In het hoofdvenster van het dashboard kiest u voor Serverback-up instellen. Met behulp van de wizard kiest u een back-upschijf (dit moet een aparte schijf zijn, gekoppeld aan de server). Het is jammer dat u geen netwerkschijf kunt opgeven. Let er bovendien op dat alle bestaande gegevens van de schijf die u als back-upschijf wilt gebruiken, worden gewist. Kies de schijf en klik op Volgende. De wizard stelt de geselecteerde schijf vervolgens in.
Jammer, maar helaas: u kunt geen gedeelde netwerkmap als back-uplocatie opgeven.
11. Situatie herstellen
Hebt u een gedeelde netwerkmap van Windows Home Server verwijderd, maar bedenkt u zich na verloop van tijd dat deze map wel degelijk van pas komt? Geen nood, u kunt de map herstellen. In het hoofdvenster van Windows Home Server kiest u voor Servermappen en harde schijven. Op de tab Servermappen klikt u met de rechtermuisknop op de servermap die u hebt verwijderd, waarna u kiest voor Ontbrekende map opnieuw aanmaken. De map wordt hersteld en u hebt de gegevens terug die in de map stonden.
12. Gegevens extern toegankelijk maken
Met Windows Home Server kunt u uw bestanden (waaronder foto's en video's) extern toegankelijk maken. Vanaf elke computer met browser en internetverbinding kunt u zich vervolgens aanmelden bij de server en de bestanden bekijken. In het hoofdvenster van het dashboard kiest u voor Externe webtoegang instellen. Klik op de knop Inschakelen. De wizard installeert een certificaat en probeert de router van uw thuisnetwerk zelf te configureren voor externe toegang. Lukt dit niet, dan kunt u de router handmatig instellen. Kies hierna voor Domeinnaam instellen. Hiermee bepaalt u via welk adres de server toegankelijk is. Kies Ik wil een nieuwe domeinnaam instellen. Wij kiezen ervoor om de domeinnaam via Microsoft te laten lopen. Hiervoor hebt u een Windows Live ID nodig, wat u gratis kunt aanmaken via Live.com
Maak uw bestanden van buitenaf toegankelijk.
13. Website aanpassen
U kunt het uiterlijk en de inhoud van de website waarmee u toegang tot uw gegevens hebt, aanpassen. In het venster Serverinstellingen kiest u de sectie Externe webtoegang. Klik op de knop Aanpassen (in het vak Website-instellingen). Via de tab Aanmeldingspagina past u de titel van de website aan, maar ook de gebruikte achtergrondafbeelding en het logo van de website. U kunt hiervoor bmp-, gif-, png- en jpg-formaten gebruiken. Klik hierna op de tab Koppelingen op de startpagina. U kunt de standaard webkoppelingen verwijderen en vervangen door uw eigen koppelingen (bijvoorbeeld naar uw eigen website). Geef de gegevens op in de sectie Een nieuwe koppeling toevoegen, en bevestig met een klik op Toevoegen.
Pas het standaarduiterlijk van de pagina voor externe toegang aan.
14. Thuisgroepen
De eerste versie van Windows Home Server ondersteunt na installatie van het nieuwste servicepack de uit Windows 7 bekende thuisgroepen. Versie 2011 kent hiervoor zelfs ingebouwde ondersteuning. Via de thuisgroep kunt u niet alleen bestanden eenvoudig delen, maar ook toegang regelen tot de printers in het thuisnetwerk. In het hoofdvenster van het dashboard kiest u voor Serverinstellingen. Kies Thuisgroep (links in het venster). Hierna klikt u op Nu lid worden. Vervolgens geeft u het wachtwoord van de thuisgroep op. Dit hebt u indertijd opgegeven bij het aanmaken van de thuisgroep. Hebt u het wachtwoord niet meer bij de hand? Op een computer die al lid is van een thuisgroep kiest u voor Start / Configuratiescherm / Netwerk en internet / Thuisgroep. Klik op Het wachtwoord voor de thuisgroep weergeven en afdrukken. Typ het wachtwoord in de wizard van Windows Home Server en klik op Nu lid worden. Selecteer de mappen die u wilt delen, en bevestig met een klik op Nu delen.
15. Media-instellingen
Windows Home Server beschikt over een intelligent 'transcoding'-mechanisme dat videobestanden kan omzetten naar een ondersteund formaat voor weergave op een extern apparaat. De makers hebben hierbij leentjebuur gespeeld bij Windows 7 en de technologie overgenomen. Als Windows Media Player 12 het materiaal kan afspelen op een machine met Windows 7, kunt u er nagenoeg zeker van zijn dat het materiaal ook op een extern apparaat kan worden afgespeeld. Houd wel rekening met volwassen eisen voor de uploadsnelheid: dit varieert van 200 Kbit/s tot 10 MB/s. Bepaal zelf in welke kwaliteit de stream wordt afgespeeld. In het dashboard kiest u wederom voor Serverinstellingen. Klik op de sectie Media, bij Videostreamingkwaliteit kiest u de gewenste kwaliteit (Laag, Gemiddeld, Hoog of Best). Welke stand in de praktijk het beste werkt, is sterk afhankelijk van de processorsnelheid. Zo kunt u de modus Best (waarmee u theoretisch HD-videomateriaal kunt streamen) alleen gebruiken bij een moderne processor.
Hoe hoger de bitrate, des te hoger de kwaliteit van de videostream.
DLNA-ondersteuning
Op het gebied van digitale media heeft versie 2011 van Windows Home Server een flinke slag gemaakt. Treffend voorbeeld hiervan is de ingebouwde ondersteuning voor DLNA (een afkorting van Digital Living Network Alliance). Apparaten die DLNA ondersteunen, kunnen media van andere apparaten afspelen. Zo kunt u op een DLNA-televisie bijvoorbeeld video's van een Windows 7-computer afspelen. Doordat Windows Home Server nu ook DLNA ondersteunt, kunt u de media van dat apparaat ook eenvoudig naar andere apparaten in het huis 'pushen'.



