ID.nl logo
Tablet keuzehulp: Android, iOS of toch Windows?
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Tablet keuzehulp: Android, iOS of toch Windows?

Je hebt bij tablets niet alleen de keuze tussen verschillende formaten, maar vooral het platform dat je kiest is van groot belang. Want niet alleen kies je voor het besturingssysteem, ook voor het hele app-ecosysteem en de interface die je het beste ligt. Overstappen blijkt vaak frustrerend. Niet alleen is er enorme gewenning nodig qua interface en aansturing, ook kan je je aangeschafte apps niet meenemen. Wij helpen je met de keuze door de grootste drie besturingssystemen naast elkaar te leggen: iOS, Android en Windows.

Inmiddels is het drie jaar na de aankondiging van de iPad en het heeft een jaar geduurd voordat andere fabrikanten met een passend alternatief kwamen. Deze proberen een graantje mee te pikken van de lucratieve markt.

Maar natuurlijk is het Apple die met de iPad en de nieuwe telg iPad mini een voorsprong heeft opgebouwd, het heeft immers de standaard gezet. Qua applicatieaanbod, stabiliteit, aansturing, betaalmogelijkheden voor apps.

Toch is een keuze voor een iPad niet meer vanzelfsprekend. Android ontwikkelt zich als besturingssysteem razendsnel en Windows kan sinds kort ook eindelijk meedoen (zij het in de rol van outsider). De drie besturingssystemen zijn complete platformen met totaal verschillende eigenschappen. Dus weeg je keuze goed af, want als je kiest voor een platform kies je indirect ook voor bijkomende diensten.

Opgedrongen

Op iOS word je zo iTunes, iCloud, Apple Maps en meer opgedrongen, terwijl je op Android moeilijk om Gmail, Google Maps, YouTube en Google Zoeken heen kan. Windows integreert Bing, SkyDrive en Skype waarbij het bijna gemankeerd aanvoelt als je dit niet standaard wilt gebruiken.

Bovendien kan je Apple-diensten wel vergeten op Android en Windows, zijn Microsofts onderdelen beperkt verkrijgbaar in matige apps op Android en iOS en zijn er voor Windows überhaupt nog weinig andere diensten beschikbaar, ook van andere partijen.

Lees op de volgende pagina alles over het gemak van iOS...

iOS, een kind kan de was doen

Een enorme aanjager van de populariteit van de iPad is de eenvoud. De interface bestaat uit een scherm met icoontjes. Hoe meer apps je hebt geïnstalleerd, hoe meer schermen er verschijnen waartussen je kan bladeren. Het enige wat je aan de interface kan aanpassen, is de achtergrond van de schermen, de volgorde van apps en apps eventueel in een mapje plaatsen. Veel eenvoudiger is niet denkbaar, wat een iPad geschikt maakt voor jong en oud. En dat is ook precies wat Apple graag wil.

Om het voor iedereen toegankelijk te houden is het platform behoorlijk gesloten. Dat klinkt als een contradictie, maar het houdt bijvoorbeeld in dat je niet zomaar in de verkenner bestanden kan overdragen als je de iPad aansluit op de pc. Dat moet via iTunes. Bovendien worden niet alle bestandsformaten ondersteund.

Applicaties zijn alleen te krijgen via de Apple App Store. Apple houdt er een streng censuurbeleid op na om daar alles schoon en veilig te houden. Malware of naakt (zelfs in kunstzinnige vorm) kom je er niet tegen. Dat is niet zo heel gek. Maar soms wordt er ook een ethische grens overschreden. Apps om te downloaden met BitTorrent vind je niet, evenals apps die bestanden scannen op malware. Het komt zelfs voor dat apps geweigerd worden omdat ze het woord Android in hun omschrijving hebben.

Het strenge app-beleid zorgt er wel voor dat het aanbod van apps kwalitatief heel erg hoog ligt. Kwantitatief ook trouwens. Dat komt niet alleen omdat iOS het eerste echte tabletbesturingssysteem is en er bijzonder veel iPad-gebruikers zijn. Maar ook omdat het voor gebruikers eenvoudig is om te betalen. Uiteraard kan het met een creditcard, maar ook met een iTunes-tegoedkaart. Deze zijn verkrijgbaar in veel winkels. Omdat het voor gebruikers makkelijk is om een appje te kopen, is het voor ontwikkelaars de moeite waard om een goede app te ontwikkelen.

Ondersteuning

Het grootste voordeel van iOS is dat alles altijd werkt en de interface geen moment verwarrend is. Crashes zijn een zeldzaamheid die meestal in apps voorkomen, niet in iOS. Een iPad gaat redelijk lang mee qua ondersteuning van Apple met de recentste versie van iOS en bovendien is het updateproces behoorlijk eenvoudig (je krijgt een melding en je drukt op Installeer Nu).

©PXimport

De interface van een iPad. Iedereen kan ermee uit de voeten.

Op het moment van schrijven wordt alleen de eerste generatie iPads niet meer ondersteund, sinds september 2012. De iPad 1 heeft dus 2,5 jaar de recentste versie van iOS gedraaid. Overigens zijn iPads die niet meer de laatste versie van iOS draaien nog prima te gebruiken.

iOS

Pluspunten

Toegankelijk

Stabiel

App aanbod kwalitatief en kwantitatief goed

Tegoedkaarten

Minpunten

Beperkt aanpasbaar

Weigerbeleid app-store

Lees op de volgende pagina over de vrijheid die Android je biedt...

Android, open – met alle gevolgen van dien

Googles opensource besturingssysteem Android is aan een onstuimige opmars bezig. Van alle tien verkochte smartphones in Nederland draaien er inmiddels zeven Android en op de tabletmarkt wordt de achterstand op Apples iPad ook langzaam kleiner. Dat is vooral te danken aan de Nexus 7 tablet, de kleine 7inch-tablet die aantoonde dat er een markt is voor goedkope, kwalitatief goede tablets.

Android is fundamenteel anders dan het gesloten iOS. In Android heb je veel meer vrijheid om te knutselen in het OS, alles is personaliseerbaar en apps zijn naast uit de Play Store (Googles app-store) ook handmatig te installeren (sideloaden genaamd). Bevallen enkele systeem-apps je niet, zoals de standaarbrowser, camera, sms? Dan installeer je hiervoor gewoon een vervangende app en stel je deze in als standaard-app voor die functie. Staan bepaalde icoontjes je niet aan, ook deze kan je vervangen.

Homescreen

De interface van Android bestaat uit twee elementen. Je krijgt een vijftal desktops (homescreens) tot je beschikking die je kan indelen met app-snelkoppelingen en widgets. Als je onderin op de knop met de cirkel gevuld met vierkantjes drukt kom je in het applicatieoverzicht (‘app drawer’ genoemd) terecht, waarin je snelkoppelingen naar alle geïnstalleerde apps voorgeschoteld krijgt en alle beschikbare widgets, opgedeeld in twee tabbladen.

Het aanbod van apps, specifiek gemaakt voor tablets, schiet nog tekort. Veel beschikbare apps zijn eigenlijk ontwikkeld voor smartphones en ogen uitgerekt op het grote scherm van een tablet. Het is een enorme miskleun van Google dat het aanschaffen van apps alleen met een creditcard aangeschaft kunnen worden. Geen cadeaukaarten, geen PayPal of iDEAL. Omdat lang niet iedereen over een creditcard beschikt, is het dus voor velen niet mogelijk om apps te kopen. Het komt de algemene kwaliteit van apps niet ten goede. De enorme gebruikersgroep heeft wel z’n aantrekkingskracht op applicatieontwikkelaars, waardoor het aanbod snel groeit. Vooral van gratis apps.

Permissies

Vergeleken met iOS en Windows hebben app-ontwikkelaars veel meer mogelijkheden met het Android-systeem. Zoals aangegeven, kan je systeem-apps zonder probleem vervangen, maar omdat apps toegang kunnen krijgen tot meer systeembronnen is er veel meer mogelijk met Android-apps. Een app als AirDroid (www.airdroid.com) zou daarom nooit mogelijk zijn op een iPad.

©PXimport

De grootste troef van Android zijn de overzichtelijke widgets.

Maar het brengt ook risico’s met zich mee, deze permissies kunnen makkelijk misbruikt worden bijvoorbeeld om je contactgegevens te stelen of betaalde sms’jes te verzenden. Let er dus goed op wat je installeert en installeer alleen apps uit de Play Store. Als je goed in de gaten houdt welke machtigingen apps uit de Play Store nodig hebben kom je al een heel eind, een antivirusscanner is voorlopig nog niet nodig.

Android

Pluspunten

Veel personalisatiemogelijkheden

Groot aanbod

Ontwikkelt zich razendsnel

Meer mogelijkheden met apps

Minpunten

Nog te weinig tablet-apps

Apps alleen te koop met creditcard

Oppassen met permissies van apps

Lees op de laatste pagina over de unieke eigenschappen van Windows-tablets...

Windows, erop of eronder

Windows komt in twee smaken: Windows 8 en Windows RT. Beide zijn geschikt voor tablets, maar er zijn nogal wat onderlinge verschillen. Windows 8 is de versie die je ook op een pc-installeert, met metro-interface en desktop. Windows RT heeft ook beide. Deze versie draait op energiezuinige ARM-processors en staat het niet toe om software buiten de Store te installeren.

Je bent dus aangewezen op apps uit de Store, die je alleen kan draaien in het nieuwe startmenu. Office 2013 krijg je er gratis bij, dit zijn de enige programma’s die je in de desktop-modus kan draaien. Overigens kan je de bestandsverkenner en configuratiescherm van de desktop-modus wel gewoon gebruiken. Of Windows RT aan zal slaan is nog maar de vraag. Omdat het een nieuw platform is, moet nog een enorme inhaalslag gemaakt worden qua applicatieaanbod. Veel partijen zijn daarom huiverig een Windows RT-tablet op de markt te brengen.

Windows 8

Voor Windows RT is de kans aanwezig dat het ‘too little, too late’ wordt. Als je voor een Windows-tablet kiest, ben je wellicht beter af met een tablet die Windows 8 draait. Deze tablets zijn vaak wel een slag duurder en vallen meer in de prijsklasse van Windows 8-laptops, maar hebben als groot voordeel dat je de vrijheid hebt die je van Windows gewend bent om naar hartenlust alles te installeren.

Bovendien staat de Windows 8 Store evengoed tot je beschikking. Je moet echter wel genoegen nemen met (hoogstwaarschijnlijk) een mindere batterijduur en het feit dat Office 2013 niet geïnstalleerd staat.

©PXimport

Microsofts troefkaart voor Windows-tablets is Office.

Met de werking van Windows 8 en RT ben je wellicht al een beetje bekend. Met een toetsenbord en muis op je desktop of laptop is het allemaal erg wennen en komt het de productiviteit niet ten goede vergeleken met Windows 7.

Op een tablet is het een ander verhaal. Windows 8 laat zich met een touchscreen veel efficiënter aansturen en alles voelt veel natuurlijker aan. Wil je jouw tablet ook voor werk gebruiken, dan ben je ook vaak beter af bij Windows. Niet alleen omdat het om de Windows-omgeving gaat die je gewend bent, maar ook vanwege de ondersteuning van Office.

Windows

Pluspunten

Vertrouwde Windows-omgeving

Office-ondersteuning

Minpunten

Applicatieaanbod

Geen apps buiten de Store op Windows RT

Conclusie

Wat zoek je in een tablet? Dat is een vraag die je voor jezelf dient te beantwoorden voordat je een tablet aanschaft. Wil je een apparaat voor erbij, waarmee je ontspannen op de bank een spelletje kan spelen of het een en ander lezen, dan is de iPad een uitstekende keuze. Android-tablets zullen de oude computerhobbyisten meer aanspreken, omdat er veel knutsel- en personalisatiemogelijkheden zijn. Helaas schiet het tablet-applicatieaanbod nog iets tekort. Windows-tablets lijken het geschiktst voor combinaties tussen tablets en laptops als werkpaardjes dankzij de vertrouwde werkomgeving en Office-ondersteuning. Alleen op het gebied van apps is de Windows Store nog een woestijn. Hierdoor is Windows 8 wellicht een veiligere keuze dan Windows RT.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.