ID.nl logo
Huis

KLM AHEAD: Vliegtuig van de toekomst?

Vliegtuigen hebben een ontwerp dat al meer dan een eeuw hetzelfde is. Maar een nieuwe conceptstudie van onder andere de TU Delft en KLM laat zien dat dat niet zo hoeft te blijven. Dit is de KLM AHEAD.

Een vliegtuig heeft anno 2017 nog steeds hetzelfde ontwerp als vliegtuigen dat tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden, toen vliegtuigen voor het eerst op grote schaal werden gebruikt. Een cilindervormig voertuig met twee vleugels aan beide kanten en een staartvin voor extra stabiliteit.

KLM schreef vorig jaar een wedstrijd uit waarbij bedrijven, wetenschappers en studententeams een nieuw soort vliegtuig konden ontwerpen. Eén van de opvallendste kanshebbers is AHEAD, de ‘Advanced Hybrid Engine Aircraft Development’.

Blended Wing Body Design

Naast de karakteristieke blauwe kleuren van de Nederlandse luchtvaartmaatschappij, heeft AHEAD wel iets weg van een vliegtuig, maar ook van een vliegende schotel. Het valt meteen op dat de vleugels van AHEAD niet als het ware op het vliegtuig zijn geplakt, maar meer in de rest van het ontwerp zijn geïntegreerd. De TU noemt dat zelf het ‘Blended Wing Body Design’, en het is één van de speerpunten van AHEAD. Die moet door een nieuw ontwerp en het gebruik van andere motoren veel milieuvriendelijker worden, zodat het voertuig langere afstanden kan overbruggen.

Op papier kan AHEAD straks een afstand van 14.000 kilometer vliegen. Maar belangrijker zijn de voorgestelde doelen van de Advisory Committee for Research in Aeronautics (ACARE) om CO2-uitstoot in 2050 met 75 procent te verminderen. Dat is nog een hele klus waar veel voor moet gebeuren, en waar AHEAD uiteindelijk aan moet bijdragen.

Efficiënter

Het team achter AHEAD wil daarom naar een paar alternatieve ontwerpen voor vliegtuigen kijken. De motoren zijn één van de belangrijkste onderdelen waardoor de AHEAD een stuk efficiënter wordt. Opvallend is dat die aan de achterkant van het vliegtuig zitten, in plaats van aan de onderzijde van de vleugels.

Omdat het vliegtuig door zijn aerodynamische design met minder luchtweerstand van de grond komt, hebben de motoren een minder grote rol tijdens het opstijgen. Maar dat is niet de enige reden dat de motoren aan de achterkant van het voertuig komen te zitten. Dat is namelijk ook gedaan door de werking ervan.

©PXimport

Een belangrijke verandering aan AHEAD ten opzichte van bestaande vliegtuigen is de nieuwe hybride motor, die zowel met traditionele brandstoffen zoals kerosine kan vliegen, als met cryogene brandstof zoals LNG of vloeibare waterstof (LH2). Bij traditionele vliegtuigmotoren wordt de luchtstroom gebruikt om kerosine te ontbranden door middel van een zogenaamde ‘turbofan’.

Bij de hybride motor wordt daar ook gebruik van gemaakt, maar dat is slechts een deel van wat de motor doet. Die bestaat uit twee kamers, waarin in de eerste de LNG of LH2 wordt verbrand, wat op een veel lagere temperatuur gebeurt dan bij conventionele middelen zoals biodiesel of kerosine. Daardoor ontstaat er in de tweede kamer meer waterdamp, waardoor de motor minder ontvlamt tijdens de aandrijving – wat op zijn beurt voor minder uitstoot zorgt.

Een andere belangrijke manier waarop het vliegtuig energiezuiniger moet worden, is door de luchtweerstand te verkleinen. Door de vleugels deel van het ontwerp te maken, wordt de rest van het vliegtuig platter, en dat betekent dat er minder brandstof nodig is om het gevaarte de lucht in te krijgen.

Ook als het vliegtuig eenmaal in de lucht is, heeft het minder aandrijving nodig. En dat de motoren op het achterste deel van de staart zijn gebouwd, heeft als bijkomend voordeel dat het voertuig nóg een stukje dynamischer wordt.

Cryogene brandstof

Bij vliegtuigen wordt de brandstof normaal opgeslagen in de vleugels, maar als AHEAD gebruik wil maken van cryogene brandstof, kan dat niet meer. Die moet namelijk onder druk worden opgeslagen in grotere tanks. Dat kan bij het AHEAD-design, de cryogene tanks zijn namelijk opgeslagen op het bolle gedeelte waar de vleugels bij het vliegtuig komen.

In het vliegtuig zelf komt voor de passagiers meer ruimte. Volgens het onderzoeksteam dat de studie heeft gedaan, biedt de vorm van het vliegtuig veel mogelijkheden voor ontwerpers om creatief te spelen met zitplekken – een beetje zoals ‘vroeger’ werd gevlogen.

2050

Het is nog lang niet zeker of AHEAD ooit ook echt de lucht in gaat. Er zijn nog veel obstakels te overwinnen. Zo is er nog nooit gevlogen met cryogene brandstof in een regulier vliegtuig, dus moet dat eerst uitvoerig worden getest. Ook moet er een hybride motor worden ontwikkeld. Als dat allemaal lukt, zou AHEAD rond 2050 klaar moeten zijn.

Het grootste voordeel van een dergelijk vliegtuig zijn de grote afstanden die dan overbrugd kunnen worden. Als de AHEAD straks 14.000 kilometer kan vliegen zonder te stoppen, is dat volgens KLM vooral interessant met het oog op opkomende markten in Azië.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.