ID.nl logo
Huis

Kan Windows 10 S de concurrentie met de Chromebook aan?

Microsoft wil de concurrentie aangaan met Google met een nieuwe versie van Windows 10. Windows 10 S richt zich vooral op studenten en is vooral simpel, licht, en spreekt dezelfde mensen aan die ook Chromebooks kopen. Maar is dat wel genoeg?

Laten we eerst eens kijken naar wat Windows 10 S precies is. Microsoft kondigde het nieuwe OS vandaag aan op een evenement, waarbij ook nieuwe Surface Laptops werden geïntroduceerd. De 'S' staat voor 'Student', de doelgroep die Microsoft wil aanspreken. Windows 10 S is een goedkope versie van het besturingssysteem die zich onderscheidt doordat het een erg basaal besturingssysteem is. Zo kun je alleen apps uit de Windows Store downloaden.

Voordelen

Het OS heeft een paar voordelen, met name de laadtijd die volgens Microsoft is teruggebracht tot slechts 5 seconden. Ook is het veel makkelijker voor systeembeheerders om computers te beheren.

Goedkoop

Inmiddels hebben een aantal fabrikanten zoals HP en Acer al aangegeven goedkope laptops te maken met Windows 10 S erop. De goedkoopste van die laptops is 189 dollar, inclusief de licentie voor Windows 10 S.

In het aankoopbedrag zijn bovendien een aantal handige perk opgenomen. Zo krijgt iedere gebruiker gratis Office 365 Voor Scholieren én een gratis abonnement op Minecraft: Education Edition. Ook kan iedere 10 S-licente worden geüpgrade naar Windows 10 Pro. Dat zijn overigens alleen Amerikaanse prijzen. Voor Nederland zijn de kosten nog niet bekend.

Parallel met Windows RT

De opvallendste vernieuwing van Windows 10 S is dat het zich speciaal richt op studenten. Het OS is simpel, en is vooral goed dichtgetimmerd. Het is niet mogelijk er zomaar software op te installeren.

Dat heeft veel parallelen met Windows RT, al draaide dat wel op ARM-architectuur terwijl Windows 10 S op x86 en x64 draait. Windows RT was geen succes vanwege de beperkingen die het OS aan de gebruiker oplegde, en de ondersteuning ervoor werd een paar jaar geleden definitief stopgezet. Er is sindsdien overigens wel veel veranderd, want er zijn veel meer en betere web-apps beschikbaar die het werken vanuit de browser voor veel toepassingen al interessanter maken. Bovendien is het niveau van ICT-beheer op scholen een stuk beter geworden in de laatste jaren.

Windows 10 S heeft veel parallelen met Windows RT - en dat was geen succes...

-

Concurrentie met Chromebook

Hoewel Microsoft het nergens expliciet zegt, is Windows 10 S duidelijk bedoeld om de concurrentie aan te gaan met Googles Chromebook. In het onderwijs wordt steeds vaker gekozen om leerlingen van de simpele en goedkope laptops te voorzien. Het grote verschil in Windows 10 S lijkt Office te zijn. Dat is er niet voor Chrome OS, al heeft Google zijn eigen Drive-applicaties daar goed in geïntegreerd zodat je altijd een goede tekstverwerker hebt.

Buiten dat zijn de parallelen goed zichtbaar. Chrome OS is spotgoedkoop, vooral omdat het doorgaans op redelijk goedkope laptops staat. Het is een simpel besturingssysteem dat makkelijk is in te stellen, en waar de gebruiker verder geen omkijken naar heeft.

Cloudopslag

Daarnaast draaien Chromebooks volledig om cloudopslag en -werken. Dat heeft als voordeel dat het niet uit maakt welke hardware je gebruikt, want je kunt makkelijk van computer wisselen en het maakt niet uit als een laptop stuk gaat - wat bij jonge scholieren over het algemeen sneller gebeurt. Hoewel Office 365 het werken in de cloud mogelijk maakt, is cloud-opslag nog steeds volledig geïntegreerd in het besturingssysteem. Dat betekent dat je in de praktijk nog steeds moet werken met zowel losse bestanden als clouddocumenten - een soms onoverzichtelijk proces, in tegenstelling tot Chrome OS waar álles via de cloud gaat.

Maar het is vooral het aanbod van apps waar Windows 10 S zich moet onderscheiden, en dat gaat lastig worden.

Belang van apps

De grote vraag is: kun je leven met alleen apps uit de App Store? Veel mensen die intensief gebruik maken van Windows 10 zullen daar even over moeten nadenken, want die wordt nog niet vaak gebruikt.

Nog niet perfect

Het is vreemd dat Microsoft een besturingssysteem maakt dat draait om een App Store waar het de laatste jaren maar weinig aan heeft gedaan. De App Store was één van de paradepaardjes van Windows 10 (naast onder meer het nieuwe startmenu), de centrale plek waar gebruikers al hun apps vandaan konden halen. Centraal daarin stond het Universal Windows Platform, met applicaties die werden ontwikkeld voor zowel de desktop als de smartphone. De UWP-apps moesten ervoor zorgen dat het aantrekkelijker werd voor ontwikkelaars om iets voor Windows te bouwen.

Hebben gebruikers wel genoeg aan de apps uit de Windows Store?

-

Weinig aandacht

Maar Microsoft heeft het platform veel te weinig aandacht gegeven. Sinds de introductie van het platform zijn er amper nieuwe (grote) apps bij gekomen in de Windows Store, en Microsoft heeft ook weinig moeite gedaan nieuwe ontwikkelaars aan te trekken.

Om dan nu een besturingssysteem aan te bieden dat bijna volledig draait om apps, is op z'n zachtst gezegd vreemd. Het is 'uit veiligheidsoverwegingen' niet mogelijk externe applicaties te installeren. Daarvoor moet het OS worden geüpgrade naar Windows 10 Pro.

Makkelijk voor systeembeheerders

Ergens is het logisch om scholieren niet te veel rechten te geven over een OS dat wordt beheerd door een systeembeheerder, en dat lijkt ook wel ergens op Chrome OS waar dat ook niet zomaar kan, maar het verschil is fundamenteel: bij Windows 10 S moet je hopen dat de app die je nodig hebt toevallig in de Store staat, terwijl je bij Chrome genoeg hebt aan een browser.

Geen browserkeuze

Dat laatste lijkt het belangrijkste verschil. Het is logisch dat in Windows 10 S alles via Edge gebeurt, de ingebouwen standaard-browser van Windows 10. Maar iedereen die wel eens langer dan een kwartier met Edge heeft geprobeerd te werken kan beamen dat de browser nog erg spartaans is (pun intended) en dat er nog te veel ontbreekt om het echt een volwaardige concurrent van Chrome en Firefox te maken.

Die browsers zijn overigens nu niet te vinden in de Windows Store. Microsoft zegt dat dat nog wel komt, maar ook dat de standaard-browser niet te veranderen is. Je kunt losse browsers downloaden, maar alle externe links openen juist weer alleen in Edge. Bovendien kun je in Edge de zoekmachine niet wijzigen van Bing naar Google...

Overige 10%

Veel gebruikers (en vooral scholieren) gebruiken een browser voor het overgrote merendeel van hun werk. Dat maakt Chromebooks zo handig: ze zijn zo lichtgewicht dat je er voor het meeste werk genoeg aan hebt. Maar voor die 10% werk die je juist op een desktop-applicatie wil doen wil je een Win32-platform hebben waar je apps makkelijk op kunt installeren - desnoods via een systeembeheerder. Dat is waar Windows 10 S de plank misslaat en de grote kans laat liggen. Het besturingssysteem had een echte Chrome OS-killer kunnen worden, maar of dat nu lukt is afwachten.

Overigens is dat allemaal gebaseerd op de eerste informatie over Windows 10 S. We kunnen niet wachten ermee aan de slag te gaan om te kijken of het besturingssysteem nog verrassingen in petto heeft.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.