ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Giga printertest

23 NIEUWE INKJETS GETEST U stuurt uw digitale foto's stuurt allang niet meer naar een afdrukcentrale, u print ze gewoon zelf! Maar hebt u daar een dure fotoprinter voor nodig of kunt u de klus net zo goed klaren met een eenvoudige allround printer? Wij zoeken het voor u uit en testen 23 printers. 23 NIEUWE INKJETS GETEST TEKST: GER ELSKAMP, MET MEDEWERKING VAN GERARD SOMBROEK Op PCMweb vindt u de uitgebreide versie van de tabellen die we hier hebben afgedrukt, met alle specificaties van de printers. OP HET WEB

Digitale afdrukcentrales vormen – zeker prijstechnisch – een goed alternatief voor het zelf printen van foto's. Desondanks zijn er goede redenen om thuis afdrukken te maken. U hebt uw foto's direct en hoeft niet te wachten op een centrale die ze opstuurt of waarvoor u zelf de deur nog uit moet. Of u hebt een serie foto's bewerkt en wilt bepaalde uitsneden en vergrotingen afdrukken op een groter formaat dan de standaard briefkaart. Maar thuis afdrukken is ook handig als u een compleet album in een keer wilt afdrukken, met commentaar en illustraties erbij. Of als u slechts af en toe een foto print. Voldoende argumenten dus om een inkjetprinter inkjetprinter met foto-afdrukkwaliteit aan te schaffen – want die kunt u natuurlijk ook gebruiken om brief of webpagina af te drukken. Of hebt u voor een goede afdruk toch een fotoprinter nodig? ONTWIKKELINGEN INKJETS Waarom u geen laserprinter zou kopen? Hoe goed en snel ze ook zijn, voor kwalitatief goede foto's op speciaal (glanzend) fotopapier zijn we nog altijd aangewezen op inkjetprinters. De ontwikkelingen op het gebied van inkjetprinters zijn de laatste aren zo snel gegaan dat er aan afdrukkwaliteit niet zoveel meer kan worden verbeterd. Toch brengen de grote fabrikanten – HP, Canon, Epson en Lexmark – ieder jaar een nieuwe serie printers op de markt. Wat is er dan anders aan zo'n nieuwe serie? In het segment van de topmodellen – en dan hebben we het over semi-professionele apparaten – worden er nog kleine stappen in afdrukkwaliteit gemaakt: aan de ene kant door steeds kleinere inktdruppels, die korrelvrije hoge- ALLROUND EN FOTOPRINTERS printertest resolutie-afdrukken mogelijk maken met nóg meer kleurnuances; aan de andere kant voegen de fabrikanten extra kleuren inkt toe, zoals blauw en rood bij Epson en blauw en groen bij Canon, waardoor het kleurbereik groter wordt. Bovendien neemt de afdruksnelheid nog steeds toe, hoewel dat de laatste jaren niet zo snel gaat. Dankzij grotere printkoppen met meer spuitmondjes worden meer ruppeltjes tegelijk afgevuurd, waardoor in één slag van de printkop een groter oppervlak wordt bestreken. Tot slot komen technologische verbeteringen ook in de goedkopere printers beschikbaar. Zodanig zelfs, dat u met de nieuwste generatie goedkoopste modellen inkjetprinters een redelijk tot goede fotoafdruk kunt maken, hoewel ze daar eigenlijk niet voor bedoeld zijn. SOORTEN PRINTERS We onderscheiden in deze test twee soorten printers: allround printers en fotoprinters. Deze verdeling is een tikje willekeurig, daar de fabrikanten op verschillende wijze met deze begrippen omgaan. Fotoprinters zijn printers die als zodanig verkocht worden en standaard zijn voorzien van zes of meer kleuren inkt. Vaak hebben deze printers de mogelijkheid voor 'direct printen': de foto wordt dan zonder tussenkomst van de pc afgedrukt. Deze printers beschikken over een flashkaartlezer en/of een usb-aansluiting waarop u rechtstreeks een digitale camera aansluit. Allround printers maken doorgaans gebruik van vier kleuren inkt. Weliswaar kunt u ook hiermee foto's afdrukken, maar de printers zijn hier niet speciaal voor bedoeld. Vaak is de foto-afdrukkwaliteit dan ook iets minder dan die van de echte fotoprinters. We beperken ons in deze test tot de printers die kunnen printen op A4-formaat. Printers die grotere papierformaten aankunnen zijn vooral bedoeld voor professionele gebruikers. Ook de miniprinters die alleen in briefkaartformaat afdrukken, laten we buiten beschouwing, evenals all-in-ones met fotoprintfaciliteiten. Deze komen in een afzonderlijke test in een toekomstig nummer aan de orde. TESTMETHODE: SNELHEID EN KWALITEIT We beoordelen de printers met onze standaard printertest waarbij zowel de allround afdrukeigenschappen, de snelheid als de foto-afdrukkwaliteit aan bod komen. Met het tekstdocument bepalen we de snelheid van het afdrukken van (zwarte) tekst met een dekking van 5 procent en beoordelen we de kwaliteit van de afdruk. Met een tekstdocument en een kleurengrafiek meten we de snelheid van gemengde documenten. Met een document met testpatronen en foto's beoordelen we de afdrukkwaliteit op normaal papier. We drukken – zo mogelijk randloos – een foto af op briefkaartformaat (10 x 15) en meten de snelheid. Voor het fotoprinten drukken we een samengestelde testfoto af met de best mogelijke fotokwaliteit op het aanbevolen (glanzende) fotopapier. Hierbij meten we de snelheid en beoordelen we de afdrukkwaliteit. INKTVERBRUIK We meten het inktverbruik van de printers door het herhaald afdrukken van onze testfoto op A4-formaat in de beste fotokwaliteit op fotopapier totdat de inkt op is of de printer aangeeft dat er één of meer cartridges leeg zijn. We tellen het aantal afgedrukte vellen en berekenen de gebruikte hoeveelheid inkt door de cartridges voor- en achteraf te wegen. Met de gebruikte inkt en de prijs van de cartridges berekenen we vervolgens de afdrukkosten. Deze benadering is nauwkeuriger voor de printers met gescheiden inkttanks, omdat we hier de nauwkeurigste inschatting van de gebruikte inkt kunnen maken. Een driekleurencartridge is leeg zodra één kleur op is. Let wel: deze methode is een benadering en gaat alleen op voor het afdrukken van foto's. Omdat we exact dezelfde methode gebruiken voor alle printers en het afdrukken van foto's de meeste kosten met zich meebrengt, is het een redelijke manier om de printers onderling te vergelijken. Meer hierover leest u in het kader Verantwoording. VERANTWOORDING Voor het bepalen van het inktverbruik gebruiken we voor alle printers dezelfde methode. Zoals uit de resultaten blijkt is het een nogal grove manier, waarmee behoorlijke afwijkingen in de resultaten kunnen ontstaan. Omdat het een steekproef is, mogen de resultaten niet als absolute waarheid worden beschouwd, maar meer als een indicatie. In de praktijk kan het inktverbruik afhankelijk van het type printer en de af te drukken documenten zowel gunstiger als ongunstiger uitvallen. Zo claimen met name HP en Lexmark dat onze methode niet eerlijk is, omdat wij de cartridges achter elkaar leegprinten, terwijl bij normaal gebruik de printer af en toe wordt gebruikt en tussendoor wordt aan- en uitgezet. Bij het aanzetten van de printers wordt een printkopreiniging uitgevoerd, waardoor extra inkt wordt verspild. De mate waarin inkt wordt verspild, verschilt per merk printer. Hierdoor is onze methode ongunstig voor de printers die weinig inkt verspillen. Allround printers CANON Canon heeft onlangs zijn complete printerlijn vernieuwd. Opvallend hierbij zijn de nieuwe naam en het nieuwe uiterlijk. Zo heten alle Canon inkjetprinters nu Pixma. In de allround categorie testen we het instapmodel, de Pixma iP1500, en twee midrange printers, de Pixma iP3000 en de iP4000. De iP1500 is, net als de Epson Stylus C46, de HP Deskjet 3745 en de Lexmark Z615 een heel eenvoudige printer. Opvallend is dat ze ook alle vier evenveel kosten. De iP1500 gebruikt gecombineerde inkttanks, maar levert wel Canons 2 pl picoliter) printkwaliteit, door Canon nu de 'Fine'-technologie genoemd, met een heel behoorlijke printsnelheid. Al met al zijn de prestaties van deze printer ten opzichte van de drie genoemde printers de beste, alleen de HP 3745 overtreft in fotokwaliteit. Niet getest is de Canon Pixma iP2000. Deze printer is, op een extra papierlade en een PictBridge aansluiting na, identiek aan de iP1500 en kost € 20 meer. De Pixma iP3000 en iP4000 hebben een nieuw strak ogend kubistisch uiterlijk, in glanzend zwart en grijs. Beide printers gebruiken losse, gescheiden inkttankjes die daardoor relatief goedkoop zijn. Bovendien hoeft u geen inkt weg te gooien. De printkop kunt u verwisselen, maar bij normaal gebruik is dat niet nodig. Vanaf de iP3000 en hoger hebben de Pixma-printers twee papierladen, waarvan één traditioneel bovenop de printer. Nieuw is de ingebouwde lade onderin de printer aan de voorkant, onder de papieruitvoer. Deze lade, die Canon cassette noemt, is itklapbaar. Ingeklapt is hij geschikt voor briefkaartformaat fotopapier en of enveloppen. Uitgeklapt past hier ook A4-formaat papier in. De printer kan naar keuze uit één of beide laden printen. U kunt de printer dus ook gebruiken met de papierinvoer boven op de printer en de onderste lade ingeklapt. Zo past hij op een bescheiden plekje op bijvoorbeeld een boekenplank. Verder kunnen de printers met een meegeleverd hulpstuk cd's of dvd's bedrukken en kunnen ze dubbelzijdig afdrukken. Op het aangekondigde dubbelzijdige fotopapier kunt u dan zelfs foto's dubbelzijdig afdrukken, zodat u met het meegeleverde albumprintprogramma complete fotoalbums uit de printer laat komen. Het verschil tussen de Pixma iP3000 en iP4000 is dat de iP4000 één inkttankje extra heeft, met foto-zwart. Dit levert een iets betere fotokwaliteit met contrastrijkere afdrukken. Beide printers hebben een grote inkttank met gepigmenteerde zwarte inkt voor het afdrukken van tekst, wat zorgt voor goede tekstkwaliteit met een ongekende afdruksnelheid. EPSON Ook Epson vernieuwde onlangs zijn printers in de allround-categorie met de Epson Stylus C46, C66 en C86 vierkleuren-printers. Het instapmodel, de C46, gebruikt ecombineerde inkttanks. De C66 en C86 hebben losse inkttanks. De C46 is bij kleurafdrukken en foto-afdrukken de traagste uit de test. Alleen bij de tekstafdrukken is de HP 3745 nog iets langzamer. Voor het afdrukken van foto's moet u deze printer eigenlijk niet gebruiken. Het kan echter wel en levert zelfs een redelijke kwaliteit foto, maar het duurt extreem lang: ruim een half uur voor een A4 en twaalf minuten voor een foto van 10 x 15. Zijn alle geteste printers tegenwoordig behoorlijk stil, dan is de Epson C46 de enige uitzondering: hij produceert opvallend veel lawaai (tot 65 dBA). De C66 en C86 gebruiken allebei Epsons Durabrite inkt, gepigmenteerde inkt die zorgt voor scherpe afdrukken op normaal papier en zachtglanzende foto-afdrukken op speciaal Durabrite papier. Voor glanzend fotopapier zijn deze printers minder geschikt, omdat de afdrukken nogal mat worden, vooral daar waar veel inkt zit. De C86 verschilt van de C66 met een extra PictBridge-aansluiting, een hogere afdruksnelheid en een iets mooiere foto-afdrukkwaliteit. HEWLETT-PACKARD De printkwaliteit van HP printers staat al lang op hoog niveau met de HP Photoret III- en IV-technologie. Het belangrijkste verschil hiertussen is dat de Photoret IIItechnologie zich beperkt tot vierkleurenafdrukken, terwijl bij Photoret IV sprake is van zes of zelfs acht kleuren inkt. Beide maken gebruik van een variabele druppelgrootte vanaf 5 pl. Volgens HP doet de ruppelgrootte er niet zoveel toe. Het voordeel van de Photoret-technologie zit hem vooral in de plaatsing van de druppels. Voor de consumenten- en kleinzakelijke inkjetprinters houdt HP vast aan de gecombineerde inktcartridges met geïntegreerde printkoppen. HP lanceert dit jaar een nieuwe generatie cartridges en een serie nieuwe bijbehorende printers. De cartridges hebben nieuwe inktformules voor een betere printkwaliteit, lager verbruik en grotere printkoppen voor een hogere snelheid. Ook is de frequentie waarmee inktdruppels worden afgevuurd verhoogd, waardoor de snelheid óók nog toeneemt. HP maakt zowel de driekleuren- als de zwarte cartridge nu in twee formaten: de cartridges met hoge capaciteit voor de veelprinters en de cartridges met lage capaciteit voor mensen die af en toe printen. In de allround categorie testen we vijf HP printers. Deze Deskjets hebben standaard de vier kleuren inkt Photoret IIIkwaliteit. Alleen het instapmodel, de HP Deskjet 3745, beperkt zich hiertoe. Bij de andere printers kunt u de zwarte cartridge vervangen door een optionele fotocartridge en zo ook in de zes kleuren Photoret IV-kwaliteit foto's afdrukken. Beide printers uit de 3000-serie gebruiken nog de voorgaande generatie (lage) capaciteit cartridges en zijn daarmee relatief duur in printkosten. De 3745 is het eenvoudigste en langzaamste model met een beperkte capaciteit papierlade. De HP 3845 is iets sneller, wat overigens niet blijkt uit onze snelheidsmeting, want wij hebben per vergissing de optionele Photocartridge gebruikt. Beide printers hebben een geheel inklapbare papierlade waardoor ze weinig ruimte innemen wanneer ze niet gebruikt worden. Ze zijn niet snel, maar leveren een goede printkwaliteit. Alleen op formaat 10 x 15 kunnen deze printers randloos afdrukken. De foto-afdrukkwaliteit van de HP 3845 is door het gebruik van de optionele fotocartridge net iets mooier dan die van de HP3745. De HP Deskjet 5740 is de eerste printer die de nieuwe generatie cartridges gebruikt. Hij kan daarmee aanzienlijk sneller printen op normaal papier. Fotoprinten doet hij met de optionele fotocartridge nog steeds niet erg snel, maar wel met een hoge kwaliteit. Verder heeft hij een statusdisplay en automatische papierherkenning. De HP Deskjet 6540 en 6840 lijken als twee druppels water op elkaar en hebben een strak zakelijk uiterlijk. Ook zijn ze duidelijk zwaarder en degelijker geconstrueerd. Ze zijn een stuk sneller en komen in de buurt van de snelle Canon printers en de Lexmark Z815. De printkwaliteit is onovertroffen, zeker met gebruikmaking van de optionele fotocartridge voor de fotoafdrukken. De 6540 heeft een extra usb-aansluiting aan de voorkant, zodat u makkelijk rechtstreeks bijvoorbeeld een laptop aansluit. De 6840 kan deze aansluiting ook als PictBridgeaansluiting gebruiken. Bovendien heeft deze printer standaard een nettwerkaansluiting en wifi-voorziening voor draadloos printen vanaf een 802.11g netwerk. De 6840 is standaard uitgerust met de (voor de 6540 optionele) duplexunit voor het dubbelzijdig printen op normaal papier. LEXMARK Lexmark heeft nog niet zo lang geleden de hier geteste Z615 en Z815 printers geïntroduceerd. De Z815 gebruikt een nieuwe generatie cartridges. Voor het printen van foto's is een optionele fotocartridge beschikbaar waarmee zeskleuren fotoafdrukken gemaakt kunnen worden. Lexmark combineert hiermee als eerste inkten op pigmentbasis en verfbasis. Beide printers drukken tekst behoorlijk snel af. De Z815 is zelfs de snelste uit de test. Bij de gemengde afdrukken ligt het anders. Bij het otoafdrukken met de fotocartridge op Lexmarks glanzende fotopapier zijn de verschillen niet zo groot. De Z815 is de snelste in vergelijking met de gelijk geprijsde Epson C66 en HP 5745. De Z615 overtreft de supertrage Epson C46, maar heeft vooral veel tijd nodig voor het afdrukken van een 10 x 15 foto. De tekstafdrukkwaliteit is redelijk en de foto-afdrukkwaliteit van de Z815 is goed, maar een beetje aan de donkere kant. De Z615 scoort hier naar onze mening net een voldoende. De printers zijn weliswaar erg goedkoop, maar de kosten per afdruk zijn ondanks Lexmarks goede bedoelingen met verlaagde cartridgeprijzen nog steeds erg hoog. HP Deskjet 3745 HP Deskjet 3845 HP Deskjet 5740 HP Deskjet 6540 HP Deskjet

▼ Volgende artikel
Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard
© Wildlight Entertainment
Huis

Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard

Er vallen ontslagen bij Wildlight Entertainment, dat eind januari nog hun multiplayergame Highguard uitbracht.

Wildlight bevestigde eerdere geruchten over een ontslagronde op social media. "Vandaag hebben we de moeilijke beslissing gemaakt om afscheid te nemen van een aantal teamleden, terwijl we een kerngroep van ontwikkelaars aanhouden om de game te blijven ondersteunen en innoveren."

Het bericht vervolgt: "We zijn trots op het team, talent en het product dat we samen hebben gecreëerd. We zijn ook enorm dankbaar voor de spelers die een poging waagden om de game te spelen, en allen die onderdeel van onze gemeenschap blijven."

View post on X

Grootschalige ontslagronde

Hoewel Wildlight niet praat over de precieze hoeveelheid ontslagen, lijkt de vermelding van een "kernteam" dat overblijft te suggereren dat het om een aanzienlijke hoeveelheid mensen gaat.

Dat komt overeen met een LinkedIn-bericht van Alex Graner, een ontwikkelaar van die game die eerder ook aan Battlefield 6 werkte. Hij laat weten dat "het grootste gedeelte van het team" ontslagen is, waaronder hij zelf.

Over Highguard

Highguard is de debuutgame van Wildlight Entertainment. De game viel op voorhand vooral op omdat er een trailer van werd getoond aan het einde van The Game Awards eind vorig jaar. Die positie is meestal gereserveerd voor grote aankondigingen en aankomende games, en sommige kijkers vonden Highguard daar niet onder behoren.

Sinds eind vorige maand is Highguard speelbaar via Steam. De game ontving veel negatieve gebruikersrecensies, al heeft dat Wildlight niet tegengehouden om updates uit te blijven brengen. Rond release bereikte het spel een indrukwekkende gelijktijdige spelerspiek van bijna 100.000 mensen op Steam, maar inmiddels hangen de gelijktijdige spelersaantallen onder de 10.000. Het is dan ook aannemelijk dat dit deels de keuze om een grootschalige ontslagronde door te voeren heeft beïnvloed.

Lees hier meer informatie over Highguard.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.