Dit formaat is aanzienlijk minder zwaar voor de processor dan het h.264-gebaseerde html5-videoformaat. Het verschil is zo'n 24 procent (getest in Google Chrome) en met de nieuwe Flash 10.1-player loopt het verschil bijna op tot 60 procent.

Dat de situatie omgedraaid is op het OS X-platform komt door een truukje van Apple: h.264 wordt hier namelijk op de grafische processor gerenderd, niet op de cpu. Voor Flash-video geldt dit niet, waardoor de processorbelasting hier aanzienlijk hoger ligt (160 tot 200 procent).

Deze conclusies zijn getrokken door het Streaming Learning Center, dat videostreams op verschillende platformen heeft vergeleken. Het referentieplatform vormde YouTube, dat filmpjes via een Flash-speler en via html5 aanbiedt. Html5 wordt op dit moment alleen ondersteund door Safari en Chrome. Interessant is dat de Windows-versie van Safari crasht op html5-video.

Webwereld