ID.nl logo
E-bike kopen in 2022 – E-bike techniek
Mobiliteit

E-bike kopen in 2022 – E-bike techniek

Als je van plan bent een e-bike aan te schaffen, moet je verder kijken dan alleen de looks en of hij lekker zit. Er zit veel techniek op zo'n fiets en daar moet je een paar belangrijke keuzes in maken. Die bepalen of je fiets echt geschikt is voor jouw gebruik. Denk aan motoren, aandrijving, versnellingen, remmen, vering en banden. In dit artikel gaan we ze punt voor punt af, zodat je weet waar je op moet letten.

Allereerst de motor. Dat is toch het hart van je elektrische fiets. Die bepaalt samen met sensoren een groot deel van het rijcomfort, zodat je lekker soepel door de stad fietst, maar ook of je die flinke heuvel opkomt zonder al te veel bij te moeten trappen.

Je kunt kiezen uit een motor in het voorwiel, in het achterwiel of een middenmotor. De middenmotor is tegenwoordig zo’n beetje de standaard; verreweg de meeste fietsen zijn daarmee uitgerust. Dat is ook logisch, want het is eigenlijk de alleskunner van de drie.

Watch on YouTube

Een voorwielmotor zie je nog wel bij de wat betaalbaarder fietsen. De techniek is iets eenvoudiger en dus goedkoper. Er zit vrijwel altijd alleen een rotatiesensor bij. Die sensor signaleert wanneer je trapt en laat de motor vervolgens meedoen. Daar zit niet heel veel regeling in, het is vooral een aan-uitgedrag. De motor doet mee als je trapt en stopt met meedoen als je je benen stilhoudt. In het begin kan dat een beetje een raar gevoel geven; je trapt een beetje en opeens wordt je fiets naar voren getrokken. Er zit bovendien een kleine vertraging in.

Ook al geef je veel of weinig kracht op je pedalen, de motor doet altijd vol vermogen mee. Dat is prettig voor wie niet zo veel beenkracht heeft, vooral bij het op gang komen. Je moet wel een beetje uitkijken in de bochten, zeker als het nat is. Begin je dan met trappen, dan kan de fiets wat instabiel worden. Gelukkig zijn de voorwielmotoren niet de krachtigste, dus doorslippen zal als het droog is niet snel gebeuren. In de bergen is dit type motor niet aan te raden door het gebrek aan trekkracht en tractie.

Een fiets met een voorwielmotor is vaak vriendelijker geprijsd.

Een achterwielmotor zie je nog maar zelden, maar kan interessant zijn als je net als bij de voorwielmotor meteen volle ondersteuning wil en wel in heuvelachtig terrein wilt fietsen. Alleen heb je kans dat hij bij extreme hellingen uitschakelt omdat de motor dan te heet wordt. Een ander voordeel is dat dit type motoren de stilste is. Er hoeft immers geen extra tandwielsysteem te draaien.

Een achterwielmotor is lekker stil en geeft veel rijcomfort.

Dat extra tandwielsysteem heb je wel bij een middenmotor. Die maken dus wat meer geluid, zeker de oudere versies. De modernere middenmotoren worden gelukkig steeds stiller. Groot voordeel van een middenmotor is dat er naast een rotatiesensor ook een trapkrachtsensor in zit. Niet alleen wordt gemeten óf je trapt, maar ook hoe hárd je trapt. Afhankelijk van de instelling die je hebt gekozen, wordt daarmee bepaald hoe hard je motor meewerkt. Dat geeft een erg natuurlijk en comfortabel fietsgedrag.

Nadeel is wel dat als je weinig kracht hebt, je minder hard wordt geholpen en sneller een hogere ondersteuningsstand moet kiezen. Dan kun je ook beter een middenmotor uit de toplijn kiezen die ook voor mountainbikes wordt gebruikt, zoals de Bosch Performance Line, de Bafang M420, de Shimano EP8 en de Brose Drive T of S. Dit soort motoren met een heel hoog koppel zijn ook in de bergen erg geschikt, mits je versnellingen op de bergen zijn aangepast.

Voor stadsritjes en gewone toertochten is een wat minder krachtige motor prima geschikt en daarmee haal je meer kilometers uit je accu.

De meeste e-bikes zijn uitgerust met een middenmotor.

Qua aandrijving wordt een ketting veruit het meest gebruikt. Een ketting is het goedkoopst en heeft ook nog eens de minste weerstand, en dat is weer goed voor je actieradius. Alleen moet je hem wel regelmatig schoonmaken en smeren, want zand, vuil en roest zijn de grootste vijanden van je ketting. Kies je een fiets met een gesloten kettingkast, dan hoef je veel minder naar je ketting om te kijken.

Een ketting moet je regelmatig schoonmaken en smeren; bij een fiets met een kettingkast is dat een stuk minder.

Wil je geen schoonmaakgedoe of aan de slag met kettingvet, kies dan een fiets met riemaandrijving. De weerstand is misschien iets groter dan bij een ketting, maar met een elektrische fiets merk je daar weinig van, afgezien van een iets kleinere actieradius. Overigens zou ik ook een fiets met een riemaandrijving regelmatig schoonmaken, zeker als er na een ritje door de regen zand of blubber tussen is gekomen.

Een riemaandrijving is veel onderhoudsvriendelijker en ziet er ook nog eens chiquer uit.

Als het gaat om het versnellingssysteem heb je ook een aantal opties. Ook hier is er genoeg te kiezen als je een hekel hebt aan onderhoud. De schoonste en meest onderhoudsvrije optie is de versnellingsnaaf. Hierbij zitten de versnellingen in de achteras verwerkt. Er kan geen vocht of vuil bij en je hoeft niets te smeren. Alleen de ketting als je een versie met ketting kiest, maar zo’n naaf is juist ideaal om te combineren met een riem.

Een naafversnelling is erg handig; je hoeft er eigenlijk nooit naar om te kijken.

Nadeel van een gewone naafversnelling zoals de bekende Shimano Nexus of Alfine-modellen is dat ze te weinig spreiding bieden voor in de bergen. In de stad en de rest van het vlakke Nederland heb je daar geen last van en zijn het uitstekende oplossingen. Verder kun je niet zomaar blijven doortrappen tijdens het schakelen; zeker bij terugschakelen moet je even stilhouden, en dat is bergop niet zo prettig.

Wil je echt de bergen dan in, dan is een derailleurversnelling ideaal. Het is ook het systeem met het minste energieverlies, dus je haalt er uiteindelijk de grootste range mee. Doordat alles open ligt, heb je er wel meer onderhoud aan. Maar veel meer dan regelmatig schoonmaken en smeren is het niet.

Ook een derailleur vindt het niet altijd even prettig om te schakelen onder volle belasting, zeker niet die van een koppelrijke elektromotor. Bij opschakelen hoor je dan weleens vervelende geluiden en slijt de boel wat sneller.

Een derailleur biedt heel veel versnellingen en heeft de minste weerstand.

Een mooie oplossing daarvoor is elektrisch schakelen, dat inmiddels door veel e-bikesystemen wordt ondersteund. Daarbij houdt de motor tijdens het schakelen even iets in, zodat de naaf of derailleur makkelijk kan schakelen. Jij hoeft alleen het knopje in te drukken. Ook kun je de boel zo instellen dat de fiets automatisch terugschakelt als je voor het stoplicht staat en je snel en zonder zwaar trappen weer op gang kunt komen. Erg handig!

Enviolo maakt traploze versnellingsnaven die ook nog eens in een elektrisch schakelende variant beschikbaar zijn.

De meest luxe schakelsystemen zijn de traploze versnellingsnaaf van Enviolo en de Rohloff-naaf met 14 versnellingen. De Eviolo-naaf heeft geen vaste schakelstanden en met de draaischakelaar aan je handvat kun je elke versnellingsstand kiezen die je wilt. Er is zelfs een elektrische versie beschikbaar waarbij je in het display op de fiets instelt met welke trapfrequentie je wilt rijden, dus hoe snel je trapt. Vervolgens regelt het systeem dat automatisch bij. Of je nu snel of langzaam rijdt, jij trapt altijd hetzelfde ritme. Dat is wel even wennen en lang niet iedereen vind dat prettig, dus maak eerst een uitgebreide proefrit om te bepalen of dit wat voor je is.

Het mooiste, maar wel duurste systeem komt van Rohloff, en die is er ook in een variant waarmee je elektrisch kunt schakelen.

De Rohloff-naaf is het mooiste systeem van allemaal en heeft de minste nadelen, behalve misschien zijn prijs. Het is namelijk een behoorlijk duur systeem, maar daar krijg je ook wat voor terug. Je hebt genoeg versnellingen voor in de bergen en het rendement is hoog, en ook als je accu leeg is valt er nog redelijk mee te fietsen. Elektrisch schakelen is eveneens mogelijk; dan houdt de motor even in bij het schakelen en je kunt zelfs meerdere versnellingen tegelijkertijd op- of terugschakelen als je de knop wat langer ingedrukt houdt.

Wat betreft de remmen kun je kiezen uit rollerbrakes, velgremmen (ook wel V-brakes genoemd) en schijfremmen. En dat is meteen ook de volgorde van minder goed naar goed remmen. Rollerbrakes zijn een doorontwikkeling van de vroegere trommelremmen. Voordeel is dat ze bij nat of droog weer even goed remmen en dat je geen remblokjes hoeft te vervangen. Nadeel is dat ze van alle types het minst goed remmen (bij droog weer althans) en zeker op een wat zwaardere e-bike bij een wat hogere snelheid vind ik ze niet ideaal. Ben je een behoudende rijder en rem je sowieso niet zo stevig, dan voldoen ze voor jou waarschijnlijk prima.

Rollerbrakes zijn prima voor wie niet al te stevig wil remmen en rustig rijdt.

Velgremmen zijn veel beter te doseren en ook nog eens het goedkoopst en het lichtst. Ze doen het eigenlijk altijd prima, zolang je de remblokjes maar op tijd vervangt en goed afstelt. In de regen doen ze het minder goed dan als het droog is; daar moet je wel even rekening mee houden.

Velgremmen zijn budgetvriendelijker en remmen over het algemeen beter dan rollerbrakes.

Schijfremmen zijn de beste optie. Ze remmen sowieso het best – ook bij nat weer – en je kunt de remkracht heel goed doseren. Dat komt omdat ze meestal hydraulisch worden bediend. In plaats van een kabel zit er een vloeistof in de remleiding, net zoals bij je auto. Daardoor kun je preciezer en harder remmen. Sommige velgremmen zijn trouwens ook met hydraulische leidingen uitgerust.

Schijfremmen remmen het best, ook in de regen of bij langdurige afdalingen.

Een ander voordeel is dat ze bij lange afdalingen minder snel oververhitten. Ze zijn alleen wel iets minder hufterproof dan velgremmen of rollerbrakes. Krijgt je schijf een tikkie in de stalling of bij het plaatsen op een fietsendrager, dan kan zo’n schijf beschadigen of zelfs krom raken. Dan moet je dus even langs de fietsenmaker.

Omdat je op een e-bike wat harder fietst dan op een gewone fiets, wordt je sneller door elkaar wordt geschud, en al helemaal bij slecht wegdek. Hobbels, drempels, richeltjes, stoepjes, gaten in de weg of losse takjes en steentjes komen dan veel harder door. Om die reden hebben de meeste e-bikes een geveerde voorvork. De hoeveelheid vering kun je vaak instellen of zelfs helemaal uitzetten, maar alleen bij de hele dure fietsen werkt dat echt goed. Ook kun je kiezen voor een geveerde zadelpen. Dat kun je ook achteraf nog doen, voor het geval jouw e-bike met een vaste zadelpen is uitgerust.

Een geveerde voorvork zorgt voor meer comfort tijdens het rijden.

Bij heel luxe vakantiefietsen zit er weleens een schokbreker in het achterframe, maar dat zijn vaak bijna mountainbikes met spatborden en een bagagedrager.

Houd er wel rekening mee dat hoe meer en makkelijker je fiets veert, hij minder strak stuurt op gewone fietspaden en dat je door die vering ook een deel van je trapenergie en dus range kwijtraakt.

Bij een volledig geveerde fiets is ook het achterframe voorzien van vering. Ideaal om een geitenpaadje mee af te dalen.

Veel comfort kun je ook winnen door de juiste banden en bandenspanning. Bredere banden vangen trillingen beter op en kunnen op een lagere bandenspanning worden gereden, zonder dat ze meteen meer rolweerstand krijgen. Brede banden bieden dus meer comfort. Maar ze bieden ook meer grip; je kunt er makkelijker mee over onverharde paden rijden. Voor een paadje door de duinen of door het bos hoef je dus niet bang meer te zijn. En in de stad kom je met bredere banden minder snel in de tramrails of andere richels vast te zitten. Ik zou dus altijd voor wat bredere banden kiezen, maar niet te breed, zoals je ze op mountainbikes of van die fatbikes ziet.

Zo’n fatbike ziet er fantastisch uit, maar sturen doen ze wat minder strak.

Nadeel van brede banden is dat ze voor een wat slomer stuurgedrag zorgen. Je moet meer moeite doen om de bocht door te komen. Ook komen ze wat minder snel op gang, maar dat is met een e-bike niet zo erg: de motor doet toch mee. Fiets je veel in de stad, dan kun je het best niet al te breed gaan – zeg maximaal rond de 50 mm. En let op wat je fietsendrager maximaal aankan. De superbrede banden van de nieuwste modellen passen vaak niet in de gootjes van je oude fietsendrager.

Qua profiel heb je ook genoeg keuze. Hoe meer je over onverharde paden fietst, hoe grover je het profiel wilt hebben. Er zijn ook banden met weinig profiel in het midden en wat meer aan de zijkanten; die rollen lekkerder en stiller over het asfalt en hebben toch grip in de bochten op onverharde wegen.

Glad profiel in het midden voor makkelijker rollen, grover profiel aan de zijkanten voor meer grip op onverharde wegen.

Naast comfort is de lekbestendigheid van de band het belangrijkst. Niemand zit erop te wachten om onderweg een lekke band te moeten plakken. Zeker niet op een zware e-bike die je niet zomaar even op zijn kop zet. Moderne fietsbanden zoals die van Schwalbe of Continental zijn goed lekbestendig, maar vraag altijd om de meest lekbestendige als je nieuwe banden moet uitzoeken. Dat beetje extra gewicht of rolweerstand is bij e-bikes veel minder belangrijk. Lekbestendigheid is wat je wilt!

Schwalbe noemt zijn Marathon E-Plus-banden ‘onplatbaar’: hiermee zou je ze niet lek moeten rijden.
▼ Volgende artikel
Accupaniek: met deze aanpassingen haal je wél het einde van de dag
© Yuliia
Huis

Accupaniek: met deze aanpassingen haal je wél het einde van de dag

Je laptopaccu lijkt altijd leeg te zijn op het moment dat er nergens een stopcontact te bekennen is. Met de juiste software-instellingen pers je echter makkelijk een uur extra uit je apparaat, zonder dat je daarvoor technisch onderlegd hoeft te zijn. Wij leggen uit aan welke knoppen je precies moet draaien voor maximaal resultaat.

Er is weinig irritanter dan een laptop die in de spaarstand schiet of uitvalt terwijl je in de trein net de laatste hand legt aan een belangrijk document. Veel gebruikers denken bij een snel leeglopende batterij direct dat de hardware versleten is en kijken alweer naar een nieuwe laptop. Vaak is de accu zelf echter nog prima in orde, maar gaat het besturingssysteem slordig om met de beschikbare energie. Fabrieksinstellingen zijn namelijk vaak gericht op maximale prestaties en helderheid, niet op uithoudingsvermogen. In dit artikel leer je hoe je de regie terugpakt en de energievreters in toom houdt, zodat je met een gerust hart de dag doorkomt.

Waar die energie eigenlijk naartoe lekt

Om te begrijpen hoe je accucapaciteit bespaart, moet je eerst weten waar de energie aan opgaat. De twee grootste verbruikers in een laptop zijn vrijwel altijd het beeldscherm en de processor. Het scherm vreet stroom om pixels te verlichten; hoe feller het scherm, hoe sneller de teller tikt. Daarnaast speelt de verversingssnelheid een rol. Veel moderne schermen verversen het beeld 120 keer per seconde (120 Hz). Dat kijkt heel rustig, maar kost aanzienlijk meer rekenkracht dan de standaard 60 Hz.

Onder de motorkap is de processor continu bezig met het verwerken van taken. Een veelvoorkomende misvatting is dat je handmatig alle programma's moet afsluiten om stroom te besparen. Dat is maar ten dele waar, want moderne systemen zijn heel goed in het bevriezen van apps die je niet gebruikt. Wat wél energie kost, zijn achtergrondprocessen die actief blijven synchroniseren, zoals cloudopslagdiensten of mailprogramma's die elke minuut checken op nieuwe berichten. Ook randapparatuur die stroom trekt via de usb-poort, zelfs als je deze niet actief gebruikt, snoept procenten van je lading af.

Besparen tijdens eenvoudige taken

De energiebesparende modus is je beste vriend wanneer je taken uitvoert die weinig rekenkracht vereisen. Denk hierbij aan tekstverwerken, e-mailen, webbrowsen of het invullen van spreadsheets. In deze scenario's heb je de volledige kracht van je processor en videokaart simpelweg niet nodig. Door in Windows of macOS te kiezen voor de energiebesparende modus, klokt de processor zichzelf terug. Hij werkt dan letterlijk iets langzamer, maar voor administratieve taken merk je daar in de praktijk niets van. De letters verschijnen nog steeds direct op je scherm zodra je ze typt.

Daarnaast is dit het moment om eens kritisch naar je schermhelderheid te kijken. Binnenshuis is een helderheid van 50 tot 60 procent vaak meer dan voldoende om comfortabel te kunnen werken. Werk je vooral 's avonds? Dan kan het zelfs nog lager. Ook het uitschakelen van toetsenbordverlichting levert in deze context pure winst op. Het zijn kleine percentages per uur, maar op een hele werkdag maakt dit het verschil tussen wel of niet de oplader moeten pakken.

©PXimport

Prestaties boven accuduur

Er zijn momenten waarop je de batterijbesparingsinstellingen beter uit kunt laten, of zelfs agressief moet vermijden. Zodra je aan de slag gaat met zware grafische taken, zoals videobewerking, 3D-rendering of serieuze gaming, werkt een besparingsmodus averechts. De software knijpt de toevoer van stroom naar de componenten af, wat resulteert in een haperend beeld, trage exporttijden en een frustrerende gebruikservaring.

In deze gevallen heeft de hardware ademruimte nodig om te kunnen presteren. Als je probeert te gamen op een besparingsstand, zal het systeem de prestaties van de grafische chip zo ver terugschroeven dat het spel onspeelbaar wordt. Bovendien duurt het renderen van een video in spaarstand veel langer, waardoor het scherm en de schijf langer actief moeten blijven, wat onderaan de streep soms zelfs méér energie kost dan een korte piekbelasting op vol vermogen. Hier geldt: efficiëntie door snelheid is soms zuiniger dan traagheid.

Situaties waarin instellingen het niet meer redden

Hoewel je met software veel kunt optimaliseren, zijn er harde grenzen waarbij geen enkele instelling je meer gaat redden. Je moet realistisch zijn over de fysieke staat van je apparaat.

Ten eerste is er de chemische degradatie. Als de maximale capaciteit van je accu (ook wel battery health geheten) onder de 70 procent is gezakt, kun je instellen wat je wilt, maar de rek is er fysiek uit. De batterijcellen kunnen de lading simpelweg niet meer vasthouden. Ten tweede is oververhitting een doodsteek voor je accuduur. Als de ventilatoren van je laptop continu staan te loeien omdat de koelkanalen vol stof zitten, kost dat enorm veel energie. Warmte is in feite verspilde energie. Tot slot helpt software niet als je zware externe apparaten zonder eigen voeding aansluit. Een externe harde schijf die zijn stroom via de laptop krijgt, trekt de accu leeg alsof het een rietje in een pakje sap is, ongeacht je schermhelderheid.

Creëer je eigen energieprofiel

Om echt grip te krijgen op je verbruik, moet je de instellingen afstemmen op jouw specifieke gedrag. Begin met de slaapstand-instellingen. Veel mensen laten hun laptop openstaan als ze even koffie gaan halen, waarbij het scherm zomaar tien minuten op volle sterkte blijft branden. Stel in dat het scherm al na twee of drie minuten inactiviteit uitgaat. Dat is de makkelijkste winst die je kunt boeken.

Kijk ook naar je randapparatuur. Gebruik je een externe monitor? Zorg dan dat je laptop zo is ingesteld dat het interne scherm volledig uitschakelt, en niet 'zwart maar aan' blijft staan. Gebruik je veel bluetooth-apparaten? Schakel bluetooth uit als je ze niet gebruikt; het constant scannen naar verbindingen kost stroom. Voor gebruikers met een oledscherm is er nog een extra truc: gebruik een donkere modus. Bij oledschermen verbruiken zwarte pixels namelijk helemaal geen energie, in tegenstelling tot traditionele lcd-schermen waar de achtergrondverlichting altijd aan staat.

Balans tussen snelheid en stopcontact

Het verlengen van je accuduur is uiteindelijk een balansspel tussen comfort en noodzaak. De grootste winst behaal je door de schermhelderheid te temperen en de slaapstand agressiever in te stellen, zodat je geen energie verspilt in de pauzes. Wees niet bang om de energiebesparingsmodus standaard aan te zetten voor alledaags werk; de moderne processors zijn krachtig genoeg om dat zonder haperingen op te vangen. Pas als je merkt dat je laptop traag reageert bij zwaardere taken, is het tijd om de teugels weer iets te laten vieren. Zo bepaal jij hoelang de werkdag duurt, en niet je batterij.

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.