ID.nl logo
E-bike kopen in 2022 – E-bike techniek
Mobiliteit

E-bike kopen in 2022 – E-bike techniek

Als je van plan bent een e-bike aan te schaffen, moet je verder kijken dan alleen de looks en of hij lekker zit. Er zit veel techniek op zo'n fiets en daar moet je een paar belangrijke keuzes in maken. Die bepalen of je fiets echt geschikt is voor jouw gebruik. Denk aan motoren, aandrijving, versnellingen, remmen, vering en banden. In dit artikel gaan we ze punt voor punt af, zodat je weet waar je op moet letten.

Allereerst de motor. Dat is toch het hart van je elektrische fiets. Die bepaalt samen met sensoren een groot deel van het rijcomfort, zodat je lekker soepel door de stad fietst, maar ook of je die flinke heuvel opkomt zonder al te veel bij te moeten trappen.

Je kunt kiezen uit een motor in het voorwiel, in het achterwiel of een middenmotor. De middenmotor is tegenwoordig zo’n beetje de standaard; verreweg de meeste fietsen zijn daarmee uitgerust. Dat is ook logisch, want het is eigenlijk de alleskunner van de drie.

Watch on YouTube

Een voorwielmotor zie je nog wel bij de wat betaalbaarder fietsen. De techniek is iets eenvoudiger en dus goedkoper. Er zit vrijwel altijd alleen een rotatiesensor bij. Die sensor signaleert wanneer je trapt en laat de motor vervolgens meedoen. Daar zit niet heel veel regeling in, het is vooral een aan-uitgedrag. De motor doet mee als je trapt en stopt met meedoen als je je benen stilhoudt. In het begin kan dat een beetje een raar gevoel geven; je trapt een beetje en opeens wordt je fiets naar voren getrokken. Er zit bovendien een kleine vertraging in.

Ook al geef je veel of weinig kracht op je pedalen, de motor doet altijd vol vermogen mee. Dat is prettig voor wie niet zo veel beenkracht heeft, vooral bij het op gang komen. Je moet wel een beetje uitkijken in de bochten, zeker als het nat is. Begin je dan met trappen, dan kan de fiets wat instabiel worden. Gelukkig zijn de voorwielmotoren niet de krachtigste, dus doorslippen zal als het droog is niet snel gebeuren. In de bergen is dit type motor niet aan te raden door het gebrek aan trekkracht en tractie.

Een fiets met een voorwielmotor is vaak vriendelijker geprijsd.

Een achterwielmotor zie je nog maar zelden, maar kan interessant zijn als je net als bij de voorwielmotor meteen volle ondersteuning wil en wel in heuvelachtig terrein wilt fietsen. Alleen heb je kans dat hij bij extreme hellingen uitschakelt omdat de motor dan te heet wordt. Een ander voordeel is dat dit type motoren de stilste is. Er hoeft immers geen extra tandwielsysteem te draaien.

Een achterwielmotor is lekker stil en geeft veel rijcomfort.

Dat extra tandwielsysteem heb je wel bij een middenmotor. Die maken dus wat meer geluid, zeker de oudere versies. De modernere middenmotoren worden gelukkig steeds stiller. Groot voordeel van een middenmotor is dat er naast een rotatiesensor ook een trapkrachtsensor in zit. Niet alleen wordt gemeten óf je trapt, maar ook hoe hárd je trapt. Afhankelijk van de instelling die je hebt gekozen, wordt daarmee bepaald hoe hard je motor meewerkt. Dat geeft een erg natuurlijk en comfortabel fietsgedrag.

Nadeel is wel dat als je weinig kracht hebt, je minder hard wordt geholpen en sneller een hogere ondersteuningsstand moet kiezen. Dan kun je ook beter een middenmotor uit de toplijn kiezen die ook voor mountainbikes wordt gebruikt, zoals de Bosch Performance Line, de Bafang M420, de Shimano EP8 en de Brose Drive T of S. Dit soort motoren met een heel hoog koppel zijn ook in de bergen erg geschikt, mits je versnellingen op de bergen zijn aangepast.

Voor stadsritjes en gewone toertochten is een wat minder krachtige motor prima geschikt en daarmee haal je meer kilometers uit je accu.

De meeste e-bikes zijn uitgerust met een middenmotor.

Qua aandrijving wordt een ketting veruit het meest gebruikt. Een ketting is het goedkoopst en heeft ook nog eens de minste weerstand, en dat is weer goed voor je actieradius. Alleen moet je hem wel regelmatig schoonmaken en smeren, want zand, vuil en roest zijn de grootste vijanden van je ketting. Kies je een fiets met een gesloten kettingkast, dan hoef je veel minder naar je ketting om te kijken.

Een ketting moet je regelmatig schoonmaken en smeren; bij een fiets met een kettingkast is dat een stuk minder.

Wil je geen schoonmaakgedoe of aan de slag met kettingvet, kies dan een fiets met riemaandrijving. De weerstand is misschien iets groter dan bij een ketting, maar met een elektrische fiets merk je daar weinig van, afgezien van een iets kleinere actieradius. Overigens zou ik ook een fiets met een riemaandrijving regelmatig schoonmaken, zeker als er na een ritje door de regen zand of blubber tussen is gekomen.

Een riemaandrijving is veel onderhoudsvriendelijker en ziet er ook nog eens chiquer uit.

Als het gaat om het versnellingssysteem heb je ook een aantal opties. Ook hier is er genoeg te kiezen als je een hekel hebt aan onderhoud. De schoonste en meest onderhoudsvrije optie is de versnellingsnaaf. Hierbij zitten de versnellingen in de achteras verwerkt. Er kan geen vocht of vuil bij en je hoeft niets te smeren. Alleen de ketting als je een versie met ketting kiest, maar zo’n naaf is juist ideaal om te combineren met een riem.

Een naafversnelling is erg handig; je hoeft er eigenlijk nooit naar om te kijken.

Nadeel van een gewone naafversnelling zoals de bekende Shimano Nexus of Alfine-modellen is dat ze te weinig spreiding bieden voor in de bergen. In de stad en de rest van het vlakke Nederland heb je daar geen last van en zijn het uitstekende oplossingen. Verder kun je niet zomaar blijven doortrappen tijdens het schakelen; zeker bij terugschakelen moet je even stilhouden, en dat is bergop niet zo prettig.

Wil je echt de bergen dan in, dan is een derailleurversnelling ideaal. Het is ook het systeem met het minste energieverlies, dus je haalt er uiteindelijk de grootste range mee. Doordat alles open ligt, heb je er wel meer onderhoud aan. Maar veel meer dan regelmatig schoonmaken en smeren is het niet.

Ook een derailleur vindt het niet altijd even prettig om te schakelen onder volle belasting, zeker niet die van een koppelrijke elektromotor. Bij opschakelen hoor je dan weleens vervelende geluiden en slijt de boel wat sneller.

Een derailleur biedt heel veel versnellingen en heeft de minste weerstand.

Een mooie oplossing daarvoor is elektrisch schakelen, dat inmiddels door veel e-bikesystemen wordt ondersteund. Daarbij houdt de motor tijdens het schakelen even iets in, zodat de naaf of derailleur makkelijk kan schakelen. Jij hoeft alleen het knopje in te drukken. Ook kun je de boel zo instellen dat de fiets automatisch terugschakelt als je voor het stoplicht staat en je snel en zonder zwaar trappen weer op gang kunt komen. Erg handig!

Enviolo maakt traploze versnellingsnaven die ook nog eens in een elektrisch schakelende variant beschikbaar zijn.

De meest luxe schakelsystemen zijn de traploze versnellingsnaaf van Enviolo en de Rohloff-naaf met 14 versnellingen. De Eviolo-naaf heeft geen vaste schakelstanden en met de draaischakelaar aan je handvat kun je elke versnellingsstand kiezen die je wilt. Er is zelfs een elektrische versie beschikbaar waarbij je in het display op de fiets instelt met welke trapfrequentie je wilt rijden, dus hoe snel je trapt. Vervolgens regelt het systeem dat automatisch bij. Of je nu snel of langzaam rijdt, jij trapt altijd hetzelfde ritme. Dat is wel even wennen en lang niet iedereen vind dat prettig, dus maak eerst een uitgebreide proefrit om te bepalen of dit wat voor je is.

Het mooiste, maar wel duurste systeem komt van Rohloff, en die is er ook in een variant waarmee je elektrisch kunt schakelen.

De Rohloff-naaf is het mooiste systeem van allemaal en heeft de minste nadelen, behalve misschien zijn prijs. Het is namelijk een behoorlijk duur systeem, maar daar krijg je ook wat voor terug. Je hebt genoeg versnellingen voor in de bergen en het rendement is hoog, en ook als je accu leeg is valt er nog redelijk mee te fietsen. Elektrisch schakelen is eveneens mogelijk; dan houdt de motor even in bij het schakelen en je kunt zelfs meerdere versnellingen tegelijkertijd op- of terugschakelen als je de knop wat langer ingedrukt houdt.

Wat betreft de remmen kun je kiezen uit rollerbrakes, velgremmen (ook wel V-brakes genoemd) en schijfremmen. En dat is meteen ook de volgorde van minder goed naar goed remmen. Rollerbrakes zijn een doorontwikkeling van de vroegere trommelremmen. Voordeel is dat ze bij nat of droog weer even goed remmen en dat je geen remblokjes hoeft te vervangen. Nadeel is dat ze van alle types het minst goed remmen (bij droog weer althans) en zeker op een wat zwaardere e-bike bij een wat hogere snelheid vind ik ze niet ideaal. Ben je een behoudende rijder en rem je sowieso niet zo stevig, dan voldoen ze voor jou waarschijnlijk prima.

Rollerbrakes zijn prima voor wie niet al te stevig wil remmen en rustig rijdt.

Velgremmen zijn veel beter te doseren en ook nog eens het goedkoopst en het lichtst. Ze doen het eigenlijk altijd prima, zolang je de remblokjes maar op tijd vervangt en goed afstelt. In de regen doen ze het minder goed dan als het droog is; daar moet je wel even rekening mee houden.

Velgremmen zijn budgetvriendelijker en remmen over het algemeen beter dan rollerbrakes.

Schijfremmen zijn de beste optie. Ze remmen sowieso het best – ook bij nat weer – en je kunt de remkracht heel goed doseren. Dat komt omdat ze meestal hydraulisch worden bediend. In plaats van een kabel zit er een vloeistof in de remleiding, net zoals bij je auto. Daardoor kun je preciezer en harder remmen. Sommige velgremmen zijn trouwens ook met hydraulische leidingen uitgerust.

Schijfremmen remmen het best, ook in de regen of bij langdurige afdalingen.

Een ander voordeel is dat ze bij lange afdalingen minder snel oververhitten. Ze zijn alleen wel iets minder hufterproof dan velgremmen of rollerbrakes. Krijgt je schijf een tikkie in de stalling of bij het plaatsen op een fietsendrager, dan kan zo’n schijf beschadigen of zelfs krom raken. Dan moet je dus even langs de fietsenmaker.

Omdat je op een e-bike wat harder fietst dan op een gewone fiets, wordt je sneller door elkaar wordt geschud, en al helemaal bij slecht wegdek. Hobbels, drempels, richeltjes, stoepjes, gaten in de weg of losse takjes en steentjes komen dan veel harder door. Om die reden hebben de meeste e-bikes een geveerde voorvork. De hoeveelheid vering kun je vaak instellen of zelfs helemaal uitzetten, maar alleen bij de hele dure fietsen werkt dat echt goed. Ook kun je kiezen voor een geveerde zadelpen. Dat kun je ook achteraf nog doen, voor het geval jouw e-bike met een vaste zadelpen is uitgerust.

Een geveerde voorvork zorgt voor meer comfort tijdens het rijden.

Bij heel luxe vakantiefietsen zit er weleens een schokbreker in het achterframe, maar dat zijn vaak bijna mountainbikes met spatborden en een bagagedrager.

Houd er wel rekening mee dat hoe meer en makkelijker je fiets veert, hij minder strak stuurt op gewone fietspaden en dat je door die vering ook een deel van je trapenergie en dus range kwijtraakt.

Bij een volledig geveerde fiets is ook het achterframe voorzien van vering. Ideaal om een geitenpaadje mee af te dalen.

Veel comfort kun je ook winnen door de juiste banden en bandenspanning. Bredere banden vangen trillingen beter op en kunnen op een lagere bandenspanning worden gereden, zonder dat ze meteen meer rolweerstand krijgen. Brede banden bieden dus meer comfort. Maar ze bieden ook meer grip; je kunt er makkelijker mee over onverharde paden rijden. Voor een paadje door de duinen of door het bos hoef je dus niet bang meer te zijn. En in de stad kom je met bredere banden minder snel in de tramrails of andere richels vast te zitten. Ik zou dus altijd voor wat bredere banden kiezen, maar niet te breed, zoals je ze op mountainbikes of van die fatbikes ziet.

Zo’n fatbike ziet er fantastisch uit, maar sturen doen ze wat minder strak.

Nadeel van brede banden is dat ze voor een wat slomer stuurgedrag zorgen. Je moet meer moeite doen om de bocht door te komen. Ook komen ze wat minder snel op gang, maar dat is met een e-bike niet zo erg: de motor doet toch mee. Fiets je veel in de stad, dan kun je het best niet al te breed gaan – zeg maximaal rond de 50 mm. En let op wat je fietsendrager maximaal aankan. De superbrede banden van de nieuwste modellen passen vaak niet in de gootjes van je oude fietsendrager.

Qua profiel heb je ook genoeg keuze. Hoe meer je over onverharde paden fietst, hoe grover je het profiel wilt hebben. Er zijn ook banden met weinig profiel in het midden en wat meer aan de zijkanten; die rollen lekkerder en stiller over het asfalt en hebben toch grip in de bochten op onverharde wegen.

Glad profiel in het midden voor makkelijker rollen, grover profiel aan de zijkanten voor meer grip op onverharde wegen.

Naast comfort is de lekbestendigheid van de band het belangrijkst. Niemand zit erop te wachten om onderweg een lekke band te moeten plakken. Zeker niet op een zware e-bike die je niet zomaar even op zijn kop zet. Moderne fietsbanden zoals die van Schwalbe of Continental zijn goed lekbestendig, maar vraag altijd om de meest lekbestendige als je nieuwe banden moet uitzoeken. Dat beetje extra gewicht of rolweerstand is bij e-bikes veel minder belangrijk. Lekbestendigheid is wat je wilt!

Schwalbe noemt zijn Marathon E-Plus-banden ‘onplatbaar’: hiermee zou je ze niet lek moeten rijden.

▼ Volgende artikel
Review Poco F8 Ultra – Toptoestel zodra de prijs zakt
© Wesley Akkerman
Huis

Review Poco F8 Ultra – Toptoestel zodra de prijs zakt

De smartphones van Poco zijn over het algemeen goed geprijsd als je kijkt naar wat je ervoor terugkrijgt. De nieuwe Poco F8 Ultra heeft een prijskaartje van minimaal 800 euro. Gaat die regel ook hier op?

Uitstekend
Conclusie

De Poco F8 Ultra oogt uniek, vindt in de subwoofer een handige toevoeging en voelt stevig aan. De door ons geteste Denim Blue-uitvoering heeft bovendien een faux denimlaagje op de achterkant voor extra grip (wat deze variant een paar gram zwaarder maakt dan de zwarte versie). Wel plaatsen we wat kanttekeningen bij de software- en camera-ervaring. De prijs is misschien gevoelsmatig nog wat hoog, zeker voor dit merk. Maar zakt de prijs richting de 600 euro, dan krijg je een toptoestel dat zijn prijs meer dan waarmaakt en waar je langdurig plezier van hebt.

Plus- en minpunten
  • Bose-subwoofer
  • Faux denim achterop
  • Stevig, handzaam en licht
  • Vlotte en overzichtelijke software
  • Gemiddeld tot goed softwarebeleid
  • Batterijduur
  • Kleuren kunnen beter
  • Camera laat te wensen over
  • Bloatware en advertenties
CategorieSpecificatie
Display6,9 inch Amoled-display, 120Hz (adaptief), 3500 nits maximale helderheid
ProcessorSnapdragon 8 Elite Gen 5 (3nm)
Geheugen12 GB of 16 GB LPDDR5X (9600 Mbps)
Opslag256 GB of 512 GB (UFS 4.1)
Batterij6500 mAh met 100W HyperCharge en 50W draadloos laden
Camera achter50 MP hoofdcamera (OIS), 50 MP periscooptelelens (OIS), 50 MP ultragroothoek
Camera voor32 MP met autofocus
VideoTot 8K op 30 fps (achter) / 4K op 60 fps (voor)
SoftwareXiaomi HyperOS 3
BouwIP68 waterbestendig, POCO Shield Glass, 218 (Black) - 220 gram (Denim Blue)
Connectiviteit5G, Wifi 7, Bluetooth 6.0, NFC
Extra'sUltrasone vingerafdrukscanner, Infrarood (IR-blaster), Bose audio

Want wat voor smartphone kun je precies aanbieden als je er net wat meer geld tegenaan gooit? Dat idee heeft een unieke telefoon opgeleverd, voorzien van een denimlook én een extra subwoofer achterop. Gewaagde keuzes, maar in een wereld waarin smartphones steeds meer naar elkaar toe groeien, en in hun identiteitscrisis meer en meer op iPhones gaan lijken, geen verkeerde ontwikkeling. Alleen daarom al zijn we enthousiast over de Poco F8 Ultra (Blue Denim-uitvoering).

Het helpt dan ook zeer dan de subwoofer daar niet alleen voor de show zit. Dit compacte speakertje geeft geluiden en audio meer dan genoeg ruimte om beter tot hun recht te komen vergeleken met reguliere smartphonespeakers. Weg is dat blikkige geluid, dat nu ruimte maakt voor warmere tonen en een bredere soundstage. Klinkt de muziek perfect? Dat kun je niet verwachten, maar we zijn desondanks onder de indruk van de Bose-luidspreker.

©Wesley Akkerman

Uniek en tof

De Poco F8 Ultra ligt prettig in de hand en voelt solide aan dankzij het aluminium frame. Met 220 gram is hij ook niet overdreven zwaar. Het fauxdenim op de achterkant draagt daarbij merkbaar bij aan de grip, waardoor hij niet snel uit je handen glipt. Juist door dat eigenzinnige uiterlijk is dit zo'n smartphone die je liever zonder hoesje gebruikt, ook al loop je daarmee iets meer risico op valschade.

Het grote amoled-paneel van 6,9 inch stelt evenmin teleur. Met zijn hoge resolutie (1.200 bij 2.608 pixels) en verversingssnelheid (120 Hertz) kom je niets tekort en oogt alles scherp en vlot. Het contrast is breed en zwartwaarden zijn diep, maar de kleuren kunnen soms net even wat flets ogen. Dat valt alleen op in directe vergelijkingen met andere smartphones; de kans is heel klein dat dit je hier iets van merkt in het dagelijkse gebruik of als je een minder geoefend oog hebt.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Wat je mag verwachten

Ook al draait de Poco F8 Ultra niet op de krachtigste processor die Qualcomm te bieden heeft, in de praktijk merk je daar weinig van. De Snapdragon 8 Elite Gen 5 voelt vlot aan bij multitasking en kan games zonder moeite aan, al moet je er wel rekening mee houden dat de Gen 5 warm (niet heet, gelukkig) kan worden wanneer je high-end spellen speelt. Niets om je zorgen over te maken, je zult hier namelijk je vingers niet aan branden.

Ook de accu stelt niet teleur. Met een capaciteit van 6.500 mAh haal je in veel gevallen probleemloos twee dagen, al hangt dat vanzelfsprekend af van hoe intensief je de smartphone gebruikt. Speel je veel games, dan loopt hij sneller leeg, maar opladen gaat razendsnel. Met een geschikte 100w-lader, die je zelf moet aanschaffen, zit de accu binnen ongeveer veertig minuten weer helemaal vol.

0,7x

1x

2x

Camera en software

Toch is niet alles goud wat er blinkt. Onder de juiste lichtomstandigheden maakt de Poco F8 Ultra kleurrijke en gedetailleerde beelden. Zoomen is geen probleem en ook de selfiecam lijkt goed om te gaan met verschillende huidtypen. De groothoeklens presteert echter minder goed: kleuren komen minder goed uit de verf en details vallen weg. De avondmodus stelt teleur, met een overdaad aan exposure, gebrekkige kleurenaccuraatheid en trage vastlegging.

Aangezien Poco een dochteronderneming is van Xiaomi, draait het toestel op HyperOS 3.0. De Poco staat daardoor vol met overbodige en dubbele apps, waaronder die van Xiaomi, waarvan je het gros kunt verwijderen. Ook kom je her en der wat reclame tegen. Verder is het besturingssysteem vlot en overzichtelijk, twee eigenschappen die we extreem belangrijk vinden. Je krijgt tot slot 'maar' vier Android-upgrades, evenals zes jaar aan beveiligingsupdates.

5x

10x

Poco F8 Ultra kopen?

Ondanks de kanttekeningen die we plaatsen bij de software- en camera-ervaringen, zijn er eigenlijk weinig redenen om niet voor de Poco F8 Ultra te kiezen. Hij oogt uniek, vindt in de subwoofer een handige toevoeging en voelt stevig aan. De door ons geteste Denim Blue-uitvoering heeft bovendien een faux denimlaagje op de achterkant voor extra grip (wat deze uitvoering wel een paar gram zwaarder maakt dan de Poco F8 Ultra Black). De prijs is misschien gevoelsmatig nog wat hoog, zeker voor dit merk. Maar zakt de prijs richting de 600 euro, dan krijg je een toptoestel dat zijn prijs meer dan waarmaakt en waar je langdurig plezier van hebt.

52137934

▼ Volgende artikel
Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid
© ER | ID.nl
Huis

Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid

Spatial audio, oftewel ruimtelijke audio, belooft een luisterervaring waarbij het geluid niet alleen van links en rechts komt, maar je volledig omringt. Hoewel de marketingkreten je geregeld om de oren vliegen, is de techniek niet in elke situatie even zinvol. In dit artikel ontdek je wanneer ruimtelijke audio je ervaring verrijkt en wanneer je prima zonder kunt.

Vergeet het statische geluid van je oude vertrouwde stereo-set. Met spatial audio krijgt geluid eindelijk de diepte die het verdient. Dankzij slimme algoritmes die de akoestiek van de echte wereld nabootsen, ontsnapt de audio aan je koptelefoon of soundbar. Geluid beweegt vrij door de kamer, waardoor een helikopter in een film ook echt boven je hoofd lijkt te cirkelen. Het is de overstap van een platte foto naar een hologram, maar dan voor je oren.

Bioscoopervaring thuis

De meest logische toepassing voor spatial audio is zonder twijfel de moderne filmervaring. Wanneer je een blockbuster kijkt die is gemixt in formaten zoals Dolby Atmos, komt de techniek pas echt tot leven. Een helikopter die overvliegt of regen die op een dak klatert, krijgt een verticale dimensie die voorheen onmogelijk was met een standaard hoofdtelefoon of een simpele soundbar.

Voor filmliefhebbers die niet de ruimte hebben voor een volledige surround-installatie met fysieke speakers in het plafond, biedt spatial audio een overtuigend en compact alternatief dat de zogenaamde immersie aanzienlijk vergroot.

Spatial audio in de praktijk

Je komt ruimtelijke audiotechnieken op steeds meer plekken tegen, vaak zonder dat je er specifiek naar hoeft te zoeken. In de filmwereld is Dolby Atmos de absolute standaard, waarbij streamingdiensten zoals Netflix en Disney+ deze techniek inzetten om geluidseffecten via een soundbar dwars door je kamer te laten bewegen.

Muziekliefhebbers vinden soortgelijke ervaringen bij Apple Music en Tidal, waar speciale mixes van bekende albums een breder en dieper geluidsveld bieden dan de originele stereoversie. Ook in de gamingwereld is het inmiddels de norm; Sony gebruikt de Tempest 3D-technologie voor de PlayStation 5 om spelers midden in de actie te plaatsen, terwijl Microsoft met Windows Sonic en Dolby Atmos for Headphones vergelijkbare resultaten behaalt op de Xbox en pc.

©ER | ID.nl

Muziek met een extraatje

Voor muziek is het nut van ruimtelijke audio iets genuanceerder en sterk afhankelijk van de productie. Bij klassieke concerten of live-opnames kan de techniek je het gevoel geven dat je midden in de concertzaal zit, waarbij de akoestiek van de ruimte tastbaar wordt. Ook bij moderne popmuziek die specifiek voor dit formaat is geproduceerd, kunnen artiesten creatiever omgaan met de plaatsing van instrumenten of subtiele geluidseffecten.

Toch blijft voor de purist die zweert bij een eerlijke, ongefilterde weergave van een studio-album de traditionele stereomix vaak de voorkeur genieten, omdat spatial audio de oorspronkelijke balans soms onnatuurlijk kan veranderen.

Gaming en de functionele voorsprong

In de wereld van gaming verschuift de waarde van spatial audio van puur esthetisch naar functioneel. Vooral in competitieve shooters is het horen van de exacte positie van een tegenstander een serieus dingetje. Door gebruik te maken van ruimtelijke audio kun je voetstappen boven, onder of achter je nauwkeurig lokaliseren. Dat geeft niet alleen een intensere spelervaring waarbij je volledig wordt opgeslokt door de spelwereld, maar biedt ook een tactisch voordeel dat met standaard audio simpelweg niet te evenaren is. Hierdoor is de techniek voor fanatieke gamers bijna onmisbaar geworden.

Wanneer kun je het beter uitschakelen?

Ondanks de indrukwekkende demonstraties is spatial audio niet altijd de beste keuze. Voor dagelijks gebruik, zoals het luisteren naar podcasts of het kijken van het journaal, voegt de extra ruimtelijkheid weinig toe en kan het de verstaanbaarheid van stemmen zelfs negatief beïnvloeden. Ook bij oudere opnames die door softwarematige kunstgrepen naar ruimtelijk geluid worden omgezet, ontstaat er vaak een hol en onnatuurlijk resultaat. In dergelijke gevallen is een zuivere stereoweergave nog altijd de meest betrouwbare weg naar een prettige luisterervaring.

Populaire merken voor spatial audio

Verschillende fabrikanten lopen voorop in de adoptie van ruimtelijke audiotechnieken. Apple heeft met de integratie in de AirPods Max en AirPods Pro in combinatie Apple Music de techniek toegankelijk gemaakt voor de massa, terwijl Sony met hun 360 Reality Audio een sterk eigen ecosysteem heeft gebouwd dat vooral schittert bij gaming en specifieke streamingdiensten. Daarnaast is Sonos een dominante speler op het gebied van home-entertainment met soundbars die Dolby Atmos ondersteunen. Bose en Sennheiser zijn eveneens belangrijke namen die met hun geavanceerde algoritmes en hoogwaardige hardware zorgen dat de ruimtelijke beleving ook voor de veeleisende luisteraar geloofwaardig blijft.