ID.nl logo
E-bike kopen in 2022 – E-bike techniek
Mobiliteit

E-bike kopen in 2022 – E-bike techniek

Als je van plan bent een e-bike aan te schaffen, moet je verder kijken dan alleen de looks en of hij lekker zit. Er zit veel techniek op zo'n fiets en daar moet je een paar belangrijke keuzes in maken. Die bepalen of je fiets echt geschikt is voor jouw gebruik. Denk aan motoren, aandrijving, versnellingen, remmen, vering en banden. In dit artikel gaan we ze punt voor punt af, zodat je weet waar je op moet letten.

Allereerst de motor. Dat is toch het hart van je elektrische fiets. Die bepaalt samen met sensoren een groot deel van het rijcomfort, zodat je lekker soepel door de stad fietst, maar ook of je die flinke heuvel opkomt zonder al te veel bij te moeten trappen.

Je kunt kiezen uit een motor in het voorwiel, in het achterwiel of een middenmotor. De middenmotor is tegenwoordig zo’n beetje de standaard; verreweg de meeste fietsen zijn daarmee uitgerust. Dat is ook logisch, want het is eigenlijk de alleskunner van de drie.

Watch on YouTube

Een voorwielmotor zie je nog wel bij de wat betaalbaarder fietsen. De techniek is iets eenvoudiger en dus goedkoper. Er zit vrijwel altijd alleen een rotatiesensor bij. Die sensor signaleert wanneer je trapt en laat de motor vervolgens meedoen. Daar zit niet heel veel regeling in, het is vooral een aan-uitgedrag. De motor doet mee als je trapt en stopt met meedoen als je je benen stilhoudt. In het begin kan dat een beetje een raar gevoel geven; je trapt een beetje en opeens wordt je fiets naar voren getrokken. Er zit bovendien een kleine vertraging in.

Ook al geef je veel of weinig kracht op je pedalen, de motor doet altijd vol vermogen mee. Dat is prettig voor wie niet zo veel beenkracht heeft, vooral bij het op gang komen. Je moet wel een beetje uitkijken in de bochten, zeker als het nat is. Begin je dan met trappen, dan kan de fiets wat instabiel worden. Gelukkig zijn de voorwielmotoren niet de krachtigste, dus doorslippen zal als het droog is niet snel gebeuren. In de bergen is dit type motor niet aan te raden door het gebrek aan trekkracht en tractie.

Een fiets met een voorwielmotor is vaak vriendelijker geprijsd.

Een achterwielmotor zie je nog maar zelden, maar kan interessant zijn als je net als bij de voorwielmotor meteen volle ondersteuning wil en wel in heuvelachtig terrein wilt fietsen. Alleen heb je kans dat hij bij extreme hellingen uitschakelt omdat de motor dan te heet wordt. Een ander voordeel is dat dit type motoren de stilste is. Er hoeft immers geen extra tandwielsysteem te draaien.

Een achterwielmotor is lekker stil en geeft veel rijcomfort.

Dat extra tandwielsysteem heb je wel bij een middenmotor. Die maken dus wat meer geluid, zeker de oudere versies. De modernere middenmotoren worden gelukkig steeds stiller. Groot voordeel van een middenmotor is dat er naast een rotatiesensor ook een trapkrachtsensor in zit. Niet alleen wordt gemeten óf je trapt, maar ook hoe hárd je trapt. Afhankelijk van de instelling die je hebt gekozen, wordt daarmee bepaald hoe hard je motor meewerkt. Dat geeft een erg natuurlijk en comfortabel fietsgedrag.

Nadeel is wel dat als je weinig kracht hebt, je minder hard wordt geholpen en sneller een hogere ondersteuningsstand moet kiezen. Dan kun je ook beter een middenmotor uit de toplijn kiezen die ook voor mountainbikes wordt gebruikt, zoals de Bosch Performance Line, de Bafang M420, de Shimano EP8 en de Brose Drive T of S. Dit soort motoren met een heel hoog koppel zijn ook in de bergen erg geschikt, mits je versnellingen op de bergen zijn aangepast.

Voor stadsritjes en gewone toertochten is een wat minder krachtige motor prima geschikt en daarmee haal je meer kilometers uit je accu.

De meeste e-bikes zijn uitgerust met een middenmotor.

Qua aandrijving wordt een ketting veruit het meest gebruikt. Een ketting is het goedkoopst en heeft ook nog eens de minste weerstand, en dat is weer goed voor je actieradius. Alleen moet je hem wel regelmatig schoonmaken en smeren, want zand, vuil en roest zijn de grootste vijanden van je ketting. Kies je een fiets met een gesloten kettingkast, dan hoef je veel minder naar je ketting om te kijken.

Een ketting moet je regelmatig schoonmaken en smeren; bij een fiets met een kettingkast is dat een stuk minder.

Wil je geen schoonmaakgedoe of aan de slag met kettingvet, kies dan een fiets met riemaandrijving. De weerstand is misschien iets groter dan bij een ketting, maar met een elektrische fiets merk je daar weinig van, afgezien van een iets kleinere actieradius. Overigens zou ik ook een fiets met een riemaandrijving regelmatig schoonmaken, zeker als er na een ritje door de regen zand of blubber tussen is gekomen.

Een riemaandrijving is veel onderhoudsvriendelijker en ziet er ook nog eens chiquer uit.

Als het gaat om het versnellingssysteem heb je ook een aantal opties. Ook hier is er genoeg te kiezen als je een hekel hebt aan onderhoud. De schoonste en meest onderhoudsvrije optie is de versnellingsnaaf. Hierbij zitten de versnellingen in de achteras verwerkt. Er kan geen vocht of vuil bij en je hoeft niets te smeren. Alleen de ketting als je een versie met ketting kiest, maar zo’n naaf is juist ideaal om te combineren met een riem.

Een naafversnelling is erg handig; je hoeft er eigenlijk nooit naar om te kijken.

Nadeel van een gewone naafversnelling zoals de bekende Shimano Nexus of Alfine-modellen is dat ze te weinig spreiding bieden voor in de bergen. In de stad en de rest van het vlakke Nederland heb je daar geen last van en zijn het uitstekende oplossingen. Verder kun je niet zomaar blijven doortrappen tijdens het schakelen; zeker bij terugschakelen moet je even stilhouden, en dat is bergop niet zo prettig.

Wil je echt de bergen dan in, dan is een derailleurversnelling ideaal. Het is ook het systeem met het minste energieverlies, dus je haalt er uiteindelijk de grootste range mee. Doordat alles open ligt, heb je er wel meer onderhoud aan. Maar veel meer dan regelmatig schoonmaken en smeren is het niet.

Ook een derailleur vindt het niet altijd even prettig om te schakelen onder volle belasting, zeker niet die van een koppelrijke elektromotor. Bij opschakelen hoor je dan weleens vervelende geluiden en slijt de boel wat sneller.

Een derailleur biedt heel veel versnellingen en heeft de minste weerstand.

Een mooie oplossing daarvoor is elektrisch schakelen, dat inmiddels door veel e-bikesystemen wordt ondersteund. Daarbij houdt de motor tijdens het schakelen even iets in, zodat de naaf of derailleur makkelijk kan schakelen. Jij hoeft alleen het knopje in te drukken. Ook kun je de boel zo instellen dat de fiets automatisch terugschakelt als je voor het stoplicht staat en je snel en zonder zwaar trappen weer op gang kunt komen. Erg handig!

Enviolo maakt traploze versnellingsnaven die ook nog eens in een elektrisch schakelende variant beschikbaar zijn.

De meest luxe schakelsystemen zijn de traploze versnellingsnaaf van Enviolo en de Rohloff-naaf met 14 versnellingen. De Eviolo-naaf heeft geen vaste schakelstanden en met de draaischakelaar aan je handvat kun je elke versnellingsstand kiezen die je wilt. Er is zelfs een elektrische versie beschikbaar waarbij je in het display op de fiets instelt met welke trapfrequentie je wilt rijden, dus hoe snel je trapt. Vervolgens regelt het systeem dat automatisch bij. Of je nu snel of langzaam rijdt, jij trapt altijd hetzelfde ritme. Dat is wel even wennen en lang niet iedereen vind dat prettig, dus maak eerst een uitgebreide proefrit om te bepalen of dit wat voor je is.

Het mooiste, maar wel duurste systeem komt van Rohloff, en die is er ook in een variant waarmee je elektrisch kunt schakelen.

De Rohloff-naaf is het mooiste systeem van allemaal en heeft de minste nadelen, behalve misschien zijn prijs. Het is namelijk een behoorlijk duur systeem, maar daar krijg je ook wat voor terug. Je hebt genoeg versnellingen voor in de bergen en het rendement is hoog, en ook als je accu leeg is valt er nog redelijk mee te fietsen. Elektrisch schakelen is eveneens mogelijk; dan houdt de motor even in bij het schakelen en je kunt zelfs meerdere versnellingen tegelijkertijd op- of terugschakelen als je de knop wat langer ingedrukt houdt.

Wat betreft de remmen kun je kiezen uit rollerbrakes, velgremmen (ook wel V-brakes genoemd) en schijfremmen. En dat is meteen ook de volgorde van minder goed naar goed remmen. Rollerbrakes zijn een doorontwikkeling van de vroegere trommelremmen. Voordeel is dat ze bij nat of droog weer even goed remmen en dat je geen remblokjes hoeft te vervangen. Nadeel is dat ze van alle types het minst goed remmen (bij droog weer althans) en zeker op een wat zwaardere e-bike bij een wat hogere snelheid vind ik ze niet ideaal. Ben je een behoudende rijder en rem je sowieso niet zo stevig, dan voldoen ze voor jou waarschijnlijk prima.

Rollerbrakes zijn prima voor wie niet al te stevig wil remmen en rustig rijdt.

Velgremmen zijn veel beter te doseren en ook nog eens het goedkoopst en het lichtst. Ze doen het eigenlijk altijd prima, zolang je de remblokjes maar op tijd vervangt en goed afstelt. In de regen doen ze het minder goed dan als het droog is; daar moet je wel even rekening mee houden.

Velgremmen zijn budgetvriendelijker en remmen over het algemeen beter dan rollerbrakes.

Schijfremmen zijn de beste optie. Ze remmen sowieso het best – ook bij nat weer – en je kunt de remkracht heel goed doseren. Dat komt omdat ze meestal hydraulisch worden bediend. In plaats van een kabel zit er een vloeistof in de remleiding, net zoals bij je auto. Daardoor kun je preciezer en harder remmen. Sommige velgremmen zijn trouwens ook met hydraulische leidingen uitgerust.

Schijfremmen remmen het best, ook in de regen of bij langdurige afdalingen.

Een ander voordeel is dat ze bij lange afdalingen minder snel oververhitten. Ze zijn alleen wel iets minder hufterproof dan velgremmen of rollerbrakes. Krijgt je schijf een tikkie in de stalling of bij het plaatsen op een fietsendrager, dan kan zo’n schijf beschadigen of zelfs krom raken. Dan moet je dus even langs de fietsenmaker.

Omdat je op een e-bike wat harder fietst dan op een gewone fiets, wordt je sneller door elkaar wordt geschud, en al helemaal bij slecht wegdek. Hobbels, drempels, richeltjes, stoepjes, gaten in de weg of losse takjes en steentjes komen dan veel harder door. Om die reden hebben de meeste e-bikes een geveerde voorvork. De hoeveelheid vering kun je vaak instellen of zelfs helemaal uitzetten, maar alleen bij de hele dure fietsen werkt dat echt goed. Ook kun je kiezen voor een geveerde zadelpen. Dat kun je ook achteraf nog doen, voor het geval jouw e-bike met een vaste zadelpen is uitgerust.

Een geveerde voorvork zorgt voor meer comfort tijdens het rijden.

Bij heel luxe vakantiefietsen zit er weleens een schokbreker in het achterframe, maar dat zijn vaak bijna mountainbikes met spatborden en een bagagedrager.

Houd er wel rekening mee dat hoe meer en makkelijker je fiets veert, hij minder strak stuurt op gewone fietspaden en dat je door die vering ook een deel van je trapenergie en dus range kwijtraakt.

Bij een volledig geveerde fiets is ook het achterframe voorzien van vering. Ideaal om een geitenpaadje mee af te dalen.

Veel comfort kun je ook winnen door de juiste banden en bandenspanning. Bredere banden vangen trillingen beter op en kunnen op een lagere bandenspanning worden gereden, zonder dat ze meteen meer rolweerstand krijgen. Brede banden bieden dus meer comfort. Maar ze bieden ook meer grip; je kunt er makkelijker mee over onverharde paden rijden. Voor een paadje door de duinen of door het bos hoef je dus niet bang meer te zijn. En in de stad kom je met bredere banden minder snel in de tramrails of andere richels vast te zitten. Ik zou dus altijd voor wat bredere banden kiezen, maar niet te breed, zoals je ze op mountainbikes of van die fatbikes ziet.

Zo’n fatbike ziet er fantastisch uit, maar sturen doen ze wat minder strak.

Nadeel van brede banden is dat ze voor een wat slomer stuurgedrag zorgen. Je moet meer moeite doen om de bocht door te komen. Ook komen ze wat minder snel op gang, maar dat is met een e-bike niet zo erg: de motor doet toch mee. Fiets je veel in de stad, dan kun je het best niet al te breed gaan – zeg maximaal rond de 50 mm. En let op wat je fietsendrager maximaal aankan. De superbrede banden van de nieuwste modellen passen vaak niet in de gootjes van je oude fietsendrager.

Qua profiel heb je ook genoeg keuze. Hoe meer je over onverharde paden fietst, hoe grover je het profiel wilt hebben. Er zijn ook banden met weinig profiel in het midden en wat meer aan de zijkanten; die rollen lekkerder en stiller over het asfalt en hebben toch grip in de bochten op onverharde wegen.

Glad profiel in het midden voor makkelijker rollen, grover profiel aan de zijkanten voor meer grip op onverharde wegen.

Naast comfort is de lekbestendigheid van de band het belangrijkst. Niemand zit erop te wachten om onderweg een lekke band te moeten plakken. Zeker niet op een zware e-bike die je niet zomaar even op zijn kop zet. Moderne fietsbanden zoals die van Schwalbe of Continental zijn goed lekbestendig, maar vraag altijd om de meest lekbestendige als je nieuwe banden moet uitzoeken. Dat beetje extra gewicht of rolweerstand is bij e-bikes veel minder belangrijk. Lekbestendigheid is wat je wilt!

Schwalbe noemt zijn Marathon E-Plus-banden ‘onplatbaar’: hiermee zou je ze niet lek moeten rijden.
▼ Volgende artikel
3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc
© ID.nl
Huis

3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc

Frustraties over een trage pc of ongewenste advertenties? Grote kans dat de standaard Windows-instellingen de boosdoener zijn. Met drie simpele ingrepen optimaliseer je direct de snelheid, privacy en veiligheid van je systeem. Wij zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij, zodat je direct weer vlot en zorgeloos aan de slag kunt!

Of je nu net een gloednieuwe laptop uit de doos haalt of al jaren op dezelfde vertrouwde desktop werkt, de standaardinstellingen van Windows zijn zelden optimaal. Microsoft kiest vaak voor opties die hun eigen diensten promoten in plaats van jouw gebruiksgemak centraal te stellen. Gelukkig kun je met een paar gerichte ingrepen direct winst behalen. Pas deze drie essentiële instellingen aan voor meer privacy, snelheid en overzicht.

Schakel onnodige opstart-apps uit

Niets is zo frustrerend als een computer die er minutenlang over doet om startklaar te zijn. De grootste boosdoener hiervoor is vaak een overdaad aan programma's die automatisch opstarten zodra je de pc aanzet. Veel applicaties, van Spotify tot samenwerkingstools als Microsoft Teams, nestelen zich tijdens de installatie ongevraagd in je opstartproces. Dat vreet direct aan je systeemgeheugen en vertraagt de opstarttijd aanzienlijk.

Je lost dit eenvoudig op door naar de instellingen van Windows te navigeren en te zoeken naar de optie Opstart-apps. Hier zie je een duidelijk overzicht van alle software die met Windows mee start, inclusief de impact die elk programma heeft op de prestaties. Loop kritisch door deze lijst heen. Programma's die je niet dagelijks direct na het inloggen nodig hebt, kun je zonder risico uitschakelen door het schuifje om te zetten. Je verwijdert de software hiermee niet; je voorkomt alleen dat ze op de achtergrond draaien zonder dat je erom gevraagd hebt. Je pc zal hierdoor merkbaar vlotter reageren.

Weg met die advertenties en suggesties!

Windows is in de loop der jaren steeds meer veranderd in een platform waarop Microsoft eigen en gesponsorde diensten probeert te verkopen. Dat uit zich in zogenaamde 'suggesties' in je Startmenu, op je vergrendelingsscherm en zelfs in de Verkenner. Voor de meeste gebruikers voelt dat – terecht – als ongewenste reclame binnen een besturingssysteem waarvoor al betaald is. Het zorgt bovendien voor ruis en leidt af van waar je eigenlijk mee bezig bent.

Om deze stroom aan prikkels te stoppen, duik je in het menu Persoonlijke instellingen. Bij de instellingen voor het Startmenu en het Vergrendelingsscherm vind je opties die verwijzen naar het tonen van suggesties, tips of leuke weetjes. Vink deze opties uit om een schonere, rustigere interface te krijgen. Vergeet ook niet bij de privacy-instellingen de optie uit te zetten die Windows toestaat om je Instellingen-app te gebruiken voor het tonen van voorgestelde inhoud. Het resultaat is een professionelere werkomgeving die doet wat hij moet doen, zonder je continu te proberen te verleiden tot extra klikken.

Maak bestandsextensies zichtbaar

Een van de meest riskante standaardinstellingen in Windows is het verbergen van bestandsextensies voor bekende bestandstypen. Standaard zie je alleen de naam van een bestand, bijvoorbeeld 'factuur', maar niet of het een .pdf, .docx of een .exe is. Cybercriminelen maken daar dankbaar gebruik van door virussen te vermommen als onschuldige documenten. Een bestand dat 'foto.jpg.exe' heet, wordt door Windows dan getoond als 'foto.jpg', waardoor je denkt een afbeelding te openen terwijl je in werkelijkheid schadelijke software installeert.

Je kunt dit veiligheidsrisico direct verhelpen via de Bestandsverkenner. Zoek in de menubalk naar de optie Weergeven en navigeer vervolgens naar de instellingen voor weergeven. Hier vind je een optie genaamd Extensies voor bestandsnamen. Zorg dat deze optie aangevinkt staat. Hoewel het in het begin even wennen kan zijn om achter elk bestand een punt en drie of vier letters te zien staan, geeft het je volledige controle en inzicht. Je ziet nu in één oogopslag met wat voor type bestand je écht te maken hebt, en dat verkleint de kans op een succesvolle malware-infectie drastisch.

Populaire merken voor Windows-laptops

Wie op zoek is naar hardware die het meeste uit Windows haalt, komt al snel uit bij een aantal gevestigde namen die de markt domineren. Een van de grootste spelers is Lenovo, dat met name met de ThinkPad-serie een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd in de zakelijke markt dankzij robuuste bouwkwaliteit en uitstekende toetsenborden. Voor consumenten die design en innovatie zoeken, is HP (Hewlett-Packard) een veelgekozen merk, mede dankzij de Omnibook- en Envy-lijnen die esthetiek combineren met krachtige prestaties. Ook Acer blijft een vaste waarde, waarbij vooral de Aspire-modellen steevast hoge ogen gooien in reviews vanwege hun interessante prijs-kwaliteitverhouding. Tot slot biedt het Taiwanese ASUS vaak veel rekenkracht voor een scherpe prijs en durven zij met hun ZenBook-serie vaak te experimenteren met nieuwe technologieën zoals dubbele schermen.

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!