ID.nl logo
Review Engwe N1 Air – Deze e-bike til je zo op
© Rens Blom
Mobiliteit

Review Engwe N1 Air – Deze e-bike til je zo op

De Engwe N1 Air is een e-bike van 17 kilo, wat opvallend licht is voor een elektrische fiets. De Chinese fabrikant hanteert bovendien geen zware prijs: je koopt de N1 Air voor circa 1400 euro. In deze review delen we onze ervaringen na twee maanden fietsen op de e-bike.

Uitstekend
Conclusie

De Engwe N1 Air is een stoer ogende e-bike die opvallend licht is, zonder afbreuk te doen aan de bouwkwaliteit of fietservaring. De e-bike rijdt prettig, biedt een prima accuduur voor woon-werkverkeer of pleziertochtjes en heeft veel functies. Houd er wel rekening mee dat de accuduur niet uitzonderlijk lang is en dat de fiets geen geïntegreerd slot heeft. Gelet op de adviesprijs van 1500 euro – maar al een tijd te koop voor 1400 euro – vinden we dat de Engwe N1 Air een goede prijs-kwaliteitsverhouding biedt.

Plus- en minpunten
  • Stoer, lichtgewicht ontwerp
  • Comfortabele fietservaring
  • Scherpe prijs
  • Onhandig achterlichtje
  • Geen geïntegreerd slot
  • Geen bagagedrager

Engwe is nog geen bekend merk in Nederland, maar doet flink zijn best om daar verandering in te brengen. Een interessante strategie, als je weet dat er het afgelopen jaar best wat bekendere e-bikemerken failliet verklaard zijn. Is de markt verzadigd of boden de gestopte merken niet waar de consument op zit te wachten? Engwe denkt in ieder geval dat de (Nederlandse) fietser op zoek is naar een lichtgewicht e-bike die oogt als een normale fiets. Het merk stuurde zo'n N1 Air naar ons op voor een grondige test.

Montage is snel gepiept

De Engwe N1 Air komt in een grote doos, is zorgvuldig verpakt en grotendeels in elkaar gezet. De montage afronden kun je het beste met twee personen doen, zodat de een de fiets goed kan vasthouden en de ander twee handen vrij heeft om het stuur of het wiel aan de fiets te bevestigen. De handleiding is aan de beknopte kant, maar als we het vergelijken met de eerder geteste Engwe P275 ST, dan verloopt de montage van de N1 soepeler.

©Rens Blom

Eenmaal gemonteerd staat er een fiets voor ons die vanwege zijn stang in het midden meer bedoeld is voor mannen dan voor vrouwen. Voor vrouwen is er de N1 Air ST – even duur en met een lagere instap.

De zadelpen van de fiets is in hoogte verstelbaar en het stuur is indien gewenst wat meer naar voren of achteren te kantelen, zodat je je armen minder of juist meer kunt strekken. De banden zijn van gemiddelde dikte en hebben het de afgelopen maanden goed volgehouden. Deze N1 Air is nadrukkelijk géén fatbike met dikke banden.

©Rens Blom

E-bike van 17 kilo

Sterker nog, de N1 Air lijkt meer een normale fiets dan op een e-bike. De accu (uit de fabriek van Samsung) is onzichtbaar weggewerkt in de onderkant van het frame, en springt netjes los als je het sleuteltje in het gat draait. Een fraaie methode. Een andere reden dat deze e-bike wel een normale fiets lijkt, is zijn gewicht. Compleet gemonteerd – zoals je erop fietst – weegt de Engwe N1 Air circa 17 kilo. Dat is tot tien kilo lichter dan een gemiddelde e-bike, en dat verschil merk je duidelijk. Bij het draaien van de fiets voordat we opstappen tot de fiets een duwtje geven als we hem een helling naar het treinstation op rijden; deze fiets is echt licht.

We kunnen de N1 Air prima optillen en voor onze borst houden, iets dat we liever niet doen met de meeste andere e-bikes. Engwe heeft zijn fiets voorzien van een koolstofvezelframe, dat naast licht ook stevig is. Na twee maanden toeren door dorpen en weilanden oogt de fiets nog als nieuw. We hebben ook niets te klagen over de bouwkwaliteit. Aardig wat mensen in onze directe omgeving vroegen ons de afgelopen tijd welke fiets we aan het testen waren, en gaven complimenten over het sportieve uiterlijk.

©Rens Blom

Functies

Dat de lichtgewicht N1 Air er fraai uitziet is mooi, maar natuurlijk slechts een deel van het verhaal. De fietservaring wordt bepaald door een combinatie van factoren. En net als bij de P275 ST scoort Engwe ook hier wisselend. Positief zijn we over de kwaliteit van het (vrij smalle) zadel, de trappers en het krachtige losse voorlicht, dat je aan- en uitzet via een knop op het stuur. Die knop hoort bij het relatief grote en goed afleesbare schermpje, waarop je ook je snelheid, mate van trapondersteuning en andere relevante informatie ziet. Het schermpje laat zich eenvoudig bedienen. Er zit ook netjes een bel op het stuur.

©Rens Blom

Minder blij worden we van het achterlicht op de N1 Air. Dat gemonteerde rode lichtje werkt op basis van een klein zonnepaneeltje, en laadt enkel op via licht van de zon. Een onhandig concept voor de vele Nederlanders die hun e-bike in een doorgaans donkere berging stallen. Toen wij op een donkere avond naar een restaurant fietsten, bleek de accu van het achterlicht leeg  en was er geen mogelijkheid om het licht alsnog aan te zetten of op te laden. Om ons zichtbaar te maken in het verkeer en een boete te voorkomen, hingen we daarom maar een spotgoedkoop oplaadbaar lampje aan ons zadel. Het gemonteerde achterlicht opladen lukte pas dagen later, toen de zon scheen en we de fiets buiten konden neerzetten. Ons advies aan wie deze fiets koopt: hang er een eigen, oplaadbaar, achterlicht bij zodat je te allen tijde verlicht op pad kunt.

©Rens Blom

En hoewel het een kwestie van smaak is, zijn we ook minder gecharmeerd van de afwerking boven het achterwiel. De N1 Air ziet er speels uit, maar biedt geen ruimte voor een fietstas, krat boodschappen of klein kind achterop. Bij de Engwe P275 ST waren we juist blij met de brede bagagedrager met een draaggewicht van 25 kilo.

Bij de N1 Air heeft de Chinese fabrikant meer gefocust op slimme functies. Je kunt een gratis app op je smartphone installeren, waaraan je je fiets kunt koppelen via bluetooth. Vanuit de app kun je bijvoorbeeld het voorlicht aan- en uitzetten (niet heel nuttig) en de fiets softwarematig op slot zetten. Probeert iemand je fiets te stelen, dan krijg je een melding op je telefoon én klinkt er een sirenegeluid uit de luidspreker van de fiets. Dat werkt prima en is zo een mooie aanvulling op je fiets op slot zetten via een kettingslot.

Over op slot zetten gesproken: de N1 Air heeft geen geïntegreerd slot. Ook geen simpel slot. Je doet er dus goed aan om een hangslot te regelen.

De fietservaring

Als gezegd hebben we twee – koudere – maanden gefietst op de Engwe N1 Air. Dat is ons overwegend goed bevallen. De fiets ligt prettig op de weg, slipt niet zomaar weg en rijdt voor ons – als man van 185 centimeter lang – comfortabel. We hebben wel gemerkt dat de remmen prima werken, maar niet de meest geavanceerde zijn. Het kan dus lonen om zelf betere remmen te monteren. De e-bike heeft zeven Shimano-versnellingen, waartussen je handmatig kunt wisselen. Wij hebben vooral in de zevende versnelling gefietst, zodat we rustig kunnen trappen als de e-bike ondersteuning geeft.

©Rens Blom

Die trapondersteuning is dik in orde en gaat netjes tot 25 kilometer per uur. Met een windje tegen helpt een wat hogere trapondersteuning om alsnog soepel vooruit te komen – een typische situatie waarin je blij bent dat je op een elektrische fiets rijdt. Bij onze kortere fietstochtjes in dorpen en aangrenzende weilanden houdt de N1 Air het circa 70 tot 80 kilometer vol op zijn 360Wh-accu. Let op: dat is dus in januari en februari geweest. In lente- en zomermaanden kan de accuduur wat beter zijn, omdat een accu meer houdt van die temperaturen. Engwe belooft zelf een accuduur van 100 kilometer. Die belofte zou dus waar kunnen zijn. De accu opladen duurt een paar uur en kan gewoon in je woonkamer aan het stopcontact – een voordeel van de uitneembare accu.  

©Rens Blom

De accu is netjes weggewerkt in het onderste frame.

Tijdens onze testperiode zijn we niet tegen problemen aangelopen. Als de fiets wel een mankement vertoont, kun je contact opnemen met Engwe. Het bedrijf biedt twee jaar garantie. Reserve-onderdelen zien we op moment van schrijven nog niet te koop staan. Houd er ook rekening mee dat je lokale fietsenmaker misschien moeite heeft met het repareren van een e-bike van een minder bekend merk dat geen samenwerkingen heeft met dealers in Nederland.

Conclusie: Engwe N1 Air kopen?

De Engwe N1 Air is een stoer ogende e-bike die opvallend licht is, zonder afbreuk te doen aan de bouwkwaliteit of fietservaring. De e-bike rijdt prettig, biedt een prima accuduur voor woon-werkverkeer of pleziertochtjes en heeft veel functies. Houd er wel rekening mee dat de accuduur niet uitzonderlijk lang is en dat de fiets geen geïntegreerd slot heeft. Gelet op de adviesprijs van 1500 euro – maar al een tijd te koop voor 1400 euro – vinden we dat de Engwe N1 Air een goede prijs-kwaliteitsverhouding biedt.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.