ID.nl logo
Wat kost een e-bike per jaar?
© Getty Images/iStockphoto
Mobiliteit

Wat kost een e-bike per jaar?

Wat kost een e-bike eigenlijk per jaar of per maand? Want met alleen de aanschaf van de fiets ben je er niet. Je moet hem ook geregeld opladen, netjes onderhouden en eventueel verzekeren. Alvast een spaarpotje aanleggen voor een nieuwe accu is trouwens ook handig, want die is na zo’n vier tot zes jaar aan vervanging toe. Om al die kosten overzichtelijk te krijgen, geven we je een paar voorbeeldberekeningen zodat jij weet waar je aan toe bent en waar je eventueel op kunt besparen.

E-bikes zijn er al vanaf minder dan 1000 euro tot ver boven de 7000 euro. Je kunt het zo gek maken als je zelf wilt. De populairste prijsklassen liggen rond de 2000 en 3500 euro. De gemiddelde prijs van een e-bike lag vorig jaar (2021) op 2400 euro.

Voor onze voorbeeldberekeningen gaan we uit van een stadsfiets van 2000 euro, een luxe stadsfiets of hybride fiets van 3500 euro en een sportieve vrijetijdsfiets van 5000 euro.

Voorbeeld 1: Gazelle Esprit HFB kopen? | Elektrische stadsfiets

Deze stadsfiets van 2000 euro heeft een voorwielmotor en een accu van 450 Wh. Volgens de fabrikant kom je op een volle accu tussen de 40 en 75 kilometer ver. Dat is afhankelijk van de hoeveelheid ondersteuning die je gebruikt. Hoeveel kilometer je in de praktijk haalt valt vaak wat tegen, dus wij gaan voor de berekening uit van een gemiddelde range van 50 kilometer.

Die afstand nemen we meteen als gemiddelde afstand die je per week fietst. Als je alleen doordeweeks fietst, komt dat neer op 10 kilometer per dag.

Deze Gazelle-stadsfiets heeft een accu van 450Wh en komt volgens de fabrikant tussen 40 en 75 kilometer op een acculading.

Voorbeeld 2: Explore E+ 1 625Wh Stagger (2022) | Trekking Fiets | Giant Bicycles Nederland (giant-bicycles.com)

Nemen we een wat luxere fiets van 3500 euro die je in de stad gebruikt en waarmee je ook tochtjes maakt, dan wil je een wat groter bereik, dus een grotere accu is wel zo prettig. Deze fiets heeft een middenmotor en een accu van 625 Wh. Daarmee zou je in de praktijk wel zo’n 75 tot 100 km ver moeten komen. Voor onze berekening houden we 75 kilometer per week aan.

Deze Giant heeft een accu van 625 Wh en heeft een bereik van zo’n 75-100 kilometer.

Voorbeeld 3: Upstreet3 | FLYER E-Bikes (flyer-bikes.com)

Voor 5000 euro heb je een heel luxe fiets met een veel krachtiger motor die het ook goed doet in heuvelachtiger terrein. Bijkomend voordeel is dat dergelijke fietsen vaak een hoger gewicht aankunnen. Handig als je zelf iets meer weegt of als je veel vakantiespullen wilt meenemen. Met een accu van 750 Wh kom je in Nederland zeker meer dan 100 km ver, of je moet alleen maar de Vaalserberg op- en afrijden. Laten we voor deze fiets uitgaan van 100 kilometer per week. We zijn per slot van rekening fanatieke fietsers!

Deze Flyer heeft een extra krachtige accu van 750 Wh, waarmee je zeker meer dan 100 kilometer haalt.

Stroomkosten

Dan de stroomkosten. De energieprijzen zijn sinds eind vorig jaar omhoog geschoten. Jouw stroomprijs is afhankelijk van welk contract je hebt afgesloten en hoelang die stroomprijs nog geldt. Aangezien de meeste mensen al hebben moeten verlengen voor een veel hoger tarief of dat binnenkort moeten doen, gaan we uit van de prijzen die je de laatste maanden ziet. Die liggen zo tussen de 50 en 70 cent per kWh, dus wij rekenen met een gemiddelde van 60 cent per kWh.

Om te berekenen hoeveel stroom je per jaar verbruikt aan het opladen van je accu, moet je rekening houden met laadverliezen van je acculader. Niet alle stroom uit de muur komt daadwerkelijk in je accu; er gaat altijd wat verloren aan warmte. Dat kan oplopen tot zo’n 15 tot 25 procent. Laten we voor nu uitgaan van 20 procent verlies.

Bij de stadsfiets kom je 50 kilometer ver op een acculading, en dat rijd je ongeveer per week. Per jaar moet je dan 52 keer opladen. De capaciteit van de accu is 450 Wh, met 20 procent verlies is dat 540 Wh aan verbruikte stroom per volle accu. Vermenigvuldig je dat met 52, dan kom je aan iets meer dan 28 kWh. Elke kWh kost 60 cent, dus per jaar kost je e-bike je nog geen 17 euro. Dat valt heel erg mee, toch?

Het rekensommetje van de wat luxere fiets met 625Wh-accu en 75 km per week komt uit op een kleine 24 euro. De fiets met 750Wh-accu en 100 km per week kost je per jaar ruim 28 euro. Vergelijk dat maar eens met een zuinige auto. Stel, die rijdt 1 liter benzine op 20 km, dan kost die auto je bij 5000 km rijden al snel zo’n 600 euro aan benzine.

Verzekering

Waarom zou je je fiets willen verzekeren? Het is sowieso niet verplicht. Heb je een WA-verzekering (tegenwoordig heet dat een AVP of Aansprakelijkheidsverzekering Particulieren), dan ben je gedekt voor schade die je anderen toebrengt.

De belangrijkste reden om je elektrische fiets te verzekeren, is diefstal. Niet alleen van de fiets zelf, maar ook van de accu, want ook die is kostbaar. Dus als e-bikes bij jou in de buurt regelmatig worden gestolen, is zo’n diefstalverzekering geen overbodige luxe. Check je verzekering of jouw garage of schuur waar je je fiets bewaart onder jouw inboedelverzekering valt. Soms moet je daar nog een extra module voor afnemen en kan worden gevraagd om je fiets ook in je eigen opslag op slot te zetten.

Behalve diefstal wil je misschien ook schade aan je fiets verzekeren, voor het geval je er een ongelukje mee krijgt. Je kunt zelfs pechhulp erbij verzekeren, zodat je geholpen wordt bij pech onderweg.

Let bij het uitzoeken van een verzekering op de looptijd van de verzekering, de dekking en de polisvoorwaarden. Hoe langer je jezelf vastlegt, hoe lager de maandpremie. Vaak kun je kiezen voor looptijden van drie of vijf jaar of voor onbepaalde tijd. De premie betaal je per maand, soms per jaar of zelfs in één keer als je een pakket van drie of vijf jaar afneemt.

Wat betreft de dekking kun je naast diefstal ook schade, pechhulp, ongevallen- en rechtshulpdekking kiezen. Let goed op de voorwaarden van de verzekeraar. Na een aantal jaar vervalt de nieuwwaardedekking, je eigen risico kan verschillen en vaak moet je een ART-2 of hoger goedgekeurd slot hebben en bij diefstal twee sleutels inleveren waarbij één sleutel echt gebruikt moet zijn. De voorwaarden kunnen per verzekeraar behoorlijk wisselen dus het is verstandig om je vooraf goed in te lezen en te vergelijken.

Verzekeringen vergelijken Op Kieskeurig.nl/fietsverzekering vind je een handige vergelijker van fietsverzekeringen. Daar hebben we de drie voorbeeldfietsen ingevoerd om te kijken wat je ongeveer kwijt bent. We hebben gekozen voor een looptijd van vijf jaar. Daarna moet je je echt afvragen of een verzekering tegen diefstal nog economisch verantwoord is. Vind je pechhulp belangrijk, dan kan het voordeliger zijn om losse pechhulp af te nemen, maar als je ook een schadeverzekering wil, is zo’n alles-in-één-pakket interessanter om te verlengen. Diefstalverzekering met een looptijd van vijf jaar voor de stadsfiets van 2000 euro kost ongeveer 4 euro per maand. Schade- en ongevallenverzekering en pechhulp erbij kost in totaal ongeveer 6,5 euro per maand. De bedragen van de fiets van 3500 euro zijn ongeveer 6,5 en 9,5 euro. Voor een fiets van 5000 euro betaal je 9 tot 13 euro per maand. Hierbij hebben we de goedkoopste verzekering uit de vergelijker gekozen en een postcode in de randstad genomen. Daar worden de meeste e-bikes gestolen, dus zijn de premies wat hoger. In gebieden met minder diefstal betaal je al snel een derde van de premie minder.

Accu vervangen

Na een aantal jaar is je accu versleten. Hoe snel dat gebeurt, hangt helemaal af van je gebruik en hoe je ermee omgaat. Reken erop dat fietsaccu’s vanaf vier tot zes jaar minder range geven. Dat hoeft niet erg te zijn en je kunt er nog jaren probleemloos mee doorfietsen. Maar op een gegeven moment ben je het zat en dan sta je voor de keuze: een nieuwe accu, de accu laten reviseren of een nieuwe fiets? Een accu vervangen is sowieso goedkoper dan een nieuwe fiets, en zeker als je verder nog heel tevreden bent met je huidige fiets, is dat de beste optie.

De 450Wh-accu van de stadsfiets kost los ongeveer 400 euro. Die van de wat luxere fiets met een 625Wh-accu kost ongeveer 800 euro. De 750Wh-accu gaat al richting de 1000 euro. Dat zijn dus wel kosten die je van tevoren goed mee moet rekenen en waar je het liefst al een potje voor aanlegt, zodat je na een paar jaar niet voor onaangename verrassingen komt te staan. In onze berekening gaan we ervan uit dat de accu vijf jaar meegaat en je daarna een nieuwe wilt kopen.

Onderhoud

Je fiets heeft natuurlijk ook onderhoud nodig. Denk aan nieuwe banden en remblokjes, maar ook afstellen en smeren. Fiets je meer kilometers, dan heb je meer onderhoud nodig. Dat onderhoud kun je zelf doen en daarmee bespaar je natuurlijk geld. Vaak zit de eerste servicebeurt inbegrepen bij de aanschaf van je nieuwe fiets. De nieuwere fietsen met meer snufjes, zoals automatische versnellingen, krijgen regelmatig updates, net als je telefoon.

Soms kan dat via je smartphone en soms alleen via specialistische apparatuur van de merkdealer. Ben je niet zo handig, dan kun je het best naar de fietsenmaker gaan. Doe je het onderhoud helemaal zelf, dan ben je per jaar hooguit een paar tientjes kwijt.

In de beginjaren zijn de onderhouds- en vooral slijtagekosten minder dan als je fiets al een paar jaar oud is. Een onderhoudsbeurt bij de fietsenmaker kost je ergens tussen 65 en 100 euro. Voor onze berekening houden we per jaar 75 euro voor de stadsfiets aan, 100 euro voor de luxere fiets en 125 euro voor de duurste fiets, die ook de meeste kilometers maakt.

Kostenplaatje

We rekenen alles om naar vijf jaar gebruik. Dat is een redelijke termijn om de accu te vervangen en komt de vraag of je een nieuwe fiets wilt kopen of nog een keer in een accu investeert en verder fietst. Onze stadsfiets kost de eerste vijf jaar 375 euro aan onderhoud, ruim 84 euro aan opladen en 390 euro aan een uitgebreide verzekering met pechhulp. Inclusief de aanschaf van de fiets kom je dan uit op 2850 euro. Dat is omgerekend 22 cent per kilometer. Reken je een extra accu erbij, dan kom je uit op 3250 euro en 25 cent per kilometer. Rijd je er dan nog vijf jaar mee verder, dan ben je voor die tien jaar ongeveer 4100 euro inclusief opladen, verzekering en onderhoud kwijt. Dat is 16 cent per kilometer. Langer doorrijden is dus duidelijk voordelig!

Bij de duurdere fietsen zien we hetzelfde plaatje. De luxe stadsfiets kost in vijf jaar ongeveer 4700 euro en omgerekend 24 cent per kilometer, of met extra accu 5500 euro en 28 cent per kilometer. Rijd je dan nog eens vijf jaar door, dan geef je in die tien jaar ongeveer 6675 euro uit, wat neerkomt op 17 cent per kilometer.

Dat kleine verschil in kilometerprijs na tien jaar zien we ook bij de duurste fiets. Daarmee ben je na vijf jaar ruim 6500 euro kwijt, wat neerkomt op 25 cent per kilometer. Na tien jaar heb je bijna 9100 euro uitgegeven, maar omgerekend in prijs per kilometer kom je eveneens uit op 17 cent. Dat komt doordat er meer kilometers mee worden gefietst. Hoe meer je fietst, hoe goedkoper dat per kilometer is.

Na vijf jaar heb je ongeveer 30 tot 40 procent van de nieuwwaarde van je fiets uitgegeven aan variabele kosten. En dan moet je nog een potje erbij sparen voor een nieuwe accu. Duidelijk is wel dat het veel geld kan schelen om lang met je fiets te doen!

Leasen of kopen?

Nu we de kosten goed in kaart hebben, is het makkelijk om te vergelijken of leasen misschien een interessante optie is. Het grote voordeel van een fiets leasen is dat je geen groot bedrag in een keer hoeft uit te geven. Je bepaalt een vast bedrag per maand, al moet je je vaak wel voor meerdere jaren vastleggen. Onze stadsfiets kost in de lease bijvoorbeeld 72 euro per maand voor een contract van drie jaar. Daar zit dan al een uitgebreide verzekering bij, dus daar hoef je je geen extra kosten voor te maken. Voor een tientje extra per maand koop je ook de reparatiekosten af.
Als je dat omrekent, dan ben je na die drie jaar ongeveer 3000 euro kwijt. Je kunt iets besparen door zelf het onderhoud bij de fietsenmaker te laten doen, maar dan nog ben je na drie jaar net zo veel geld kwijt als de fiets zelf kopen en hem vijf jaar lang gebruiken. Leasen is dus niet voordeliger.

Subsidies en werkregelingen

Ben je in loondienst, dan zijn er manieren om goedkoper aan je fiets te komen. Dat hangt wel af van de mogelijkheden die je werkgever biedt, want die moet hieraan willen meewerken. In plaats van zelf een fiets te leasen, kun je dat via je werkgever doen, als die die mogelijkheid biedt. Dan betaalt je werkgever de leaseprijs en wordt de waarde van de fiets voor 7 procent bij je inkomen opgeteld. Daar betaal je inkomstenbelasting over. Addertje onder het gras is wel dat je verder geen werkkilometers meer kunt declareren. Je wordt immers geacht die met je fiets te maken.

Een andere mogelijkheid is de fiets te betalen uit de ruimte die de WKR, de WerkKostenRegeling biedt. Afhankelijk van je arbeidvoorwaarden en je werkgever kun je dan je fiets betalen van je brutoloon, of je levert vakantiegeld, eindejaarsuitkering, vakantiedagen of overuren in. Er wordt geteld met brutobedragen, dus netto ben je dan voordeliger uit dan wanneer je de fiets helemaal zelf van je nettoloon koopt.

Let wel op, er zit wel een maximum aan het bedrag waar je belastingvoordeel op krijgt. Daarboven betaal je het volle pond. Check dus bij je werkgever naar de mogelijkheden en reken alles vooraf goed door! Veel op het oog interessante fietsplanprojecten zijn in de praktijk toch minder voordelig dan gewoon zelf de fiets kopen en de verzekering het onderhoud regelen.

Dit zijn drie voorbeeldberekeningen van wat een e-bike in de praktijk kost.
▼ Volgende artikel
Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken
Huis

Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken

Microsoft Gaming-ceo Phil Spencer en Xbox-directeur Sarah Bond vertrekken bij het Amerikaanse bedrijf.

Dat hebben verschillende media vernomen, en Spencer zelf heeft het inmiddels ook bevestigd via social media. Daarbij publiceerde IGN ook interne e-mails van Microsoft's ceo Satya Nadella, de te vertrekken Spencer en de nieuwe Microsoft Gaming-ceo Asha Sharma en Matt Booty.

Naar verwachting vertrekt Spencer, die bijna veertig jaar bij Microsoft werkzaam was, aanstaande maandag. Xbox-president Sarah Bond - waarvan voorheen werd gedacht dat ze Spencer uiteindelijk zou vervangen - gaat ook weg. Asha Sharma is op dit moment nog de president van Microsofts CoreAI en gaat dus Microsoft Gaming bestieren. Matt Booty, het hoofd van Xbox Game Studios, wordt gepromoot naar chief content officer en zal nauw samenwerken met Sharma.

"Afgelopen najaar deelde ik met Satya dat ik nadacht over mijn vertrek en het beginnen aan het volgende hoofdstuk van mijn leven", zo stelt Spencer in zijn e-mail. "Vanaf dat moment gingen we aan de slag met onze aanpak, met het oog op het behoud van stabiliteit en het versterken van de fundering die we hebben gebouwd. Xbox is altijd meer dan een bedrijf geweest. Het is een levendige gemeenschap bestaande uit spelers, makers en teams die erg veel geven om wat we bouwen en hoe we dat doen. Het verdient een goed doordacht plan voor de toekomst."

"Ik wil Phil bedanken voor zijn uitzonderlijke leiderschap en samenwerking", aldus Nadella in zijn e-mail naar werknemers. "In meer dan 38 jaar bij Microsoft, waaronder 12 jaar aan het hoofd van de gamedivisie, heeft Phil geholpen met het transformeren van wat we doen en hoe we dat doen."

View post on X

De nieuwe Microsoft Gaming-ceo aan het woord

Sharma, de nieuwe ceo van Microsoft Gaming, meldt in haar e-mail: "Mijn eerste taak is simpel: begrijpen hoe dit werkt en het vervolgens beschermen. Dat begint bij drie verplichtingen. Ten eerste geweldige games - daar begint alles mee. We moeten geweldige games hebben die door onze spelers geliefd worden." Vervolgens vertelt Sharma over het belang van onvergetelijke personages, de macht geven aan ontwikkelstudio's en iconische franchises.

"Ten tweede: de terugkeer van Xbox. We verbinden ons opnieuw aan onze trouwe Xbox-fans en -spelers, die de afgelopen 25 jaar in ons hebben geïnvesteerd, en de ontwikkelaars waar we de uitgebreide universa en ervaringen die onze spelers wereldwijd omarmen mee hebben gebouwd. We zullen onze afkomst eren met een vernieuwde inzet voor Xbox, te beginnen bij de console, die heeft gevormd wie we zijn." Sharma benadrukt daarbij dat games tegenwoordig op meerdere apparaten te vinden zijn, en spreekt uit dat Microsoft zich niet wil limiteren aan één apparaat. "Terwijl we uitbreiden op pc, mobiel en cloud, moet Xbox naadloos, onmiddellijk en waardig voor de gemeenschappen die we serveren voelen."

Het derde punt van Sharma is "de toekomst van spelen. We nemen de heruitvinding van spelen waar. Daarom zullen we investeren in nieuwe zakenmodellen en nieuwe manieren om te spelen door gebruik te maken van wat we al hebben: iconische teams, personages en werelden waar mensen van houden. Maar we zullen die werelden niet behandelen als statische IP om uit te melken en geld uit te onttrekken. We bouwen een gedeeld platform en gereedschappen die ontwikkelaars en spelers de macht geven om hun eigen verhalen te creëren en delen."

Over Spencer en de staat van Xbox

Phil Spencer werd in 2014 hoofd van Xbox, toen hij de opdracht had Xbox One van een gebrekkige release het jaar ervoor te redden. Tijdens die consolegeneratie werd onder andere het populaire Xbox Game Pass gelanceerd. Dankzij onder andere die service en zijn veelvuldige interviews werd hij al snel populair onder gamers.

Na de Xbox Series X en S-release in 2020 begon de mening over Spencer om te slaan, vooral gevoed door de veranderingen rondom Xbox als merk. Sinds enkele jaren komen de spellen van Xbox-ontwikkelaar zelfs vaak ook op andere platforms uit - bijvoorbeeld op PlayStation 5 en Nintendo Switch. Tegelijkertijd loopt de verkoop van de huidige Xbox Series X en S-consoles flink terug. Spencer zelf verscheen de afgelopen jaren steeds minder vaak in interviews, en ook de vele ontslagrondes en studiosluitingen binnen de Xbox-divisie zorgden voor reputatieschade.

Tegelijkertijd werden onder Spencers leiding grote aankopen als Bethesda en Activision Blizzard gedaan, bekend van gamefranchises als The Elder Scrolls, Fallout en Call of Duty.

Microsoft heeft eerder laten weten aan een nieuwe console te werken, die de grenzen tussen consoles en pc moet vervagen. Voor zover bekend wordt dit een apparaat die in feite pc-games af gaat spelen, alsmede Xbox-games, en waarop verschillende digitale pc-winkels bereikbaar zullen zijn - en dus niet alleen die van Microsoft zelf.

Het vertrek van twee belangrijke kopstukken binnen Microsofts gamedivisie is opvallend, zeker in combinatie met het feit dat de gametak van het bedrijf schijnbaar in een transitieperiode zit. Ook het feit dat de nieuwe ceo van Microsoft Gaming van CoreAI afkomt, houdt de gemoederen onder gamers bezig. Microsoft zet groots in op kunstmatige intelligentie, maar onder gamers heerst vooral onvrede over de invloed die AI tegenwoordig heeft op hun hobby. Sharma benadrukte in haar interne e-mail echter dat Xbox zich niet gaat richten op "zielloze AI-slop".

▼ Volgende artikel
Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5
© Ayo man | Law of God
Huis

Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5

Toen je je laptop kocht, keek je waarschijnlijk vooral naar de processor, de grafische chip en hoeveel GB werkgeheugen erin zit. Of dat werkgeheugen DDR4 of DDR5 is, is voor de meeste mensen geen doorslaggevende factor. Toch is het wel handig om te weten wat de verschillen zijn tussen DDR4, dat je vooral in oudere laptops tegenkomt, en DDR5, dat bij nieuwe modellen meestal de standaard is. DDR5 kan per seconde meer data verwerken dan DDR4. Wat dat verschil betekent en wanneer extra gigabytes meer opleveren dan de stap naar DDR5, lees je in dit artikel.

In dit artikel

je leest wat DDR4 en DDR5 precies van elkaar onderscheidt, wanneer je dat verschil in snelheid en energieverbruik echt merkt en waarom het voordeel van DDR5 ten opzichte van DDR4 bij gamen vaak beperkt blijft. Ook leggen we uit waarom DDR4 niet automatisch meer de goedkope keuze is, waarom je DDR4 en DDR5 niet kunt uitwisselen en wat dat betekent voor upgraden bij laptops en desktops. Tot slot lees je hoe je op Windows en Mac snel checkt of je meer RAM nodig hebt.

Lees ook: RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

De techniek achter DDR4 en DDR5

Het grootste verschil tussen DDR4 en DDR5 zit in de datasnelheid en bandbreedte. Zie het als een digitale weg: DDR4 is een prima route waar het verkeer netjes doorrijdt, DDR5 is een bredere snelweg waar per seconde meer data overheen kan. Daardoor hoeft de processor bij zware taken waarbij veel data heen en weer gaat (denk bijvoorbeeld aan videobewerking) minder vaak te wachten op nieuwe informatie. Let wel: die extra 'rijstroken' leveren pas winst op als je processor, grafische chip en software er ook echt gebruik van maken. Bij lichte taken, zoals browsen en tekstverwerken, is werkgeheugenbandbreedte zelden de bottleneck. Gaat dat langzaam, dan heeft dat eerder te maken met de processor, opslag, of de browser.

DDR5 kan ook helpen met het energieverbruik, omdat het op een lagere spanning werkt: 1,1 volt in plaats van 1,2 volt bij DDR4. In een laptop kan dat iets schelen, al hangt het effect af van wat je doet en hoe de rest van het systeem is opgebouwd. Daarnaast zit bij DDR5 een deel van de stroomregeling op de geheugenmodule zelf. Dat kan de stroomvoorziening stabieler maken, maar het maakt de module ook wat complexer om te produceren.

Wat biedt DDR5 in de praktijk?

DDR5 komt vooral tot zijn recht bij taken die veel werkgeheugenbandbreedte vragen, zoals 8K videobewerking of complexe simulaties. Daarbij blijft de processor (en soms de GPU) meestal de doorslaggevende factor: die bepaalt of je systeem zo'n klus überhaupt vlot aankan. DDR5 kan helpen om wachttijd te verminderen, maar het maakt een trage CPU niet ineens snel. Een ander voordeel is dat je per module hoge capaciteiten kunt halen. Voor zware desktop-werkstations zijn systemen met 256 GB aan werkgeheugen inmiddels realiteit. Bij laptops ligt die grens doorgaans lager, vaak rond de 128 GB, omdat ze meestal minder geheugenslots hebben. Bovendien is het werkgeheugen bij veel modellen vastgesoldeerd, waardoor je later niet kunt uitbreiden.

©Batorskaya Larisa

DDR5 voor gamers: nodig of niet?

Voor gamers blijft het voordeel van DDR5 vaak beperkt. In veel games gaat het om een klein verschil, en op 1440p of 4K zie je dat meestal nog minder terug omdat je dan eerder tegen de grens van de videokaart aanloopt dan tegen die van het werkgeheugen. Ook hier geldt: de keuze voor CPU en vooral GPU bepaalt je gameprestaties veel sterker dan de stap van DDR4 naar DDR5. Dat verschil tussen DDR4 en DDR5 is onderzocht in een vergelijkingstest van de gezaghebbende site Tom's Hardware. Daarbij ging het bijvoorbeeld om 3% verschil in gameprestaties in Assassin's Creed Valhalla, 2% in Far Cry 6, Tom Clancy's Ghost Recon Breakpoint, Watch Dogs: Legion en Borderlands 3, en 1% in Shadow of the Tomb Raider en Wolfenstein: Youngblood.

©Crystal Dynamics

Het verschil tussen RAM en opslag

Veel mensen halen werkgeheugen (RAM) en opslaggeheugen (SSD of HDD) door elkaar, terwijl ze iets heel anders doen: RAM is het korte-termijngeheugen waarin de gegevens staan van programma's die je nú gebruikt, waardoor je met meer RAM makkelijker en sneller tussen meerdere apps schakelt, maar zodra je de computer uitzet is dit geheugen weer leeg. Opslaggeheugen is juist het lange-termijngeheugen waarop je foto's, documenten en andere bestanden blijven staan, ook als er geen stroom is.

Is een laptop met DDR4 nog goed genoeg?

Ja, voor de meeste Nederlanders is een laptop met DDR4 nog steeds goed genoeg. Gebruik je hem vooral voor internetten, Netflix kijken, Microsoft Office en af en toe een simpele fotobewerking, dan merk je in de praktijk nauwelijks verschil tussen DDR4 en DDR5. Bij laptops is DDR4 of DDR5 bovendien vaak geen losse keuze: het hangt samen met de generatie processor die in het model zit.

DDR5 kan wel voordeel geven bij zwaardere taken waarbij de computer grote hoeveelheden data tegelijk moet verwerken, maar dat wordt pas echt interessant als je met zware programma's werkt, of als je games zo soepel mogelijk wilt laten lopen - ervan uitgaande dat je CPU en GPU die werklast ook aankunnen. Denk aan situaties waarin je merkt dat je laptop moeite heeft om alles bij te houden, ook al staat de beeldkwaliteit niet eens extreem hoog. In veel situaties blijft het verschil klein. Belangrijker is vaak de hoeveelheid werkgeheugen: 16 GB voelt meestal merkbaar fijner dan 8 GB, ongeacht of het DDR4 of DDR5 is.

DDR4 is niet meer vanzelfsprekend goedkoop

Lange tijd was DDR4 de slimme, goedkope keuze als je vooral op de prijs lette: het verschil met DDR5 was groot. Door de huidige tekorten klopt dat beeld minder. DDR4-geheugen is flink duurder geworden; in sommige gevallen is de prijs zelfs meer dan verdubbeld. DDR5 is ook duurder geworden, maar omdat de productie van DDR4 wordt afgebouwd, kan DDR4 relatief harder in prijs oplopen. Daardoor ligt DDR4 in veel gevallen dichter tegen DDR5 aan dan je zou verwachten. Wie nu een nieuw systeem koopt, is met DDR4 vaak nog steeds het minst kwijt, alleen is 'goedkoop' bij werkgeheugen momenteel een rekbaar begrip.

©ronstik

Upgraden: wat wel en niet kan

DDR4 en DDR5 zijn nooit onderling uitwisselbaar, ook niet in een desktop. De inkeping zit op een andere plek en het platform moet het juiste type werkgeheugen ondersteunen. Je kunt dus geen DDR5 plaatsen in een systeem dat voor DDR4 is gemaakt, en andersom ook niet.

Bij laptops betekent dit meestal dat als je wilt overstappen op DDR5 je een nieuwe laptop zult moeten kopen. Veel laptops hebben namelijk geen uitbreidbaar werkgeheugen meer: de geheugenchips zitten voor ruimte- en kostenbesparing op het moederbord gesoldeerd, en bij sommige ontwerpen zelfs in hetzelfde pakket als de processor. Dan kun je later niets meer bijprikken. Dat is ook precies waarom DDR4 vs DDR5 bij laptops zelden de hoofdvraag is: je kiest een model, en daar hoort dit type geheugen bij.

Bij een desktop heb je vaak meer speelruimte, maar ook daar is het geen kwestie van alleen de geheugenmodules wisselen. Wil je van DDR4 naar DDR5, dan heb je een moederbord nodig dat DDR5 ondersteunt, en vaak ook een processor die bij dat moederbord past. Heb je vooral te weinig werkgeheugen (bijvoorbeeld 8 of 16 GB) en merk je dat je pc daardoor traag wordt, dan is extra DDR4 bijplaatsen meestal de goedkoopste verbetering. Pas als je toch al toe bent aan een grotere upgrade van je pc, wordt de stap naar DDR5 logisch.

Wanneer moet je echt upgraden?

Echt upgraden is pas zinvol als je merkt dat je huidige machine niet meer probleemloos werkt bij zware klussen zoals grote fotobestanden bewerken, video's monteren of veel dingen tegelijk doen. Heb je nu een laptop met 16 GB of 32 GB DDR4 die nog vlot werkt? Blijf die dan vooral gebruiken zolang de prijzen zo hoog liggen. Twijfel je, kijk dan eerst wat de oorzaak van de mindere prestaties is: zit je werkgeheugen tegen zijn limiet, of zijn het vooral je processor of GPU die de klus niet bijbenen?

Zo controleer je of je extra RAM nodig hebt

Voordat je besluit om een flinke investering te doen in een nieuw systeem of extra geheugen, is het slim om te kijken hoe je huidige computer presteert onder druk. Je kunt dit eenvoudig zelf testen op zowel Windows als Mac.

Windows

Open eerst de programma's die je normaal gesproken tegelijk gebruikt, zoals je browser met veel tabbladen, Word en een videocall. Druk daarna op Ctrl + Shift + Esc om Taakbeheer te openen. Ga naar het tabblad Prestaties en klik op Geheugen. Kijk vervolgens naar de grafiek en het percentage dat in gebruik is: blijft dat langere tijd rond de 80 tot 90 procent hangen terwijl je gewoon je dagelijkse werk doet, dan zit je tegen de grens van je werkgeheugen aan. Dat merk je vaak aan kleine haperingen, zoals tabbladen die trager laden of apps die later reageren. Zie je tegelijk dat je pc veel met de schijf bezig is, bijvoorbeeld omdat programma's ineens langzamer worden terwijl je opslaglampje blijft knipperen, dan is de kans groot dat Windows tijdelijk data op de SSD parkeert omdat het werkgeheugen volloopt.

Apple

Open je gebruikelijke programma's en druk daarna op Command + Spatiebalk. Typ Activiteitenweergave en druk op enter. Klik bovenin op het tabblad Geheugen en kijk onderaan naar de grafiek bij Geheugendruk. Is die groen, dan is er niets aan de hand. Wordt de grafiek geel of rood, dan heeft je Mac meer geheugen nodig om alles vlot te blijven draaien. Let ook op Gebruikte swap: als dat oploopt tot meerdere gigabytes, dan is je werkgeheugen in de praktijk te krap.