ID.nl logo
Samsung Galaxy Z Flip3 - Dubbele gevoelens
© Reshift Digital
Huis

Samsung Galaxy Z Flip3 - Dubbele gevoelens

Samsung presenteerde in augustus twee smartphones met vouwbaar scherm, waarvan deze Samsung Galaxy Z Flip3 de toegankelijkste smartphone is. Of de opvouwbare smartphone klaar is voor de massa lees je in deze Samsung Galaxy Z Flip3 review.

Samsung is pionier als het aankomt op smartphones met opvouwbaar scherm. Ondanks dat Samsung al jarenlang opvouwbare smartphones aanbiedt, weten deze helaas nog niet echt aan te slaan. Mogelijk vanwege kinderziektes in de technologie en de enorm hoge aanschafprijs. Met de introductie van de Galaxy Z Fold3 en deze Galaxy Z Flip3 wil Samsung aantonen dat de toestellen technisch klaar zijn voor de markt en toegankelijker zijn, door de adviesprijs te verlagen ten opzichte van de vorige generaties.

De Galaxy Z Fold3 is een smartphone met een volwaardig smartphonescherm aan de voorzijde en een tweede opvouwbaar scherm aan de binnenzijde die toegankelijk is zodra je deze horizontaal openklapt. Deze Flip3 klapt juist andersom open, als een ouderwetse clamshelltelefoon, om een langwerpig vouwbaar scherm naar buiten te klappen. Dit scherm is wat kleiner dan de Fold3, die echt een tabletformaat openklapt. Aan de buitenzijde zit een klein tweede schermpje, voornamelijk om in een korte oogopslag te zien wat de weersvoorspelling is, de tijd of de meldingen.

©PXimport

Stevige bouw en vouw

Samsung bewijst dat de Galaxy Z Flip3 klaar is voor het grote publiek, door de bouwkwaliteit nog beter aan te pakken. Dankzij het metalen frame voelt de smartphone stevig aan en ook het scharnier is goed in de behuizing verwerkt, zodat je je minder zorgen hoeft te maken over stof en zand. Het toestel is zelfs waterbestendig gemaakt, en dat is een hele prestatie. De Galaxy Z Flip3 is helaas wel te zwaar om met één hand open en dicht te klappen, zoals dat vroeger wel kon met de plastic clamshelltelefoons van onder andere Motorola.

Wanneer je de Galaxy Z Flip3 openklapt krijg je een langwerpig scherm voor je kiezen. Het scherm heeft een wat gekke beeldverhouding. Heerlijk om onderweg vanaf te lezen. Maar het is wel wat lastig om de bovenkant te bereiken met één hand. Ook is er een vouw zichtbaar en voelbaar in het scherm, wat vooralsnog onoverkomelijk is bij deze vouwbare schermtechnologie. Fraai is anders.

De vingerafdrukscanner zit bij de opvouwbare Samsung-smartphones niet achter het scherm verwerkt, maar in de aan-uitknop aan de zijkant van het toestel. Dat is wel zo prettig, aangezien deze fysieke vingerafdrukscanner sneller en accurater werkt. Ook zit in de bovenzijde van het grote scherm de frontcamera in een kleine scherminkeping verwerkt. Hierbij doet Samsung geen moeite om deze te camoufleren met een paar bovenliggende schermpixels zoals bij de Galaxy Fold3.

Ingeklapt is de smartphone bijzonder compact en een echte uitkomst voor wie niet continu op pad wil met een gevaarte van een smartphone. Het toestel past in de kleinste broekzakken.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Scherm

De vouwbare amoledschermen kunnen nog niet helemaal de beeldkwaliteit produceren die een regulier glazen scherm, zoals in de Galaxy S21. Qua helderheid lever je wat in, maar ook het plastic met vouw weegt hierin mee. Toch is de beeldkwaliteit goed, vooral de kleurweergave. Qua scherpte zit je met een Full-HD-resolutie ook goed.

Bovendien beschikt het scherm over een verversingssnelheid van maximaal 120 hertz. Dat komt de beleving ten goede. Maar of dit wel zo’n geschikt scherm is vraag ik me af.

Accuproblematiek

Het scherm is dankzij zijn formaat en met name verversingssnelheid een stroomvreter. En de capaciteit van de accu is opvallend laag. Even ter vergelijking: de meeste smartphones beschikken over een accucapaciteit van meer dan 4.000 mAh, waarbij toestellen rond de 5.000 mAh niet ongebruikelijk meer zijn. De Samsung Galaxy Z Flip3 beschikt over een accucapaciteit van slechts 3.300 mAh. Dat houdt in dat de accuduur gewoonweg tegenvalt. Afhankelijk van je gebruik natuurlijk, maar je moet op je gebruik letten om de dag door te komen. Ook accuslijtage speelt bij kleine accu’s een grote rol. De accu van de Flip3 zal snel slijten en daardoor vervangen moeten worden. Dat is zorgelijk en niet duurzaam, helemaal niet voor een smartphone met een vanafprijs van 1049 euro.

Samsung heeft waarschijnlijk deze concessie moeten doen om de smartphone in ingeklapte staat niet té dik te maken. Begrijpelijk. Maar het verhaal rondom de Flip3 rijmt hierdoor niet meer. In deze prijsklasse moet je kunnen verwachten dat je smartphone de hele dag mee gaat op een opgeladen accu en je niet na een jaar al met een accu zit die aan vervanging toe is in een toestel dat zich nauwelijks laat repareren. Functies zoals (draadloos) snelladen verzachten deze pijn niet.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Snelheid met OneUI

Samsung heeft zijn software uitstekend afgestemd voor gebruik met een opvouwbaar scherm. De Android-basis is met Samsung’s OneUI flink onder handen genomen. Leuk is dat de software ook zo is afgesteld dat je het toestel half-uitgeklapt ook gewoon kunt gebruiken. Zo kun je hem neerzetten bij het opnemen van een video of juist een video op YouTube bekijken wanneer je hem half-opengeklapt neerzet.

Minpuntjes zijn er ook, zoals de enorme hoeveelheid voorgeïnstalleerde apps van Samsung, Microsoft, Facebook en de onnodige McAfee-virusscanner (verscholen in de instellingen). Hierdoor houd je van de beschikbare 128GB opslagruimte slechts 100GB over. De mogelijkheid om een geheugenkaart te plaatsen heeft Samsung weggenomen. Dat zijn drie nadelen die leiden tot een gezamenlijk minpunt: de beschikbare opslag is karig, tenzij je meer betaalt voor de 256GB-uitvoering. Naast het ontbreken van een geheugenkaartslot moet je ook andere onnodige nadelen voor lief nemen: er is geen adapter en audiopoort aanwezig.

Samsung heeft de update-ondersteuning opgeschroefd, waarmee het vele andere fabrikanten het nakijken geeft. Je mag drie versie-updates verwachten en minstens vier jaar security updates. Dat gaat de goede kant op, maar er mag nog altijd een tandje bij.

De kans bestaat wel dat toekomstige versie-updates het toestel wat vertragen. Ondanks dat de Snapdragon 888-chipset genoeg rekenkracht (en 5G-ondersteuning) biedt om zo klaar te zijn voor de toekomst, houdt de 8GB aan werkgeheugen ook niet over. Tijdens het testen was het echter genoeg om de smartphone soepel te laten draaien, ook met meerdere apps geopend.

Samsung heeft zijn software uitstekend afgestemd voor gebruik met een opvouwbaar scherm.

-

Camera

Een opvouwbare smartphone van Samsung beschikt over uitstekende camera’s, maar als je echt voorop wil lopen met cameraprestaties, kom je uit bij de Galaxy S21- ofiPhone 12-lijnen. De Galaxy Z Flip3 beschikt over twee cameralenzen, die naast het kleine extra schermpje aan de buitenzijde van het toestel geplaatst zijn: een reguliere camera en groothoekcamera. Geen derde zoomlens dus, zoals die op veel andere Samsung-smartphones geplaatst is.

Wanneer je een foto of video maakt is de reguliere camera in staat het beeld het mooist vast te leggen. Vooral in lastigere lichtomstandigheden, zoals bij weinig licht of tegenlicht. Bij de groothoek merkte ik wat beeldvervorming op en heeft de camera zichtbaar meer moeite met lastig licht.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

De reguliere camera (links) en de groothoeklens (rechts).

Alternatieven voor de Samsung Galaxy Z Flip3

Ben je echt in de markt voor een opvouwbare smartphone, dan is Samsung je enige reële optie. Alternatieven van Huawei, Motorola of Royole zijn nog niet volwassen genoeg. Hierbij is het handig om te weten dat de Galaxy Z Fold3 een smartphone is die je uitklapt tot tablet en de Galaxy Z Flip3 is een klein kastje dat je uitklapt tot smartphone. Het loont echter om door te sparen voor de Fold-uitvoering, want waar ik in mijn eerdere review schreef dat de Fold3 bijna klaar is voor het grote publiek is dat minder het geval bij de Flip3. Dat heeft met name te maken met de te kleine accu. De schermtechnologie heeft ook nog zijn pijnpuntjes, met de vouwlijn die je ziet en voelt.

Als je in de markt bent voor een smartphone in deze prijsklasse ben je toch nog beter af met een Galaxy S21 of iPhone 12. Beide toestellen vallen in hun reguliere uitvoering nog relatief mee qua formaat - en zijn daarmee ook iets broekzakvriendelijker. Hoewel de Flip3 ingeklapt nog altijd een stuk kleiner is.

Conclusie: Samsung Galaxy Z Flip3 kopen?

De Samsung Galaxy Z Flip3 brengt de vouwbare schermtechnologie weer een stapje verder, waarbij het bijna klaar is voor de massa. Dat is het echter nog niet. De accu is gewoonweg te klein en de prijs nog veel te hoog. Ook heeft de technologie nog pijnpunten, zoals de zichtbare en voelbare vouwlijn. Desondanks is de Galaxy Z Flip3 een prachtige smartphone, met een solide bouw, goede software en natuurlijk een ontzettend gaaf vouwscherm.

Oké
Conclusie

**Adviesprijs** Vanaf € 1.049,- **Kleuren** Zwart, crème, groen, paars, wit, grijs, roze **OS** Android 11 (OneUI) **Scherm** 6,7 inch amoled (2640 x 1080, 120hz) en 1,9 inch amoled coverdisplay **Processor** 2,8 Ghz octacore (Snapdragon 888) **RAM** 8GB **Opslag** 128GB (niet-uitbreidbaar) **Batterij** 3.300 mAh **Camera's achter** 12 megapixel dualcam **Camera voor** 10 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, Bluetooth 5.1, wifi, gps, nfc, Qi **Formaat** 8,6 x 7,2 x 1,7 cm (dicht) en 16,6 x 7,2 x 0,7 **Gewicht** 183 gram **Overig** E-sim, IPX 8, geen adapter **Website** [www.samsung.com/nl](https://www.samsung.com/nl/smartphones/galaxy-z-flip3-5g/)

Plus- en minpunten
  • Compacte smartphone
  • Waterbestendige bouwkwaliteit
  • Innovatief
  • Handig coverdisplay
  • Te kleine accu
  • Prijs
  • Vouwlijn in scherm
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.