ID.nl logo
Review Motorola Edge 30 Fusion - Handzaam, en van korte duur
Huis

Review Motorola Edge 30 Fusion - Handzaam, en van korte duur

Het is lang geleden dat ik een smartphone in handen had die zo prettig in gebruik is als de Motorola Edge 30 Fusion. Ook valt er aan het toestel zelf weinig aan te merken. Toch blijft Motorola lastig aan te bevelen, je leest er meer over in deze Motorola Edge 30 Fusion review.

Uitstekend
Conclusie

De Motorola Edge 30 Fusion is een van de prettigste smartphones die de afgelopen tijd op de redactie voorbijkwam. Schone software, goede accuduur en vooral een heel fijn ontwerp dat uitstekend in de hand ligt. Er is echter één punt waardoor de Motorola lastig aan te bevelen valt: de update-ondersteuning. Hopelijk worden mensen bij Lenovo wakker voordat wetgeving het merk dwingt deze verantwoordelijkheid serieus te nemen.

Plus- en minpunten
  • Handzaam
  • Accuduur
  • Prettige software
  • Ondersteuningsbeleid

De Motorola Edge 30-serie bestaat uit drie smartphones. De luxe-uitvoering (Motorola Edge 30 Pro), budgetuitvoering (Motorola Edge 30 Neo) en deze Motorola Edge 30 Fusion. Het toestel is niet een tussenhanger van de budget- en luxe-uitvoering, maar springt er vooral uit door zijn handzame ontwerp. Het komt niet vaak voor dat een smartphone op de redactie opduikt die zo prettig in de hand ligt als de Motorola Edge 30 Fusion.

De achterzijde van de Motorola Edge 30 Fusion is wat ruwer, waardoor hij niet uit je handen glijdt.

Bij de hand

De smartphone heeft een gewicht van 170 gram en is 0,8 cm dun met rond aflopende randen op het scherm en de achterzijde. Het formaat van de Edge 30 Fusion is een gulden middenweg tussen een groot scherm en een broekzak- en handpalmvriendelijke afmeting. Daarbij moet wel gezegd worden dat een rond aflopend scherm niet iedereen kan bekoren.

Dat rond aflopende scherm heeft een Full-HD formaat en een hoge (niet-dynamische) verversingssnelheid van 144 hertz. De beeldweergave is prima, de maximale helderheid wat minder. Hierdoor kun je wat moeite hebben het scherm af te lezen in fel zonlicht. Achter het scherm is een relatief snelle vingerafdrukscanner geplaatst.

Intern: krachtig

Ook intern  is alles dik in orde, vooral in verhouding tot de adviesprijs van de Motorola. Het dunne formaat zorgt er niet voor dat je inlevert op specificaties. De accu is groot genoeg voor anderhalf tot twee dagen accuduur (afhankelijk van je gebruik natuurlijk). De Snapdragon 888+ chipset met 8GB werkgeheugen zorgen voor uitstekende benchmarkscores en snelheids-praktijkervaringen. Voor de opslag is er 128GB beschikbaar.

Kleine concessies zijn er wel: je kunt de smartphone niet draadloos opladen en een geheugenkaarslot en audiopoort ontbreken. Wel krijg je bij de Edge 30 Fusion een adapter, kabel en hoesje in de doos meegeleverd. Het toestel laadt ook redelijk snel op, hoewel snelheidsrecords niet verbroken worden.

Software: updatebeleid moet beter

In praktijk is de software ook erg prettig. Motorola verandert niet veel aan de Android-basis, waardoor alle snelheid merkbaar behouden blijft en er weinig fouten voorbijkomen. Daar kunnen andere Chinese smartphonemakers wat van leren.

Toch is er een fors nadeel op softwaregebied waarin Motorola wél gelijkligt met andere Chinese smartphonefabrikanten. De Moto Edge 30 Fusion draait Android 12. Jammergenoeg is dat niet de meest recente versie. Maar ergens te verklaren, omdat Android 13 nog niet zo lang definitief uit is.

Het gaat echt mis op het updatebeleid. Je krijgt twee versie-updates (bovenop de oudere Androidversie) en drie jaar security-updates. Dat is niet-duurzaam wegwerpbeleid wat niet past bij een mooie, krachtige smartphone als deze. Hopelijk ziet Motorola zelf in dat deze koers gewijzigd moet worden voordat de Europese Commissie het bedrijf met wetgeving dwingt update-verantwoordelijkheid te nemen.

Saillant detail: in de instellingen krijg je bij het updatemenu uitgelegd waarom updates zo belangrijk zijn voor je telefoon.

Wel woorden, geen daden.

Camera’s: twee camera’s en een dieptesensor

Aan de achterzijde van de Edge 30 Fusion vind je drie lenzen: een primaire camera (50 megapixel), groothoeklens (13 megpixel) en een dieptesensor. Laatstgenoemde kan niet worden gebruikt om foto’s te maken. In de app krijg je drie zoomniveau’s. 1x (primaire lens), 0,5x (groothoeklens) en de zoomknop. Gek genoeg wordt voor de zoomfunctie de groothoeklens gebruikt en hier een uitsnede van gemaakt. Desondanks, op de camera valt weinig aan te merken. Zowel de reguliere lens als groothoeklens schieten goede foto’s en video’s. Zelfs de macromodus laat je niet in de steek.

Wanneer de lichtomstandigheden moeilijker worden merk je wel het verschil met een smartphonecamera van Apple, Samsung of Google. Desondanks valt de camera mij positief op!

De smartphone heeft drie sensoren aan de achterzijde.
De drie zoomniveau's van de Motorola Edge 30 Fusion.

Alternatieven voor de Motorola Edge 30 Fusion

De Motorola Edge 30 Fusion is vriendelijk geprijsd als je kijkt naar de specificaties die je ervoor terugkrijgt. De smartphone is razendsnel, de accuduur is lang en ook de software heeft een positieve invloed hierop. Het grote verkoopargument voor deze smartphone is echter het handzame ontwerp.

Toch zijn er tekortkomingen die andere smartphonemakers wel opgelost hebben. Zo nemen fabrikanten als Apple, Samsung en Google wél hun update-verantwoordelijkheid, waardoor smartphones als de Google Pixel 6A, Google Pixel 7, Samsung Galaxy S21 FE of iPhone 12 allemaal slimmere keuzes zijn in vergelijkbare prijscategorieën. Deze smartphones zijn handzaam, maar niet zo prettig als de Motorola Edge 30 Fusion. Op cameragebied scoren de alternatieven stuk voor stuk hoger.

Conclusie: Motorola Edge 30 Fusion kopen?

De Motorola Edge 30 Fusion is een van de prettigste smartphones die de afgelopen tijd op de redactie voorbijkwam. Schone software, goede accuduur en vooral een heel fijn ontwerp dat uitstekend in de hand ligt. Er is echter één punt waardoor de Motorola lastig aan te bevelen valt: de update-ondersteuning. Hopelijk worden mensen bij Lenovo wakker voordat wetgeving het merk dwingt deze verantwoordelijkheid serieus te nemen.

Koop de Motorola Edge 30 Fusion bij Bol.com.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.