ID.nl logo
Review Lenovo Tab P12 – midrange tablet voor werk en entertainment
© Wesley Akkerman | ID.nl
Huis

Review Lenovo Tab P12 – midrange tablet voor werk en entertainment

De Lenovo Tab P12 is een midrange tablet met Android aan boord, die goed genoeg is voor gaming, content als films en series en wat lichtere werktaken. Het apparaat heeft een adviesprijs van 399 euro, en is daarmee goedkoper dan (veel directe) concurrenten.

Uitstekend
Conclusie

Eigenlijk hebben we weinig te klagen over de Lenovo Tab P12. Net als voorgangers P11 en P11 Gen 2 (en de duurdere P12 Pro) biedt Lenovo een goede prijs-kwaliteitverhouding met een uitstekende bouwkwaliteit, een kleurrijk en groot scherm en fijne speakers. Dat de camera voorop zo goed is en dat er standaard een stylus bij zit, zijn wat ons betreft kersen op een dikke slagroomtaart. De processor is niet de snelste, maar prima voor werktaken, en de accuduur kan beter. Ook is het jammer dat die de stylus niet oplaadt. Het enige dat echt tegenvalt, is de software-ondersteuning; die is veel te kort.

Plus- en minpunten
  • Kleurrijk lcd-scherm
  • Prima processor voor werk en entertainment
  • Meegeleverde stylus
  • Fijne speakers
  • Hoogstaande bouwkwaliteit
  • Geen midrange ontwerp
  • Camera voorop maakt mooie beelden
  • Stylus laadt niet via de achterkant op
  • Software-ondersteuning vrij mager
  • Accuduur kan beter

Aan de materialen en het ontwerp van de Lenovo Tab P12 zie je er niet meteen vanaf dat het om een midrange tablet gaat. De aluminium unibody oogt fris en zakelijk, en dankzij de streep die de achterkant opdeelt ook nog een beetje speels. De P12 is behoorlijk dun en weegt met iets meer dan 600 gram niet ontzettend veel voor een tablet met dit schermformaat. Wat meteen opvalt, is dat de Lenovo Tab P12 geen koptelefoonaansluiting heeft (terwijl die vaak wel aanwezig is op goedkopere modellen), maar gelukkig heeft de fabrikant wel een micro-sd-kaartsleuf toegevoegd.

Er zijn vier goed klinkende JBL-speakers met Dolby Atmos, evenals een usb-c-poort voor het opladen. In de doos zit een oplader van 20 watt, waardoor het opladen de grote accu van 10.200 mAh best lang duurt. De tablet kan echter met een oplader van maximaal 30 watt opgeladen worden; er is daarnaast géén draadloos laden aanwezig. Daar tegenover staat een wat tegenvallende accuduur van pakweg tien uur. Je moet er altijd rekening mee houden dat wat je doet invloed heeft op de levensduur van de accu. Mogelijk red je het einde van de werkdag niet met deze tablet.

©Wesley Akkerman | ID.nl

Lenovo Tab P12 van het slot halen

De vingerafdrukscanner zit in de powerknop verwerkt. Dat is een logische plek, omdat je de tablet altijd met de knop ontgrendelt (tenzij je gezichtsherkenning gebruikt). Het scannen gaat niet altijd meteen vanzelf, maar na twee of drie keer drukken komt de Lenovo P12 toch van het slot. Onder de motorkap zit verder een Dimensity 7050-processor van Mediatek (uit 2023), die qua prestaties en accuduur vergelijkbaar is met de Qualcomm Snapdragon 778G uit 2021. De cpu houdt het hoofd koel onder zware taken, maar over het algemeen merk je wel dat de tablet wat trager is dan je zou willen.

De versie van de Lenovo Tab P12-tablet die wij testten, beschikt over 8 GB aan werkgeheugen en 128 GB aan opslagruimte (waarvan 110 GB direct beschikbaar is, de rest gaat op aan Android en vooraf geïnstalleerde apps). Tot slot beschikt het product over een aansluiting waarmee je een toetsenbord kunt aansluiten (dat los te koop is). In de doos zit verder nog standaard een stylus, die je los moet opladen. Hoewel het cool is dat er gewoon een stylus bij zit, is het wel vervelend dat je eraan moet denken die zelfstandig op te laden. Dat gebeurt niet wanneer je hem magnetisch bevestigt.

Bescherm je tablet met een hoesje

Dat staat netjes en hij blijft netjes

©Wesley Akkerman | ID.nl

Riant scherm met hoge resolutie

De Lenovo Tab P12 heeft voorop een riant lcd-scherm zitten, van 12,7 inch groot. De resolutie bedraagt 1840 bij 2944 pixels, en dat levert een mooie pixeldichtheid van 273 pixels per inch (ppi) op. Liever zien we dat getal – in elk geval voor tablets – voorbij de 300 ppi gaan, maar hiermee voldoet Lenovo prima aan de norm. In vergelijking met directe concurrenten (zoals het goedkopere aanbod van Samsung en Xiaomi) scoort de tablet in elk geval beter. Een hogere pixeldichtheid betekent scherpere beelden, maar in dit geval merk je nu ook al weinig van kartelranden of iets dergelijks.

De kleuren zijn verder helder en warm, en binnen de instellingen kun je dat eventueel aanpassen als je vindt dat de beelden te verzadigd zijn, bijvoorbeeld. Wat je niet kunt aanpassen, is de maximale helderheid. 400 nits is niet bijster hoog, zeker wanneer je in een lichte omgeving bent of buiten zou zitten. Maar voor binnen, lekker op de bank, is het goed genoeg. De verversingsnelheid bedraag 60 hertz, en dat is in principe ook prima. Maar het kan zijn dat je een soort stottereffect op het scherm ziet ontstaan wanneer je scrolt. Dan ontstaat er een soort geesteneffect.

Leestip: Review Samsung Galaxy Tab S9 – Geen eindstation, maar wel dichtbij

De Lenovo Tab P12 Pro heeft een oled-scherm van 120 hertz; daar tref je datzelfde effect niet op aan, omdat de verversingssnelheid twee keer zo hoog is. De Tab P11 Gen 2 heeft ook een beter scherm.

Waar je ook rekening mee moet houden, is dat het scherm de informatie van de stylus niet zo snel verwerkt als je misschien zou willen. Ook dat heeft te maken met het 60Hz-display. Wanneer je tekent of schrijft, dan duurt het gevoelsmatig te lang voordat er iets op beeld verschijnt. Je moet er dus vertrouwen in hebben dat wat je ook doet, er goed uit komt te zien. Blijf dus gewoon schrijven en tekenen, ook al zie je het resultaat met enige vertraging. Maar over het algemeen werkt de stylus wel net even beter dan voorgaande modellen, dus al met al scoort dit onderdeel een dikke voldoende.

©Wesley Akkerman | ID.nl

Vooraf geïnstalleerde apps

Voor het gebruik van de stylus heeft Lenovo in elk geval wat handige apps vooraf geïnstalleerd, zoals MyScript Calculator 2 en Nebo, van een externe partner. Voordat je die apps kunt gebruiken, dien je wel akkoord te gaan met zijn voorwaarden en dataverzameling. Daarnaast treffen we er de standaard Google-apps op aan, evenals een handjevol apps waar je mogelijk niets mee doet. Gelukkig kun je verwijderen wat je niet gebruikt (op de Google-apps na dan). De software-omgeving is verder te beschrijven als een overzichtelijke variant op wat Xiaomi vaak aanbiedt, met doorzichtige menu’s.

De Lenovo Tab P12 draait nu op Android 13, en kan in de toekomst rekenen op zowel Android 14 als Android 15. Aangezien Android 14 al om de hoek staat, kunnen we spreken van een mager updatebeleid. Qua beveiligingsupdates kun je rekenen op vier jaar aan ondersteuning en dat oogt alweer stukken beter. Daardoor kun je de tablet effectief vier jaar veilig gebruiken, maar daarna is het tijd om te upgraden. Samsung biedt vaak een langere software-ondersteuning aan, maar Xiaomi dan weer niet. Dus wat ondersteuning betreft valt het Chinese Lenovo mooi in het midden.

Ook interessant: Review Google Pixel Tablet - Het dock steelt de show

©Wesley Akkerman | ID.nl

4K-selfiecamera voor meetings

Opvallend is dat Lenovo ook gelet heeft op de camerakwaliteit. Voorop zit een enkele lens van 13 megapixel, die beschikt over autofocus. Je kunt video’s opnemen in 4K en 1080p in 30 fps. Dat is met name handig voor online meetings of als je een presentatie geeft, dan weet je zeker dat je scherp in beeld komt. De camera achterop heeft acht megapixel en blijft steken op een beeldkwaliteit van 1080p met 30 fps. Geen al te groot probleem, aangezien je dat soort camera’s vaak niet gebruikt. Als je ergens een foto van wil maken, dan gebruik je daar eigenlijk altijd je smartphone voor.

En over werk gesproken: de Lenovo Tab P12 heeft dus ondersteuning voor een extern toetsenbord. Dit pakket kost nog eens 50 euro extra, maar daarna kun je wel prima werken op dit ding. Ja, de Android-omgeving voelt soms een beetje traag door de processor; maar wanneer je eenmaal werkt en geen gekke dingen doet, dan is dit een fijne laptopvervanger voor onderweg. Hij neemt immers weinig ruimte in, is redelijk energiezuinig en het scherm is groot genoeg voor multitasking. De knoppen op het toetsenbord zijn heel dun, maar geven gelukkig voldoende feedback voor blind typen.

©Wesley Akkerman | ID.nl

Lenovo Tab P12 kopen?

Eigenlijk hebben we weinig te klagen over de Lenovo Tab P12. Net als voorgangers P11 en P11 Gen 2 (en de duurdere P12 Pro) biedt Lenovo een goede prijs-kwaliteitverhouding met een uitstekende bouwkwaliteit, een kleurrijk en groot scherm en fijne speakers. Dat de camera voorop zo goed is en dat er standaard een stylus bij zit, zijn wat ons betreft kersen op een dikke slagroomtaart. De processor is niet de snelste, maar prima voor werktaken, en de accuduur kan beter. Ook is het jammer dat die de stylus niet oplaadt. Het enige dat echt tegenvalt, is de software-ondersteuning; die is veel te kort.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.