ID.nl logo
Review: De OnePlus X is een goede, maar onnodige telefoon
© Reshift Digital
Huis

Review: De OnePlus X is een goede, maar onnodige telefoon

Nadat OnePlus hoge ogen gooide met de OnePlus One, en een degelijk toestel maakte met de OnePlus 2, heeft het bedrijf nu een middenweg geprobeerd te vinden: De OnePlus X. Dat is een midrange-toestel, waarbij middelmatige specificaties in een goedkope smartphone worden gestopt. Wij wisten onze hand te leggen op een invite voor de OnePlus X, en legden 'm op de pijnbank.

Dure uitstraling

Het eerste dat opvalt aan de OnePlus X is het verrassend chique uiterlijk, dat heel anders is dan de One en de 2. Vooral de achterkant valt direct op; die is dit keer helemaal van glas. Het OnePlus-logo staat prominent in het midden en is nu glanzend. De positie van de camera is veranderd van het midden naar de linkerbovenhoek.

De randen van het toestel zijn van een geribbeld metaal, wat het toestel een erg dure uitstraling geeft - veel duurder dan de prijs van € 269,- doet vermoeden.

Breekbaar

Wel voelt het apparaat bijzonder breekbaar aan. Dat is een euvel van alle telefoons met zo'n glazen achterkant (we hadden hetzelfde probleem met de Galaxy S6), maar feit blijft dat je erg voorzichtig bent als je dit uit je broekzak haalt. Met de robuuste One (en de 2) had je tenminste nog het idee dat ze tegen een stootje konden. Dit toestel voelt aan alsof het in een miljoen stukken uit elkaar spat bij één flinke klap, en dat vinden we toch een risico voor een apparaat dat je zeker twee jaar iedere dag bij je draagt...
 

Heel mooi, maar ook heel breekbaar

Tel daar trouwens nog bij op dat het apparaat heel glibberig is en snel wegglijdt, zelfs als je het gewoon neerlegt. Dat is deels door het beeldscherm, dat een millimeter boven de rand uit steekt. Maar dat wordt enigszins goedgemaakt door de rand die met zijn ribbels voor grip zorgt. Ook het feit dat de telefoon een stuk kleiner is dan de One en de 2 (5", ten opzichte van 5,5") maakt dat je 'em iets makkelijker in je hand hebt liggen.

Het toestel heeft verder dezelfde uiterlijke kenmerken die je misschien al kent van de OnePlus 2. In tegenstelling tot de One zitten de volumeknoppen boven de power-knop aan de rechterkant, onderop zitten twee speakers en een usb-aansluiting, bovenop zit een 3,5 mm-plug - weinig speciaals dus.

Unieker is de knop aan de linkerkant van het toestel. Daar zit een schuifje waarmee de notificaties van het toestel in één keer kunnen worden ingesteld. Het schuifje heeft drie standen, voor 'Alle notificaties', 'Geen enkele notificatie', of de 'Prioriteitsmodus'. Dat is een leuke gimmick, maar ook een beetje overbodig omdat je die instellingen ook makkelijk kunt regelen met de volume-knoppen.

Dualsim, én sd-ondersteuning

De OnePlus X ondersteunt twee sim-kaarten. Dat is niet gek voor een Chinese fabrikant, maar voor Nederlandse gebruikers is het wellicht een overbodige luxe. Opvallend is wel dat één van de twee sim-kaarthouders dit keer kan worden gebruikt om een micro-sd-kaart in het toestel te zetten (tot maximaal 128 GB), een flinke vooruitgang boven de vorige toestellen die alleen in 16 GB of 64 GB beschikbaar waren. Dat maakt het een stuk minder erg dat de X alleen 16 GB interne opslag heeft, al moet je er nog wel een sd-kaartje bij kopen.

Prima scherm

De AMOLED-resolutie spat van je beeldscherm af

Het scherm van de OnePlus X doet bijna pijn aan je ogen, als je er voor het eerst naar kijkt. Dat is vooral te danken aan het AMOLED-kleurenschema, waarmee donkere kleuren nóg donkerder worden en wat uiteindelijk leidt tot meer contrast in je kleuren. De resolutie van 1920 x 1080 op een scherm van 5" zorgt voor een PPI van 441, wat bijzonder veel is voor zo'n toestel. Kort gezegd, wauw, wat een scherm.

Korrelige camera

De camera is precies wat je van het toestel verwacht: Midrange. In goed licht zie je genoeg en vang je mooie beelden, maar als het een klein beetje donkerder wordt zie je korrels in je beeld en mis je de opties om handmatig je ISO-waarde aan te passen. 4K-video ontbreekt, en de lens heeft geen optische beeldstabilisatie.

Toch zijn de foto's goed genoeg voor de meeste foto's die je probeert te maken, zeker ook omdat hij zo snel is. De kleuren zijn bovendien minder hysterisch dan ze waren bij de OnePlus 2-camera, al zie je door het AMOLED-scherm wel een felle kleurstelling op je toestel terug. Download ook wel even een andere camera-app, want de standaard-app is nogal beperkt.

Veel vrijheid met OxygenOS

OxygenOS geeft je veel vrijheid en is lekker kaal

De OnePlus X draait op OxygenOS, een eigen ROM die OnePlus zelf heeft ontwikkeld. OxygenOS is gebaseerd op Android Lollipop 5.1.1, en als je OxygenOS ziet doet het in eerste instantie erg denken aan CyanogenMod, de ROM die vroeger op de OnePlus One stond. Het besturingssysteem is lekker kaal, met alleen de verplichte Google-apps (Gmail, Drive, Keep etc.) geïnstalleerd, en verrassend genoeg ook OnePlus Radio.

Het besturingssysteem werkt prettig en is sterk verbeterd ten opzichte van vorig jaar, toen versie 1.0 beschikbaar kwam. In OxygenOS 2.1 zitten onder andere zelf instelbare app-permissies, waarmee je per applicatie kunt aangeven welke toegang die krijgt.

Interessant is ook de gebarenbesturing. Zo kun je ook als het scherm uit staat bepaalde acties uitvoeren, zoals de flitser aanzetten als je een V tekent of de muziekspeler starten door een rondje te maken.

Buiten dat heb je een vrij standaard Android-ervaring, maar wel een goede. Je hebt niet te veel poespas, maar wel met veel aanpassingsvrijheid en dat juichen we alleen maar toe. Bovendien is het voor de echte Android-fans makkelijk om de bootloader te unlocken en het toestel te rooten - als je daar interesse in hebt.

Het moeilijke bedrijf OnePlus

Als je een OnePlus X overweegt te kopen, moet je wel iets weten over het bedrijf erachter. Normaal vertellen we niet over de achtergrond van bijvoorbeeld Samsung of HTC, maar bij OnePlus ligt dat wat anders.
 

OnePlus is een vervelend bedrijf om iets van te kopen

Toen het bedrijf namelijk furore maakte met de One, ging OnePlus bijna ten onder aan zijn eigen succes. De druk om een nieuw toptoestel te maken voor een belachelijk lage prijs werd erg hoog, en dat merk je aan de strategie van het bedrijf. Die draait namelijk om guerilla-marketing, en de invites zijn daar een bekend voorbeeld van. Die zijn ook nog steeds nodig bij de X, want je kunt die alleen kopen als je een uitnodiging hebt. Die zijn natuurlijk niet zomaar te krijgen, want je moet ze bemachtigen door één van de gekke wedstrijden die OnePlus uitschrijft, of door geluk te hebben met het compleet ondoorzichtige algoritme van OnePlus.

Vervelende invites

Dat voelt nog steeds een beetje als belediging; je verdient het privilege om je geld aan OnePlus te geven. Bovendien is veel van OnePlus' 'Never Settle'-strategie een wassen neus: De forums en Reddit staan vol met klachten van kopers, die nul op het rekest krijgen wanneer hun toestel kapot gaat.

Een fout met de software wordt door OnePlus steevast opgelost met "Heb je OxygenOS al opnieuw geïnstalleerd?", en als je liever CyanogenMod draait weigert OnePlus je in sommige gevallen zelfs verder te helpen. Bovendien is het een crime om het toestel terug te sturen naar China als je met een hardware-defect zit, en in veel gevallen hoor je dat je toestel helemaal niet onder de garantie valt.

Dat is een risico dat je ook neemt met de OnePlus X. Als er onverhoopt iets mis gaat, hou er dan rekening mee dat je misschien gewoon pech hebt. Misschien. Want OnePlus is een onduidelijk bedrijf.

Conclusie

De OnePlus X is een goed midrange toestel, met minder goede specificaties dan de grotere OnePlus One en OnePlus 2. Dat merk je aan het kleinere scherm, het ontbreken van enkele functies als NFC, en de over het algemeen goedkopere onderdelen als een zwakkere processor en cameralens - maar daar merk je in de praktijk weinig van. Het uiterlijk geeft de X echter een premium uitstraling, die zeker voor het lage bedrag van € 269,- de moeite waard is. Het grote probleem? De OnePlus One is goedkoper. En zelfs de OnePlus 2 is op dit moment nog maar een paar tientjes duurder, en voor dat geld krijg je een toestel met betere specificaties die we ooit tot één van de beste telefoons ooit uitriepen. Dus waarom zou je de X eigenlijk kopen? Misschien omdat je fan bent van OnePlus. Misschien omdat je een iets kleiner model wil hebben. Maar als het je om de specificaties te doen is, is er eigenlijk niet zo heel veel reden om de X in huis te halen - als je dat al lukt.

â–¼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

â–¼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.