In de maanden juli, augustus en september werden wereldwijd ongeveer 255,3 miljoen smartphones verscheept. Dat is zo'n 72 miljoen minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens IDC is het de grootste procentuele daling op jaarbasis die het onderzoeksbureau ooit in een kwartaal heeft gemeten.
Een belangrijke oorzaak is de toenemende vraag naar geheugenchips voor AI-datacenters. Hierdoor zijn onder meer werkgeheugen en opslagchips aanzienlijk duurder geworden. Smartphonefabrikanten worden daardoor geconfronteerd met hogere productiekosten, die ze niet altijd volledig kunnen of willen doorberekenen aan consumenten.
Sommige fabrikanten verhogen hun prijzen, terwijl andere besparen op specificaties of goedkopere modellen uit hun assortiment halen. Juist in het lagere prijssegment worden de gevolgen van de stijgende kosten steeds duidelijker.
Samsung en Apple houden beter stand
Hoewel de hele markt krimpt, weten Samsung en Apple zich relatief goed staande te houden. Samsung leverde volgens IDC ongeveer 57,8 miljoen smartphones, tegenover 57,3 miljoen toestellen voor Apple. Samen zijn de twee bedrijven inmiddels goed voor ongeveer 45 procent van de wereldwijde leveringen.
Voor fabrikanten die sterk afhankelijk zijn van goedkopere smartphones, zoals Xiaomi en Oppo, zijn de omstandigheden lastiger. De gestegen onderdelenprijzen drukken vooral bij betaalbare modellen op de winstmarges.
Daarnaast spelen consumenten zelf een rol in de teruglopende verkopen. Smartphones gaan tegenwoordig langer mee en krijgen vaak meerdere jaren software-updates. Daardoor is de noodzaak om iedere twee of drie jaar een nieuw toestel aan te schaffen kleiner geworden.
IDC verwacht dat het herstel van de smartphonemarkt nog geruime tijd op zich laat wachten. Zolang de prijzen van geheugenchips hoog blijven, zullen fabrikanten zich waarschijnlijk sterker richten op duurdere toestellen. Voor consumenten betekent dat dat vooral betaalbare smartphones de komende tijd onder druk blijven staan.















