ID.nl logo
Budgetsmartphone kopen: Waar op letten bij aanschaf goedkope telefoon
Huis

Budgetsmartphone kopen: Waar op letten bij aanschaf goedkope telefoon

Een goede smartphone hoeft echt niet de hoofdprijs te kosten. Voor een lagere prijs van 400 of zelfs 200 euro kun je ook een uitstekende toestellen vinden. Er zijn echter wel een paar valkuilen om te vermijden. Wil je een budgetsmartphone kopen, let dan vooral op de volgende zaken.

Android-versie en skin

Als je voor een betaalbare nieuwe smartphone kiest, kom je uit bij het Android-besturingssysteem. Het belangrijkste aandachtspunt van goedkope smartphones is de Android-versie en het updatebeleid. De huidige recentste Android-versie is Android 13. Vooral in de allerlaagste prijsklassen worden smartphones uitgebracht met een oudere Android-versie. Dat is echt een slecht signaal: zo zeggen fabrikanten met hun updatebeleid wel dat ze een X-aantal Android-versie-updates uitrollen, terwijl het toestel eigenlijk al sinds de introductie achter de feiten aanloopt.

Over Android leggen fabrikanten meestal hun eigen interface. Vaak gaat dit gepaard met veel voorgeïnstalleerde diensten en apps, waaronder vaak ook bloatware als virusscanners. Sommige van die zogeheten skins, zoals die van OnePlus en Motorola, zijn niet zo ingrijpend. Die van Oppo, Xiaomi (inclusief submerken Poco en RedMi) en TCL zijn vaak erg rommelig en buggy, en zitten vol met advertenties. Het verdienmodel zit bij (met name Chinese fabrikanten) niet alleen in de verkoopprijs.

Bloatware, oftewel reclame-apps, komen helaas veelvuldig voor.

Updatebeleid

Ongeacht de prijsklasse van je smartphone: het is belangrijk dat de fabrikant de update-verantwoordelijkheid serieus neemt. Zo weet je dat je toestel nog jaren mee kan als het aankomt op nieuwe privacy- en veiligheidsfeatures. En ook om systeemfouten te verhelpen. Wanneer de ondersteuning af is gelopen, loop je meestal niet direct risico en kun je het toestel gewoon blijven gebruiken, maar op eigen verantwoordelijkheid.

Android-updates zijn er in twee varianten: versie-updates (die ook nieuwe functies introduceren) en veiligheidsupdates (die vooral foutjes verhelpen).

Vooral veel Chinese fabrikanten nemen deze update-verantwoordelijkheid onvoldoende serieus en spelen vuige spelletjes. Zo wordt vaak maar één versie-update beloofd, terwijl de smartphone al met een oudere versie op de markt is gebracht. Ook worden beloftes niet altijd nagekomen en verlopen de updates vaak traag en zorgen ze soms juist voor extra bugs.

De gebruikelijke merken? Motorola, Xiaomi (inclusief Poco en Redmi) en Oppo. Maar ook OnePlus holt hard achteruit. Nokia, maar ook Samsung lijken op hun beurt de ondersteuning steeds serieuzer te nemen. Ga voordat je een smartphone koopt na wat de reputatie en het updatebeleid van de fabrikant is en controleer de Android-versie van het toestel.

Oude modellen

Wie slim is, pakt ook oudere smartphones uit duurdere prijsklassen in zijn vergelijking mee. Qua rekenkracht, ontwerp, camera en andere functies kunnen deze smartphones vaak nog prima mee en de ondersteuning van deze middenklasse-smartphones is vaak ook beter dan nieuwe budgettoestellen. Een Samsung Galaxy A52 of OnePlus Nord van vorig jaar gaat op het moment van schrijven voor zo’n 250 euro over de toonbank, terwijl deze bijna 400 euro kostte bij de release.

Ook kun je kijken naar tweedehands of refurbished smartphones. Op deze manier kun je bijvoorbeeld nog aan een goede iPhone komen voor een schappelijke prijs. Bij refurbished en tweedehands toestellen neem je echter wel altijd een risico op bestaande beschadigingen of defecten.

Een ouder luxemodel, zoals de Samsung Galaxy S21 FE kan ook nog prima.

Camera’s

Heel erg innovatief is de smartphonemarkt niet meer. Het punt waarop fabrikanten elkaar voorbij proberen te streven zijn de camera’s. Vooral in het hoge prijssegment zijn smartphones voorzien van meerdere camera’s van uitstekende kwaliteit. Meerdere camera’s zorgen voor meer mogelijkheden (macrofoto’s, groothoekfoto’s en zoomfoto’s). De kwaliteit van de foto’s en video’s wordt bepaald door de lens én de softwarematige afstelling.

In het budgetsegment proberen fabrikanten je op het verkeerde been te zetten door je te laten denken dat meer beter is. Sommige budgetsmartphones hebben zelfs wel vier lenzen aan de achterzijde. De primaire camera wordt bijgestaan door bijvoorbeeld een groothoeklens en een macrolens. Vaak zijn deze camera’s van zulke erbarmelijke kwaliteit dat ze in praktijk alleen maar teleurstellende resultaten opleveren. Ze hebben bijvoorbeeld een beperkt aantal megapixel of nauwelijks lichtsterkte. Of ze hebben amper mogelijkheden voor softwarematige afstelling.

Laat je dus niet afleiden door het aantal lenzen en de mogelijkheden hiervan. Liever één goede lens dan vier matige. Ga daarom na in specificaties en reviews hoe de primaire lens presteert. Vooral in moeilijke lichtomstandigheden zoals tegenlicht en in het donker.

Meer camera’s betekent meer foto-mogelijkheden, maar meer camera’s betekent niet per se dat je betere foto’s maakt.

Bouw en afmeting

De duurste smartphones moeten boven alles luxe uitstralen. Dat is natuurlijk minder het geval bij de budgettoestellen. En dat is iets positiefs, want die luxe uitstraling heeft een keerzijde. Zo zijn de luxe smartphones voorzien van een glazen achterzijde. Mooi, maar vingerafdrukgevoelig en (ondanks marketingtermen als ‘Gorilla Glass’) onwijs kwetsbaar. Metaal, een ander luxe materiaal, maakt draadloos laden onmogelijk en wordt daardoor alleen gebruikt voor de rand rondom de smartphone, niet de achterzijde. Bovendien wordt zo’n luxe glazen achterkant vaak toch weer verborgen achter een smartphonehoesje.

Betaalbare smartphones beschikken meestal over een achterzijde die van kunststof is. Dat voelt misschien minder luxe aan, maar zodra je er een hoesje overheen doet, merk je dat niet. En ook zonder hoesje is een budgetsmartphone prima te gebruiken, kunststof barst niet direct bij een valpartij en is een stuk lichter qua gewicht. Hoewel een smartphone altijd kwetsbaar blijft, vooral het scherm, is een budgetsmartphone dankzij de kunststof behuizing vaak net wat minder kwetsbaar.

Qua toestelafmeting kun je in het budgetsegment ook alle kanten op. Er zijn toestellen van Samsung en Nokia met een bescheiden formaat, maar wie juist van een groot scherm houdt, kan bijvoorbeeld ook terecht bij Xiaomi’s RedMi Note-smartphones.

Dat de achterzijde van plastic is, is eigenlijk helemaal geen minpunt.

Scherm

Je kunt smartphones dus in allerlei formaten krijgen: klein, groot en alles ertussenin. Dat zegt dus ook genoeg over de beschikbare schermformaten. Een groot scherm is bijvoorbeeld prettig voor wie moeite heeft met scherp lezen, een klein scherm past makkelijker in een broekzak of klein handtasje.

Bij betaalbare smartphones zijn de schermpanelen vaak tft- of lcd-schermen. Deze schermen hebben een iets minder indrukwekkende weergave dan oled- of amoledschermen. Belangrijk is om na te gaan dat het beeld scherp genoeg is. Kies bij voorkeur voor een Full-HD-resolutie van 1080 pixels. Vaak wordt geadverteerd met hoge verversingssnelheden van 90 of 120 hertz. Hoewel dit prettig is, maakt dat niet echt een groot verschil. Belangrijker is om na te gaan of de schermhelderheid op orde is. Als de schermhelderheid te laag is, kost het meer moeite om het scherm te lezen als je de smartphone buiten in de zon gebruikt.

Smartphones met een groot scherm lezen makkelijk af, mits je niet teveel in direct zonlicht staat.

Processor en opslag

Het is niet verwonderlijk dat de budgetsmartphones niet voorop lopen als het aankomt op rekenkracht en snelheid. Alle budgetsmartphones zijn uitgerust met voldoende rekenkracht om de belangrijkste taken uit te voeren: whatsappen, browsen, het gebruik van social media en het streamen van muziek en video. Hier en daar zou ene goedkoper toestel best een keer kunnen stotteren, maar je hoeft niet op functionaliteit in te boeten. Alleen zwaardere games zullen wellicht niet lekker draaien.

De meeste smartphones zijn uitgerust met een Snapdragon- of MediaTek- processor, of Exynos in het geval van Samsung. Eigenlijk zijn de verschillen tussen de drie niet bijzonder groot. Als het op rekenkracht aankomt weet Apples A-chipset wel altijd goed te presteren.

De hoeveelheid werkgeheugen is belangrijker: ga voor minstens 6 GB werkgeheugen. En vergeet ook niet de hoeveelheid opslagruimte. 64 GB is minimaal, vanaf 128 GB heb je echt genoeg ruimte voor je apps, foto’s en playlists. Veel smartphones beschikken ook over de mogelijkheid deze opslag uit te breiden met een geheugenkaart.

OnePlus-smartphones komen vaak met enorm veel rekenkracht en opslagruimte.

Accu

Wat inleveren op rekenkracht en beeldkwaliteit heeft zo zijn voordelen als het aankomt op het energieverbruik. Bovendien zijn veel budgetsmartphones voorzien van een relatief hoge accucapaciteit, die vaak ook afhankelijk is van de toestelgrootte. Veel smartphones hebben een capaciteit van 5000 mAh, wat best veel is. Kleinere budgetsmartphones hebben vaak een 4000mAh-accu. Dat houdt in dat je met een opgeladen accu je toestel vaak minstens twee dagen kunt gebruiken, hoewel dat afhankelijk is van je gebruik.

Als het aankomt op opladen zijn er wat aandachtspuntjes. Gelukkig zijn alle Android-smartphones voorzien van een universele usb-c-oplader. Alleen ontbreekt op de betaalbare modellen vaak een snellaadfunctie of de mogelijkheid om draadloos op te laden. Je zult dus even geduld moeten hebben voordat je de accu weer vol hebt. Ben je echter iemand die ‘s nachts de smartphone in de lader op het nachtkastje hebt, dan zul je geen verschil merken. Bovendien: snelladen en draadloos laden genereren extra warmte, wat de levensduur van de accu geen goed doet.

Veel budgetsmartphones worden geleverd met een usb-c-snellader in de doos.

5G

Er is veel marketinggeld uitgegeven (door zowel providers als smartphonefabrikanten) om 5G aan de man te krijgen. Inmiddels zijn ook de meeste budgetsmartphones voorzien van een 5G-chipset. Alleen is de 5G-ervaring nog altijd behoorlijk teleurstellend. De frequentiebanden die écht het grote snelheidsverschil gaan maken, zijn nog lang niet beschikbaar voor providers. De enige frequentieband die wel al in gebruik is genomen, ligt in het verlengde van de 4G-frequenties, waardoor de 5G-ervaring in Nederland momenteel min of meer omschreven kan worden als een iets opgevoerde 4G. Nog niet echt de moeite waard dus.

Het duurt nog minstens een jaar voordat de snellere 5G-frequentiebanden achtereenvolgens worden geveild en daarna in gebruik genomen kunnen worden. Dus op het moment van schrijven is 5G simpelweg niet interessant genoeg. Heeft een budgetsmartphone op je verlanglijstje geen 5G-ondersteuning? Laat je hierdoor niet afschrikken. Ook is een 5G-abonnement nog van weinig meerwaarde.

Oud, maar niet te oud?

Als consumenten zijn we een beetje verwend geraakt. Na twee jaar vinden we vaak dat het tijd is voor een nieuw model. Vroeger ging er soms inderdaad een wereld voor je open wat betreft nieuwe functies en innovaties. Maar die tijd (met grote, elkaar snel opvolgende innovaties) is echt voorbij. Werkt je smartphone nog prima, waarom zou je dan geld besteden aan een nieuwe budgetsmartphone? Als je een oudere smartphone in een duurdere prijsklasse hebt, ga je er in veel gevallen ook niet echt op vooruit.

Is je huidige smartphone traag, probeer het toestel dan eens terug te zetten naar fabrieksinstellingen. Is de accu versleten, probeer dan eerst de accu te (laten) vervangen. Ook als je op zoek bent naar een budgetsmartphone voor je kinderen volstaat een gebruikte smartphone van een paar jaar oud wellicht ook nog.

Een oudere smartphone, zoals de Galaxy S10 Plus kan nog prima even door.

Goedkope telefoon kopen - vergelijken maar!

Nu je de aandachtspunten weet, kan het grote vergelijkend warenonderzoek beginnen. Je zal merken dat de keuze enorm is en daarom helpen we je graag een handje op weg. Neem bijvoorbeeld een kijkje bij onze up-to-date keuzehulpen, ingedeeld in prijsklasse. Hierin vind je onze favoriete telefoons terug binnen dat prijssegment:

  • 10 beste smartphones tot 200 euro

  • 10 beste smartphones tot 300 euro

  • 10 beste smartphones tot 400 euro

Bekijk ook eens het complete smartphone-aanbod van Bol.com en stel hier een maximaal bedrag in (bijvoorbeeld 300 euro) om alleen toestellen te tonen die binnen jouw budget passen. Hetzelfde trucje werkt ook in het smartphone-overzicht van Kieskeurig.nl. Bij deze prijsverlijker zie je ook meteen welke webshop jouw keuze het goedkoopst aanbiedt!

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.