ID.nl logo
Help, de droger droogt niet goed! Wat nu?
© Tomasz Zajda
Huis

Help, de droger droogt niet goed! Wat nu?

In onze drukke levens met werk, een gezin en hobby’s is een wasdroger erg handig. Zo hoef je nooit meer eindeloos te wachten tot de was eindelijk droog is; in een paar uur is het al gepiept. Maar het komt weleens voor dat de droger na een aantal jaren het minder goed begint te doen. Heb je problemen met een niet-drogende droger? Check dan deze tips.

In dit artikel bespreken we manieren om problemen met je wasdroger op te lossen. Dit kun je onder meer doen door:

  • de droger goed schoon te maken;
  • het filter, condensor, leidingen en sensor af te nemen;
  • de wasmachine eerst goed laten centrifugeren;
  • het juiste droogprogramma in te schakelen;
  • de droger niet te vol te doen.

Dit wil je ook weten: Zo maak je de wasdroger hygiënisch schoon in 8 stappen

Is de droger wel schoon?

Wanneer je merkt dat je kleding weer vochtig uit de droger komt, is de droger schoonmaken het eerste wat je moet doen. Vuil en pluisjes van de kleding hopen zich op in de droger, wat ervoor zorgt dat het apparaat niet meer goed z’n werk kan doen. Maak de droger met een microvezeldoekje en wat schoonmaakazijn schoon. Hiermee verwijder je pluisjes, resten wasmiddel en wasverzachter uit de trommel.

Het pluizenfilter en de condensor schoonmaken

Als het pluizenfilter of de condensor verstopt is, belemmert dit de luchtstroom in de droger. Het resultaat: het duurt lang voordat de kleding droog is of het droogt helemaal niet meer. Haal daarom het filter uit de droger en maak deze schoon met wat water, zeep en een borstel. Verwijder alle pluisjes uit het filter. Daarna kun je het filter weer in de droger zetten.

©Vitalii_Halenov

Haal nu de condensor uit de droger. Deze zit meestal beneden in de linker- of rechterhoek, achter een klep. De condensor zit met een of twee grendels vast. Draai deze los en haal de condensor uit de droger. Spoel de condensor nu onder de kraan af. Maak de plek waar de condensor in de droger zit schoon door met een vochtige doek erdoorheen te gaan. Daarna kun je de condensor weer terugplaatsen.

Een verstopte afvoerslang Check of de afvoerslang nog wel goed doorloopt. Als dit niet zo is, dan kan de afvoerslang verstopt zijn. Of er zit een knik in. Wanneer de afvoerslang lekt, moet je hem vervangen door een nieuwe.

De slang schoonmaken

Een verstopte slang kan ook de oorzaak zijn van vochtige kleding uit de droger. Doordat de slang verstopt is, wordt de luchttoevoer geblokkeerd. De droger doet er daardoor langer over en werkt niet meer zo efficiënt als hij zou moeten.

Haal eerst de stekker van de droger uit het stopcontact en verschuif de droger van de plek. Maak met een stofzuiger de slang schoon aan de binnenkant. Wanneer alle pluisjes en stof opgezogen zijn, zet je de droger weer terug op z’n plek en steek je de stekker weer in het stopcontact.

De sensor afnemen

Een andere oorzaak van vochtig wasgoed uit de droger kan de sensor zijn. Als deze beschadigd of vies is door restjes wasmiddel, dan geeft de sensor niet meer goed door of de was droog is. En daardoor droogt de droger niet meer volledig; de droger denkt dat ‘ie al klaar is voordat dit echt zo is.

Verwijder eerst de stekker van de droger uit het stopcontact en verplaats de droger. Waar de sensor is bevestigd, hangt af van het merk droger. In de gebruiksaanwijzing van je droger vind je de juiste plek. Soms zit de sensor in de trommel, soms in het luchtkanaal en bij sommige drogers bij de voorkant. Maak de sensor met een vochtige doek en sopje schoon.

Kleding sneller droog met een droogvel of wasdrogerballen

Droogtrommeldoekjes zijn speciale doekjes die ervoor zorgen dat de nog vochtige stoffen niet tegen elkaar plakken en verstrikt raken. Hierdoor circuleert de lucht beter langs het wasgoed en is de was sneller goed droog. Bij een wasje met beddengoed of handdoeken zijn wasdrogerballen ideaal. Doordat de ballen het wasgoed scheiden, komt de warme lucht overal in de droger. Hierdoor is het wasgoed ook sneller droog.

Tennisballen werken, maar drogerballen doen het beter!

Sneller droog en zachter textiel: haal ze snel in huis!

©Ramona Heim

Gebruik het juiste programma

Heb je wel het juiste droogprogramma gebruikt? Er zijn verschillende programma’s en elk programma is voor elke stof anders. Wanneer je het verkeerde droogprogramma gebruikt, kan het zijn dat het wasgoed niet droogt. Dus als je een programma voor fijn wasgoed gebruikt, terwijl je zware spijkerbroeken wilt drogen, komen ze er vochtig uit. De warmte en cycli van zo’n programma zijn niet voldoende voor dit wasgoed. Weet je niet welk droogprogramma je moet gebruiken? Controleer dan de handleiding van je droger.

Schakel de extra droogstand in

Gooi was die niet helemaal droog is geworden weer terug in de droogtrommel en zet de machine op de 'extra droog'-stand (als je die hebt). Deze stand geeft meer warmte af en beweegt meer dan de andere programma’s op de droger. Hierdoor droogt het je kleding nog sneller en beter. Bij sommige drogers kies je het programma waar ‘extra’ voor staat, bij andere drogers stel je zelf de temperatuur nog in.

Kijk op het etiket van je kleding of de stof wel geschikt is om intensief te drogen.

Een te volle droger

Het liefst draai je de droger maar één keer, zodat al het wasgoed meteen gedroogd wordt. Maar als de droogtrommel te vol zit, komt er niet voldoende lucht langs de kleding. Hierdoor droogt het wasgoed dus niet voldoende. Ook zorgt een overvolle droogtrommel ervoor dat de droger nog harder moet werken, waardoor de droger minder efficiënt werkt en sneller kapot kan gaan. Vul de droogtrommel daarom maar tot maximaal 90 procent..

©Anastasiia

Centrifugeren voor het drogen

Komt je was kletsnat uit de wasmachine? Dan kost het de droger erg veel werk om het droog te krijgen. Het eerst centrifugeren van de kleding helpt om overtollig water uit de kleding te krijgen. Wanneer je de was daarna in de droger stopt, werkt de droger efficiënter en heeft de droger minder tijd nodig om de was droog te krijgen. Het centrifugeren doe je in de wasmachine, waarbij een toerental van 1600 toeren per minuut de was het snelst droogt.

Laat een monteur kijken naar de droger

Hebben al deze tips niet geholpen en haal je nog steeds je wasgoed vochtig uit de droger? Dan is het tijd om een expert in te schakelen. Misschien is er iets anders kapot aan de droger en kan een monteur dit voor je repareren.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.