Smart Living FEATURE

Sensor of tijdprogramma: zo laat je je wasdroger slimmer draaien

In dit artikel

Je leest hoe tijdgestuurd drogen verschilt van sensorgestuurd drogen, wat sensoren precies registreren, waarom kleine of juist grote ladingen soms om een andere droogstand vragen en hoe je per soort was bepaalt welke instelling het beste werkt. Ook zie je wanneer sensoren soms melden dat de was droog is terwijl dat nog niet zo is en waarom het belangrijk is om de sensoren regelmatig schoon te maken.

Lees ook: Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Hoe een tijdprogramma werkt

Bij een tijdprogramma draait de droger simpelweg het aantal minuten dat jij instelt. De droger weet niet wat erin zit: dikke handdoeken, een paar T-shirts of was die nog erg nat de trommel in gaat. De tijd die je hebt ingesteld kan een goed resultaat geven, maar het blijft natuurlijk altijd een beetje gokken. De kans is dus aanwezig dat je was nog vochtig uit de droger komt, of er juist al (veel) eerder uit had gekund.

Wat een sensorprogramma anders doet

Een sensorprogramma kijkt niet naar minuten, maar naar het droogproces zelf. Metalen strips in de trommel meten tijdens het draaien hoe goed de stof elektriciteit geleidt. Nat textiel geleidt beter dan droog textiel. Zodra de droger merkt dat de droogtegraad die jij hebt gekozen bereikt is, stopt het programma automatisch. Vooral bij katoen en dikke badstof werkt dat prettig: die materialen houden veel vocht vast, waardoor een sensor beter herkent wanneer de stof echt droog is.

Wanneer tijd instellen handiger is…

Sensoren werken het best als er genoeg was in de trommel zit om de strips regelmatig te raken. Bij miniladingen - één shirt, drie paar sokken, die ene joggingbroek - gebeurt dat soms te weinig. De droger kan dan te vroeg stoppen. Een kort tijdprogramma is in zulke situaties vaak handiger. Kies een temperatuur die niet te hoog is en begin met de laagst mogelijke insteltijd (vaak is dat 20 minuten). Check daarna of alles al droog is of dat je nog een keer een kort tijdprogramma moet kiezen.

…En wanneer niet

Maar dat betekent niet dat je in elke lastige situatie meteen een tijdprogramma moet kiezen. Bij grote en dikke stukken, zoals beddengoed, dons of een gewatteerde jas, droogt de buitenkant namelijk veel sneller dan de binnenkant. Daarvoor een droogtijd gokken (wat je met een tijdprogramma doet) kun je dus beter niet doen. De meeste drogers hebben bovendien speciale programma's voor dit soort ladingen, die temperatuur en luchtstroom beter verdelen. Is de binnenkant nog iets vochtig? Schud het wasgoed dan even op (zodat de vulling weer gelijkmatiger verdeeld is) en kies daarna nog een korte extra droogronde.

Kies jij uit gewoonte altijd een tijdprogramma?

Wie uit gewoonte ruim tijd instelt om 'zeker te weten dat alles droog is', droogt vaker te lang en/of te warm. Dat kost niet alleen meer stroom, maar zorgt ook voor meer slijtage van je wasgoed. Dat zit zo: katoen en gemengde stoffen kunnen prima tegen warmte, maar elke droogbeurt zorgt voor een beetje vezelbelasting. Hoe langer de warmte aanhoudt, hoe vaker vezels licht uitrekken en weer samentrekken. Daarnaast blijft de trommel draaien terwijl de was eigenlijk al droog is, waardoor naden, randen en andere kwetsbare plekken onnodig veel wrijving ondervinden. Te kort drogen heeft trouwens ook nadelen: was die vochtig de kast in gaat, kan muf gaan ruiken.

Waarom je droger soms denkt dat alles al droog is

Een sensorprogramma kijkt alleen naar de stof die daadwerkelijk langs de sensorstrips komt. Bij kleding met dikke lagen of stevige naden, zoals jeans, hoodies of items met zakken, droogt de buitenkant vaak eerder dan de binnenkant. De sensor 'ziet' dan alleen die droge buitenlaag en concludeert dat de lading klaar is, terwijl de binnenkant nog wat vocht vasthoudt. Dat is geen fout in de droger, maar een logisch gevolg van waar gemeten wordt.

Ook een te volle trommel kan dit effect versterken. De was beweegt minder vrij, waardoor niet alle stukken even goed langs de sensoren komen en de lucht minder goed tussen de lagen door kan. De droger stopt dan soms terwijl bepaalde plekken nog niet helemaal droog zijn.

Houd de sensoren schoon

Een dun laagje aanslag door wasverzachter of droogdoekjes kan de meting verstoren. Stopte je droger de laatste tijd opvallend snel, neem dan de sensorstrips af met een zachte doek. Een beetje witte natuurazijn werkt goed om aanslag te verwijderen. Doe dit tegelijk met het schoonmaken van je pluizenfilter en de rand van de trommel.

Zo kies je per lading de beste stand

Draai je vaak volle trommels met handdoeken, katoen of gemengde was, dan werkt een sensorprogramma het meest betrouwbaar. De droger stopt zodra het gewenste droogniveau is bereikt. Voor kleine ladingen is een tijdprogramma handiger. En voor dikke of gelaagde items loont het om eerst te kijken of er een speciaal programma op je droger zit. Door niet altijd dezelfde stand te kiezen maar het echt af te laten hangen van wat je in de trommel zit, droog je beter en sneller.

Kieskeurig
Geen producten gevonden.