ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 betaalbare robotstofzuigers met een dweilfunctie
© iRobot
Huis

Waar voor je geld: 5 betaalbare robotstofzuigers met een dweilfunctie

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Op zoek naar een goede robotstofzuiger die ook nog eens kan dweilen? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

iRobot Braava Jet m6

Deze betaalbare robot kan stofzuigen én dweilen. Voor laatstgenoemde optie heeft de voorzijde een sproeisysteem. Vuile vlekken op tegels, laminaat, hout en andere harde vloeren zijn daarmee verleden tijd. In de productdoos vind je ook twee afneembare dweilen en evenzoveel droogdoeken. Handig is dat de iRobot Braava Jet m6 vanwege zijn compacte vierkante vorm ieder hoekje kan bereiken. Dankzij zijn geringe hoogte komt hij bovendien moeiteloos onder kasten, tafels en overige meubels. Een volgeladen accu heeft een werktijd van ongeveer negentig minuten.

Als het apparaat met wifi is verbonden, bepaal je in een smartphone-app welke kamer(s) je onder handen wilt laten nemen. Na afloop van de klus keert de robot vanzelf terug naar het laadstation. Je kiest in de app desgewenst een schoonmaakschema, waarna de Braava Jet m6 volautomatisch zijn werk doet. Stel bijvoorbeeld in dat de robot onder werktijd schoonmaakt en kom thuis in een schoon huis! Dagje thuiswerken? Het maximale geluidsniveau van 35 decibel valt gelukkig mee!

Dreame D9 Max

Dreame bewijst met zijn D9 Max dat een robotstofzuiger inclusief dweilfunctie helemaal niet zo duur hoeft te zijn. Bovendien zijn de specificaties ook nog eens dik in orde. Zo heeft de oplaadbare accu een respectabele capaciteit van 5200 mAh. Volgens de fabrikant komt de werktijd daarmee uit op zo’n 150 minuten. Verder ondersteunt het apparaat een hoge zuigkracht van 4000 Pa. Je hebt hierbij keuze tussen vier niveaus. Zodra deze huishoudhulp tapijt tegenkomt, verhoogt hij op eigen houtje de zuigkracht. Dankzij een sensor valt deze robot niet van de trap.

Stof, kruimels en overig vuil komen terecht in een reservoir van 0,57 liter. Dat dien je dus regelmatig te legen. Voor de dweilfunctie zijn er herbruikbare microvezeldoeken bijgesloten. Zoals je van een moderne robotstofzuiger mag verwachten, laat ook dit apparaat zich bedienen met een smartphone-app. Aan de hand van het gerenommeerde LiDAR-lasersysteem creëert de D9 Max van elke ruimte een virtuele plattegrond. Op basis daarvan berekent het apparaat een optimale route zonder daarbij obstakels te raken.

Wat is LiDAR? LiDAR staat voor LIght Detection And Ranging of voor Laser Imaging Detection And Ranging. Het is een systeem waarbij laserstralen tegen de muren en obstakels worden gekaatst om hun locatie te bepalen. Op deze manier kan de stofzuiger een digitale kaart maken van heel je huis.

AEG AR61UW1DG

Zoek je een betrouwbare robotstofzuiger van een bekende witgoedspecialist? De AR61UW1DG heeft interessante eigenschappen zonder dat je daarvoor meteen de hoofdprijs betaalt. De accu is goed voor een werktijd tot ongeveer twee uur. Woon je nogal groot? Geen probleem, want de AR61UW1DG gaat na een verse oplaadbeurt automatisch verder waar hij was gebleven. In de app op je smartphone kun je precies zien welke vloeren er zijn gestofzuigd en/of gedweild. Stel ook in op welke dagen en tijdstippen je de kamers wilt laten schoonmaken.

Haren, zand, kruimels en zelfs rijstkorrels belanden resoluut in het reservoir van 0,22 liter. De AR61UW1DG is namelijk geschikt om middelgroot tot groot vuil op te zuigen. Fijnstof komt met de geïntegreerde dweilfunctie aan de beurt. Om de batterij te ontlasten, kan deze robot optioneel tegelijkertijd stofzuigen en dweilen. Zo geniet je eerder van een schoon huis! Je geeft in de app aan hoeveel water je tijdens het dweilen wilt gebruiken. Prettig is het lage gewicht van 2,9 kilo. Hierdoor gebruik je de stofzuiger zo nodig makkelijk op meerdere verdiepingen.

Lees ook: Stofzuigen zonder moeite: 5 tips om alles uit je robotstofzuiger te halen

Philips HomeRun 3000 Series Aqua

Deze luxe robotstofzuiger is in een zwarte en witte uitvoering verkrijgbaar. Daarnaast kun je dit product tegen een meerprijs eventueel inclusief leegstation kopen (zwart/wit). In dat geval leegt de HomeRun 3000 Series Aqua zichzelf automatisch, zodat je er minder omkijken naar hebt. Op basis van het vloertype bepaalt de robot de zuigkracht van maximaal 4000 Pa. Op tapijt of een vloerkleed schakelt het apparaat bijvoorbeeld een tandje bij. Stofzuigen en dweilen gebeurt overigens tegelijk, zodat je meteen profiteert van een schone vloer. De behuizing is nog geen tien centimeter hoog. Hierdoor kan de robot makkelijk onder diverse obstakels schoonmaken.

De Nederlandstalige Philips HomeRun-app bevat duidelijke instructies en video’s, waardoor nieuwe gebruikers alle functies eenvoudig leren kennen. Bepaal in de app of je de vloer nat en/of droog wilt reinigen. Verder start je desgewenst een intensieve schoonmaaksessie, bijvoorbeeld voor in de keuken. Deze huishoudelijke hulp gebruikt het welbekende LiDAR-lasersysteem om alle ruimtes in kaart te brengen. Hierdoor slaat de robotstofzuiger geen enkele plek over. Een pluspunt is de lange opgegeven accuduur van 200 minuten. Volgens Philips is de HomeRun 3000 Series Aqua daarmee geschikt voor een vloeroppervlakte tot wel 185 vierkante meter. Benieuwd naar wat andere gebruikers van deze robotstofzuiger vinden? Lees dan hier enkele onafhankelijke reviews.

Eufy RoboVac L35 Hybrid

Als je een robotstofzuiger met een gunstige prijs-kwaliteitverhouding zoekt, ben je bij dit exemplaar van Eufy aan het juiste adres. De onderzijde heeft twee ronddraaiende borstels met lange haren, waarna het vuil in de zuigmond terechtkomt. De geïntegreerde natte dweil verwijdert vervolgens de laatste resten fijnstof. Ondanks het relatief lage prijskaartje ondersteunt de RoboVac L35 Hybrid lasernavigatie. Daarmee genereert het apparaat een virtuele plattegrond en kiest het zelfstandig een efficiënte route door de woning. Ga uit van een werktijd van zo’n 145 minuten op een enkele acculading.

Voor het instellen van een (geautomatiseerd) schoonmaakschema gebruik je een smartphone-app. Hierin bepaal je ook de gewenste zuigkracht met een maximum van 3200 Pa. Je kiest tussen vier standen. Een leuk extraatje is dat je deze robotstofzuiger met je stem kunt aansturen. Dat werkt via de dienst Google Assistent. Onder de productnaam RoboVac L35 Hybrid+ is het apparaat ook inclusief leegstation te koop.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.