ID.nl logo
Review Roomba Combo Essential – De essentie voorbij
© Wesley Akkerman
Huis

Review Roomba Combo Essential – De essentie voorbij

De Roomba Combo Essential is een veel goedkopere robotstofzuiger dan we doorgaans zien van fabrikant iRobot. Het bedrijf heeft met dit product de autonome stofzuiger tot de kern willen terugbrengen. Het apparaat heeft een adviesprijs van 299 euro en is daarmee bijzonder betaalbaar.

Uitstekend
Conclusie

Al met al kunnen we stellen dat de Roomba Combo Essential de essentie voorbijgaat. iRobot heeft verschillende opties toegevoegd, waardoor we niet vaak zo’n compleet pakket voor deze prijs tegenkomen. Dweilen is niet het sterkste punt van de stofzuiger, maar voor de rest komen we geen breekpunten tegen. De navigatie laat soms wat te wensen over, maar met een beetje voorbereidend werk heb je daar geen last meer van. Zelf zouden we de prijs graag zien zakken tot onder de 200 euro: dan haal je de beste robotstofzuiger voor zo'n interessante prijs in huis.

Plus- en minpunten
  • Flinke zuigkracht
  • Navigeert redelijk
  • Ondersteunt schema's
  • Compleet pakket
  • Privacyvriendelijk
  • Dweilt ondermaats
  • Informatievoorziening over status
  • Geen kaart
  • Houdt geen rekening met tapijt

Hoewel de adviesprijs 299 euro bedraagt, zien we dat de prijs tijdens het schrijven van deze recensie al is gezakt naar 229 euro. Daarmee is de Essential helemaal een aantrekkelijke deal.

Wat essentiële eigenschappen van een robotstofzuiger zijn, daar kun je natuurlijk een goeie discussie over voeren. Voor een product dat tot de essentie wil komen (afgaande op de naam van deze stofzuiger) heeft iRobot wel erg veel functies toegevoegd die daar niet helemaal bij passen. Dat kun je zowel positief als negatief opvatten. De Roomba Combo Essential beschikt in elk geval over een V-borstel, zijborstel, afneembare dweilpad, een accuduur van 120 minuten en drie niveaus aan zuigkracht. Daarnaast is er app-ondersteuning en daardoor support voor iRobot OS.

Nu bestaan er heus goedkopere robotstofzuigers dan de Essential, maar geen van deze modellen biedt precies wat iRobot met dit apparaat voor elkaar krijgt. De meeste varianten zijn nog wel met een app te bedienen, waardoor je toegang krijgt tot enkele slimme functies. Maar zo'n dweilpad komen we eigenlijk maar zelden tegen, en anders valt de accuduur onder het niveau van deze iRobot. Helaas geeft het bedrijf bijna nooit informatie vrij over de zuigkracht, dus op dat vlak moeten we onze ogen en ervaringen vertrouwen als het gaat om vergelijkingen.

©Wesley Akkerman

Uitblinker in eenvoud

Waar de Roomba Combo Essential voornamelijk in uitblinkt, is hoe simpel je het systeem in gebruik neemt. De installatie is echt binnen vijf minuten geregeld; je bent langer met het uitpakken en neerzetten bezig. Zodra de robot is opgeladen, kun je hem direct het huis in sturen. Dan valt meteen op dat de Essential het zichzelf zo nu en dan moeilijk maakt wanneer hij door het huis navigeert. Niet dat-ie snel ergens vast komt te zitten, maar stoel- en tafelpoten moeten het vaak ontzien. Daar botst hij nog weleens tegenaan.

Het helpt de machine dan ook niet dat-ie geen kaart aanmaakt. Bij elke schoonmaakbeurt zal-ie dezelfde fouten maken, omdat hij geen gegevens over de omgeving opslaat. Voor de privacybewuste consument kan dat een groot voordeel zijn. Binnen de app kun je wel zien hoe de robot gereden heeft, waardoor er toch een soort omtrek van je woning of verdieping ontstaat. Zo kun je een beetje achterhalen waar hij wel of niet is geweest, maar verwacht er niet te veel van. Je kunt de Essential bijvoorbeeld niet direct naar een kamer sturen.

Maar goed, dat verwachten we gelukkig niet voor minder dan 300 euro. We vertellen het er wel bij, zodat je daar scherp op bent. Trouwens, over die app gesproken: die is deze keer niet verplicht om toegang tot de volledige ervaring te krijgen. Het enige wat je zou kunnen missen, is dat je hem op afstand kunt in- en uitschakelen. Ook kun je dan geen schema aanmaken, of hem automatisch laten aangaan wanneer je het huis verlaat. Niet echt de meest essentiële functies, maar we vinden het toch prettig dat iRobot hieraan heeft gedacht. Zo voelt de stofzuiger completer aan.

©Wesley Akkerman

Dweilen met de kraan open

En er is dus nóg een functie waardoor de Roomba Combo Essential voor een hoop mensen compleet kan aanvoelen: de dweilfunctie. Op de redactie zijn we nooit echt fan geweest van het natte lapje dat Roomba-stofzuigers achter zich aantrekken, maar bij de Essential is daar wederom sprake van. Het haalt wat verse en oppervlakkige vlekjes weg, maar meer ook niet. Je kunt binnen de app instellen hoeveel water je wilt gebruiken tijdens het dweilen. Dat verandert de prestaties helaas niet. Laat dat dus geen doorslaggevende factor zijn.

Er zitten namelijk ook wel wat haken en ogen aan de ervaring. Het vastklikken werkt prima en de robot weet dan meteen dat de dweil is bevestigd. Maar binnen de app kun je helaas niet zien wat de status van de dweil is. iRobot raadt aan de dweil na dertig keer gebruiken om te wisselen, maar dat moet je dan zelf bijhouden. Geen groot probleem natuurlijk, maar we kunnen ons voorstellen dat je daar niet mee bezig bent en het dus vergeet. Ook moet je de dweil na elke beurt even schoonmaken en laten drogen, maar dat is gebruikelijk op dit prijspunt.

Je krijgt verder geen melding van een lege watertank (die is ingebouwd) en je moet er bovendien rekening mee houden dat de Roomba Combo Essential met die natte dweil gewoon over vloerbedekking heen rijdt. Je kunt geen no-go-zones binnen de app instellen (want er is geen kaart) en de dweil wordt niet omhoog getild wanneer de machine een zachte ondergrond betreedt.

Heb je een huis zonder kleden en dergelijke? Dan zijn de laatste punten minder belangrijk. Bij ons thuis ligt echter een hoogpolig tapijt dat we het liefst drooghouden. Geen ideale combinatie dus.

©Wesley Akkerman

Maar hoe stofzuigt-ie?

Hoewel de navigatie soms wat te wensen overlaat, merken we wel op dat de grond brandschoon is. Daarin lijkt de Roomba Combo Essential niet te verschillen van modellen die misschien wel twee tot drie keer zo duur zijn. Hij zuigt redelijk grote (geroosterde) broodkorrels op (er ging wat mis in de keuken) en laat ook weinig haar achter. Je ziet overigens wel wat bandensporen ontstaan op een kleed, maar daar is mee te leven. Over het algemeen geldt: als de robotstofzuiger een gebied kan bereiken, kun je ervan uitgaan dat er (bijna) niets blijft liggen.

We bouwen bewust die disclaimer in, want hoewel de Roomba Combo Essential redelijk draait en toeft, slaat-ie nog weleens wat hoeken over. Ook de zijborstel biedt op dat moment niet altijd uitkomst. Sterker nog: die borstel slingert nog weleens een kruimel de kamer in, precies naar een plek waar hij al geweest is – en dan blijft dat ene kruimeltje dus liggen. Maar eerlijk is eerlijk: dat zijn geen unieke problemen, ook niet voor robotstofzuigers waar je veel meer voor betaalt. We hebben de zuigkracht op de hoogste stand gezet, en het herrieniveau is ons alleszins meegevallen.

Verder is de Roomba Combo Essential wel zo slim om terug te keren naar de thuisbasis op het moment dat een schoonmaaktaak nog niet is voltooid. Dan laadt hij zijn batterij op en pakt hij de taak weer op om die af te maken. Dat zijn van die kleine dingen die we alleen maar kunnen waarderen. Ondanks de lagere prijs hoef je dus niet te denken dat je de Essential heel treurig en alleen ergens in een hoekje of midden in de kamer zult aantreffen omdat de accu het niet volhield. Dat maakt de robotstofzuiger een betrouwbare partner voor dagelijkse schoonmaaksessies.

Roomba Combo Essential kopen?

Al met al kunnen we stellen dat de Roomba Combo Essential de essentie voorbijgaat. iRobot heeft verschillende opties toegevoegd, waardoor we niet vaak zo’n compleet pakket voor deze prijs tegenkomen. Dweilen is niet het sterkste punt van de stofzuiger, maar voor de rest komen we geen breekpunten tegen. De navigatie laat soms wat te wensen over, maar met een beetje voorbereidend werk heb je daar geen last meer van. Zelf zouden we de prijs graag zien zakken tot onder de 200 euro: dan haal je de beste robotstofzuiger voor zo'n interessante prijs in huis.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.