ID.nl logo
Is het een schilderij? Een spiegel? Nee, het is infraroodverwarming!
© Heat4All
Energie

Is het een schilderij? Een spiegel? Nee, het is infraroodverwarming!

Je kent het gevoel van een heerlijk voorjaarszonnetje terwijl de buitenlucht nog fris is. Ook infrarood verwarmingspanelen werken met het principe van deze stralingswarmte. Ideaal dus als je geen zin hebt om overal in huis de kachel te laten loeien, maar er wél lekker warmpjes bij wilt zitten. Als je dacht dat zulke panelen er alleen maar zijn in saaie, witte uitvoeringen dan heb je het mis. ID.nl laat je zien dat warm en mooi uitstekend samengaan!

🔥 In dit artikel lees je:

Hoe infraroodpanelen werken Dat er vier basisuitvoeringen zijn: Spiegel-infraroodpanelen Gelakte infraroodpanelen Glazen infraroodpanelen Infraroodpanelen met een bedrukking (bijvoorbeeld een reproductie van een kunstwerk of een foto die je zelf gemaakt hebt) Hoeveel vermogen je nodig hebt Hoe je infraroodpanelen installeert

Ook interessant voor jou: Dit moet je weten over elektrisch verwarmen (en ja, het gaat óók over de kosten!)

Bij infraroodverwarming denken veel mensen aan de oranjerode stralers die je wel eens bij caféterrassen ziet, of aan de rode lampen die helpen tegen spierpijn. De terrasstralers produceren kortegolf infraroodstralen en de therapeutische toestellen werken op mediumgolf infraroodstralen. In tegenstelling tot deze twee toepassingen komt de warmte van infraroodpanelen van langegolf stralen. Bijzonder aan infrarood is dat het niet de lucht verwarmt, maar wel de personen en de dingen waar deze onzichtbare straling op terechtkomt. Bovendien zet onze huid deze straling snel om in warmte. Bij het langegolf infrarood zie je geen licht, zelfs geen rode gloed.

Warmtestraling

Het woord ‘straling’ heeft voor sommige mensen een negatieve bijklank. Infraroodstralen zijn absoluut niet schadelijk voor het lichaam. Eigenlijk haal je met infraroodverwarming de zon in huis. Alleen zendt infrarood in tegenstelling tot de zon geen schadelijke uv-stralen uit. Infrarood is een bestanddeel van het licht dat niet zichtbaar is voor het menselijk oog, maar je kunt het wel voelen. Wanneer infrarood in contact komt met materie, zoals de tafel of onze huid, dan brengt het de moleculen in beweging. Trillende moleculen veroorzaken wrijving en dat voelen wij als warmte. Daarom noemen we dit ook warmtestraling. Doordat de straling onze huid rechtstreeks verwarmt, hoeft de luchttemperatuur in de kamer geen 20°C te zijn. Al bij een luchttemperatuur van 18 of 19°C heb je het comfortabel warm.

Vier uitvoeringen

Infraroodpanelen worden in snel tempo steeds populairder. Dat betekent ook dat er meer oog komt voor hoe ze eruitzien. Tegenwoordig besteden de fabrikanten heel veel aandacht aan het esthetische van verwarmingselementen. De infraroodpanelen komen in vier basisuitvoeringen die goed in het interieur passen.

Spiegelpanelen

Deze infraroodspiegels aan verschillende breedtes worden meestal gebruikt in badkamers. Ze combineren dus spiegelen en verwarmen. Het gaat om betaalbare spiegels (tussen pakweg 220 en 380 euro) met ingebouwde infraroodverwarming van 200 watt tot 500 watt. In vergelijking met bijvoorbeeld radiatoren of vloerverwarming warmen deze panelen snel op en verbruiken ze relatief weinig energie. De spiegels hebben ook een smart-functie. Op de spiegel zit een touch-knop om de warmte-uitstraling onmiddellijk te activeren zodat de badkamer binnen enkele minuten warm is. Bovendien is de spiegel voorzien van een wifi-ontvanger, sfeerverlichting en datum- en tijdaanduiding. Voor een badkamer heb je 60 watt per m3 nodig, voor een slaapkamer mag je rekenen op 30 watt per m3.

©Infraroodverwarmingstore.nl

Op de infraroodspiegel (die ook sfeerverlichting heeft) zie je weersinformatie en een touch-bediening.

Gelakte panelen

In het strakke aluminium paneel is carbon of een halfgeleider verwerkt die warmte produceert wanneer er stroom doorheen loopt. Deze panelen zijn meestal wit, maar in principe kun je ze in alle RAL-kleuren bestellen. Je bevestigt ze aan het plafond of de muur. Er zijn ook speciale lagetemperatuur infraroodpanelen die de temperatuur nóg geleidelijker naar het gewenste niveau brengen. Zo’n paneel heeft een minimalistische vorm. Een infraroodpaneel van 119 cm bij 59 cm van 700 watt kost rond de 280 euro en kun je via wifi besturen met een smartphone-app.

Glazen panelen

Deze panelen zijn er in zwart of wit. Ga je voor zwart, dan lijkt het alsof er een flatscreen in de kamer hangt. De voorzijde bestaat uit veiligheidsglas en dat zorgt voor een matglanzende look. In het paneel zit een carbonelement dat voor de straling zorgt. Elk paneel bevat sensoren die beschermen tegen oververhitting. De achterkant van deze glazen panelen is geïsoleerd om zo weinig mogelijk warmte verloren te laten gaan. Een glazen infraroodpaneel van 60 cm bij 100 cm van 580 Watt kost rond de 200 euro en is slechts 13 mm dik. Bovendien heeft dit paneel de veiligheidsklasse IP54 zodat het waterbestendig is en je het dus in natte ruimtes kunt gebruiken.

©Heat4All

De glazen panelen kun je probleemloos in natte ruimtes gebruiken.

Van woeste watervallen tot de skyline van New York

Infraroodpanelen met bedrukking vind je ook

Panelen met bedrukking

Dit zijn panelen waarop foto’s, kleurrijke patronen of kunst staan. Deze panelen lijken meer op een kunstafdruk dan op een verwarmingselement. De designpanelen hebben een chique uitstraling, maar je moet wel een ontwerp kiezen dat je niet snel gaat vervelen. Voor een paneel van 60 bij 80 cm van 450 Watt met bedrukking betaal je rond de 200 euro. Dit type is uitsluitend bedoeld voor montage tegen de wand. De leveranciers werken met een standaard bibliotheek aan foto’s, maar je kunt ook zelf een afbeelding of foto aanleveren als die voldoende resolutie heeft.

©Heat4All

Je kunt de infraroodpanelen laten bedrukken met ieder ontwerp.

Hoeveel vermogen heb je nodig?

Hoeveel vermogen heb je nodig om een kamer te verwarmen? Het antwoord is natuurlijk afhankelijk van de warmtebehoefte. In de badkamer wil je dat het warmer is dan in de slaapkamer. Uiteraard speelt ook de grootte van de kamer een rol en de aanwezigheid van ramen. Gemiddeld hanteert men de volgende wattages.

VermogenOppervlakte ruimteVolume
100 watt6 à 9 m²17-20 m³
200 watt13 à 16 m²26-36 m³
300 watt20 à 24 m²52-56 m³

Makkelijke installatie

De panelen zijn eenvoudig te installeren. Je hoeft geen gas- of waterleiding aan te leggen en dit scheelt aanzienlijk in de kosten. Ze werken allemaal op elektriciteit, 220 volt. Je kunt ze dus op een lichtpunt aansluiten. Bovendien kun je ze besturen via een draadloze thermostaat zodat ze alleen warmte afgeven wanneer nodig. Wanneer een paneel eenmaal op temperatuur is, hoeft hij niet continu op volledige vermogen te werken om de ruimte verder behaaglijk te verwarmen. De intelligente thermostaat zorgt dan dat het paneel ook bij lager vermogen voldoende warmte uitstraalt.

©Infraroodverwarmingstore.nl

Er is alleen een elektriciteitsaansluiting nodig

Hoofdverwarming of bijverwarming?

Een nadeel van infraroodverwarming is dat de straling rechtlijnig verloopt. Als je voor een infrarood spiegel in de badkamer staat, zal de voorkant van je lichaam warm worden, de achterkant niet. Dit effect noemt men asymmetrische straling. Om een volledige kamer gelijkmatig te verwarmen via deze techniek kiest men meestal voor de plafonduitvoering. De panelen tegen de muur worden vaak als bijverwarming geplaatst voor lokale oplossingen. In de handel vind je zelfs verplaatsbare infraroodpanelen (350, 450, 580 en 700 watt) van superlicht materiaal. Het paneel van 350 watt (rond de 170 euro) weegt bijvoorbeeld slechts 2,2 kg, het model van 700 watt weegt 3,8 kg (rond de 180 euro).

Watch on YouTube

Meer video's van ID.nl zien? Abonneer je dan op ons YouTube-kanaal!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.