ID.nl logo
Huis

Coöperatie Duurzame Energie voorziet hele buurt van groene stroom

Op het dak van de Haarlemse Fablo-tennishal liggen meer dan 1300 zonnepanelen. Niet om het bedrijf zelf van stroom te zien, maar om de lichten van 220 huishoudens in de buurt te laten branden. De samenwerking tussen bedrijven en burgers - het Coöperatie Duurzame Energie Ramplaan - om voor eigen, lokale en duurzame energie te zorgen blijkt een gouden combinatie.

Veel van de straten in het Ramplaankwartier in Haarlem lopen van noord naar zuid. Niet erg gunstig voor wie zonnepanelen op zijn dak wil leggen, vertelt Art den Boer. Hij is één van de vrijwilligers van de Coöperatie Duurzame Energie Ramplaan, de coöperatie die als één van de eersten in Nederland een samenwerking regelde tussen buurten en bedrijven om zonne-energie gedeeld aan te bieden. “Sowieso is het in steden zoals Haarlem vaak lastig om zonnepanelen aan te leggen”, vertelt Den Boer. “De huizen zijn vaak wat kleiner, en ouder. Het kost dan heel veel geld om dat ineens van groene stroom te moeten voorzien.”

De stichting bedacht daarom een onorthodox plan: in plaats van dat iedereen in de buurt zelf zonnepanelen zou neerleggen werd gekeken of het niet misschien samen gedaan kon worden, met de hulp van een ondernemer uit de buurt. Den Boer: “We vroegen ons af: als we zelf geen zonnepanelen kunnen plaatsen, zou het dan niet gewoon op een ander dak kunnen?” Dat bleek mogelijk nadat de leden van de coöperatie aan de praat kwamen met de eigenaar van een grote bloembollenhal in de buurt. De Fablohal is een groot gebouw dat in de winter wordt omgebouwd tot tennishal, en dat pal naast het Ramplaankwartier ligt – een echt onderdeel van de gemeenschap. “We spraken met de eigenaar, die ook wel enthousiast was over het plan om de zonnepanelen op zijn dak te leggen. ‘Ik gebruik dat dak verder toch niet’, was zijn redenatie.”

Plannen

De stichting ging veel lobbyen, flyerde op markten en sprak iedereen in de omgeving aan over de plannen. Na een tijd bleken er genoeg geïnteresseerden die ervoor open stonden te investeren in de zonnepanelen. Op de grote bedrijfshal net buiten de wijk werden 1.347 zonnepanelen geplaatst, die een aantal omliggende woningen in Haarlem en de dorpen Aerdenhout en Overveen van groene stroom voorzien. Makkelijk was dat niet. De coöperatie in de Ramplaan begon in 2011 met het kijken naar de mogelijkheden, maar het duurde tot september 2015 voor de zonnecentrale ook daadwerkelijk opende.

Het kostte veel tijd om genoeg buurtbewoners zover te krijgen te investeren in de plannen. Uiteindelijk vond de stichting genoeg leden die een intentieverklaring wilden tekenen. Maar het werven van leden was slechts één stap van de lange weg die de coöperatie moest bewandelen. Den Boer en zijn collega-vrijwilligers moesten in gesprek met veel partijen, zoals verzekeraars, investeerders, en zelfs het ministerie om de obstakels te overwinnen.

Het kostte veel tijd om genoeg buurtbewoners zover te krijgen te investeren in de plannen

-

Een groot probleem was de torenhoge energiebelasting die gebruikers bij het leggen van de zonnepanelen alsnog moesten betalen. Den Boer: “De elektriciteit wordt via het reguliere elektriciteitsnet naar de bewoners gestuurd. Dat betekent dat je er energiebelasting over moet betalen, en die is niet mis. De stroom zelf kost 4 cent per KWh, maar daar komt dan nog 17 cent belasting bovenop. Dat maakt het nou niet echt aantrekkelijk.” Daar kwam gelukkig al snel een einde aan, met de postcoderoosregeling die in 2014 inging. Daarbij is de eerste 10.000 kWh vrijgesteld van die energiebelasting.”

Een ander probleem waar de coöperatie tegenaan liep was de grootverbruikersaansluiting. “Die moesten we aanvankelijk verplicht nemen, maar dat kost heel veel geld. Dat hadden we niet zomaar liggen, en het doorberekenen aan de stroomafnemers was geen optie. Gelukkig heeft minister Kamp ook daar een oplossing voor bedacht. Een fysieke aansluiting is niet nodig, maar er moeten nog steeds wel gescheiden aansluitingen zijn. De oplossing is een virtuele aansluiting, waarbij er slechts een minimale technische aanpassing nodig is. Dat maakt de investering een stuk voordeliger.

Bovendien moest het elektriciteitsnet worden aangepast. Den Boer vergelijkt het huidige net met een boom, waarbij de dikke stam de oorspronkelijke stroomvoorziening is waar de energieleverancier aan voldoet, en de huishoudens die de stroom binnenkrijgen de takken. “Bij collectieve energie draai je dat echter om”, zegt Den Boer. “In dat geval komt er veel meer binnen vanuit één plek, juist bij die takken. Daarvoor moest er wat aangepast worden aan het stroomnet.”

©PXimport

Uitdagingen

Het is nog een hele opgave om een hele buurt voor zo’n lange tijd van stroom te voorzien. Je kijkt immers niet alleen naar de periode van zo’n 10 jaar die het kost om de investering terug te verdienen, maar ook naar het onderhoud van de zonnepanelen. Als er iets stuk gaat, moet dat natuurlijk gerepareerd worden. Bovendien is het moeilijk de energiebehoeftes voor lange tijd vast te leggen. Den Boer: “

Stel dat iemand nu meedoet met acht zonnepanelen, maar dat de kinderen daarvan over een paar jaar uit huis gaan. Ineens hoef je al die Xboxen niet meer aan te sluiten en gaat het stroomverbruik drastisch omlaag, zodat dat huishouden nog maar zes panelen nodig heeft.” Volgens Den Boer is dat met een coöperatie echter makkelijker te regelen. “Je kijkt dan gewoon wie er in de buurt juist ineens weer kinderen bij krijgt, of misschien heeft iemand verderop net een nieuwe Tesla gekocht en kan die nog wel wat extra stroom gebruiken.

Een ander probleem ligt bij de bedrijven zelf. “Je wilt niet hebben dat een bedrijf na vijf jaar zegt: ‘Weet je wat, eigenlijk hoef ik die panelen niet meer’, want dan zit de hele buurt ineens zonder stroom. We maken daarom van tevoren goede afspraken met de gebouweigenaren, die we ook notarieel laten vastleggen. Zo weten we zeker dat een bedrijf zijn dak voor minimaal 25 jaar beschikbaar stelt.” Hetzelfde geldt overigens voor de deelnemende leden zelf. Die tekenen vooraf een intentieverklaring waarin staat dat ze willen meedoen met het project.

Den Boer geeft toe dat veel van dergelijke bedrijven nu nog vooral meedoen vanuit de goedheid van hun hart. “Er zit weinig financiële motivatie achter, al zijn we inmiddels wel zo ver dat veel bedrijven een financiële vergoeding kunnen krijgen als ze aan een dergelijk project mee doen.” Dat moet ook wel, want het kost uiteindelijk wel tijd en geld om de zonnepanelen en het dak te onderhouden en om administratieve zaken te regelen. Meestal doen bedrijven echter mee omdat ze duurzaamheid of buurtgevoel nu eenmaal belangrijk vinden.

“Veel bedrijven die meedoen, zoals de Fablohal hier, zijn nauw verbonden met de gemeenschap en willen daar graag iets voor terugdoen. En door dat buurtgevoel raken ook bewoners weer meer betrokken bij hun wijk.” Volgens Den Boer ontstaat er zo een trots onder de buurtbewoners. “Normaal sta je niet zo stil bij waar je elektriciteit vandaan komt. Het komt uit de muur, het is er, en dat neem je voor lief terwijl je iedere maand tientjes afstaat aan een naamloze grote corporatie. Maar bij dit soort buurtinitiatieven voel je je toch trots: ‘Dit is ónze stroom die wíj met onze buurt hebben opgewekt’. En dat werkt voor bedrijven ook weer zo.”

Win-win

Aan de andere kant is het bedrijfstechnisch niet helemaal altruïstisch om mee te doen. Uiteindelijk moeten industrieën toch gaan ‘vergroenen’, en veel bedrijven beseffen dat ze beter vroeg dan laat kunnen instappen. Den Boer: “Veel steden hebben duurzaamheidsdoelstellingen. Haarlem wil bijvoorbeeld in 2040 helemaal klimaatneutraal zijn. Bedrijven moeten daar uiteindelijk linksom of rechtsom aan mee gaan werken, en je ziet dat dat op deze manier sneller gebeurt. Hetzelfde geldt voor het MVO-beleid (‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’) wat steeds belangrijker wordt, dus bedrijven zoeken nu al manieren om daar invulling aan te geven.”

De meeste bedrijven doen nog mee uit de goedheid van hun hart, niet om financieel gewin

-

Volgens Den Boer wordt duurzaamheid ook steeds belangrijker bij de beslissing van klanten om met een bedrijf in zee te gaan. “‘Groen zijn’ is niet langer een wassen neus. Een bedrijf komt er niet meer mee weg om alleen te zeggen dat ze het milieu belangrijk vinden. Ze moeten het ook echt kunnen aantonen. Klanten letten daar steeds meer op, en stroomafnemers ook.”

Natuurlijk ontvangen de bedrijven zelf ook stroom van de voorziening. “Vaak zie je een hybride werking, waarbij bijvoorbeeld een kwart van de opgewekte stroom voor het bedrijf zelf is – dat heeft uiteindelijk toch meer nodig – en de rest voor de wijk. Dat is dus een win-win-situatie.”

De toekomst

De stap die daarop volgt is volgens Den Boer minstens zo belangrijk. Volgens hem gaan bedrijven na het plaatsen van zonnepanelen nadenken over wat ze nog méér kunnen doen. “Vaak zie je dat dit stap één is en dat bedrijven zo enthousiast zijn over zo’n initiatief dat ze verder gaan kijken. Misschien zijn er wel meer opties, zoals een gezamenlijke windmolen kopen. Of misschien kunnen ze samenwerken met de buurt om te zorgen dat die van aardgas kan afstappen.” Zulke dingen moeten in de toekomst toch gaan gebeuren, denkt Den Boer, maar het maakt een verschil in hoe je het aan burgers vraagt. “Een gemeente kan zeggen: ‘Over 25 jaar moet je van aardgas af zijn, zorg maar dat je het geregeld krijgt’, maar daar wordt niemand gelukkig van. Je bent beter af als je burgers en bedrijven stimuleert dat uit zichzelf te doen, omdat het nu eenmaal voor iedereen goed is.”

Het verschilt overigens erg per gemeente hoe daar tegenaan gekeken wordt, zegt Den Boer. De gemeente Haarlem vindt die stimulatie bijvoorbeeld belangrijk en stelt daarom de daken van het gemeentehuis beschikbaar voor een coöperatie van huishoudens in de binnenstad – maar lang niet iedere gemeente is nog zo vrijgevig.

Den Boer denkt dat het coöperatief afnemen van energie groot gaat worden. “Je ziet het in steeds meer steden gebeuren. In Breda is bijvoorbeeld een initiatief waar een groot veld is aangewezen voor het plaatsen van zonnepanelen. Dat kan hier in Haarlem eigenlijk niet omdat hier de ruimte niet is, maar per stad zijn er veel verschillen in hoe coöperaties te werk gaan.” Toch moet er nog veel gebeuren voor iedereen een zonnecellenproject kan opstellen, denkt Den Boer. “Het is nog te veel gedoe. Stichtingen, die bestaan uit vrijwilligers, zijn er nog veel tijd aan kwijt en voor veel deelnemers zit er ook nog een hoop werk aan vast. Waar we naartoe willen is dat iedereen lokaal opgewekte groene stroom kan krijgen zonder gedoe.”

▼ Volgende artikel
Koopgids drones: wat is dé perfecte minihelikopter?
© Li Zhongfei
Huis

Koopgids drones: wat is dé perfecte minihelikopter?

Drones zijn al lang niet meer alleen speelgoed voor techneuten. Voor een paar tientjes heb je een budgetmodel waarmee je verrassend leuke luchtfoto's en video's maakt. Ga je vaker met een cameradrone op pad, dan loont het om te kijken naar een beter model van een paar honderd tot zelfs duizenden euro's. Het aanbod is groot, dus het helpt om te weten waar je op moet letten. In dit artikel lees je welke eigenschappen belangrijk zijn als je een nieuwe drone koopt.

Soorten drones

Een drone is een onbemand luchtvaartuig dat je op afstand kunt besturen. De dronepiloot gebruikt hiervoor een smartphone, tablet of speciale controller. Laat de minihelikopter daarmee opstijgen, landen en draaien. Bovendien pas je naar eigen wens de hoogte aan.

Hoewel drones oorspronkelijk voor militaire doeleinden werden ontwikkeld, zijn ze tegenwoordig ook voor consumenten volop beschikbaar. Meestal hebben deze luchtvaartuigen vier propellers en evenveel motoren. Om die reden worden ze ook wel quadcopters genoemd. Door de draaisnelheid van de afzonderlijke propellers te wijzigen, kunnen ze alle kanten op vliegen.

Voor consumenten onderscheiden we twee soorten drones. Wie het voornamelijk leuk vindt om loopings, flips en andere stunts te maken, kan een exemplaar zonder camera overwegen. Dit zijn in feite speelgoeddrones. Goede cameradrones zijn een stuk duurder. Hierbij is de lens naar voren of beneden gericht, zodat je tijdens de vlucht adembenemende luchtbeelden kunt schieten. Denk bijvoorbeeld aan wilde dieren in een natuurgebied of een mooie zonsondergang op het strand. In dit artikel lees je meer over verschillende functies van cameradrones.

©DJI

De camera aan de voorzijde van deze DJI Mini 3 is duidelijk te zien.

Gewicht

Het gewicht van een drone is een belangrijk aspect om rekening mee te houden. Voor luchtvaartuigen onder de 250 gram heb je namelijk geen vliegbewijs nodig. Om die reden fabriceren bekende merken als DJI, Potensic en Hoverair modellen die net onder deze grens zitten. Dit betreft meestal minidrones. Houd wegens de lichte accu wel rekening met een relatief korte vliegtijd.

Heb je een zwaardere drone op het oog, dan is er nog geen man overboord. Een vliegbewijs kost, afhankelijk van de gekozen aanbieder, tussen de veertig en honderd euro. Zodra je de online kennistest succesvol hebt afgerond, vraag je het bewijs aan bij de RDW. Dat is geldig in alle lidstaten van de Europese Unie plus Noorwegen, Zwitserland en IJsland.

Overigens mag je met het basiscertificaat (A1 en A3) alleen in onbewoonde gebieden op ruime afstand van mensen vliegen. Het maximaal toegestane gewicht van het luchtvaartuig bedraagt bovendien 900 gram. Voor vluchten in stedelijke gebieden in de buurt van mensen en/of het gebruik van een zwaardere drone tot vier kilo is het zogeheten A2-vaardigheidsbewijs verplicht. Wil je een door de overheid goedgekeurde online cursus volgen? Check dan vooraf goed hoeveel examenpogingen er zijn inbegrepen.

©DJI

De DJI Mavic 4 Pro weegt ruim een kilo, waardoor je een uitgebreid vliegbewijs nodig hebt.
Exploitantnummer aanvragen

Heb je een cameradrone gekocht? Waarschijnlijk dien je dan een zogenoemd exploitantnummer aan te vragen. Dit geldt zowel voor lichtgewicht als zware luchtvaartuigen. Dit nummer 'plak' je op een zichtbare plek van de behuizing. Verder programmeer je het exploitantnummer indien mogelijk in de (software van) de drone. Zo is de eigenaar altijd te traceren. Je regelt de aanvraag op de website van de RDW. Het kost 23 euro.

Voor speelgoedmodellen tot 250 gram is zo'n exploitantnummer niet verplicht. Dit zijn (camera)drones die voor kinderen tot veertien jaar zijn ontwikkeld. Een voorwaarde is dat de leeftijdsindicatie duidelijk op de verpakking of in de handleiding staat vermeld.

De productdoos van deze SefSay-drone vermeldt een leeftijd van 14+, waardoor de eigenaar een exploitantnummer dient aan te vragen.

Videokwaliteit

Let bij de aanschaf van een nieuwe drone op de maximale videoresolutie. Vanuit de lucht wil je tenslotte fraaie beelden maken. De betere drones hebben een beeldsensor van een gerenommeerd merk. Met name Sony en Hasselblad ontwikkelen kwalitatieve dronecamera's. Sommige dure producten hebben zelfs twee of meer camera's, bijvoorbeeld een groothoek- en telelens.

Bekijk ook de maximale videoresolutie. Hoe hoger deze waarde, hoe scherper het beeld. Diverse betaalbare modellen ondersteunen resoluties tot 1920 × 1080 of 2560 × 1440 pixels. De beeldkwaliteit is weliswaar goed, maar besef wel dat de meeste televisies meer pixels kunnen weergeven. Om die reden ligt een dronecamera met een videoresolutie tot 3840 × 2160 pixels voor de hand. Je kijkt dan op een 4K-televisie naar een scherp beeld. Voor bezitters van een 8K-tv ontwikkelt Hoverair relatief betaalbare drones met een resolutie tot 7680 × 4320 pixels.

Bij dronecamera's met een respectabele videoresolutie van 3840 × 2160 pixels of hoger blijft de beeldkwaliteit ook na digitaal inzoomen nog acceptabel. Bij deze techniek maak je in feite een uitsnede van het originele beeld. Er is hierbij dus sprake van pixelverlies. Wil je regelmatig digitaal inzoomen, kies dan bij voorkeur een drone met een hoge videoresolutie.

©DJI

De nogal prijzige DJI Matrice 4T telt maar liefst vier camera's.

Framesnelheid

Een goede drone ondersteunt een behoorlijke framesnelheid van bijvoorbeeld dertig of zestig beelden per seconde. Een hoge waarde is gunstig, want je kijkt daarmee naar een vloeiend beeld zonder schokjes. Zeker bij rappe actiebeelden is de framesnelheid een belangrijke eigenschap. Daarnaast zorgt een hoge waarde ervoor dat je opvallende beelden kunt vertragen. Denk bijvoorbeeld aan een sprong van een kitesurfer of passerende vogel. Een vloeiende weergave van slowmotionvideo's vereist een minimale framesnelheid van zestig beelden per seconde.

©DJI

Let met name bij het maken van actievideo's op de maximale framesnelheid.

Fotokwaliteit

Voor (hobby)fotografen zijn drones interessante apparaten. Niet voor niets hebben de meeste cameraspeciaalzaken tegenwoordig een breed assortiment. Zo'n minihelikopter komt op plekken waar je zelf niet kunt komen. Er is een aantal specificaties waar je op kunt letten. De betere producten bevatten een ruime, lichtgevoelige sensor. Deze dronecamera's hebben minder licht nodig om heldere beelden te schieten. Op foto's van relatief goedkope camera's zie je namelijk doorgaans veel ruis.

In de specificaties van het beoogde product staat verder de maximale cameraresolutie. Fabrikanten drukken deze waarde uit in het aantal megapixel. Als je eens een luchtafbeelding op groot formaat wilt laten afdrukken, is een fotoresolutie van minimaal 12 megapixel geen overbodige luxe. Daarnaast zijn er ook volop drones met nog hogere fotoresoluties verkrijgbaar, bijvoorbeeld 20, 48 of zelfs 100(!) megapixel.

Veel drones slaan foto's optioneel als raw-bestanden op. Een voordeel, want dit formaat kun je met geschikte software naar hartenlust nabewerken. Tot slot pas je op een geschikte drone verschillende camera-opties naar eigen wens aan, zoals de sluitertijd, witbalans en iso-waarde.

Lees ook: Voordelig foto's bewerken: deze tools zijn beter en betaalbaar

©DJI

Als je vaak naar mooie bestemmingen reist, biedt een drone met een hoogwaardige camera veel meerwaarde.

Bediening

Bedenk vooraf goed hoe je de drone wilt bedienen. Hiervoor bestaan grofweg twee mogelijkheden, namelijk met een speciale controller of app op een smartphone. Een controller lijkt erg op het bedieningsapparaat van een spelcomputer, zoals een PlayStation of Xbox. Er zijn veelal twee beweegbare joysticks voorhanden. Pas daarmee de richting aan en beweeg voor- of achteruit. Sommige controllers hebben een scherm of geïntegreerde smartphonehouder. De dronepiloot kijkt dan tijdens de vlucht live mee. Waarschijnlijk heeft de controller ook allerlei andere knopjes. Maak bijvoorbeeld een foto, draai 360 graden rond of laat de drone naar de beginpositie terugkeren.

Bij sommige drones zit geen controller. Je bedient de minihelikopter in dat geval vanuit een app. Een voordeel is dat je op de smartphone kunt zien waar je vliegt. Dat werkt via een live-videoverbinding. Zie onder andere hoe snel en hoe hoog de drone vliegt. Daarnaast check je het actuele batterijniveau. Valt het bereik onverhoopt weg? De meeste drones keren dan automatisch terug naar de startpositie.

Jouw drone ondersteunt wellicht ook automatische vliegfuncties. Een nuttige optie is bijvoorbeeld wanneer het luchtvaartuig een geselecteerd object op eigen houtje kan volgen. Tot slot kunnen uitgebreide drones op basis van vooraf ingestelde routepunten zelfstandig een traject vliegen.

©DJI

Een controller met geïntegreerd scherm biedt het meeste bedieningsgemak.
View post on TikTok

Vliegtijd

Film je in een natuur- of recreatiegebied, dan laad je een lege accu natuurlijk niet zomaar even op. Om die reden verkopen fabrikanten zogeheten fly more-bundels van hun drones. In plaats van één accu neem je dan twee of drie oplaadbare batterijen mee.

Bekijk verder de maximale vliegtijd op een enkele batterijlading. De meeste dronemerken vermelden dat in de specificaties, maar neem de aangegeven vliegtijd met een korreltje zout. De daadwerkelijke vluchtduur is namelijk van talloze factoren afhankelijk, zoals de wind, snelheid en vliegmanoeuvres.

De meeste minidrones (lichter dan 250 gram) ondersteunen in de praktijk een vliegtijd van zo'n vijftien tot hooguit dertig minuten. Dat is in de meeste gevallen lang genoeg om mooie opnames te maken! Wanneer je een grotere drone met een zwaardere accu koopt, kun je mogelijk iets langer vliegen.

©DJI

Volgens DJI kan de Mini 5 Pro op een enkele acculading maximaal 36 minuten vliegen.

Opslag

Uiteraard wil je mooie luchtvideo's en -foto's opslaan. Zeker bij haarscherpe 4K-opnames en raw-kiekjes heb je flink wat opslagcapaciteit nodig. Duizend raw-bestanden nemen gemiddeld ongeveer 25 GB ruimte in beslag. Een uur videomateriaal in 4K-kwaliteit eist al gauw zo'n 50 GB opslagcapaciteit op.

Veel drones bevatten een interne opslagdrager. Dat is natuurlijk handig, maar meestal beperkt de opslagcapaciteit zich tot 8, 16, 32 of hooguit 64 GB. Gelukkig hebben veel modellen een microSD- of SD-kaartslot, zodat je bijvoorbeeld 128, 256 of 512 GB videomateriaal kunt opslaan. Controleer in de specificaties wel even hoeveel gigabyte het aanwezige kaartslot maximaal ondersteunt. Overigens kun je bij moderne drones de opgeslagen beelden vaak rechtstreeks naar een smartphone, tablet of laptop overzetten. Dat werkt via wifi of bluetooth.

©DJI

Verbind je smartphone met de drone en download vervolgens de gewenste beelden.

Veel opslagruimte nodig?

1 TB microSD-kaarten
GoDrone-app

Heb je een mooie dronelocatie op het oog? Check dan met GoDrone of je op deze plek mag vliegen. Deze app van Luchtverkeersleiding Nederland is voor iOS en Android beschikbaar. Het werkt simpel. In rood gemarkeerde gebieden ben je als dronepiloot niet welkom. Met name om luchthavens zie je op de landkaart grote rode cirkels. Daarnaast zie je kleine cirkels boven onder andere industriegebieden, havens, militaire zones en koninklijke paleizen.

Logischerwijs mag je in een ruim gebied rondom Schiphol geen drone laten opstijgen.

Veiligheidsfuncties

Hoe duurder de drone, hoe veiliger je over het algemeen kunt vliegen. Met name obstakeldetectie is ontzettend nuttig, want je verkleint daarmee de kans op een botsing met pakweg een boom, lantaarnpaal of gebouw. De behuizing telt hierbij meerdere sensors die mogelijke obstakels kunnen waarnemen. De drone remt automatisch of past zijn vliegroute zelfstandig aan.

Er zijn ook onbemande luchtvaartuigen met een gps-chip. Gaat er onverhoopt iets mis, dan kun je de locatie van het apparaat achterhalen. Nuttig voor het geval de drone bijvoorbeeld vastzit in een boom. Verder ondersteunen bepaalde modellen met gps geofencing. Hierbij vermijdt de drone op eigen houtje verboden gebieden. Je kunt meestal ook nog zelf virtuele grenzen instellen.

Nagenoeg alle cameradrones hebben een 'return to home'-functie. Is de batterij bijna leeg of valt het signaal van de controller of smartphone plotseling weg? De drone gaat in dat geval vanzelf terug naar de beginpositie. Hoewel je normaal gesproken niet in het donker mag vliegen, hebben sommige modellen ook nog verlichting. Je kunt de drone dan op grote afstand beter waarnemen.

©DJI

Bij de DJI Mini 4 Pro is de kans op een crash minimaal, want de behuizing bevat rondom meerdere sensors.

Kooptips

Wil je een nieuwe cameradrone kopen? We zetten drie populaire producten uit verschillende prijsklassen op een rij.

DJI Mini 4K

Zoek je een goede, betaalbare drone waarvoor je geen vliegbewijs nodig hebt? De DJI Mini 4K is in dat geval een uitstekende kandidaat, want de behuizing weegt exact 249 gram. De camera is op een zogeheten gimbal gemonteerd. Dankzij dit stabilisatiesysteem maakt deze drone vloeiende opnamen zonder schokken. Zelfs bij harde wind! Wegens een behoorlijke videoresolutie van 3840 × 2160 pixels ogen de beelden zeer scherp. De maximale fotoresolutie bedraagt 12 megapixel. Geen zin om zelf te sturen? Activeer dan een van de vier automatische vliegbewegingen. Voor het bekijken van luchtbeelden installeer je een app op een smartphone. Bij de hier besproken basisuitvoering zit een accu met een opgegeven vluchttijd van hoogstens 31 minuten. Daarnaast is er een controller zonder scherm bijgesloten. Tegen een meerprijs is er onder de naam Mini 4K Fly More Combo een pakket met twee extra accu's te koop.

Potensic Atom 2 Fly More Combo

De Potensic Atom 2 Fly More Combo bestuur je met de meegeleverde controller. Dit bedieningsapparaat heeft een geïntegreerde houder voor jouw smartphone, zodat je tijdens de vlucht live kunt meekijken. De video-overdracht werkt op een afstand tot hoogstens tien kilometer. Onder leiding van de aanwezige Sony-sensor legt deze drone video's vast op een maximale resolutie van 3840 × 2160 pixels. In combinatie met een framesnelheid van dertig beelden per seconde ervaar je een scherp en vloeiend beeld. Je kunt zo nodig tot 4× digitaal inzoomen. Opvallend is verder de maximale fotoresolutie van maar liefst 48 megapixel. Het is de Chinese fabrikant gelukt om net onder de grens van 250 gram te blijven. Kortom, je hoeft voor dit model geen vliegbewijs te halen. Deze Fly More Combo-set bevat onder meer drie accu's, een snellader, extra propellers en een opbergtas.

Hoverair X1 Pro

De Hoverair X1 Pro is een opvouwbare cameradrone die je makkelijk overal mee naartoe neemt. Naast de bescheiden omvang weegt de behuizing nog geen tweehonderd gram. Het halen van een vliegbewijs is dus niet nodig. Het betreft een zogeheten selfiedrone. Dit apparaatje volgt je namelijk automatisch tijdens een wandeling, kanotocht of mountainbikeroute. Kies tussen vijftien verschillende vliegmodi, zoals vogelperspectief of zijspoor. Met een resolutie van 3840 × 2160 pixels en een framesnelheid van zestig beelden per seconde leggen gebruikers hun avonturen haarfijn vast. Dankzij obstakeldetectie zijn zelfs bosrijke gebieden en nauwe steegjes geen enkel probleem. Een pluspunt is de nogal brede kijkhoek van 107 graden. Hierdoor vang je een groot gebied in beeld. Houd daarentegen wel rekening met een relatief korte vliegtijd van zo'n zestien minuten op een volle acculading. Er zit trouwens geen controller in de verpakking, want je bedient de selfiedrone met een smartphone-app.

View post on TikTok
▼ Volgende artikel
Dit weten we over Hogwarts Legacy 2 - Releasedatum, verhaal en serie
© Warner Bros.
Huis

Dit weten we over Hogwarts Legacy 2 - Releasedatum, verhaal en serie

Hogwarts Legacy was een gigantisch succes voor de gamedivisie van Warner Bros., dus een vervolg is eerder een kwestie van ‘wanneer’ dan ‘of’. Het bestaan van Hogwarts Legacy 2 is nog niet officieel bevestigd, maar er is wel al eens over een vervolg gepraat. Alle informatie - hoewel karig - die we op dit moment hebben vind je in dit overzicht.

Dit artikel is op 6 februari bijgewerkt.

Het in 2023 uitgekomen Hogwarts Legacy was een groot financieel succes voor Warner Bros. Games, wat ook positief is voor ontwikkelaar Portkey Games - dat voorheen vooral mobiele Harry Potter-games ontwikkelde. Daarnaast was het de bestverkochte titel van 2023, waardoor chief financial officer Gunnar Wiedenfels logischerwijs aangaf dat een vervolg op Hogwarts Legacy de grootste prioriteit is voor de gamedivisie van Warner (via Variety).

Watch on YouTube

Releasedatum en platformen van Hogwarts Legacy 2

Hogwarts Legacy is inmiddels al een paar jaar uit, maar de ontwikkeling van AAA-games duurt tegenwoordig steeds langer. Over het algemeen neemt dit zo’n zes jaar in beslag, maar gezien dit een vervolg betreft kunnen daar wat jaren vanaf geschaafd worden.

Als alles goed verloopt zou Hogwarts Legacy 2 dus wellicht eind 2027 of ergens in 2028 kunnen verschijnen, maar dat is verre van zeker. Verwacht wordt dat de game op de huidige generatie consoles uitkomt, dus de PlayStation 5, Xbox Series-consoles, pc en wellicht de Nintendo Switch 2, alsmede de volgende generatie aan hardware als de PlayStation 6 en next-gen Xbox.

©Warner Bros.

De Warner Bros.-overname door Netflix

Het is immers een rare tijd voor Warner Bros. Het bedrijf heeft zich in 2025 te koop gesteld, waarna een overeenkomst is gesloten met de streaminggigant Netflix. Dat bedrijf neemt Warner Bros. en diens film-, tv- en gamedivisies over - wat in het komende jaar nog wel door verschillende waakhonden gecontroleerd moet worden. Wat voor veranderingen dat met zich meebrengt voor de videogame-productiepijplijn is vooralsnog onbekend, maar het is onwaarschijnlijk dat Netflix een zeer waarschijnlijke kaskraker als Hogwarts Legacy 2 in de weg gaat zitten.

Gameplay Hogwarts Legacy 2

Hogwarts Legacy wordt ontzettend gewaardeerd door de immersiviteit van de titulaire school en de omliggende gebieden. Het spel is een rpg, en spelers krijgen dan ook de kans om een verhaal in de Wizarding World zelf in te vullen. De open wereld is niet altijd even interessant en diepgaand, maar de presentatie is prachtig, zowel als een vertaling van wat we al op het witte doek hebben gezien als in het doorvoeren van veranderingen voor het nieuwe tijdperk waarin de game zich afspeelt. Zo is de soundtrack onderscheidend ten opzichte van John Williams’ muziek voor de films.

©Warner Bros.

Daarbij komt het zwaaien met de toverstok uiteraard continu naar voren, zowel in de wereld als tijdens gevechten. Die zijn flitsend, kleurrijk en zitten mechanisch goed in elkaar, al kan het vervolg eventueel wat meer variatie in vijanden toevoegen. Veel spelers zouden het bijvoorbeeld op willen nemen tegen Dementors - geestachtige wezens die geluk ‘opzuigen’ - wat tot unieke gameplayscenarios zou kunnen leiden.

Het grootste gemis in Hogwarts Legacy is voor velen echter het gebrek aan sport. Quidditch - zwerkbal in het Nederlands - is bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel van de Harry Potter-verhalen, en hoewel het veld hiervoor wel te vinden is, kun je geen potje spelen in Hogwarts Legacy. Ontwikkelaar Unbroken Games bracht in november van 2024 wel een op zichzelf staande Quidditch-game uit - Harry Potter: Quidditch Champions genaamd - maar een vervolg op Hogwarts Legacy zou er goed aan doen de sport ook te implementeren.

Naar verwachting keert in ieder geval de spelwereld uit het eerste deel terug, vermoedelijk met meer gebieden om te verkennen. Er is immers een flinke hoeveelheid aan locaties uit de boeken om uit te putten.

©Warner Bros.

Verhaal van Hogwarts Legacy 2

In Hogwarts Legacy kan menig Harry Potter-fan diens droom uit laten komen. Met een zelfgemaakt personage worden spelers in Hogwarts opgeleid tot een ware tovenaar, waarbij de volledige school en omstreken te verkennen is. Het verhaal speelt zich rond het jaar 1890 af - iets meer dan honderd jaar voor de geschreven Harry Potter-verhalen - en toont de gebeurtenissen rondom een goblin-opstand die in dat tijdperk plaatsvond.

Gezien er nog niets bekend is over Hogwarts Legacy 2, valt nog niet te zeggen of het nieuwe verhaal zich weer in het verleden afspeelt. Er is daarentegen een indicatie naar een moderne setting voor het spel.

©Warner Bros.

Verbinding met de Harry Potter-serie

In een artikel van Variety over de toekomst van het Harry Potter-merk werd namelijk duidelijk dat Warner Bros. oren heeft naar een duidelijke verbinding tussen de verschillende media die ze uitbrengen. Daaronder valt dus ook de aankomende Harry Potter-serie op HBO Max, waarvan in het artikel staat dat het team bij Portkey Games “algemene aspecten van de verhaalvertelling” coördineert met het team achter de HBO Max-serie.

Volgens David Haddad - president van Warner Bros.’ gamedivisie - was het succes van Hogwarts Legacy een van de grootste redenen achter het inzetten van de ‘Potter-push’ voor de komende jaren. “De rest van het bedrijf was heel nieuwsgierig naar de deur die we hebben geopend met Hogwarts Legacy afgelopen jaar.”

Wat voor elementen de twee teams met elkaar afstemmen is nog lastig te zeggen, al gaat het volgens Variety dus om ‘aspecten van de verhaalvertelling’. Wellicht kunnen we dus personages en gebeurtenissen uit de serie door andere ogen bekijken in de game, of vice versa.

Het eerste seizoen van de Harry Potter-serie komt in begin 2027 uit, zo heeft Warner Bros. inmiddels bevestigd. Dominic McLaughlin en Nick Frost spelen de titulaire Harry Potter en de reus Hagrid. Daarnaast zullen Arabella Stanton en Alastair Stout respectievelijk de rollen van Hermione Granger en Ron Weasley - Harry’s beste vrienden - vertolken.

Boycot

Overigens is het noemenswaardig dat veel mensen alvorens de release van Hogwarts Legacy te boycotten, gezien de uitspraken en overtuigingen van Harry Potter-bedenker J.K. Rowling. De auteur heeft zich in de laatste jaren sterk uitgelaten over haar meningen rondom transgender personen, waar ze in sommige gevallen heeft beweert dat ‘transgender zijn helemaal niet bestaat’.

Rowling is tegenwoordig niet meer zo actief - en creatief - betrokken bij het Harry Potter-merk - waar Hogwarts Legacy een onderdeel van uitmaakt - maar profiteert nog wel altijd van het succes dat de franchise geniet. Het valt te verwachten dat de controverse hieromheen rond de release van het vervolg hoogstwaarschijnlijk weer oplaait.