ID.nl logo
Huis

Coöperatie Duurzame Energie voorziet hele buurt van groene stroom

Op het dak van de Haarlemse Fablo-tennishal liggen meer dan 1300 zonnepanelen. Niet om het bedrijf zelf van stroom te zien, maar om de lichten van 220 huishoudens in de buurt te laten branden. De samenwerking tussen bedrijven en burgers - het Coöperatie Duurzame Energie Ramplaan - om voor eigen, lokale en duurzame energie te zorgen blijkt een gouden combinatie.

Veel van de straten in het Ramplaankwartier in Haarlem lopen van noord naar zuid. Niet erg gunstig voor wie zonnepanelen op zijn dak wil leggen, vertelt Art den Boer. Hij is één van de vrijwilligers van de Coöperatie Duurzame Energie Ramplaan, de coöperatie die als één van de eersten in Nederland een samenwerking regelde tussen buurten en bedrijven om zonne-energie gedeeld aan te bieden. “Sowieso is het in steden zoals Haarlem vaak lastig om zonnepanelen aan te leggen”, vertelt Den Boer. “De huizen zijn vaak wat kleiner, en ouder. Het kost dan heel veel geld om dat ineens van groene stroom te moeten voorzien.”

De stichting bedacht daarom een onorthodox plan: in plaats van dat iedereen in de buurt zelf zonnepanelen zou neerleggen werd gekeken of het niet misschien samen gedaan kon worden, met de hulp van een ondernemer uit de buurt. Den Boer: “We vroegen ons af: als we zelf geen zonnepanelen kunnen plaatsen, zou het dan niet gewoon op een ander dak kunnen?” Dat bleek mogelijk nadat de leden van de coöperatie aan de praat kwamen met de eigenaar van een grote bloembollenhal in de buurt. De Fablohal is een groot gebouw dat in de winter wordt omgebouwd tot tennishal, en dat pal naast het Ramplaankwartier ligt – een echt onderdeel van de gemeenschap. “We spraken met de eigenaar, die ook wel enthousiast was over het plan om de zonnepanelen op zijn dak te leggen. ‘Ik gebruik dat dak verder toch niet’, was zijn redenatie.”

Plannen

De stichting ging veel lobbyen, flyerde op markten en sprak iedereen in de omgeving aan over de plannen. Na een tijd bleken er genoeg geïnteresseerden die ervoor open stonden te investeren in de zonnepanelen. Op de grote bedrijfshal net buiten de wijk werden 1.347 zonnepanelen geplaatst, die een aantal omliggende woningen in Haarlem en de dorpen Aerdenhout en Overveen van groene stroom voorzien. Makkelijk was dat niet. De coöperatie in de Ramplaan begon in 2011 met het kijken naar de mogelijkheden, maar het duurde tot september 2015 voor de zonnecentrale ook daadwerkelijk opende.

Het kostte veel tijd om genoeg buurtbewoners zover te krijgen te investeren in de plannen. Uiteindelijk vond de stichting genoeg leden die een intentieverklaring wilden tekenen. Maar het werven van leden was slechts één stap van de lange weg die de coöperatie moest bewandelen. Den Boer en zijn collega-vrijwilligers moesten in gesprek met veel partijen, zoals verzekeraars, investeerders, en zelfs het ministerie om de obstakels te overwinnen.

Het kostte veel tijd om genoeg buurtbewoners zover te krijgen te investeren in de plannen

-

Een groot probleem was de torenhoge energiebelasting die gebruikers bij het leggen van de zonnepanelen alsnog moesten betalen. Den Boer: “De elektriciteit wordt via het reguliere elektriciteitsnet naar de bewoners gestuurd. Dat betekent dat je er energiebelasting over moet betalen, en die is niet mis. De stroom zelf kost 4 cent per KWh, maar daar komt dan nog 17 cent belasting bovenop. Dat maakt het nou niet echt aantrekkelijk.” Daar kwam gelukkig al snel een einde aan, met de postcoderoosregeling die in 2014 inging. Daarbij is de eerste 10.000 kWh vrijgesteld van die energiebelasting.”

Een ander probleem waar de coöperatie tegenaan liep was de grootverbruikersaansluiting. “Die moesten we aanvankelijk verplicht nemen, maar dat kost heel veel geld. Dat hadden we niet zomaar liggen, en het doorberekenen aan de stroomafnemers was geen optie. Gelukkig heeft minister Kamp ook daar een oplossing voor bedacht. Een fysieke aansluiting is niet nodig, maar er moeten nog steeds wel gescheiden aansluitingen zijn. De oplossing is een virtuele aansluiting, waarbij er slechts een minimale technische aanpassing nodig is. Dat maakt de investering een stuk voordeliger.

Bovendien moest het elektriciteitsnet worden aangepast. Den Boer vergelijkt het huidige net met een boom, waarbij de dikke stam de oorspronkelijke stroomvoorziening is waar de energieleverancier aan voldoet, en de huishoudens die de stroom binnenkrijgen de takken. “Bij collectieve energie draai je dat echter om”, zegt Den Boer. “In dat geval komt er veel meer binnen vanuit één plek, juist bij die takken. Daarvoor moest er wat aangepast worden aan het stroomnet.”

©PXimport

Uitdagingen

Het is nog een hele opgave om een hele buurt voor zo’n lange tijd van stroom te voorzien. Je kijkt immers niet alleen naar de periode van zo’n 10 jaar die het kost om de investering terug te verdienen, maar ook naar het onderhoud van de zonnepanelen. Als er iets stuk gaat, moet dat natuurlijk gerepareerd worden. Bovendien is het moeilijk de energiebehoeftes voor lange tijd vast te leggen. Den Boer: “

Stel dat iemand nu meedoet met acht zonnepanelen, maar dat de kinderen daarvan over een paar jaar uit huis gaan. Ineens hoef je al die Xboxen niet meer aan te sluiten en gaat het stroomverbruik drastisch omlaag, zodat dat huishouden nog maar zes panelen nodig heeft.” Volgens Den Boer is dat met een coöperatie echter makkelijker te regelen. “Je kijkt dan gewoon wie er in de buurt juist ineens weer kinderen bij krijgt, of misschien heeft iemand verderop net een nieuwe Tesla gekocht en kan die nog wel wat extra stroom gebruiken.

Een ander probleem ligt bij de bedrijven zelf. “Je wilt niet hebben dat een bedrijf na vijf jaar zegt: ‘Weet je wat, eigenlijk hoef ik die panelen niet meer’, want dan zit de hele buurt ineens zonder stroom. We maken daarom van tevoren goede afspraken met de gebouweigenaren, die we ook notarieel laten vastleggen. Zo weten we zeker dat een bedrijf zijn dak voor minimaal 25 jaar beschikbaar stelt.” Hetzelfde geldt overigens voor de deelnemende leden zelf. Die tekenen vooraf een intentieverklaring waarin staat dat ze willen meedoen met het project.

Den Boer geeft toe dat veel van dergelijke bedrijven nu nog vooral meedoen vanuit de goedheid van hun hart. “Er zit weinig financiële motivatie achter, al zijn we inmiddels wel zo ver dat veel bedrijven een financiële vergoeding kunnen krijgen als ze aan een dergelijk project mee doen.” Dat moet ook wel, want het kost uiteindelijk wel tijd en geld om de zonnepanelen en het dak te onderhouden en om administratieve zaken te regelen. Meestal doen bedrijven echter mee omdat ze duurzaamheid of buurtgevoel nu eenmaal belangrijk vinden.

“Veel bedrijven die meedoen, zoals de Fablohal hier, zijn nauw verbonden met de gemeenschap en willen daar graag iets voor terugdoen. En door dat buurtgevoel raken ook bewoners weer meer betrokken bij hun wijk.” Volgens Den Boer ontstaat er zo een trots onder de buurtbewoners. “Normaal sta je niet zo stil bij waar je elektriciteit vandaan komt. Het komt uit de muur, het is er, en dat neem je voor lief terwijl je iedere maand tientjes afstaat aan een naamloze grote corporatie. Maar bij dit soort buurtinitiatieven voel je je toch trots: ‘Dit is ónze stroom die wíj met onze buurt hebben opgewekt’. En dat werkt voor bedrijven ook weer zo.”

Win-win

Aan de andere kant is het bedrijfstechnisch niet helemaal altruïstisch om mee te doen. Uiteindelijk moeten industrieën toch gaan ‘vergroenen’, en veel bedrijven beseffen dat ze beter vroeg dan laat kunnen instappen. Den Boer: “Veel steden hebben duurzaamheidsdoelstellingen. Haarlem wil bijvoorbeeld in 2040 helemaal klimaatneutraal zijn. Bedrijven moeten daar uiteindelijk linksom of rechtsom aan mee gaan werken, en je ziet dat dat op deze manier sneller gebeurt. Hetzelfde geldt voor het MVO-beleid (‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’) wat steeds belangrijker wordt, dus bedrijven zoeken nu al manieren om daar invulling aan te geven.”

De meeste bedrijven doen nog mee uit de goedheid van hun hart, niet om financieel gewin

-

Volgens Den Boer wordt duurzaamheid ook steeds belangrijker bij de beslissing van klanten om met een bedrijf in zee te gaan. “‘Groen zijn’ is niet langer een wassen neus. Een bedrijf komt er niet meer mee weg om alleen te zeggen dat ze het milieu belangrijk vinden. Ze moeten het ook echt kunnen aantonen. Klanten letten daar steeds meer op, en stroomafnemers ook.”

Natuurlijk ontvangen de bedrijven zelf ook stroom van de voorziening. “Vaak zie je een hybride werking, waarbij bijvoorbeeld een kwart van de opgewekte stroom voor het bedrijf zelf is – dat heeft uiteindelijk toch meer nodig – en de rest voor de wijk. Dat is dus een win-win-situatie.”

De toekomst

De stap die daarop volgt is volgens Den Boer minstens zo belangrijk. Volgens hem gaan bedrijven na het plaatsen van zonnepanelen nadenken over wat ze nog méér kunnen doen. “Vaak zie je dat dit stap één is en dat bedrijven zo enthousiast zijn over zo’n initiatief dat ze verder gaan kijken. Misschien zijn er wel meer opties, zoals een gezamenlijke windmolen kopen. Of misschien kunnen ze samenwerken met de buurt om te zorgen dat die van aardgas kan afstappen.” Zulke dingen moeten in de toekomst toch gaan gebeuren, denkt Den Boer, maar het maakt een verschil in hoe je het aan burgers vraagt. “Een gemeente kan zeggen: ‘Over 25 jaar moet je van aardgas af zijn, zorg maar dat je het geregeld krijgt’, maar daar wordt niemand gelukkig van. Je bent beter af als je burgers en bedrijven stimuleert dat uit zichzelf te doen, omdat het nu eenmaal voor iedereen goed is.”

Het verschilt overigens erg per gemeente hoe daar tegenaan gekeken wordt, zegt Den Boer. De gemeente Haarlem vindt die stimulatie bijvoorbeeld belangrijk en stelt daarom de daken van het gemeentehuis beschikbaar voor een coöperatie van huishoudens in de binnenstad – maar lang niet iedere gemeente is nog zo vrijgevig.

Den Boer denkt dat het coöperatief afnemen van energie groot gaat worden. “Je ziet het in steeds meer steden gebeuren. In Breda is bijvoorbeeld een initiatief waar een groot veld is aangewezen voor het plaatsen van zonnepanelen. Dat kan hier in Haarlem eigenlijk niet omdat hier de ruimte niet is, maar per stad zijn er veel verschillen in hoe coöperaties te werk gaan.” Toch moet er nog veel gebeuren voor iedereen een zonnecellenproject kan opstellen, denkt Den Boer. “Het is nog te veel gedoe. Stichtingen, die bestaan uit vrijwilligers, zijn er nog veel tijd aan kwijt en voor veel deelnemers zit er ook nog een hoop werk aan vast. Waar we naartoe willen is dat iedereen lokaal opgewekte groene stroom kan krijgen zonder gedoe.”

▼ Volgende artikel
Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?
© Octopus16 - stock.adobe.com
Huis

Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?

De stoomfunctie is inmiddels op veel wasmachines te vinden. Fabrikanten gebruiken deze techniek vooral om kreuk te verminderen, geurtjes aan te pakken en kleding snel op te frissen. De werking is vrij simpel. De machine verhit een kleine hoeveelheid water en laat de stoom op een precies moment in de trommel. Dat kan tijdens een normaal wasprogramma of via een apart stoomprogramma. Die twee toepassingen hebben elk een ander effect, waardoor het handig is om het verschil te kennen.

In dit artikel

De stoomfunctie op een wasmachine klinkt handig, maar wat doet deze functie nu precies? Je leest hoe stoom wordt ingezet tijdens wasprogramma's en opfrisbeurten, wat het effect is op kreuk en geurtjes en wanneer een hygiëneprogramma zin heeft. Ook leggen we uit wat je er in de praktijk van kunt verwachten.

Lees ook: Ecostand op wasmachines: hoe werkt dat en wat bespaar je ermee?

Hoe stoom tijdens een wasprogramma werkt

Bij de meeste wasprogramma's wordt stoom in de laatste fase ingezet. De warme damp ontspant de vezels, waardoor de was minder gekreukt uit de trommel komt, vaak nog voordat het centrifugeren begint. Dat effect zie je vooral bij synthetische stoffen en gemengde materialen. Katoen blijft gevoeliger voor kreuk en reageert minder sterk op stoom. Ook de belading speelt een rol. Zit de trommel vol, dan kan de stoom minder goed bij het wasgoed komen en is het effect dus kleiner.

De manier waarop stoom wordt verspreid, verschilt per wasmachine. Sommige modellen blazen de damp van bovenaf in de trommel, andere via de bodem. Het principe is hetzelfde, maar de maar de manier waarop de damp door de trommel wordt verspreid varieert per merk. Belangrijk om te weten is dat stoom het water en het wasmiddel niet vervangt Het ondersteunt de was, maar maakt stoffen niet op zichzelf schoon.

View post on TikTok

Extra hygiëne met een stoomprogramma

Naast stoom tijdens een gewone wasbeurt beschikken veel machines ook over aparte hygiëneprogramma's. Deze werken met een gecontroleerde temperatuur die hoog genoeg is om allergenen te verminderen, maar lager blijft dan bij een kookwas. Vooral pollen en huisstofmijt worden op deze manier aangepakt. Fabrikanten noemen soms percentages voor bacteriereductie, al zijn die gebaseerd op tests met kleine lapjes stof. In een volle trommel valt het effect lager uit. Stoom vormt daarmee vooral een extra aanvulling: hygiënischer dan een koud opfrisprogramma, maar geen volwaardige vervanging van een intensieve wasbeurt.

Kleding opfrissen zonder wasbeurt

Het opfrisprogramma is voor veel mensen de meest gebruikte toepassing van stoom. De trommel draait hierbij rustig, terwijl de stof warm en licht vochtig blijft. Stoom-opfrisprogramma's duren meestal zo'n 20 tot 30 minuten, afhankelijk van het merk, de vulling van de trommel en het gekozen programma. Sommige machines geven precies 20 minuten aan, bij andere loopt het op tot ongeveer een half uur. Geuren die zich in textiel vastzetten, zoals rook, kooklucht of andere vervelende geurtjes die in textiel zijn blijven hangen, verdwijnen doorgaans goed. Vlekken en vetresten worden hiermee niet verwijderd. De techniek werkt vooral bij kleding die je kort hebt gedragen en verder schoon is. Doordat er weinig water wordt gebruikt en de trommel minder intensief beweegt, blijft de belasting voor de stof beperkt.

Energieverbruik en slijtage van kleding

Het maken van stoom kost warmte en dus energie. Toch ligt het totale verbruik meestal lager dan bij een volledige wasbeurt, omdat er nauwelijks water door de machine stroomt. Voor kleding is een stoomprogramma relatief mild. De vezels worden minder zwaar belast dan tijdens een normale was, al kunnen elastische materialen bij zeer frequent gebruik gevoeliger reageren op warmte. Dat effect verschilt per stof en per merk.

©Sergei Klopotov

Wat stoom wel én niet doet

De stoomfunctie werkt vooral in specifieke situaties. Kreukvermindering zie je vooral bij synthetische stoffen en een niet te volle trommel. Hygiëneprogramma's helpen allergenen te verminderen, maar vervangen niet de klassieke wasbeurt. Opfrisprogramma's verwijderen geuren, maar laten vlekken ongemoeid. In de praktijk levert stoom vooral gemak op. Je hoeft minder te strijken, kleding blijft langer fris en je kunt een kort programma gebruiken voor was die nog niet echt vies is.

Conclusie

De stoomfunctie is een handige aanvulling op de gewone was. Kleding komt frisser uit de trommel, je kunt kleding vaker dragen zonder dat je een compleet wasprogramma  hoeft te dragen en de extra hygiëne van stoom is ideaal tegen allergenen. De techniek neemt de rol van water en wasmiddel niet over, maar stoom voegt wel extra gemak toe voor wie minder wil strijken en kleding langer mooi wil houden.

Echte wasmachinereviews, van echte consumenten

Op Review.nl kun je lezen wat echte gebruikers vinden van producten. Weten wat hun oordeel over de nieuwste wasmachines van Samsung, LG en Haier is? Lees hier de Review.nl-wasmachine-testresultaten. P.S. Je kunt je ook zelf aanmelden om de nieuwste producten te testen!

 5x Wasmachines met stoomfunctie

De Hisense WF3S9043BW3/BLX is een moderne wasmachine die opvalt door zijn opvallend lage energieverbruik, met een label dat maar liefst 30% zuiniger is dan de standaard A-klasse. Met een trommelinhoud van 9 kilogram biedt het apparaat voldoende ruimte voor de was van een groot gezin. De machine haalt een toerental van 1400 rotaties per minuut en zet stoom in voor een extra diepe, hygiënische reiniging van het textiel. Voor wie weinig tijd heeft, zijn er handige opties zoals het Power Wash-programma van 49 minuten of een ultrakorte cyclus van een kwartier.

De Samsung WW11DB7B34GBU3 Bespoke EcoBubble heeft een trommelcapaciteit van 11 kilogram. Voor een diepgaande reiniging beschikt de machine over een gespecialiseerd stoomprogramma dat afrekent met allergenen en bacteriënt. Naast de fysieke prestaties biedt het apparaat slimme functies via de SmartThings-app. Dankzij de EcoBubble-technologie wordt het wasmiddel krachtig de stof in geblazen, waardoor kleding ook op lagere temperaturen grondig schoon wordt en de kwaliteit van het textiel behouden blijft.

De AEG LR7604UC4 uit de 7000-serie (vulgewicht 10 kilo) is ontworpen om kleding langer mooi te houden door vaker te stomen in plaats van te wassen, wat slechts twee liter water per cyclus verbruikt. Met het Steam Refresh-programma zijn muffe geurtjes en kreukels binnen 25 minuten verdwenen, terwijl de UniversalDose-lade ervoor zorgt dat wasmiddelcapsules sneller oplossen voor een beter resultaat bij koude wasbeurten. De PreciseWash-technologie optimaliseert de instellingen automatisch op basis van het gewicht, wat een besparing tot 40% op tijd en energie oplevert bij kleinere ladingen. Voor de dagelijkse was biedt het MixLoad-programma een snelle oplossing door gemengd textiel in 69 minuten grondig te reinigen op slechts 30 graden.

De Siemens WG44G2ZWNL (vulcapaciteit 9 kilo) heeft een zeer zuinig energielabel A en biedt dankzij het speedPack L maximale tijdsbesparing. Voor hardnekkige vlekken past het antiVlekken-systeem de temperatuur en spoeltijd automatisch aan. De stoomfunctie, genaamd smartFinish, strijkt zelfs sterk gekreukte items in slechts 20 minuten glad. De innovatieve waveTrommel zorgt ervoor dat zijde en andere fijne stoffen behoedzaam worden behandeld. Dankzij de koolborstelloze iQdrive-motor is de machine niet alleen stil en efficiënt, maar ook nagenoeg slijtagevrij.

De Bosch Serie 4 WAN282E4FG (vulgewicht 8 kilo) is een uiterst efficiënte wasmachine met energielabel A. Met de Iron Assist-functie wordt kleding gedurende 20 minuten met stoom behandeld, wat kreukels tot wel 50% vermindert. Sensoren van Active Water Plus zorgen ervoor dat het waterverbruik exact wordt afgestemd op de hoeveelheid wasgoed, terwijl de SpeedPerfect-optie de wastijd met 65% verkort voor een snelle, schone resultaat. Voor extra hygiëne doodt het Hygiene Plus-programma bacteriën al op 40 graden, wat ideaal is voor babykleding of mensen met een allergie. De bijvulfunctie maakt het mogelijk om een vergeten kledingstuk tijdens de wasbeurt alsnog toe te voegen.

Wasmiddel!

(groot inkopen, dan grijp je nooit mis)
▼ Volgende artikel
Wat betekent IP68 eigenlijk?
© ID.nl
Huis

Wat betekent IP68 eigenlijk?

Bij de specificaties van een nieuwe smartphone, smartwatch of bluetooth-speaker zie je vaak de term 'IP68' staan. In marketinguitingen wordt dit veelal vertaald naar 'waterdicht' of 'stofbestendig'. Dat klinkt geruststellend, maar de praktijk is weerbarstiger. Kun je met een IP68-telefoon daadwerkelijk zwemmen, of biedt de certificering slechts bescherming tegen een val in het toilet?

De term IP68 is een technische classificatie die exact aangeeft in welke mate de behuizing van elektronica bestand is tegen invloeden van buitenaf. De afkorting IP staat voor Ingress Protection (of soms International Protection). Het is een internationale standaard die duidelijkheid moet scheppen over de robuustheid van een apparaat. De code bestaat altijd uit twee cijfers, waarbij het eerste cijfer iets zegt over vaste stoffen en het tweede cijfer over vloeistoffen.

©ID.nl

Het eerste cijfer: bescherming tegen stof

In de code IP68 staat het eerste cijfer, de 6, voor de bescherming tegen vaste deeltjes zoals stof en zand. Deze schaal loopt van 0 (geen bescherming) tot 6 (maximale bescherming). Een apparaat met een 6 als eerste cijfer is dus volledig stofdicht.

In een testomgeving betekent dit dat er, zelfs na acht uur blootstelling aan circulerend stof, niets de behuizing is binnengedrongen. Voor de levensduur van je toestel is dit heel belangrijk, aangezien opgehoopt stof aan de binnenkant kan zorgen voor slechtere koeling of zelfs kortsluiting.

©ID.nl

Het tweede cijfer: bescherming tegen water

Voor veel consumenten is het tweede cijfer doorslaggevend bij de aankoop. Dit getal geeft de weerstand tegen vocht aan. Bij IP68 is dit een 8. Hoewel de schaal in specifieke industriële gevallen doorloopt tot 9, is 8 doorgaans de hoogste score die je bij consumentenelektronica tegenkomt.

Om de waarde van die 8 te begrijpen, is het goed om te weten dat een 4 slechts staat voor spatwaterdichtheid (bijvoorbeeld regen) en een 7 aangeeft dat een toestel incidenteel ondergedompeld kan worden (tot 1 meter diep).

Een IP68-certificering gaat een stap verder. Het betekent dat het toestel hermetisch is afgesloten en geschikt is voor langdurige onderdompeling dieper dan 1 meter. Fabrikanten mogen bij dit cijfer zelf specificeren wat de exacte limiet is. Vaak garanderen merken zoals Samsung of Apple dat een toestel 30 minuten lang op een diepte van 1,5 tot wel 6 meter kan overleven. Het is daarom altijd slim om de specifieke productpagina van het apparaat te raadplegen voor de exacte waarden.

Laboratorium versus de praktijk

Hoewel de specificaties suggereren dat je probleemloos het water in kunt duiken met je elektronica, is enige nuance op zijn plaats. De tests voor deze certificeringen worden namelijk uitgevoerd onder strikte laboratoriumcondities. Hierbij wordt gebruikgemaakt van vers, stilstaand kraanwater. De werkelijkheid is vaak anders.

©ID.nl

Wanneer je bijvoorbeeld met een telefoon gaat zwemmen, beweeg je door het water. Hierdoor ontstaat waterdruk die lokaal hoger kan zijn dan de druk in een stilstaande testtank. Hierdoor kan water alsnog langs de afdichtingen worden geperst. Daarnaast is de samenstelling van het water een risicofactor. Zeewater bevat zout en zwembadwater bevat chloor. Beide stoffen kunnen de lijmranden en rubberen afdichtingen van een toestel aantasten. Zodra deze afdichtingen uitdrogen of poreus worden, is de waterdichtheid niet langer gegarandeerd. Ook zeep en shampoo onder de douche verlagen de oppervlaktespanning van water, waardoor vocht makkelijker binnendringt.

Slijtage en garantievoorwaarden

Een ander belangrijk aspect is de factor tijd. Een gloednieuw toestel dat net uit de doos komt, voldoet perfect aan de IP68-normen. Na verloop van tijd kan de bescherming echter afnemen door normale slijtage, temperatuurschommelingen of kleine valpartijen die onzichtbare haarscheurtjes veroorzaken. Een toestel met een barst in het scherm of de achterkant is per definitie niet meer waterdicht.

©ID.nl

Tot slot is er een belangrijk voorbehoud rondom de garantie. Vrijwel alle fabrikanten sluiten waterschade uit van de fabrieksgarantie, ondanks de IP68-rating. In de meeste moderne smartphones zitten vochtsensoren. Als deze verkleuren door contact met water, zal een reparatieverzoek doorgaans worden afgewezen. De fabrikant kan achteraf namelijk niet controleren of het toestel op 1,5 meter diepte is geweest (wat zou moeten kunnen) of op de bodem van een diep zwembad heeft gelegen.

Conclusie

IP68 biedt een goede bescherming bij alledaagse ongelukjes. Valt je telefoon per ongeluk in de wasbak, het toilet of een plas water, dan is de kans op schade met deze certificering zeer klein. Maar zie IP68 vooral als een vangnet voor noodgevallen. Gebruik je je telefoon onder water, bijvoorbeeld in zee voor onderwaterfotografie, dan kun je beter het zekere voor het onzekere nemen en een speciale waterdichte hoes gebruiken.

3x IP68-smartphones

Vrijwel alle high-end smartphones hebben tegenwoordig deze certificering. Dit is de standaard voor toestellen in het duurdere segment.

Samsung Galaxy S25-serie: Samsung voorziet zijn toptoestellen al jaren standaard van IP68. Dit geldt voor de gehele lijn (S25, S25+ en S25 Ultra).

Apple iPhone 17-serie: Hoewel Apple vaak spreekt over 'maximale diepte van 6 meter diep tot 30 minuten' (wat de IP68-norm overstijgt), vallen ze technisch onder de IP68-classificatie. Dit geldt voor zowel de standaardmodellen als de Pro-versies. Lees hier onze Apple iPhone 17 review.

Google Pixel 10 Pro XL: Ook de nieuwere generaties telefoons van Google zijn volledig stof- en waterdicht volgens deze norm. Lees hier onze Google Pixel 10 Pro XL review.

3x IP68-smartwatches (5ATM)

Bij smartwatches is het opletten: IP68 is vaak niet genoeg om mee te zwemmen (vanwege de armslag-druk). Daarom hebben goede horloges vaak ook een '5ATM' of 'WR50' rating. De onderstaande modellen combineren deze eigenschappen of hebben een gelijkwaardige bescherming.

Samsung Galaxy Watch 8: Deze horloges hebben expliciet zowel een IP68- als een 5ATM-rating, waardoor ze officieel geschikt zijn om mee te zwemmen. Lees hier onze Samsung Galaxy Watch 8 Classic review.

Google Pixel Watch 3: Ook dit horloge draagt de IP68-classificering in combinatie met 5ATM waterbestendigheid. Lees hier onze Google Pixel Watch 3 review.

Apple Watch Ultra 2:Let op: Apple gebruikt officieel de zwaardere zwemstandaard (WR100; WR staat voor water-resistant) en noemt daarbij vaak IP6X voor stofdichtheid. In de volksmond valt deze watch in de "beter dan IP68"-categorie voor water, maar technisch is de rating anders omschreven. Het horloge is echter uitstekend waterdicht. Lees hier onze Apple Watch Ultra 2 review.

3x bluetooth-speakers (IP68 vs. IP67)

Hier zit een addertje onder het gras. De overgrote meerderheid van de "waterdichte" speakers (zoals de populaire JBL Flip 6 of UE Boom 3) heeft een IP67-rating. Dat betekent: dompeldicht tot 1 meter. IP68 (dieper dan 1 meter) is bij speakers zeldzaam omdat je een speaker zelden diep onder water duwt. Toch zijn er inmiddels modellen die de stap naar IP68 maken of zeer dicht in de buurt komen:

JBL Charge 6: In de nieuwste generaties stappen fabrikanten zoals JBL bij specifieke modellen over naar IP68 om de robuustheid te benadrukken. (Let op: check altijd de doos, de voorganger Charge 5 was nog IP67).

Tribit StormBox Micro 2: Een zeer populaire, compacte speaker die vaak wordt geprezen om zijn volledige waterdichtheid (IP67, maar in tests vaak robuuster bevonden).

Soundcore Motion X600: Deze speaker staat bekend om zijn ruimtelijke geluid: de muziek lijkt van alle kanten te komen in plaats van uit één punt. Ondanks zijn chique uiterlijk is hij met een IPX7-rating volledig waterdicht, dus hij kan prima mee naar het park of strand.

Advies: Voor een bluetooth-speaker is IP67 in de praktijk ruim voldoende (hij overleeft een val in het zwembad). Staar je voor speakers dus niet blind op die '8' aan het eind; een '7' is hier ook uitstekend.

Een verfrissende duik?

(in het zwembad of in zee)