ID.nl logo
Beste ssd van 2022: de snelste ssd's die je kunt kopen
© Reshift Digital
Huis

Beste ssd van 2022: de snelste ssd's die je kunt kopen

Een ssd is onmisbaar in elk nieuw systeem, maar ook in elke oudere configuratie. De vraag is: wat is de beste ssd? Reden voor ons om de 21 populairste ssd’s van dit moment eens goed aan de tand te voelen.

Een ssd kun je op meerdere manieren testen en beoordelen. Daarbij is het vooral belangrijk om na te denken over je gebruiksdoel, want verschillende ssd’s hebben hun eigen voor- en nadelen. Zo is de ene ssd beter geschikt voor licht gebruik of als extra ssd om bijvoorbeeld games van te laden, terwijl andere beter zijn als primaire schijf voor je besturingssysteem of in zware scenario’s zoals foto- of videobewerking.

We hebben onze test daarom op enkele duidelijke praktijksituaties gericht, die het best worden gesimuleerd door de testsuites van PC Mark 10. Hoe gaat de ssd om met kortstondig intensief gebruik (Quick Test), hoe presteert de ssd als primaire schijf voor je besturingssysteem (Full Test) en hoe gaat de ssd om met een extreem intensief scenario (Consistency test)? 

We nemen de sequentiële test (ATTO Benchmark 2M Test) wel mee om na te gaan of eventuele marketingclaims met betrekking tot maximale snelheden kloppen, maar onze scores zijn gebaseerd op meer praktische testen.

In deze test concentreren we ons op deze gen4-ssd’s. De ontwikkelingen rond oudere poorten staan inmiddels stil. Er verschijnen nauwelijks nog nieuwe ssd’s die zich op SATA- of gen3-interfaces richten. Bekijk hieronder de testuitslag in één oogopslag. Daarna bespreken we uitgebreid waar je bij aanschaf op moet letten en lichten we de beste ssd's er uit.

©PXimport

Betrouwbaarheid

We zouden de betrouwbaarheid graag het zwaarst laten wegen, maar die is – zoals we ook in eerdere tests al schreven – nagenoeg onmogelijk om te testen. De meeste ssd’s zijn gemaakt om een miljoen of meer uren te draaien. Zelfs bij voortdurend gebruik heb je daar meer dan honderd jaar voor nodig, dus daar kunnen we niets mee. 

Ook instap-ssd’s blijven in een test jarenlang werken. Tegen de tijd dat we iets zinnigs zouden kunnen zeggen over de betrouwbaarheid van een ssd, zal dat model allang uit de handel zijn. Bovendien leveren testresultaten van één product onvoldoende relevante data op om iets over andere producten van een bepaald merk te zeggen.

Voor jou is dit overigens goed nieuws, want het betekent dat je bij aanschaf geen rekening hoeft te houden met de levensduur van een ssd.

Let op de temperatuur

Het verwerken van gigabytes aan data per seconde is geen eenvoudige taak voor de controller van een ssd. De temperatuur kan dan ook flink oplopen. Hoewel het voor eenvoudig gebruik geen vereiste is, zal een gen4-ssd bij intensief gebruik gekoeld moeten worden.

Veel moederborden zijn standaard al voorzien van heatsinks voor ssd’s, en sommige ssd’s worden zelf met een heatsink geleverd. Is geen van beide het geval, dan raden we aan om een losse heatsink te bestellen. Dit kost je pakweg een tientje, maar is die investering zeker waard.

Welke capaciteit?

Ssd’s met een hogere capaciteit zijn doorgaans sneller dan varianten met minder opslagruimte. Zeker de echt kleine ssd’s tot 256 GB zijn minder snel in benchmarks. Een grotere ssd is bovendien duurzamer vanwege het grotere aantal geheugencellen.

Ook zijn ssd’s met een hogere capaciteit vaak een stuk goedkoper per gigabyte. Zo hebben ssd’s van rond de 250 GB een slechte prijs-per-gigabyteverhouding, waardoor een ssd met circa 500 GB doorgaans slechts een tientje of twee meer kost. Dat geeft je betere prestaties, meer betrouwbaarheid en extra capaciteit voor de toekomst. Zeker de moeite waard om te overwegen dus.

Migreren of schoon installeren?

De meeste ssd’s komen met een migratietool om je hele systeem over te zetten. In onze ervaring is een ssd-upgrade een goed moment voor een schone installatie. Windows 10 of 11 herinstalleren is zo gepiept, en zo maak je weer echt een schone start met je systeem. Zorg wel voor een goede back-up.

Lees ook: Zo upgrade je van hdd naar ssd

©PXimport

Koopadviezen

We hebben 21 verschillende ssd’s getest, te veel om stuk voor stuk te bespreken. We kiezen ervoor om de beste ssd’s voor verschillende doeleinden uit te lichten.

In de meeste categorieën is de concurrentie stevig en zijn de onderlinge verschillen erg klein. Bovendien kunnen de prijzen van ssd’s van dag tot dag verschillen. We noemen bij elke categorie dan ook enkele alternatieven om naar te kijken. Zie je dat een van die alternatieven stukken goedkoper is dan de testwinnaar, dan kun je gerust voor die alternatieve optie kiezen.

Voor professioneel gebruik

©PXimport

Gen4-ssd’s komen vanwege hun high-end-prestaties het best tot hun recht in zware applicaties. Denk daarbij aan foto- of videobewerking, of aan andere taken waarbij je actief werkt met grote bestanden. Dit zijn vaak (semi-)professionele doeleinden, waarbij zaken als prestaties, stabiliteit en ondersteuning zwaarder wegen dan de prijs. De tijdbesparing die een rappe ssd met zich meebrengt, verdient zichzelf in zo’n scenario normaliter terug. Tegelijkertijd wil je ook tijd besparen op zaken als firmware-updates.

De Samsung 980 PRO presteert over de hele linie, van lichte tot extreem zware taken, simpelweg uitstekend en laat geen steken vallen. Het is niet de allersnelste ssd op de markt, maar verdient voor professioneel gebruik toch de voorkeur. Samsung heeft namelijk met afstand de best uitgevoerde software, met vlot verlopende software- en firmware-updates en uitstekende duurzaamheidsstatistieken.

Andere goede ssd’s voor professionals zijn de WD Black SN850, Kingston KC3000, Corsair MP600 PRO LPX/XT en Seagate Firecuda 530.

Voor allround gebruik

©PXimport

Geef je alleen om snelheid? Dan kijken we simpelweg naar de prestatiescores in de grafieken. Maar ook dat is geen eenvoudige taak, want geen enkele ssd is in élke test de snelste. Daarbij scoren sommige ssd’s goed in specifieke tests omdat ze daar doelbewust voor zijn gebouwd, terwijl ze vervolgens elders weer stevig inleveren.

Kijken we naar de lichte tot middelzware taken die de meeste gebruikers zullen uitvoeren, dan zijn er twee ssd’s die consistent hoog scoren: de WD Black SN850 en de Kingston KC3000. Dit duo gaat praktisch gelijk op in de bovenste regionen van de testgrafieken. De WD Black SN850 was de afgelopen maanden steevast een stuk goedkoper dan zijn concurrent, en bij een praktisch gelijke score wegen we dat natuurlijk ook mee. De WD Black SN850 verdient dan ook het keurmerk Best Getest.

Andere goede keuzes voor consistente allround prestaties zijn dus de Kingston KC3000, maar ook de Corsair MP600 PRO LPX/XT.

Voor non-stop gebruik

©PXimport

Om goed tot zijn recht te komen bij non-stop gebruik, moet een ssd daar eigenlijk specifiek voor ontwikkeld zijn. De meeste exemplaren hebben namelijk rustmomenten nodig om hun rappe prestaties vol te houden, terwijl ze in de consistentietest juist vele uren aaneen aan het werk worden gezet.

Als we de ssd’s voortdurend onder druk zetten, blijken drie uitvoeringen aanzienlijk beter stand te houden dan de andere: de Corsair MP600 PRO LPX en XT, en de Seagate Firecuda 530. Die drie pakken een enorme marge op de rest als het op extreme scenario’s aankomt. Zelfs de eerdergenoemde 980 PRO, KC3000 en SN850 Black delven hier het onderspit.

De Corsairs scoren net wat beter in de gematigd intensieve taken en pakken daarmee de winst in deze categorie. Welke van de twee uitvoeringen je kiest, maakt niet zoveel uit: de LPX heeft een iets slankere heatsink dan de XT, maar de prestaties zijn vergelijkbaar. Het is maar net welke uitvoering op dat moment het goedkoopst is.

Prijs-prestatieverhouding

Wil je een ssd die niet te veel kost, maar wel goed presteert? Dan zien we vier ssd’s met een prijs-per-terabyte tot 125 euro. Daarmee zijn ze nauwelijks duurder dan middenklasse gen3-ssd’s. Twee daarvan, de Sabrent Rocket Q en de WD SN750SE, presteren alleen zoveel slechter dan de rest dat we ze niet echt kunnen aanbevelen.

De Sabrent Rocket NVMe 4 en de Crucial P5 Plus presteren voor een minimale meerprijs een heel stuk beter. Vooral de Crucial valt positief op. De P5 Plus is dan ook onze keuze voor wie op zoek is naar de beste prijs-prestatieverhouding. Althans, zolang dit model scherp geprijsd blijft ten opzichte van zijn concurrenten. Anders is de Sabrent Rocket NVMe 4 een goed alternatief.

Voor Playstation 5

De PlayStation 5 kun je uitbreiden met een gen4-ssd. De eisen die Sony stelt aan een ssd zijn iets anders dan bij een computer. Zo dient hij een leessnelheid van minimaal 5500 MB per seconde te hebben en voorzien te zijn van een heatsink. Bovendien mogen de ssd en heatsink samen niet hoger zijn dan 11,25 mm, al zit daar een klein beetje speling in.

Uit onze tests blijkt dat de prestatieverschillen tussen ssd’s in een PS5 bij het laden van spellen marginaal zijn. Daardoor is een betaalbare ssd die aan de eisen voldoet het interessantst. Overigens kun je een losse heatsink al voor zo’n 10 euro bestellen, dus hoeft een ssd niet standaard met heatsink geleverd te worden. We zien dat de Crucial P5 Plus de beste optie is, gevolgd door de Aorus Gen4 en de Corsair MP600 PRO LPX.

Lees hier hoe je een ssd in je PS5 installeert.

Grote capaciteiten

©PXimport

De meeste ssd’s zijn te koop in capaciteiten tot 2 of 4 TB, genoeg voor de meeste doeleinden. Wil je meer, dan zijn er ook enkele opties van 8 TB. Die kunnen handig zijn om bijvoorbeeld een enorme gamebibliotheek te installeren op een Steam Deck, waar maar één ssd in past.

Om op één klein stukje hardware van slechts 8 cm lang 8 TB aan opslag te bieden, moeten er concessies worden gedaan. Zo maken dergelijke ssd’s gebruik van QLC-geheugen, waardoor ze onderaan de prestatiegrafieken bungelen.

De Corsair MP400 en de Sabrent Rocket Q koop je dus niet vanwege hun snelheid, maar het zijn twee van de weinige opties als je echt meer opslag nodig hebt. Onderling zijn er nauwelijks prestatieverschillen, dus je kunt je door de prijs laten leiden. In de laatste paar maanden was de Rocket Q meestal net iets goedkoper dan de MP400.

Conclusie

Wie tegenwoordig op zoek is naar een nieuwe ssd, kan eigenlijk niet om de gen4-standaard heen. We hebben een aantal aanraders benoemd, waarbij we ook hebben gekeken naar de prijsontwikkelingen van de afgelopen maanden. Zo verdient de WD Black SN850 het keurmerk Best Getest en reiken we het keurmerk Redactietip uit aan de Crucial P5 Plus (beste prijs-prestatieverhouding), de Corsair P600 PRO (non-stop gebruik) én de Samsung 980 PRO (professioneel gebruik).

Elke aanrader wordt op de hielen gezeten door tal van alternatieven die er vaak nauwelijks voor onderdoen, maar hooguit een tientje of twee duurder zijn. Als de prijzen veranderen, kan zo’n alternatief zomaar ineens de beste keuze blijken. Onze testwinnaars zijn uitstekende uitgangspunten, maar blijf dus altijd scherp op de prijzen letten voordat je tot aanschaf overgaat.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.