ID.nl logo
Beste ssd van 2022: de snelste ssd's die je kunt kopen
© Reshift Digital
Huis

Beste ssd van 2022: de snelste ssd's die je kunt kopen

Een ssd is onmisbaar in elk nieuw systeem, maar ook in elke oudere configuratie. De vraag is: wat is de beste ssd? Reden voor ons om de 21 populairste ssd’s van dit moment eens goed aan de tand te voelen.

Een ssd kun je op meerdere manieren testen en beoordelen. Daarbij is het vooral belangrijk om na te denken over je gebruiksdoel, want verschillende ssd’s hebben hun eigen voor- en nadelen. Zo is de ene ssd beter geschikt voor licht gebruik of als extra ssd om bijvoorbeeld games van te laden, terwijl andere beter zijn als primaire schijf voor je besturingssysteem of in zware scenario’s zoals foto- of videobewerking.

We hebben onze test daarom op enkele duidelijke praktijksituaties gericht, die het best worden gesimuleerd door de testsuites van PC Mark 10. Hoe gaat de ssd om met kortstondig intensief gebruik (Quick Test), hoe presteert de ssd als primaire schijf voor je besturingssysteem (Full Test) en hoe gaat de ssd om met een extreem intensief scenario (Consistency test)? 

We nemen de sequentiële test (ATTO Benchmark 2M Test) wel mee om na te gaan of eventuele marketingclaims met betrekking tot maximale snelheden kloppen, maar onze scores zijn gebaseerd op meer praktische testen.

In deze test concentreren we ons op deze gen4-ssd’s. De ontwikkelingen rond oudere poorten staan inmiddels stil. Er verschijnen nauwelijks nog nieuwe ssd’s die zich op SATA- of gen3-interfaces richten. Bekijk hieronder de testuitslag in één oogopslag. Daarna bespreken we uitgebreid waar je bij aanschaf op moet letten en lichten we de beste ssd's er uit.

©PXimport

Betrouwbaarheid

We zouden de betrouwbaarheid graag het zwaarst laten wegen, maar die is – zoals we ook in eerdere tests al schreven – nagenoeg onmogelijk om te testen. De meeste ssd’s zijn gemaakt om een miljoen of meer uren te draaien. Zelfs bij voortdurend gebruik heb je daar meer dan honderd jaar voor nodig, dus daar kunnen we niets mee. 

Ook instap-ssd’s blijven in een test jarenlang werken. Tegen de tijd dat we iets zinnigs zouden kunnen zeggen over de betrouwbaarheid van een ssd, zal dat model allang uit de handel zijn. Bovendien leveren testresultaten van één product onvoldoende relevante data op om iets over andere producten van een bepaald merk te zeggen.

Voor jou is dit overigens goed nieuws, want het betekent dat je bij aanschaf geen rekening hoeft te houden met de levensduur van een ssd.

Let op de temperatuur

Het verwerken van gigabytes aan data per seconde is geen eenvoudige taak voor de controller van een ssd. De temperatuur kan dan ook flink oplopen. Hoewel het voor eenvoudig gebruik geen vereiste is, zal een gen4-ssd bij intensief gebruik gekoeld moeten worden.

Veel moederborden zijn standaard al voorzien van heatsinks voor ssd’s, en sommige ssd’s worden zelf met een heatsink geleverd. Is geen van beide het geval, dan raden we aan om een losse heatsink te bestellen. Dit kost je pakweg een tientje, maar is die investering zeker waard.

Welke capaciteit?

Ssd’s met een hogere capaciteit zijn doorgaans sneller dan varianten met minder opslagruimte. Zeker de echt kleine ssd’s tot 256 GB zijn minder snel in benchmarks. Een grotere ssd is bovendien duurzamer vanwege het grotere aantal geheugencellen.

Ook zijn ssd’s met een hogere capaciteit vaak een stuk goedkoper per gigabyte. Zo hebben ssd’s van rond de 250 GB een slechte prijs-per-gigabyteverhouding, waardoor een ssd met circa 500 GB doorgaans slechts een tientje of twee meer kost. Dat geeft je betere prestaties, meer betrouwbaarheid en extra capaciteit voor de toekomst. Zeker de moeite waard om te overwegen dus.

Migreren of schoon installeren?

De meeste ssd’s komen met een migratietool om je hele systeem over te zetten. In onze ervaring is een ssd-upgrade een goed moment voor een schone installatie. Windows 10 of 11 herinstalleren is zo gepiept, en zo maak je weer echt een schone start met je systeem. Zorg wel voor een goede back-up.

Lees ook: Zo upgrade je van hdd naar ssd

©PXimport

Koopadviezen

We hebben 21 verschillende ssd’s getest, te veel om stuk voor stuk te bespreken. We kiezen ervoor om de beste ssd’s voor verschillende doeleinden uit te lichten.

In de meeste categorieën is de concurrentie stevig en zijn de onderlinge verschillen erg klein. Bovendien kunnen de prijzen van ssd’s van dag tot dag verschillen. We noemen bij elke categorie dan ook enkele alternatieven om naar te kijken. Zie je dat een van die alternatieven stukken goedkoper is dan de testwinnaar, dan kun je gerust voor die alternatieve optie kiezen.

Voor professioneel gebruik

©PXimport

Gen4-ssd’s komen vanwege hun high-end-prestaties het best tot hun recht in zware applicaties. Denk daarbij aan foto- of videobewerking, of aan andere taken waarbij je actief werkt met grote bestanden. Dit zijn vaak (semi-)professionele doeleinden, waarbij zaken als prestaties, stabiliteit en ondersteuning zwaarder wegen dan de prijs. De tijdbesparing die een rappe ssd met zich meebrengt, verdient zichzelf in zo’n scenario normaliter terug. Tegelijkertijd wil je ook tijd besparen op zaken als firmware-updates.

De Samsung 980 PRO presteert over de hele linie, van lichte tot extreem zware taken, simpelweg uitstekend en laat geen steken vallen. Het is niet de allersnelste ssd op de markt, maar verdient voor professioneel gebruik toch de voorkeur. Samsung heeft namelijk met afstand de best uitgevoerde software, met vlot verlopende software- en firmware-updates en uitstekende duurzaamheidsstatistieken.

Andere goede ssd’s voor professionals zijn de WD Black SN850, Kingston KC3000, Corsair MP600 PRO LPX/XT en Seagate Firecuda 530.

Voor allround gebruik

©PXimport

Geef je alleen om snelheid? Dan kijken we simpelweg naar de prestatiescores in de grafieken. Maar ook dat is geen eenvoudige taak, want geen enkele ssd is in élke test de snelste. Daarbij scoren sommige ssd’s goed in specifieke tests omdat ze daar doelbewust voor zijn gebouwd, terwijl ze vervolgens elders weer stevig inleveren.

Kijken we naar de lichte tot middelzware taken die de meeste gebruikers zullen uitvoeren, dan zijn er twee ssd’s die consistent hoog scoren: de WD Black SN850 en de Kingston KC3000. Dit duo gaat praktisch gelijk op in de bovenste regionen van de testgrafieken. De WD Black SN850 was de afgelopen maanden steevast een stuk goedkoper dan zijn concurrent, en bij een praktisch gelijke score wegen we dat natuurlijk ook mee. De WD Black SN850 verdient dan ook het keurmerk Best Getest.

Andere goede keuzes voor consistente allround prestaties zijn dus de Kingston KC3000, maar ook de Corsair MP600 PRO LPX/XT.

Voor non-stop gebruik

©PXimport

Om goed tot zijn recht te komen bij non-stop gebruik, moet een ssd daar eigenlijk specifiek voor ontwikkeld zijn. De meeste exemplaren hebben namelijk rustmomenten nodig om hun rappe prestaties vol te houden, terwijl ze in de consistentietest juist vele uren aaneen aan het werk worden gezet.

Als we de ssd’s voortdurend onder druk zetten, blijken drie uitvoeringen aanzienlijk beter stand te houden dan de andere: de Corsair MP600 PRO LPX en XT, en de Seagate Firecuda 530. Die drie pakken een enorme marge op de rest als het op extreme scenario’s aankomt. Zelfs de eerdergenoemde 980 PRO, KC3000 en SN850 Black delven hier het onderspit.

De Corsairs scoren net wat beter in de gematigd intensieve taken en pakken daarmee de winst in deze categorie. Welke van de twee uitvoeringen je kiest, maakt niet zoveel uit: de LPX heeft een iets slankere heatsink dan de XT, maar de prestaties zijn vergelijkbaar. Het is maar net welke uitvoering op dat moment het goedkoopst is.

Prijs-prestatieverhouding

Wil je een ssd die niet te veel kost, maar wel goed presteert? Dan zien we vier ssd’s met een prijs-per-terabyte tot 125 euro. Daarmee zijn ze nauwelijks duurder dan middenklasse gen3-ssd’s. Twee daarvan, de Sabrent Rocket Q en de WD SN750SE, presteren alleen zoveel slechter dan de rest dat we ze niet echt kunnen aanbevelen.

De Sabrent Rocket NVMe 4 en de Crucial P5 Plus presteren voor een minimale meerprijs een heel stuk beter. Vooral de Crucial valt positief op. De P5 Plus is dan ook onze keuze voor wie op zoek is naar de beste prijs-prestatieverhouding. Althans, zolang dit model scherp geprijsd blijft ten opzichte van zijn concurrenten. Anders is de Sabrent Rocket NVMe 4 een goed alternatief.

Voor Playstation 5

De PlayStation 5 kun je uitbreiden met een gen4-ssd. De eisen die Sony stelt aan een ssd zijn iets anders dan bij een computer. Zo dient hij een leessnelheid van minimaal 5500 MB per seconde te hebben en voorzien te zijn van een heatsink. Bovendien mogen de ssd en heatsink samen niet hoger zijn dan 11,25 mm, al zit daar een klein beetje speling in.

Uit onze tests blijkt dat de prestatieverschillen tussen ssd’s in een PS5 bij het laden van spellen marginaal zijn. Daardoor is een betaalbare ssd die aan de eisen voldoet het interessantst. Overigens kun je een losse heatsink al voor zo’n 10 euro bestellen, dus hoeft een ssd niet standaard met heatsink geleverd te worden. We zien dat de Crucial P5 Plus de beste optie is, gevolgd door de Aorus Gen4 en de Corsair MP600 PRO LPX.

Lees hier hoe je een ssd in je PS5 installeert.

Grote capaciteiten

©PXimport

De meeste ssd’s zijn te koop in capaciteiten tot 2 of 4 TB, genoeg voor de meeste doeleinden. Wil je meer, dan zijn er ook enkele opties van 8 TB. Die kunnen handig zijn om bijvoorbeeld een enorme gamebibliotheek te installeren op een Steam Deck, waar maar één ssd in past.

Om op één klein stukje hardware van slechts 8 cm lang 8 TB aan opslag te bieden, moeten er concessies worden gedaan. Zo maken dergelijke ssd’s gebruik van QLC-geheugen, waardoor ze onderaan de prestatiegrafieken bungelen.

De Corsair MP400 en de Sabrent Rocket Q koop je dus niet vanwege hun snelheid, maar het zijn twee van de weinige opties als je echt meer opslag nodig hebt. Onderling zijn er nauwelijks prestatieverschillen, dus je kunt je door de prijs laten leiden. In de laatste paar maanden was de Rocket Q meestal net iets goedkoper dan de MP400.

Conclusie

Wie tegenwoordig op zoek is naar een nieuwe ssd, kan eigenlijk niet om de gen4-standaard heen. We hebben een aantal aanraders benoemd, waarbij we ook hebben gekeken naar de prijsontwikkelingen van de afgelopen maanden. Zo verdient de WD Black SN850 het keurmerk Best Getest en reiken we het keurmerk Redactietip uit aan de Crucial P5 Plus (beste prijs-prestatieverhouding), de Corsair P600 PRO (non-stop gebruik) én de Samsung 980 PRO (professioneel gebruik).

Elke aanrader wordt op de hielen gezeten door tal van alternatieven die er vaak nauwelijks voor onderdoen, maar hooguit een tientje of twee duurder zijn. Als de prijzen veranderen, kan zo’n alternatief zomaar ineens de beste keuze blijken. Onze testwinnaars zijn uitstekende uitgangspunten, maar blijf dus altijd scherp op de prijzen letten voordat je tot aanschaf overgaat.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.