ID.nl logo
Huis

Apple MacBook Pro 13-inch Touch Bar 2017 – Vooral snellere hardware

Slechts acht maanden na de introductie van de geheel vernieuwde MacBook Pro brengt Apple de opvolgers alweer op de markt. Het grote verschil? Intels nieuwere Kaby Lake-processors die in 2016 nog niet beschikbaar waren. Wij bekenen de nieuwe MacBook Pro 13-inch.

In 2016 introduceerde Apple voor het eerst sinds jaren weer echt vernieuwde MacBook Pro’s, dus een variant voorzien van een nieuwe vormgeving. Ten opzichte van de voorgangers werd de MacBook Pro nog dunner en kwam de notebook behalve in zilver ook in de kleur spacegrijs op de markt. Over de voor dit artikel geteste 2017-uitvoering van de MacBook Pro 13-inch met Touch Bar kunnen we kort zijn: die ziet er precies hetzelfde uit als de 2016-variant. Erg is dat niet, want de dunne aantrekkelijk vormgegeven behuizing weegt slechts 1,37 kg en dat is vrijwel hetzelfde als de MacBook Air die ooit toch het toonbeeld van de dunne en lichte laptop was.

©PXimport

Alleen usb-c: leven met verloopjes

Een opvallende keuze in 2016 was dat Apple drastisch snoeide in de aanwezige uitbreidingspoorten: de enige keuze werd usb-c voorzien van Intels Thunderbolt 3. Met deze poort moet je alles doen: apparatuur aansluiten, schermen aansluiten en de laptop opladen. Afhankelijk van de uitvoering is de 13inch-variant voorzien van twee of vier usb-c-aansluitingen. De geteste uitvoering is de variant met Touch Bar die voorzien is van vier usb-c-aansluitingen: twee links en twee rechts. Hoewel het er op lijkt dat usb-c de aansluiting van de toekomst is en er dankzij ondersteuning voor Thunderbolt 3 veel mogelijk is, zul je in de praktijk waarschijnlijk aan de slag moeten met verloopjes. Het is in ieder geval jammer dat Apple een simpel verloopje naar usb-a niet meelevert.

©PXimport

Prestaties

De variant die wij van Apple kregen is de variant met Touch Bar voorzien van een upgrade naar een ssd van 512 GB en kost 2249 euro. De standaarduitvoering met Touch Bar voorzien van een 256 GB ssd kost 1999 euro. De processor is een Intel Core i5-7267U met een standaardkloksnelheid van 3,1 GHz en een turbo tot 3,5 GHz. Dezelfde uitvoering vorig jaar had een Intel Core i5-6267U met een standaardkloksnelheid van 2,9 GHz en een turbo tot 3,3 GHz.

In Geekbench 4 zet de 2017-variant in de multicoretest een score neer die zo’n achttien procent sneller is dan vorig jaar. Dat is dus wat beter dan de toename van puur de kloksnelheid die zo’n zes procent bedraagt. Kaby Lake is dus wat efficiënter dan Skylake. In de praktijk is de MacBook Pro een soepel aanvoelende computer die geschikt is voor een groot aantal taken. Prettig is dat de laptop tijdens normale werkzaamheden onhoorbaar zijn werk doet, tijdens alledaagse taken als browsen of kantoortoepassingen hebben we de ventilator zelfs geen een keer gehoord. Apple speelt al enige jaren een voortrekkersrol op het gebied van ssd’s en ook het 512GB-exemplaar met als typenummer Apple SSD AP0512J is uitstekend. Een leessnelheid van 2254,3 en een schrijfsnelheid van 1820,0 MB/s maken indruk.

©PXimport

Apple beweert dat de laptop tien uur mee met gaan op de accu, wij kwamen op zo’n acht uur. Natuurlijk nog steeds niet slecht. Overigens heeft de geteste uitvoering een accu met een capaciteit van 49,2 Wh terwijl de variant zonder Touch Bar een accu met een capaciteit van 54,5 Wh heeft. Die goedkopere uitvoering heeft dus een accu die meer dan tien procent meer capaciteit heeft terwijl de Touch Bar niet hoeft te worden aangestuurd en de processor theoretisch iets zuiniger is. Oftewel: vermoedelijk haalt de goedkopere variant die tien uur wel.

Invoer

Net als vorig jaar maakt de MacBook Pro gebruik van Apples tweede generatie vlindermechanisme: de toetsen die opvallen door hun geringe hoogte die je slechts zo’n halve mm kunt indrukken. Ten opzichte van toetsen met meer travel is de weerstand wel wat hoger en voel je een redelijk duidelijke klik. Ben je gewend hard te tikken, dan maken de toetsen erg veel lawaai. Wat je er ook van mag denken, als je een moderne MacBook wilt hebben dan zul je aan het Butterfly-toetsenbord moeten. Het is even wennen, maar dan is er op zich prima mee te tikken. Maar het feit blijft dat iets meer travel eigenlijk wel prettig is en dat Apple dit type toetsenbord vooral lijkt te hebben bedacht om hun notebooks zo dun mogelijk te maken.

©PXimport

Boven het toetsenbord vind je de Touch Bar die de klassieke functietoetsen vervangt en contextafhankelijke functionaliteit biedt. Eigenlijk is er qua functionaliteit weinig veranderd en heel spectaculaire handige nieuwe mogelijkheden zijn we niet tegengekomen. Er zijn logischerwijs wel wat meer programma’s geschikt voor gebruik met de Touch Bar. De Touch Bar is fraai, maar we hebben het idee dat Apple er meer uit zou moeten kunnen halen en het blijft een beetje een gimmick. Je kunt meer over de werking lezen in de review van de MacBook Pro 15-inch 2016.

©PXimport

Ook opvallend, maar wederom hetzelfde als vorig jaar, is het enorme Force Touch-trackpad. Nog steeds oogt de trackpad gigantisch. Dat is handig voor het maken van gebaren, maar zelf hadden we met het vorige maatje al weinig problemen. In ieder geval heb je geen last van. Het is geen probleem om je palm tijdens het typen deels op de trackpad te laten rusten. Ook al bekend, maar wellicht leuk om nog even aan te stippen is dat je een Force Touch-trackpad fysiek nauwelijks indrukt terwijl dankzij een trilling toch de suggestie van een lekkere klik gewekt wordt. De sterkte van die ‘klik’ kun je bovendien instellen.

Fantastisch scherm

Uiteraard maakt ook in 2017 de MacBook Pro gebruik van een Retina-scherm in dezelfde verbeterde variant die in 2016 voor het eerst werd toegepast. De resolutie van het scherm is met 2560 x 1600 pixels gelijk aan die van eerdere 13 inch Retina-schermen, maar net als in 2016 is dit scherm geschikt is voor een brede kleurweergave (P3). Hiermee kan het scherm nog meer kleuren tonen en in combinatie met bijvoorbeeld geschikte foto’s zie je inderdaad verschil ten opzichte van oudere Retina-schermen. In de praktijk heb je wellicht niet zoveel aan brede kleurweergave, maar dan blijft het scherm gewoon een prima ips-paneel met goede inkijkhoeken en een uitstekende helderheid die veel andere laptops achter zich laat. Simpelweg een plaatje.

Conclusie

Apple heeft zijn MacBook Pro vorig jaar drastisch vernieuwd waardoor dit jaar de overstap van Intels Skylake- naar Kaby Lake-processors de enige verandering is. De MacBook Pro is hierdoor een stukje sneller geworden. Apple heeft het geheel in een aantrekkelijk dunne behuizing gevat en voorzien van een fantastisch scherm. Net als vorig jaar zorgt de geringe dikte wel voor wat concessies. Zo is het vlindertoetsenbord met zijn geringe toetsaanslag niet ieders favoriet en zul je dankzij usb-c vooralsnog met verloopjes aan de slag moeten. De prijs is een minpunt, want hoewel de MacBook Pro een indrukwekkende verschijning is, is de instapprijs van 1999 euro veel geld. Zeker als je bedenkt dat upgrades naar bijvoorbeeld 16 GB ram en een grotere ssd veel kosten. Maar dat neemt niet weg dat dit gewoon en prima laptop is.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 2249,- **Processor** Intel Core i5-7267U **RAM** 8 GB **Opslag** 512 GB SSD **Scherm** 13,3 inch (2560 x 1600 pixels) **OS** macOS Sierra **Aansluitingen** 4x Usb-c (Thunderbolt 3), 3,5mm-geluidsuitgang **Webcam** Ja (720p) **Draadloos** 802.11a/b/g/n/ac (3x3), bluetooth 4.2 **Afmetingen** 33,4 x 21,2 x 1,5 cm **Gewicht** 1,37 kilogram **Accu** 49,2 Wh **Website:** [www.apple.nl](https://www.apple.com/nl/macbook-pro/)

Plus- en minpunten
  • Goed scherm
  • Behuizing
  • Snelle ssd
  • Stil
  • Prijs
  • Alleen usb-c
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.