Hatelijke berichtjes, beledigende e-mails en cyberroddels zijn nieuwe manieren voor tieners om elkaar het leven zuur te maken. Slachtoffers zijn niet meer alleen op het schoolplein de klos, maar ook in hun eigen huis.
Dit blijkt uit een onderzoek dat is gedaan door onderzoekers verbonden aan verschillende universiteiten in de VS en in opdracht van het Amerikaanse Center for Disease Control and Prevention. Opmerkelijk is dat tweederde van de tieners die via het internet gepest wordt, niet in het gewone leven wordt gepest.
"Internetpesten is een nieuwe manier van sociale wreedheid die flink toeneemt," schrijven de onderzoekers Kirk Williams en Nancy Guerra in een serie artikelen in het vakblad The Journal of Adolescent Health. Volgens de onderzoekers moeten scholen en ouders samenwerken om een einde te maken aan het pestgedrag, maar zonder dat kinderen en tieners minder tijd op het internet mogen spenderen.
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal kinderen dat tussen de 10 en 17 jaar oud is en gepest wordt de afgelopen vijf jaar met 50 procent is toegenomen, van zes procent in 2000 naar negen procent in 2005. Ongeveer 60 procent werd niet in het gewone leven fysiek of verbaal gepest.
"Tieners die gepest worden, worden ook vaker uit de klas gestuurd en spijbelen vaker," zegt collega-onderzoeker Michele Ybarra, verbonden aan de John Hopkins Universiteit in Baltimore. "Tieners die het slachtoffer zijn van pesterijen nemen ook veel vaker dan andere kinderen een wapen mee naar school." Ybarra heeft voor het onderzoek 1.500 tieners tussen de tien en vijftien jaar geïnterviewd.
Door de anonimiteit van het internet kunnen slachtoffers niet op een manier reageren die in de echte wereld ervoor zou zorgen dat de pestkop stopt. Dezelfde anonimiteit zorgt er ook voor dat een pestkop sneller over de grens gaat van wat toelaatbaar gedrag is.
















