Sinds 1996 bestaat de Big Mac-index, waarbij overal ter wereld gekeken wordt wat een Big Mac kost, om zo de waarde van verschillende valuta's ten opzichte van de Amerikaanse dollar te bepalen. In 2003 kwam de Zwitserse bank UBS met een afgeleide, waarbij gekeken werd naar hoeveel uur er gewerkt moet worden om een Big Mac te kunnen kopen. Die index is nu gemoderniseerd. Via de iPod Nano-index is goed te zien in welke landen het loon het hoogst, en in welke landen het loon het laagst is.

Iemand die in Zurich of New York woont, heeft met 9 uur werken genoeg verdiend om een iPod Nano te kopen. Ook inwoners van Sydney en Los Angeles zijn, met 9,5 gewerkt uur, relatief snel klaar met werken. Amsterdam staat op de 18e plaats, met 13,5 uur.

Dat is nog steeds niets vergeleken met de laagste vijf steden uit de lijst van 73. Dat zijn achtereenvolgens Cairo (105 uur), Delhi (122,5 uur), Manilla (128,5 uur) en Nairobi (160 uur). De meeste uren zijn inwoners van Bombay kwijt: die moeten maar liefst 177 uur (ruim 13x zo lang als Amsterdammers!) werken voordat ze een iPod Nano kunnen kopen.