ID.nl logo
MSI GL63 8SE - Raytracerace begint op de laptop
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

MSI GL63 8SE - Raytracerace begint op de laptop

Begin dit jaar maakte Nvidia bekend dat de GeForce 20-series videokaarten ook beschikbaar zou komen voor laptops, met inbegrip van de nieuwe raytracing technologie. De MSI GL63 8SE is een van de eerste laptops die gebruik maakt van de mobiele 20-series GPU’s en wel de goedkoopste kaart: de RTX 2060.

De RTX 2060 is interessant omdat het wél ondersteuning heeft voor de nieuwe technologieën van de Turing-videokaarten, maar niet zo pijnlijk duur is als bijvoorbeeld de RTX 2080 of diens Ti-variant. In combinatie met een 1080p-paneel heeft de RTX 2060 bovendien weinig moeite om zestig frames per seconde aan te houden in het merendeel van de games.

©PXimport

Exterieur

Het zal niemand verrassen dat een MSI-laptop opvallend vormgegeven is. In het geval van de GL63 krijg je het bekende drakenlogo van MSI op de achterkant van het scherm en rode accenten op elk denkbaar oppervlak. De GL63 deelt zijn behuizing grotendeels met de GE63, die we eind vorig jaar bespraken. De enige uitzondering is de RGB LED-verlichting, die ontbreekt namelijk volledig op de GL63. Enkelkleurige LED-verlichting is wel aanwezig, in de vorm van rode LEDS onder alle toetsen.

Zowel de onder- als bovenhelft van de GL63 zijn opgetrokken uit hetzelfde weinig indrukwekkende kunststof. De coating op dit kunststof is een stuk capabeler en weet vingerafdrukken met weinig moeite te weren, al is het nog maar de vraag hoe resistent de coating is tegen krassen. Het chassis geeft aanzienlijk mee wanneer er druk wordt uitgeoefend op zowel de klep als het toetsenbord en voelt over het algemeen licht en goedkoop aan.

Het toetsenbord zelf is daarentegen uitstekend gebouwd, zoals wel vaker het geval is op MSI-laptops. De toetsen hebben een lange travel met een fijne en heldere klik zodra de toets wordt geactueerd. MSI’s langlopende samenwerking met Steelseries om hun toetsenborden te integreren werpt zijn vruchten weer eens af met de GL63. Het touchpad is helaas minder fantastisch: het oppervlak bestaat uit stroef plastic, het formaat valt ernstig tegen voor een 15”-laptop en het is geen precision touchpad, waardoor gestures in Windows 10 niet mogelijk zijn. Op dit prijspunt is het gebrek aan een grotere touchpad met precision drivers lastig te slikken, al helemaal gezien de minimale extra kosten die dit met zich meebrengt.

©PXimport

Prestaties

De MSI GL63 8SE ligt in de winkels voor 1649 euro op het moment van schrijven, wat gezien de forse specificaties een schappelijk bedrag is. Voor die prijs krijg je namelijk een Intel Core i7-8750H, 16GB aan DDR4-geheugen op 2666Mhz, 256GB aan NVMe-opslag, 1TB HDD-opslag op 7200RPM en natuurlijk de RTX 2060.

CPU’s in de klasse van de i7-8750H zijn al een tijdje standaard op gaminglaptops van dit kaliber en veranderen in de praktijk niet bizar veel aan de prestaties. De upgrade van een GTX 1060 6GB naar een RTX 2060 heeft wat dat betreft veel meer invloed: gemiddeld genomen presteert de RTX-kaart 30% beter dan zijn voorganger. In the Division 2 op de ‘ultra’ voorinstelling haalt de RTX 2060 bijvoorbeeld een zeer speelbare 67 frames per seconde, terwijl de RTX 1060 blijft steken op 45 fps.

Dat de RTX 2060 goed presteert in normale games is natuurlijk fijn, maar meeste kopers van de GL63 8SE willen waarschijnlijk gebruik maken van de nieuwe raytracing mogelijkheden die de Turing-kaart verschaft. Zodra de raytracing-knop wordt omgezet zijn de prestaties helaas een stuk minder rooskleurig: in Metro Exodus ligt het gemiddelde op een pijnlijke 37 fps met RTX aan. Met raytracing helemaal uitgeschakeld staat schiet dit omhoog naar 51 fps. Het kan zijn dat dit gat gedicht wordt met toekomstige driverupdates, maar voorlopig is raytracing lastig aan te raden in Metro Exodus.

Het feit dat raytracing niet bijzonder goed presteert in Metro is extra pijnlijk omdat het een van de twee grote moderne titels is die Nvidia’s RTX-technologie ondersteunt. De andere is natuurlijk Battlefield V, waar de prestaties van de GL63 8SE gelukkig een stuk beter uitvallen. Hier dipt de gemiddelde framerate, zelfs met raytracing op zijn allerhoogste voorinstelling, niet onder de zestig frames per seconde. De mobiele RTX 2060 heeft het dus in zich om zestig fps aan te houden als RTX aan staat, maar dan moet de game wel grondig geoptimaliseerd zijn. DICE is dit schijnbaar wel gelukt, terwijl 4A Games nog niet genoeg tijd heeft gehad om RTX te laten werken met de toch al veeleisende graphics van Metro Exodus.

©PXimport

Conclusie

De MSI GL63 8SE is goed uitgerust met volledige connectiviteit, een redelijk paneel en goede prestaties voor zijn prijs. Het enige bezwaar dat de GL63 oproept komt door zijn exterieur, dat duidelijk al een paar generaties meegaat en niet bepaald de indruk geeft dat het erg stevig is. Bovendien is het ontbreken van een betere touchpad bijna onacceptabel, ware het niet voor het feit dat meeste laptopgamers een externe muis gebruiken. Echt competitieve gamers zullen waarschijnlijk een voor een hogere prijsklasse willen gaan om hogere verversingsnelheden te krijgen, maar voor minder hardcore gamers is de GL63 een geschikte gamelaptop.

Goed
Conclusie

**Adviesprijs** € 1850,- **Website** [www.msi.com](https://www.msi.com/Laptop/GL63-8SX)

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.