ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Bespaar energie met de Google Nest Learning Thermostat

Als je het koud hebt, draai je de thermostaat een tikje omhoog. Het is een handeling die door de jaren heen heel natuurlijk is geworden. Maar als het aan Google ligt, is het ook een handeling die uiteindelijk niemand meer hoeft uit te voeren. De slimme thermostaat van Google Nest leert namelijk precies wat voor temperatuur jij prettig vindt, en past de temperatuur automatisch aan wanneer deze daarvan afwijkt.

©PXimport

Volgens Google Nest bepaalt je thermostaat voor 60% hoe hoog je energierekening is. Je zou die cijfers natuurlijk kunnen gaan controleren, maar we kennen allemaal de situaties waarin we de kachel vergeten zijn uit te zetten waardoor we een heel leeg huis warm hebben gestookt, of situaties waarin we de kachel extreem warm moeten zetten omdat het ’s ochtends gewoon veel te koud is. Als de Nest Learning Thermostat het voor het zeggen heeft wordt in het huis van de toekomst de temperatuur volautomatisch geregeld, en voor het gemak heeft de fabrikant de technologie daarvoor al geleverd met de Google Nest Learning Thermostat.

Leergierig

De naam van het apparaat verklapt het natuurlijk al, de Nest Learning Thermostat is een apparaat dat begint met leren vanaf het eerste moment dat je hem gebruikt. De thermostaat heeft ongeveer een week nodig om te bekijken hoe jij je leven leeft, of, om nog specifieker te zijn, met welke temperaturen, en daarna begint hij met het zelf inregelen van deze temperaturen. Zo zul je de thermostaat in het begin handmatig lager draaien als je gaat slapen. De Nest registreert dat, en kijkt daarbij naar de tijd waarop je de wijziging doorvoert en de temperatuur die je daarbij kiest. Daarbij wordt uiteraard per dag gekeken, dus zelfs als je iemand bent die op maandag altijd tot laat doorwerkt, zal de Nest Learning Thermostat leren dat op maandag de thermostaat veel later moet worden aangepast. Hetzelfde geldt voor ontwaken. Als je wekker altijd om 6 uur gaat, dan is het natuurlijk wel zo fijn als de temperatuur in huis aangenaam is. De Learning Thermostat weet na verloop van tijd precies op wat voor tijdstippen jij opstaat, en zorgt dat het huis geleidelijk wordt opgewarmd voor die tijd.

Meer weten over de Smart Home-producten van Google Nest? Ga naar Kieskeurig.nl!

Onverwachte wendingen

Al leert de Nest zich maandenlang suf, ook een slim apparaat als dit kan natuurlijk geen rekening houden met onverwachte wendingen. Stel dat jij normaal gesproken op maandag altijd thuis werkt, maar op een maandag zomaar ineens onverwacht weg moet. Je kunt de thermostaat dan zelf naar beneden draaien, maar mocht je dat vergeten, dan weet de Nest, dankzij de ingebouwde bewegingssensor precies wanneer er niemand meer aanwezig is, waarna hij de temperatuur automatisch omlaag zal schroeven, uiteraard tot het niveau dat jij als minimum hebt bestempeld. Je hoeft niet veel van technologie te weten om te begrijpen dat dit je vrij snel veel energie zal besparen.

©PXimport

OpenTherm

Één van de grote voordelen van de Nest Learning Thermostat, is dat het apparaat OpenTherm ondersteunt. Dit betekent dat de cv-ketel modulerend wordt aangestuurd, wat inhoudt dat er meer signalen mogelijk zijn dan alleen maar aan en uit. Bij een aan/uit thermostaat wordt het signaal doorgegeven aan de cv-ketel wanneer de ingestelde temperatuur hoger is dan de daadwerkelijke temperatuur. De temperatuur wordt hierbij zo snel mogelijk bereikt, waarna de cv-ketel weer wordt uitgeschakeld. Bij OpenTherm wordt berekend welke watertemperatuur precies nodig is om de temperatuur te behalen die je hebt ingesteld op de thermostaat. Hierdoor wordt het huis veel gelijkmatiger verwarmd, en dit zorgt voor een aanzienlijke energiebesparing. Hoeveel dat precies is, verschilt uiteraard per ruimte.

Bediening

De Nest Learning Thermostat is op drie manieren te besturen. Ten eerste kun je de thermostaat besturen door aan de ring te draaien, daarmee bepaal je de temperatuur. Druk je op het scherm en draai je daarna aan de ring, dan krijg je een overzicht te zien van wat je thermostaat uitvoert, maar kun je ook navigeren naar instellingen of je schema of energiegeschiedenis bekijken. Dat is natuurlijk allemaal prima wanneer je bij het apparaat in de buurt bent, maar is dat niet het geval, dan kun je hem ook uitstekend bedienen met behulp van je smartphone. Dit kan als je thuis bent, maar ook als je op het werk bent en het huis alvast even lekker wilt opwarmen, zodat je in een behaaglijk huis thuiskomt. Is je ritme redelijk stabiel, dan hoef je dat na verloop van tijd echter niet meer te doen, omdat de thermostaat precies weet hoe laat je thuis bent en hoe warm je het wilt hebben.

©PXimport

Heb je ook een Google Nest Hub of een Google Home-luidspreker, dan kun je de temperatuur ook aanpassen met behulp van een stemcommando. Op die manier kun je alle slimme apparaten in je huis naadloos laten samenwerken. Sterker nog, mocht je ook slimme verlichting hebben, dan kun je er dus zelfs voor zorgen dat temperatuur, verlichting en, wellicht via de Hub of Home, ook je favoriete muziek door de huiskamer klinkt wanneer je thuiskomt.

De Nest Learning Thermostat is ontworpen om energie te besparen, door slim met je CV-ketel om te springen en goed te kijken naar je leefgewoonten. Juist daarom is het wel belangrijk dat het apparaat op de juiste wijze wordt geïnstalleerd. Google raadt daarom aan om een Nest Pro in te schakelen voor de installatie, om te voorkomen dat je méér energie verbruikt in plaats van minder, door een verkeerd aangesloten draadje. Installatie is best ingewikkeld, dus het is een goed idee om dat uit handen te geven.

Met een prijskaartje van 249 euro is een Nest Learning Thermostat behoorlijk prijzig, maar het idee van Google is dat je dit dus terugverdient door het terugdringen van je stookkosten. Is dit je net iets te gortig, dan is er voor 219 euro een iets goedkopere versie van de thermostaat beschikbaar, die qua functionaliteiten nagenoeg hetzelfde is, maar iets afwijkt op het gebied van design en display.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.