ID.nl logo
Dit zijn de mogelijkheden van Android TV & Google TV
Huis

Dit zijn de mogelijkheden van Android TV & Google TV

Sommige merken ontwikkelen geen eigen smart-tv-platform, maar kozen voor Android TV. Onder andere Philips, Sony en TCL deden dat bijvoorbeeld. In 2020 lanceerde Google bovendien een nieuwe interface voor Android TV, namelijk Google TV. We bekijken beide systemen.

Android TV en Google TV: het verschil in grote lijnen

Android TV is geïntroduceerd in 2014 en is het smart-tv-systeem van Google, gebaseerd op Android OS. Google TV, geïntroduceerd in 2020, gebruikt onder de motorkap nog steeds Android TV, maar heeft een andere gebruikersinterface. Dat betekent bijvoorbeeld al meteen dat alle apps die beschikbaar zijn op Android TV ook werken op Google TV.

Schakel je over van een model met Android TV naar een met Google TV, dan zal er niet zo veel veranderen. Het belangrijkste verschil is dat Google TV meer focust op content. Het aggregeert inhoud van verschillende apps en laat je op die manier meer dingen ontdekken, bijvoorbeeld door je te laten navigeren tussen verschillende genres. Bij Android TV navigeer je meer tussen verschillende apps die elk hun aanbevelingen hebben. Uiteraard zijn er ook cosmetische verschillen, maar Google TV blijft erg herkenbaar als een op Android TV-gebaseerd systeem.

Google TV

Het Google Home-scherm benadrukt duidelijk hoe belangrijk aanbevelingen zijn. Op de achtergrond is een carrousel zichtbaar met aanbevelingen (in ons geval van Disney+). Bovenaan vind je vier verschillende secties: Zoeken, Home, Apps en Bibliotheek. We merkten dat fabrikanten ook de optie hebben om daar een eigen sectie te creëren (zoals Sony, dat tips en content uit de eigen Bravia Core-app toont). Het scherm wordt verder ingenomen door een extra rij aanbevelingen van Google TV, en pas daaronder volgt de rij met je favoriete apps.

Wie verder naar beneden scrolt, vindt een hele reeks aanbevelingen die thematisch gerangschikt zijn, maar uit verschillende diensten kunnen komen, bijvoorbeeld ‘Dramatische thrillers’ of ‘Sciencefictionfilms’. Wat er exact verschijnt, daarover heb je bitter weinig controle. Je vertrouwt dus op de algoritmes van Google om zinvolle dingen aan te bieden, maar dat maakt het mogelijk lastiger om nieuwe zaken te ontdekken. Wanneer je een serie selecteert, kun je ze niet alleen onmiddellijk bekijken, maar ook op een kijklijst bewaren voor later. Je kijklijst vind je terug in de Bibliotheek-sectie; die bevat ook titels die je hebt gekocht of gehuurd via streamingdiensten.

Scrol je helemaal naar beneden, dan vind je daar de optie om te selecteren welke diensten content-aanbevelingen leveren. We konden hier alleen Amazon Prime Video, Apple TV+ en Disney+ selecteren. Geen Netflix dus, en ook geen lokale diensten.

Wie geen heil ziet in al die aanbevelingen, kan in de account-instellingen voor de ‘Apps only’-modus kiezen. Het Home-scherm toont dan alleen nog de carrousel met aanbevelingen op de achtergrond, en de rij met je favoriete apps.

In de Apps-sectie vind je een rij met je favorieten apps terug, zoals ze op het Home-scherm verschijnen. Je kunt ze van plaats verwisselen en er zijn twaalf plaatsen beschikbaar. Ben je op zoek naar nieuwe apps, dan suggereert Google hier apps die op je andere apparaten staan. Je kunt natuurlijk ook zelf op naam zoeken in de appstore.

Google TV biedt je ook de mogelijkheid om met meerdere accounts te werken, die dan elk hun eigen aanbevelingen krijgen. Diensten met een log-in zijn gedeeld tussen accounts. Er zijn ook kinderprofielen, waar je als hoofdgebruiker beperkingen op app-niveau of schermtijd kunt instellen.

Android TV

Het oudere Android TV herken je onmiddellijk aan het app-centrische Home-scherm. Op de eerste rij vind je je favoriete apps; die kun je van daaruit rechtstreeks opstarten. Daaronder vind je in horizontale rijen per app content-aanbevelingen. Je kunt zelf bepalen of een app in dit overzicht verschijnt en je kan ze bovendien van plaats verwisselen.

De recentste versie van Android TV (versie 11) heeft steeds meer gelijkenissen met Google TV. Het heeft bovenaan vier verschillende secties. Je start (niet heel verwonderlijk) op het Startscherm. Een klik naar links brengt je in Zoeken, verder staan rechts de secties Ontdekken en Apps. Op de eerste rij vind je nog steeds je favoriete apps, en daaronder nog steeds aanbevelingen per app.

Je kunt die aanbevelingen van plaats wisselen door op de rij van de app te staan en naar links te klikken. Helemaal onderaan het startscherm vind je de optie om te bepalen welke diensten (Google noemt het Kanalen) je zichtbaar wilt houden.

In het scherm Ontdekken vind je aanbevelingen die over verschillende diensten gaan, net zoals dat in Google TV het geval is. Ook hier kun je helemaal onderaan de lijst bepalen welke diensten content leveren voor die aanbevelingen. Net zoals bij Google TV konden we alleen Prime Video, Apple TV en Disney+ selecteren.

Tot slot is er de Apps-sectie. Daar vind je alle apps die op de tv geïnstalleerd zijn. In de appstore kun je op zoek naar nieuwe apps of door de verschillende categorieën bladeren. In deze versie van de appstore vind je ook nog een aparte Game-sectie.

Welke apps?

Als Android TV en Google TV ergens mee kunnen uitpakken, dan is het wel met het immense app-aanbod, want zowel internationale als nationale diensten zijn uitgebreid vertegenwoordigd. Met Netflix, Amazon Prime Video, Disney+, Apple TV, HBO Max, Viaplay (Formule 1), NPO Start, Pathé Thuis, Videoland, KIJK, RTL XL, NLziet, Ziggo Go, KPN iTV / KPN Smart TV, Streamz, VTM Go, VRT NU en Telenet Flow heb je zeker keuze genoeg. En dan zijn er nog talloze andere. Om een app te installeren, heb je een account nodig voor de Google Play Store.

Een bijkomend voordeel is dat je ook een ingebouwde Chromecast-functionaliteit hebt, dus elke app die casten ondersteunt, kan content rechtstreeks van je smartphone naar de tv sturen. Uiteraard kun je ook het volledige scherm van je smartphone casten. Sommige fabrikanten bouwen ook Airplay 2 in, maar dat is geen standaard onderdeel van Android TV, en moet je dus goed op voorhand nakijken.

Net zoals op je Android-smartphone is het mogelijk apps te sideloaden. Dat is een interessante troef. Je installeert dan niet via de appstore, maar je biedt een apk-bestand aan via bijvoorbeeld een usb-stick. Zoek wel een betrouwbare bron en kijk goed uit met onbekende apps!

Verschillen bij merken

Android TV en Google TV worden beide gebruikt door verschillende merken. Functies die eerder aan het toestel verbonden zijn dan aan de smart-tv-omgeving kunnen visueel flink verschillen. Een snelmenu met instellingen, het instellingenmenu of de manier waarop je een andere externe ingang selecteert bijvoorbeeld. Een paar voorbeelden.

De ingangen op een Philips-televisie.
De ingangen op een toestel van Sony.
De instellingen op een Philips-televisie...
...en de instellingen zoals Sony het aanpakt.

Algemene indrukken      

De nieuwe interface van Google TV legt enorme focus op content, ongeacht de bron. Al moeten we daarbij zeggen dat de bronnen in kwestie voorlopig nog wat beperkt zijn. Aanbevelingen kunnen immers alleen van Prime Video, Apple TV en Disney+ komen. Mocht daar Netflix en een reeks lokale diensten bij komen, dan zou het resultaat veel indrukwekkender zijn.

Iets meer mogelijkheden om aanbevelingen bij te sturen zou prettig zijn. Maar het mag duidelijk zijn dat Google met zijn nieuwe interface iets in gang heeft gezet. We zien immers dat Samsung en LG ook overstag zijn gegaan en hun interface in dezelfde richting veranderen.

Het is goed om weten dat wie Google TV in huis haalt ook een aantal updates naar nieuwe versies zal krijgen. Het is dus mogelijk dat Android TV op jouw toestel na een update plotseling Google TV wordt. Al hebben fabrikanten daar ook zelf nog wat beslissingsruimte in. Zo is het best mogelijk dat Android TV in jouw geval niet de overstap maakt naar de Google TV-interface, maar onder de motorkap alleen nog beveiligingsupdates of wat nieuwe features krijgt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.